Beleidsmakers en artsen zouden de continuïteit van de zorg zoveel mogelijk moeten waarborgen.

‘Beleidsmakers moeten continuïteit zorg waarborgen’

Beleidsmakers en artsen zouden de continuïteit van de zorg zoveel mogelijk moeten waarborgen. Dit stellen Noorse onderzoekers naar aanleiding van een studie. Daaruit blijkt dat patiënten die steeds bij hun eigen huisarts terecht kunnen, minder vaak het ziekenhuis bezoeken.

Vertrouwen

Patiënten die een vaste huisarts hebben bezoeken de polikliniek in het ziekenhuis minder, maar worden ook minder vaak opgenomen dan patiënten die geen vaste huisarts hebben. Een belangrijke factor die kan verklaren dat bij een langere arts-patiëntrelatie minder patiënten naar de tweede lijn gaan, is volgens de auteurs van het onderzoek het vertrouwen dat de patiënt in de huisarts heeft. 

Huisartsenzorg

De auteurs onderzochten voor hun studie, die in British Journal of General Practice is gepubliceerd, een Noors cohort. 19.762 personen tussen 30 en 87 jaar kregen twee vragenlijsten thuisgestuurd over zowel longitudinaliteit als intensiteit van huisartsenzorg, aldus het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG). Longitudinaliteit was gedefinieerd als hoe lang patiënten al dezelfde huisarts hadden en intensiteit als het aantal huisartsbezoeken in het afgelopen jaar.

Ziekenhuis

10.624 deelnemers waren in het afgelopen jaar bij de huisarts geweest en hadden alle vragen ingevuld. 85 procent van hen had al meer dan twee jaar dezelfde huisarts. Personen die al langer dezelfde huisarts hadden, kwamen minder vaak poliklinisch bij een specialist dan deelnemers die hun huisarts minder dan twee jaar kenden: respectievelijk 486 en 541 per 1000 patiënten. Datzelfde effect was zichtbaar bij ziekenhuisopnames: in de groepen werden respectievelijk 132 en 157 per 1000 patiënten opgenomen. Deze resultaten waren niet afhankelijk van leeftijd, zelf-beoordeelde gezondheid, chronische ziekten of frequentie van huisartsbezoeken.

augustus 30, 2013Permalink

Stageplek nodig voor zorg in de buurt

Stageplek nodig voor zorg in de buurt

 
Hoewel steeds meer studenten zich aanmelden voor een hbo-opleiding verpleegkunde, kiezen nog weinig van hen na hun opleiding voor de wijkverpleging en de ouderenzorg. Een ruim aanbod aan goede stageplekken zou daar verandering in kunnen brengen, zeggen vrijdag de brancheorganisaties ActiZ en Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN).

'Stageplek nodig voor zorg in de buurt'

Foto: ANP Photo

De organisaties roepen hun leden daarom op meer stageplekken te creëren en te zorgen voor een goede begeleiding. ‘Het bieden van een stageplek is een prima mogelijkheid om in de behoefte aan hoger opgeleide verpleegkundigen te voorzien’, zegt ActiZ-directeur Aad Koster. ‘Zo bind je studenten aan je.’

Hbo-verpleegkunde
Voor het studiejaar 2013-2014 hebben zich ruim 6100 studenten voor hbo verpleegkunde gemeld. Dat is een stijging van 40 procent vergeleken met vorig studiejaar. Maar veel studenten kiezen uiteindelijk liever voor een baan in een ziekenhuis, aldus ActiZ. (ANP)

augustus 30, 2013Permalink

Van Rijn zet gemeenten aan het werk voor huishoudelijke hulpen

Het ontslag van de 1100 huishoudelijke hulpen blijft staan

In het conflict over ontslag van 1100 huishoudelijke hulpen van Sensire heeft staatssecretaris Martin van Rijn persoonlijk aan een doorbraak gewerkt. Het ontslag van de 1100 huishoudelijke hulpen blijft staan. Maar in overleg met alle partijen wordt voor 2014 huishoudelijk werk zoveel mogelijk behouden, evenals de arbeidsvoorwaarden van de hulpen.

