Gezondheidszorg Nederland beste

Nederland heeft het beste werkende gezondheidszorgsysteem.

© ANP. Medisch personeel aan het werk in het Albert Schweitzer ziekenhuis in Dordrecht.

Gezondheidszorg Nederland is beste van Europa.  Dat blijkt uit de donderdag in Brussel gepresenteerde European Healthcare Index 2013 van een Zweedse onderzoeksbureau.

De onderzoekers beoordeelden het zorgsysteem in 35 landen en gaven punten. Van de maximaal te scoren 1000 punten kreeg Nederland er 870. Daarmee laat het Zwitserland (851), IJsland (818), Denemarken (815) en Noorwegen (813) achter zich. Servië, Roemenië, Letland en Polen kregen de laagste scores.

De studie roemt het Nederlandse systeem onder meer wegens het hoge aantal onafhankelijke verzekeraars en zorgaanbieders dat om de gunst van de patiënt strijdt. Ook de hoge patiëntbetrokkenheid en de beperkte inmenging door de politiek karakteriseren het Nederlandse systeem.

Hoge kosten

Eigenlijk heeft het Nederlandse zorgsysteem geen zwakke punten, zo concluderen de onderzoekers. Het probleem van lange wachttijden heeft Nederland effectief weten te bestrijden.

Alleen de hoge kosten kunnen in de toekomst problemen opleveren.

Volgens de onderzoekers kunnen andere landen leren van de Nederlandse aanpak: ‘Laat de vakmensen de gezondheidszorg regelen en beperk de operationele invloed van politici’.

Bovenaan

Nederland scoorde 870 uit 1.000 punten. Daarmee eindigt het bovenaan de ranglijst, gevolgd door Zwitserland, IJsland, Denemarken en Noorwegen. Onderaan de ranglijst staan Servië, Roemenië, Letland en Polen. Uit de EHCI blijkt dat er in Europa een kloof bestaat tussen de financieel sterke en zwakke landen.

In 2013 zijn er vrijwel geen zwakkere landen bovenin de ranglijst te vinden.

Het onderzoek is uitgevoerd door Health Consumer Powerhouse Ltd., een in Zweden gevestigd particulier bedrijf. Het bedrijf zegt ‘onbeperkte subsidies’ te ontvangen van Pfizer en Medicover S.A.

november 29, 2013Permalink

Ging huisarts Tromp met het toedienen van morfine een magische grens over

 

 

 

Pieter Smit − 03/11/13, 14:19
© ANP. Injectienaald voor het inspuiten van vloeistof

Huisarts Nico Tromp uit Tuitjenhorn heeft een kankerpatiënt 1.000 milligram morfine en 350 milligram dormicum toegediend, een ‘bovenmatige hoeveelheid’ volgens de Inspectie voor de Gezondheidszorg. ‘Dat heeft met palliatieve sedatie niets meer te maken’, zegt hoofdinspecteur Josée Hansen daarover in de Volkskrant. Een half uur na de injecties in zijn bovenbenen overlijdt Tromps patiënt.

  •  

    In sommige gevallen lag het gemiddelde daggebruik nog hoger

De berichten over het doen en laten van de huisarts stapelen zich op in de media als de inspectie een document openbaar maakt waarin voor het eerst de 1.000 milligram morfine opduikt. Tromp zou zijn patiënt met slokdarmkanker ‘100 keer de toegestane dosis morfine’ hebben toegediend, schrijven diverse nieuwssites. Nos.nl zet het bericht onder deze kop: ‘Huisarts gaf 100 keer de normale dosis.’

‘Normale dosis’
Daarmee wordt beweerd dat er een ‘normale dosis’ morfine bestaat bij palliatieve zorg. Ook wordt gesteld dat die normale dosis 10 milligram is, hoewel onduidelijk is waar deze hoeveelheid vandaan komt. In het document van de inspectie staat daarover niets en ook de artsenvereniging KNMG zegt daar niets over in haar richtlijn palliatieve sedatie. Maar het roept wel de vraag op of 1.000 milligram morfine inderdaad te veel is bij pijnbestrijding en kan leiden tot de dood. Of: is 1.000 milligram altijd een ‘bovenmatige hoeveelheid’ die inderdaad met palliatieve sedatie niets meer te maken heeft?

Zeker niet, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat in 1999 verscheen in het medische vakblad Cancer. Onderzoekers uit Tel Aviv brengen daarin het morfinegebruik van 453 kankerpatiënten in kaart over een periode van twee jaar. Daarvan gebruikten 55 patiënten meer dan 299 milligram morfine per dag om de pijn te bestrijden. Bij de mannen ligt het gemiddelde daggebruik op 1.120 milligram, met uitschieters tot boven de 5.000 milligram. Bij de vrouwen ligt het gemiddelde met 748 milligram flink lager. Het maximum ligt op 1.800 milligram.

De conclusie van de onderzoekers over morfine: ‘Geen significante dosisbeperkende bijwerkingen zijn waargenomen, wat een hoog klinisch veiligheidsprofiel suggereert.’ Het toont aan dat er gevallen bestaan die op een dag ruim 500 keer de in de Nederlandse media ‘normaal’ geachte hoeveelheid kregen. Zonder dat de levensverwachting verminderde ten opzichte van patiënten met lagere doses.

