Etiketten op voedsel

PvdA wil begrijpelijk etiket op voedsel

Weg met de onduidelijke etiketten vol kleine lettertjes en e-nummers op voedsel. Als het aan PvdA-Kamerlid Sjoera Dikkers ligt, komen er etiketten die voor iedereen begrijpelijk zijn.

Foto:  ANP

Dikkers dringt daar woensdag op aan in het debat met staatssecretaris Sharon Dijksma (Economische Zaken) en minister Edith Schippers (Volksgezondheid).

Dikkers vindt dat al die kleine lettertjes en e-nummers nu te vaak verhullen wat er echt in een product zit.

“Voor het zuiveren van appelsap wordt bijvoorbeeld varkensgelatine gebruikt. Bijna niemand weet dat, want mensen moeten zelf maar uit codes of geheimtaal ontcijferen dat bij bepaalde e-nummers varkensbotten of vet zijn verwerkt. Dat moet transparanter. Consumenten moeten kunnen weten wat ze eten.”

Ook de namen van producten, storen het Kamerlid. Want de grens tussen verleiden en misleiden van de consument wordt regelmatig overschreden, meent Dikkers.

“In bosbes-kiwi-sap zit bijvoorbeeld maar een klein percentage bosbes en voornamelijk appelsap. Dan vraag ik me af of de naam ‘bosbes/kiwi-sap’ nog wel gerechtvaardigd is.”

 

Afspraken

 

Als het aan de PvdA ligt, worden er nu snel afspraken gemaakt met producenten van voedsel en supermarkten over betere informatievoorziening. En de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) mag van Dikkers best wat actiever worden.

“De NVWA controleert nu alleen etiketten als er een klacht binnenkomt. Dat mag wel wat actiever. Op veel etiketten staat gewoon ronduit misleidende informatie. Consumenten moeten er op kunnen vertrouwen dat ze een eerlijk product krijgen.”

Door: ANP 

december 18, 2013Permalink

Pleidooi voor ruimte

Beleid of bureaucratie dichter bij de burger?

De Nederlandse verzorgingsstaat barst uit haar voegen. Collectieve voorzieningen zijn te veel ten dienste komen te staan van onze individuele behoeften-bevrediging. Daardoor consumeren we individueel meer collectieve goederen dan we gezamenlijk willen of kunnen betalen. Het roer moet om. We moeten nut en noodzaak van onze collectieve voorzieningen opnieuw leren definiëren. Getuige de decentralisaties gaat dit voor een belangrijk deel op lokaal niveau gebeuren. Gemeenten staan dicht bij burgers en kunnen maatwerk ontwikkelen.

Ongelijke gevallen behandelen naarmate ze verschillen

Het systeem loopt nu vast omdat hulpverleners te veel ongelijke gevallen gelijk moeten behandelen. Terwijl de kern van maatwerk juist is, dat in diversiteit rechtvaardigheid wordt gezocht in plaats van in gelijkheid. Niet het gelijk behandelen van gelijke gevallen staat dan voorop, maar het ongelijk behandelen van gevallen naarmate ze van elkaar verschillen. Het gaat er dus om dat we in de toekomst leren gelegitimeerd uitzonderingen te maken. Daarvoor is ruimte in de uitvoering nodig.

Dworkin’s Donut

In februari overleed rechtsfilosoof Ronald Dworkin. Hij vergeleek de ruimte die publieke professionals hebben met een donut. De regels, procedures en protocollen vormen het deeg. Maar regels hebben ruimte nodig om effectief te kunnen zijn. Dat is het gat in de donut. Tegelijkertijd bestaat die ruimte niet zonder die regels. Regels en ruimte zijn op die manier een voorwaarde voor legitiem én effectief bestuur.

Ondanks een grote roep om ruimte op lokaal niveau krijgt de ruimte in de donut vooral top-down vorm. Professionals vragen vooral veel ruimte van gemeenten. Gemeenten vragen ruimte van het Rijk. Terwijl op dit moment beleidsmakers van zowel gemeenten als het Rijk vooral beleid ontwikkelen waarbinnen die ruimte beheerst kan bestaan. Op die manier decentraliseren we vooral de bureaucratie van onze verzorgingsstaat. Dit gaat ten koste van de mogelijkheid haar opnieuw in te richten.