Van Rijn zet gemeenten aan het werk voor huishoudelijke hulpen

Foto: ANP Vincent Jannink

Dat is het resultaat van persoonlijk overleg dat staatssecretaris Van Rijn maandag 26 augustus heeft gevoerd met vakbonden, werkgever Sensire, gemeenten en ondernemingsraad. Van Rijn zet met zijn bemiddeling de zeven regiogemeenten in de Achterhoek aan het werk om met spoed duidelijkheid geven over de aanbesteding van de huishoudelijke hulp in 2014. Volgens Van Rijn zal de bestuurlijke aanbesteding van huishoudelijke hulp worden gedaan tegen een basistarief, ‘ zodat normale arbeidsvoorwaarden bij overgang van de huishoudelijke hulpen naar een andere zorgaanbieder blijven bestaan’. Verder is het streven de huidige koppeling van cliënt en zorgverlener te behouden.

Collectief Ontslag

Onduidelijkheid over de aanbesteding voor 2014 was aanleiding voor Sensire om collectief ontslag aan te vragen voor 1100 huishoudelijke hulpen. De ontslagaanvraag blijft overigens gehandhaafd. Volgens Sensire-bestuurder Maarten van Rixtel zal de thuiszorgorganisatie stoppen met de huishoudelijke hulp. ‘Wij zullen in overleg met de gemeenten zorgen voor een goede overgang van het personeel.’ De gemeenten zullen vóór 1 november de aanbestedingen rond maken, zodat duidelijk is hoeveel huishoudelijke hulp wordt ingezet en welke aanbieder dat gaat uitvoeren. ‘Belangrijk is’, concludeerde staatssecretaris Van Rijn, ‘dat een groot werkgelegenheidsverlies in de regio wordt voorkomen. Er zal ook geen sprake zijn van een alfahulpconstructie.’

Vertrouwen

Met die boodschap vertrok Van Rijn na de gesprekken maandagmiddag naar buurgemeente Varsseveld, waar vakbond Abvakabo FNV een actiedag tegen de ontslagen had georganiseerd. De actievoersters waren echter niet overtuigd dat zij hun werk na 1 januari 2014 nog zouden hebben: ‘Pas in november wordt duidelijk wat er gebeurt, dat is veel te laat,’verwoordde een 62-jarige actievoerster het gebrek aan vertrouwen. Zij is al 23 jaar in dienst is bij Sensire. ‘Een maand later houdt mijn werk bij Sensire op.’

Bemiddelen

Opmerkelijk is dat de staatssecretaris zelf naar de Achterhoek rijdt om te bemiddelen in een steeds groter wordend conflict over het de toekomst van de huishoudelijke hulp. Was de uiteindelijke afspraak niet eerder al tussen partijen te maken? Sensire, de nog pratende vakbonden CNV en FBZ en de ondernemingsraad drongen al enige maanden aan op duidelijkheid van gemeenten over de aanbesteding. De winst van het gesprek met de staatssecretaris is volgens wethouder Leo Scharenborg van Berkelland dat de gemeenten hun aanscherpingen naar voren konden brengen: ‘Wij vinden het belangrijk dat de koppeling tussen burger en hulp behouden blijft. Verder willen wij nu al afspraken maken over nieuwe werkvormen in de zorg met het oog op de transitie van andere zorg die gemeenten vanaf 2015 te wachten staat. Denk bijvoorbeeld aan gebiedsgerichte zorg.’

Niet meewerken

Opmerkelijk ook is dat twee vakbonden CNV en FBZ volgens eigen zeggen tot eind mei nog gezamenlijk met de nu actievoerende Abvakabo optrokken. ‘Dezelfde dag dat we het plan voor huishoudelijke zorg aan onze gezamenlijke achterban wilden voorleggen, zei AbvaKabo niet meer mee te werken,’ aldus Loek Lablans van CNV Publieke Zaak. CNV en FBZ willen overigens een wettelijke regeling in de WMO om de overgang van werknemers bij een nieuwe aanbesteding te waarborgen. De huidige regeling in de CAO V&V is volgens hen juridisch niet altijd haalbaar.

Om tafel

Staatssecretaris Van Rijn zei echter hier weinig voor te voelen. “Het is zaak dat partijen met elkaar om tafel gaan zitten om goede afspraken te maken over de overgang van werknemers.’ Dat geldt wat Van Rijn betreft zeker ook voor 2015, als de 40 procent bezuinigingen op het budget in de huishoudelijke zorg worden doorgevoerd.

augustus 28, 2013Permalink

Anorexiapatiënten hebben groter brein

Tieners met anorexia nervosa hebben een groter brein dan leeftijdsgenoten zonder deze eetstoornis. Dat wijst onderzoek van de University of Colorado uit.

Foto:  Thinkstock

Anorexiapatiënten hebben groter brein

De onderzoekers bekeken de hersenen van 19 meisjes met anorexia en 22 gezonde tieners met behulp van MRI. De anorexiapatiënten bleken een grotere orbitofrontale cortex en insula te hebben.