Geleidelijk opgebouwd
Maar pas op: dit wil niet automatisch zeggen dat de dosering die de kankerpatiënt van huisarts Tromp kreeg niet te hoog was. Bij de patiënten in het Israëlische onderzoek werd de dosis geleidelijk opgebouwd. De overleden patiënt uit Tuitjenhorn kreeg in één keer de 1.000 milligram. Bovendien in combinatie met een hoge dosering dormicum.

Het onderzoek toont wel aan dat 1.000 milligram morfine geen magische grens is. Laat staan de ‘normale dosis’ van 10 milligram. De onderzoekers roepen in dat verband nog een vraag op: kun je eigenlijk wel spreken van ‘te veel’ morfine? Hun antwoord: ‘Hoge morfinedosering heeft geen effect op de overlevingskansen van de patiënt.’

Iets dergelijks staat ook in de richtlijn voor palliatieve sedatie van de KNMG: ‘Therapeutische doseringen van opioïden (waaronder morfine, red.) leiden naar alle waarschijnlijkheid in het geheel niet tot verkorting van het leven, ook niet als er sprake is van hoge doseringen.’

‘Het leven wordt niet verkort door morfine’
Onderzoekers van het Taussig Cancer Center in Cleveland zijn stelliger: ‘Het leven wordt niet verkort door morfine.’ Zij komen in hun onderzoek, dat in 2007 in Palliative Medicine verscheen, tot hun conclusie na onderzoek bij kankerpatiënten die morfine kregen tegen de pijn. De belangrijkste gezondheidsstatistieken werden voor en na de pijnbestrijding gemeten. Daarin was geen significante verandering te zien.

Ze voegen er wel aan toe: ‘Het leven wordt niet verkort door morfine, mits correct gebruikt’. Wat ‘correct gebruik’ betekent, wordt niet duidelijk. In een wetenschappelijk commentaar op het onderzoek zijn deskundigen in Palliative Medicine desalniettemin overtuigd. Er is volgens hen geen bewijs dat morfine doodt. ‘We kunnen zelfs zeggen dat het niet geven van morfine aan een lijdende patiënt een wreedheid is.’

 

 

november 4, 2013Permalink

 Meelevend arts

Door: redactie − 02/11/13, 06:00
© anp. Oud-neuroloog Ernst Jansen komt aan bij de rechtbank in Zwolle.

De problemen met de voormalige neuroloog Ernst Jansen Steur (68) hebben diepe wortels. Hij disfunctioneerde al vele jaren voordat een van zijn patiënten hem aanklaagde. Althans, dat zeggen zijn collega’s, die hij ‘domme mensen’ noemde. Een superioriteitsgevoel is een rode draad door het verleden van de arts, zo blijkt uit een reconstructie van de Volkskrant.

Maandag begint de strafzaak tegen de ‘dokter Bibber’ van Enschede. In de grootste medische rechtszaak ooit liggen honderden aangiften. De neuroloog wordt vervolgd voor het opzettelijk benadelen van de gezondheid van negen patiënten, diefstal, verduistering en valsheid in geschrifte.

Eigenaardig maar bevlogen
Aan de hand van gesprekken met betrokkenen en patiënten, onderzoeksrapporten en verscheidene publicaties maakte de Volkskrant een reconstructie. Daaruit blijkt dat Jansen Steur een arts was die door zijn patiënten op handen werd gedragen: warm, meelevend, geduldig. Misschien wat eigenaardig, maar wel bevlogen en briljant.

Zijn collega’s van het Medisch Spectrum Twente in Enschede daarentegen haatten hem. Zij vonden hem een onuitstaanbare ijdeltuit. Omdat hij zichzelf als een absolute topper zag, en zijn collega-neurologen als hopeloze sukkels.

Auto-ongeluk
Volgens betrokkenen is het helemaal gedaan met de arts na een auto-ongeluk in 1990. Jansen Steur loopt bij een ongeluk een gecompliceerde heupfractuur op. Zijn broer zegt dat hij  ‘daarna niet meer naar andere mensen luisterde ‘. De familie heeft het contact met hem verbroken. ‘Hij is helemaal van het padje geraakt’, zeiden ze.

De rechtszaak tegen de ex-neuroloog gaat 15 dagen duren. Het vonnis wordt verwacht in februari.

‘Ik ben niet die horrordokter.’ Dat zei ex-neuroloog Ernst Jansen vanmiddag tijdens de tuchtrechtzaak tegen hem bij de rechtbank in Zwolle. ‘Wat er is gebeurd, is nooit opzet geweest’, zei hij. Jansen vindt dat het aan de tuchtrechter is om te beslissen of hem iets te verwijten valt.

‘U en ik hadden een goed contact, beter dan je bij anderen kan krijgen’, zei de ex-neuroloog tegen alle klagers vrijdag. ‘Het deed me goed om u weer te zien vandaag, en dat meen ik oprecht.’

‘Er zijn afschuwelijke dingen gebeurd, met heel veel persoonlijk leed. Naar uw mening heb ik daar als arts een belangrijke rol in gespeeld’, zo zei hij tegen de klagers. Jansen sprak van een ‘gigantisch wantrouwen jegens mij. Ik hoop dat ik dat heb kunnen verminderen of relativeren’.

november 2, 2013Permalink