Ruimte om te ontwikkelen

De verzorgingsstaat van de toekomst heeft niet zozeer lokale ruimte om te functioneren nodig, maar ruimte om zich lokaal te ontwikkelen. Die ontwikkeling zal eerder permanent dan tijdelijk zijn. Daarom is een dynamische relatie tussen Rijk en gemeenten vereist. Een relatie waarin beide overheden zich inzetten om vanuit de wens om maatwerk in de uitvoering te realiseren, het gelijkheidsbeginsel opnieuw vorm te geven. Alleen vanaf de werkvloer kunnen professionals leren, wanneer het maken van uitzonderingen werkt en wanneer niet. Alleen op de werkvloer kan geleerd worden welke ongelijke gevalleen ongelijk zijn en aldus ongelijk behandeld kunnen worden. Het is vervolgens aan de politiek om deze manier van werken, al dan niet, te legitimeren. Los van de vraag of het werkt. Maar vooral vanuit de vraag wat de politiek wil qua doelmatigheid en solidariteit bijvoorbeeld. Vervolgens kunnen beleidsmakers de politieke legitimatie expliciteren en omzetten in nieuwe doelen, regels procedures en protocollen.

Maatwerk & willekeur: twee kanten van dezelfde medaille

Kortom: alle roep om ruimte is prematuur zolang het geen expliciete roep om ruimte voor ontwikkeling is. Niemand weet nog precies hoe de nieuwe zorgarrangementen er uit gaan zien. Of hoe effectief ze zijn. Of hoe efficiënt. Dat moeten instellingen en overheden gezamenlijk ontwikkelen. Dat kan alleen als het Rijk gemeenten daartoe voldoende ruimte biedt en gemeenten op hun beurt de uitvoerders. Maar daar hoort ook bij dat de weg terug van uitvoerder naar gemeenten en van gemeenten naar Rijk ontwikkeld wordt. Want maatwerk en willekeur zijn twee kanten van dezelfde medaille. En dat vereist politieke legitimatie.

Leren met vallen en opstaan

De Nederlandse verzorgingsstaat is groot geworden doordat maatschappelijke en democratische instituties elkaar de ruimte boden. Die ruimte is opnieuw nodig. Niet zozeer op Rijksniveau of op gemeentelijk niveau. Maar in de interactie tussen politiek, beleid en uitvoering. Dat zal niet in één keer goed gaan. Maar de verzorgingsstaat van het verleden was ook niet van de één op de andere dag klaar. We leerden zorg en sociale zekerheid met vallen en opstaan vormgeven. Dat is nu opnieuw nodig.

Dr. Albert Jan Kruiter, Eelke Blokker en Harry Kruiter werken voor het Instituut voor Publieke Waarden. Op verzoek van de G32 schreven zij “Van 3 decentralisaties naar 3-dimensionaal:
een pleidooi voor ruimte.” Op 10 september 2013 wordt dit pamflet aangeboden aan de Tweede Kamer.

Hier leest u de hele publicatie op tabletformaat. Meer weten? Mail: info@publiekewaarden.nl

Van3Dnaar3D.png

 

december 13, 2013Permalink

Gezond overgewicht

‘Gezond overgewicht bestaat niet’

Te dik zijn is altijd ongezond. Ook als je cholesterol, bloeddruk en bloedsuiker normale waarden hebben. Dat blijkt uit onderzoek onder meer dan 60.000 mensen.
Foto:  Getty Images

Er wordt wel eens gezegd dat mensen met overgewicht niet per se gezondheidsrisico’s lopen als ze verder gezond blijven.

Onderzoekers van het Mount Sinai Hospital in Toronto laten nu het tegendeel zien. Zij publiceren de resultaten van hun onderzoek in Annals of Internal Medicine.

Voor de studie keek onderzoeksleider Ravi Retnakaran met zijn collega’s naar verschillende onderzoeken naar de gezondheid van het hart en overgewicht.

 

Lange termijn

 

Op de lange termijn – de onderzoekers keken naar een periode van tien jaar – leidt overgewicht toch tot eerder overlijden. Mogelijk heben deze mensen geen last van het metabool syndroom, maar door overgewicht verergeren onderliggende risicofactoren met de tijd.

“Dit stelt gezond overgewicht heel erg ter discussie”, aldus Retnakaran.

“Ons onderzoek laat zien dat mensen met overgewicht met en zonder een normale stofwisseling, een verhoogd risico hebben op overlijden als gevolg van een hart- en vaatziekten. Tegelijkertijd gezond en dik zijn, lijkt dus een mythe.”

Door: Gezondheidsnet

december 4, 2013Permalink

Energiedrankjes negatieve invloed

Houd kind weg bij energiedrank

Energiedrankjes hebben een aantoonbaar negatieve invloed op de hartslag. Kinderen en mensen met hartproblemen moeten deze cafeïnebommen daarom vooral laten staan, zo waarschuwen onderzoekers.