De orbitofrontale cortex heeft te maken met het krijgen van een verzadigd gevoel na het eten van een bepaald type voedsel.

Vermoedelijk zorgt een grotere orbitofrontale cortex ervoor dat mensen met anorexia sneller stoppen met eten. De insula heeft te maken met smaak, maar ook met hoe iemand zijn lichaam ziet. Mogelijk draagt deze bij aan het gevoel dik te zijn, terwijl er in feite sprake is van ondergewicht.

“Hoewel eetstoornissen vaak uitgelokt worden door de omgeving, zijn er waarschijnlijk ook biologische mechanismen die medebepalen of een individu een eetstoornis als anorexia nervosa ontwikkelt”, zegt onderzoeker Guido Frank.

De resultaten van het onderzoek verschenen in het Journal of the American Academy of Child and Adolescent Psychiatry.

 

Door: Gezondheidsnet

augustus 26, 2013Permalink

Acupuncturist vergeet patiënt

Een vrouw belde vanuit een acupunctuurkliniek met het alarmnummer. De arts was tijdens de behandeling vertrokken en had haar achtergelaten.

Foto:  ANP

De vrouw belde op 5 augustus rond 18.00 uur naar het alarmnummer. Ze vertelde dat ze zat opgesloten in de Hwa Tow acupunctuurkliniek in Arlington, in de Amerikaanse staat Texas.

Dr. Jeff Tsing, die samen met zijn vrouw de enige medewerkers van de kliniek zijn, was bezig met een behandeling toen hij plotseling naar buiten rende om iemand te begroeten. Hij kwam niet meer terug.

 

Verlaten

 

De vrouw wachtte enige tijd. Toen ze zich realiseerde dat de muziek was uitgezet, haalde ze zelf de naalden uit haar lichaam en ging op onderzoek uit. De kliniek bleek verlaten te zijn. Nadat ze een tijdje om hulp had geroepen, besloot ze het alarmnummer te bellen.

Na enige tijd wist de politie haar, met de hulp van een medewerker uit een aangrenzend kantoor, te bevrijden. Dr. Tsing, die een goede reputatie heeft, zei later zich diep te schamen. Hij begrijpt niet hoe hij zijn patiënt kon vergeten, zo meldt WFAA.

 

Door: NU.nl/Hans Blommaert

augustus 25, 2013Permalink

Genetische link alcoholmisbruik en eetstoornis

Een deel van het risico op alcoholverslaving is genetisch bepaald. Ditzelfde geldt voor eetstoornissen. Nu blijkt dat een deel van de genen betrokken is bij beide problemen.

Foto:  ANP

Dat schrijven onderzoekers van de Washington University School of Medicine in het Journal of Studies of Alcohol en Drugs.

Ze stellen dat mensen die afhankelijk zijn van alcohol of alcohol misbruiken ook vatbaarder zijn voor bepaalde eetstoornissen. Ook andersom gaat op.

“In de praktijk zien we vaak dat mensen met een eetstoornis ook alcohol misbruiken”, vertelt onderzoeker Melissa A. Munn-Chernoff. Samen met haar collega’s keek zij voor het eerst niet alleen naar het verband tussen alcoholmisbruik en eetstoornissen bij vrouwen, maar ook bij mannen.

 

Tweelingen

 

Voor het onderzoek bestudeerden zij de gegevens van 6.000 Australische tweelingen. Daarbij vonden de wetenschappers dat aan alcoholverslaving en bepaalde symptomen van een eetstoornis – zoals binge-eating, overgeven en het gebruik van laxeermiddelen – dezelfde genetische factoren ten grondslag liggen.

Munn-Chernoff benadrukt dat artsen die mensen met een eetstoornis of alcoholverslaving behandelen zich bewust moeten zijn van het feit dat de problemen ook gezamenlijk voor kunnen komen.

“Als je behandeld wordt voor een eetstoornis, vragen hulpverleners eigenlijk nooit naar je alcoholgebruik. En bij een alcoholverslaving is meestal geen aandacht voor eventuele eetproblemen. Wanneer hulpverleners hier bedacht op zijn, zou dat al veel schelen.”

Door: Gezondheidsnet

augustus 24, 2013Permalink

Ik laat mijn dochters niet inenten

‘Ik laat mijn dochters niet inenten’

 

AMSTERDAM – Kinderen vanwege een geloofsovertuiging niet laten inenten, dat is de laatste tijd enorm in het nieuws. Maar ook een steeds groter wordende groep niet-gelovige ouders weigert vaccinaties. Door Frankema (52) noemt het zelfs ‘gif’.

 
Door Frankema met haar twee dochters. Foto: VROUW.
 

 “Ik kwam voor ’t eerst in aanraking met inenten toen mijn oudste net was geboren. Dat was een kwetsbaar moment. Je staat als kersverse moeder stijf van de hormonen en wil niets liever dan je kindje zo goed mogelijk beschermen. En dan valt de folder van het RIVM op de mat. Ik las over allerlei angstaanjagende dingen die mijn kind zonder inentingen kon krijgen, maar niets over wat er nou eigenlijk precies wordt ingespoten. Ik wilde weten wat er in vaccins zit. Toen ik een artikel uit het tijdschrift Onkruid onder ogen kreeg, werd het mij duidelijk. Er stond in dat vaccins niet alleen uit verzwakte ziekteverwekkers bestonden, maar ook allerlei chemische stoffen bevatten. Dit kan niet waar zijn, dacht ik. Wilden ze dat bij mijn kindje inspuiten?

De arts van het consultatiebureau zei dat het inderdaad klopte, maar toen ik doorvroeg hoe ik er dan zeker van kon zijn dat het veilig is, kreeg ik te horen dat ik veel te kritisch was. ‘Zou u het inspuiten bij uw eigen kind?’ vroeg ik de arts. Het antwoord vond ik ontluisterend: ‘Ja, dat zou ik doen, want dát is ons beleid.’ Maar beleid is voor mij geen reden! Vaccineren is geen verplichting, het is een keuze. Ik wilde alleen dat doen wat goed was voor mijn kind en gif inspuiten voelde niet goed. Ik ben nooit meer een consultatiebureau binnen geweest.

Weerstand

Zelf ben ik als kind wel ingeënt en mijn keuze stuitte dan ook nogal op weerstand uit mijn omgeving. Ik kreeg enorm de wind van voren van goede vrienden en van familie, maar ik hield me staande.

In het begin werd ik veroordeeld door familie en vrienden. Ze werden boos en vonden mij een onverantwoordelijke moeder. Maar naarmate ik me meer in de materie verdiepte en hen mijn keuze ook beter kon uitleggen, groeide het begrip. Daarbij zagen ze dat mijn kinderen geen last hadden van allergieën, oorontstekingen en leer- of gedragsproblemen. Ze wilden weten hoe dat toch mogelijk was…

Talloze onderzoeken

Marina Conyn, arts en hoofd van het Rijksvaccinatieprogramma van het RIVM:

Wel of niet vaccineren: het blijft een moeilijke discussie. Natuurlijk willen alle ouders het beste voor hun kind. Het uitgangspunt van het RIVM is dat ons vaccinatieprogramma vrijwillig, maar niet vrijblijvend is. Niet inenten kan voor iedereen enorme consequenties met zich meebrengen. De overheid ziet het als verantwoordelijkheid mensen zo goed mogelijk in hun keuze te begeleiden. Sinds het vaccinatieprogramma is gelanceerd in 1957, voelen wij een voortdurende verantwoordelijkheid om dit zo veilig en goed mogelijk uit te voeren, onderbouwd door talloze wetenschappelijke onderzoeken.”

augustus 23, 2013Permalink

Meer jongeren geïnteresseerd in zorg

Jongeren zijn geinteresseerd in werken in de zorg 

De zorgsoap Malaika heeft haar doel bereikt: meer jongeren zijn geïnteresseerd geraakt in werken in de zorg. Dit blijkt uit een recente meting van Actiz onder de 400.000 kijkers van de zorgsoap.

Bernadet Naber, woordvoerster ActiZ in een interview met Tijdschrift voor Verzorgenden: ‘De resultaten zijn heel positief: bijna een op de vijf kijkers overweegt nu om voor een baan in de zorg te kiezen. Ongeveer 19% van de kijkers heeft door de serie informatie over opleidingen in de zorg opgezocht, en een kwart heeft gesproken met anderen over hoe het zou zijn om in de zorg te werken. Het heeft dus duidelijk een positief effect gehad.’

Gastrol
In Malaika speelde V&VN-lid Lisanne Kuizenga een gastrol. Zij won de actie van V&VN. In V&VN Magazine juli-augustus 2013 stond hiervan een verslag.

Stopgezet
De zorgsoap werd door Actiz bedacht om meer jongeren te interesseren voor werken in de zorg. De soap werd na één seizoen stopgezet bij gebrek aan geld. Bernadet Naber sluit niet volledig uit dat Malaika nooit meer op de buis komt. ‘Het doek is voorlopig gevallen, maar als er opeens een bedrijf opstaat dat roept: “Ik wil investeren!” dan gaan we daar meteen mee aan de slag. Het liefst met dezelfde acteurs en verhaallijnen. Dus ik zou zeggen: kom maar door met dat geld, haha!’

augustus 22, 2013Permalink

Netwerkparticipatie verbetert welzijn clienten

Netwerkparticipatie verbetert welzijn cliënten’‘Netwerkparticipatie verbetert welzijn cliënten’

Nauwere, niet-vrijblijvende betrokkenheid van naasten verbetert het welbevinden van cliënten in de ouderenzorg. Dat constateert de Vierstroom op basis van een experiment op drie van de eigen locaties. De Vierstroom gaat de werkwijze nu voor alle duizend klanten op zestien locaties invoeren.

Daarnaast heeft het moreel appel op familieleden en vrienden om mee te helpen volgens de Vierstroom geleid tot meer netwerkparticipatie. Van de netwerken van nieuwe cliënten komt 88 procent boven de norm van vier uur die Vierstroom heeft gesteld: 59 procent participeert tussen de 4 en 28 uur per maand en 29 procent helpt meer dan 28 uur per maand mee. Gemiddeld gaat het om 12,2 uur per maand per netwerk.

Mantelzorg

De oproep van Vierstroom-bestuurder Jeroen van den Oever om familieleden verplicht te laten meehelpen in verzorgings- en verpleeghuizen leidde vorig jaar tot veel commotie.  Volgens de Vierstroom laat de proef zien dat betrokkenen het beroep dat op hen gedaan wordt gedaan niet als een verplichting ervaren. “Je doet iets omdat je het zelf wilt”, zegt Marjan de Vries, die een dementerende moeder in een wooneenheid bij Vierstroom heeft. Mantelzorgersvereniging Mezzo is nog steeds niet overtuigd en zet grote vraagtekens bij dit nieuwe initiatief.

‘Morele plicht’

Daarnaast heeft de Vierstroom het verplichte karakter afgezwakt, aldus Van den Oever. Enerzijds is het juridisch onmogelijk om mensen te verplichten, want de instelling mag niemand met een zorgindicatie weigeren van de verzekeraar, erkent Van den Oever. Anderzijds gaat het erom dat de participatie bijdraagt aan een prettig woon- en leefklimaat, dus mensen moeten het zelf ook graag willen doen. Van den Oever spreekt van een ‘morele verplichting’.

Dialoog familie en personeel

Van den Oever hamert op noodzaak tot dialoog tussen familie en personeel. Als voorbeeld schetst Van den Oever de situatie in een kleinschalige wooneenheid waar één verzorgende verschillende bewoners moet begeleiden. Als deze de gehaktballen staat te bakken en een bewoner op dat moment hulp nodig heeft, is het kiezen tussen het vlees laten aanbranden of de bewoner laten wachten, terwijl dat eigenlijk niet kan. Bezoekers, zoals familie en vrienden, blijken graag even het eten in de gaten te willen houden, zodat de verzorgde naar de cliënt kan. Maar bezoekers weten vaak niet dat dit gewaardeerd wordt. “Het vergt een cultuuromslag en verandering in denken bij zowel het personeel als de familie en vrienden van de bewoners”, zegt Den Oever. “De medewerker denkt vaak: dat is mijn taak. De familie denkt: dat wil zij niet. Het in gesprek gaan over het bijspringen leidt tot veel ideeën en initiatieven vanuit de netwerken.”

Marjan de Vries blijft bijvoorbeeld bij haar moeder als zij in bad zit. De zorgmedewerker helpt moeder uitkleden en met een tillift het bad in. Daarna blijft de dochter bij haar moeder omdat zij niet alleen in bad kan zijn. “Buitenstaanders zeggen wel eens ‘daar zijn anderen voor, dat is jouw werk niet’. Maar ik doe dit omdat ik het wel en niet uit plichtsgevoel.”

Persoonlijke aandacht

“Het is geen verkapte bezuinigingsmaatregel”, zegt Den Oever desgevraagd. In de visie van Vierstroom is het een noodzakelijke aanvullende dienstverlening zodat cliënten de nodige persoonlijke aandacht krijgen. Vanuit de AWBZ krijgt de instelling financiering die volstaat voor het bieden van zorg, verpleging en behandeling aan cliënten. Vierstroom wil meer bieden. “Het gaat om de persoonlijke aandacht van het netwerk dat de mensen al hadden voor de bij Vierstroom kwamen. Het omzien naar hen en meedoen aan sociale activiteiten. “Het is ook een beetje ontstaan vanwege In voor Zorg. Ons wordt de vraag gesteld hoe we de kwaliteit van leven van cliënten kunnen verbeteren.”

augustus 21, 2013Permalink

Mega-denkkracht focust zich op toekomst zorg

Wat is ervoor nodig dat mensen zolang mogelijk in eigen omgeving functioneren? Mega-denkkracht focust zich op toekomst zorg

Dit najaar starten meer dan 30 focusgroepen en de Nationale DenkTank onder leiding van ervaren en deskundige voorzitters met het beantwoorden van een van de moeilijkste vraagstukken: “Wat is ervoor nodig dat mensen zo lang mogelijk in hun eigen omgeving functioneren en daar zelf verantwoordelijkheid voor nemen?”

De focusgroepen bestaan uit patiënten, burgers, zorgprofessionals, zorgorganisaties, verzekeraars, gemeenten, etc. Het gehele proces, dat tot begin december duurt, wordt begeleid en ondersteund door het Verwey-Jonker Instituut. Resultaten uit deze intellectuele en visionaire krachtmeting worden gepresenteerd tijdens het zorgberoependebat op 13 december in Utrecht.

Nieuwe gezondheidsbenadering

Het uitgangspunt is een nieuwe benadering van gezondheid. De oude, zoals de WHO gezondheid in 1948 definieerde (een toestand van volledig, lichamelijk, psychisch en sociaal welbevinden), is inmiddels achterhaald, zo stelt de Commissie Innovatie Zorgberoepen en Opleidingen. De nieuwe benadering ‘gezondheid is het vermogen van mensen zich aan te passen en eigen regie te voeren, in het licht van fysieke, emotionele en sociale uitdagingen van het leven. Gezondheid betekent zich kunnen aanpassen aan verstoringen, veerkracht hebben, een balans weten te handhaven of te hervinden zowel lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk’ (Huber M, Knottnerus JA, Green L, Horst H, Jadat A, Kromhout D, et al) stelt niet de aandoening, of de afwezigheid daarvan centraal, maar het aanpassingsvermogen van personen en het vermogen tot zelfmanagement wanneer zij hiermee te maken krijgt.

Zowel de denktank als de focusgroepen werken met casuïstiek. Deze casuïstiek is gebaseerd op de resultaten uit de broedplaats Friesland (wat is er nodig in 2030) die inmiddels bekend zijn en eveneens tijdens het zorgberoependebat gepresenteerd zullen worden.

Functioneringsproblemen

Een beperkt kijkje achter de schermen: Hoewel het aantal inwoners in Friesland gelijk blijft, verandert de samenstelling. Het aantal jongeren neemt af en er is een stevige groei van ouderen. In Friesland kunnen we een verdubbeling van het aantal functioneringsproblemen tegemoet zien. In Friesland hebben de ouderen aanzienlijk meer last van functioneringsproblematiek dan de rest van de Nederlandse ouderen.

Kennis en inzicht

TNO geeft, in opdracht van de commissie, inzicht in negen functioneringsprofielen, de meest voorkomende aandoeningen, en de belangrijkste risicofactoren waaronder sociaal economische status (SES) en multimorbiditeit.

Inmiddels is TNO gestart met de analyses in Amsterdam en Rotterdam. Dit is nodig om een betrouwbaar beeld te krijgen van de totale zorgvraag in Nederland in 2030. Uiteindelijk wordt op basis van alle resultaten volgend jaar een eerste aanzet gegeven voor een nieuwe beroepenstructuur in de gezondheidszorg.

Nieuwe benadering

De collectieve denkexercitie in en voor de zorg start bij een nieuwe benadering van gezondheid en richt zich op realistische (toekomstige) casuïstiek. Nooit eerder is, door alle lagen van onze bevolking heen, zo breed nagedacht over dit vraagstuk. Maar ook nooit eerder stond gezondheidszorg voor de transitie die nu noodzakelijk is om de toegankelijkheid, de continuïteit en de betaalbaarheid van de zorg te blijven garanderen.

Marian Kaljouw
Voorzitter Commissie Innovatie Zorgberoepen en Opleidingen

augustus 20, 2013Permalink