Een team van de Duitse Universiteit van Bonn bracht de harten van 17 mensen in kaart, een uur nadat zij een energiedrankje hadden gedronken. De hartkamer die het bloed door het lichaam pompt moest een uur na het drinken van het drankje duidelijk harder werken, waardoor de hartslag flink opliep.

Dr. Jonas Dorner: “Tot nu toe was het effect van deze drankjes op de functie van het hart nog niet precies bekend. We weten wel dat er drie keer meer cafeïne in energiedrank zit, dan in andere cafeïnehoudende dranken zoals koffie of cola. Er zijn inmiddels veel bijwerkingen bekend die geassocieerd kunnen worden met deze hoge cafeïneinname waaronder een snelle hartslag, hartkloppingen, een hoge bloeddruk en in de meest ernstige gevallen zelfs een hartaanval of plotselinge dood.”

Onderzoek

De onderzoekers gaven de deelnemers een drankje met een hoge concentratie cafeïne (32 mg per 100 ml) en taurine (400 mg per 100 ml).

Dorner: “Dat energiedrank een kort termijneffect op het hart heeft is nu duidelijk. We moeten echter nog onderzoeken wat dit voor concrete gevolgen op de dagelijkse activiteiten of bijvoorbeeld athletische prestaties heeft.”

Voor nu adviseert het onderzoeksteam kinderen en mensen met hartproblemen in ieder geval om de energiedrankjes te laten staan.

BRADFORD -Een van de grootste supermarktketens van Groot-Britannië stopt met de verkoop van energiedrankjes aan kinderen en jongeren onder de 16 jaar. Dat meldde de BBC vrijdag. De directie van Morrisons (meer dan 500 filialen) is bezorgd over de „gevolgen die de drankjes met enorm veel cafeïne mogelijk op kinderen hebben”, stelde een woordvoerder.

Foto: ANP

In de winkels in Glasgow, Dorset, Leeds, Cheshire, Staffordshire en Suffolk is het verbod al van kracht en moeten jonge mensen met een identiteitsbewijs kunnen aantonen dat zij de minimumleeftijd al hebben bereikt. Het gaat om blikjes van de merken Red Bull, Monster en Relentless, elk met zeker 320 milligram cafeïne per liter.

Morrisons is de eerste keten die deze stap zet, maar er is al langer veel te doen over de energiedrankconsumptie van Britse tieners. Op Schotse scholen zijn de blikjes al bij wet verboden. Kinderen worden vaak hyperactief van de drankjes, maar over de langetermijneffecten van intensief gebruik is weinig bekend.

 

december 2, 2013Permalink

Jaarlijks drieduizend keer gehoorschade werk

Jaarlijks melden zich bijna drieduizend mensen bij een bedrijfsarts, omdat ze gehoorschade hebben opgelopen tijdens hun werk. Gehoorbescherming wordt niet altijd gedragen en dempt niet altijd naar behoren.

Foto:  ANP

Dat blijkt uit het rapport Kerncijfers beroepsziekten 2013 van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB), een tak van het AMC in Amsterdam.

”De beschermingsmiddelen zijn op zich adequaat”, legt beroepsziektenspecialist bij het NCvB Bas Sorgdrager uit. ”Maar we missen nog de technische oplossing voor het filteren van schadelijk lawaai en het doorlaten van gewenste geluiden. Dat bepaalt het aantal werkenden ‘at risk’.”

Volgens Sorgdrager is er sprake van ”conflicten van plichten”. Op bijvoorbeeld een bouwplaats zijn werknemers verplicht gehoorbescherming te dragen, maar ze moeten ook waarschuwingsgeluid kunnen horen en voldoen aan de eisen die aan communicatie worden gesteld. ”Dit conflict is er ook in andere sectoren, zoals in de industrie.”

 

Bouw

 

De bouw is volgens het rapport verantwoordelijk voor 90 procent van alle gevallen van gehoorschade, zoals verminderd gehoor, oorsuizen of doofheid. Maar volgens Sorgdrager is dat een vertekend beeld. ”De bouwnijverheid is de enige branche waarin actief gehoorschade wordt opgespoord door systematisch preventief medisch onderzoek.”

Volgens Sorgdrager is er sprake van ‘conflicten van plichten’. Op bijvoorbeeld een bouwplaats zijn werknemers verplicht gehoorbescherming te dragen, maar ze moeten ook waarschuwingsgeluid kunnen horen en voldoen aan de eisen die aan communicatie worden gesteld. ‘Dit conflict is er ook in andere sectoren, zoals in de industrie.’

Onvoldoende onderzoek
De bouw is volgens het rapport verantwoordelijk voor 90 procent van alle gevallen van gehoorschade, zoals verminderd gehoor, oorsuizen of doofheid. Maar volgens Sorgdrager is dat een vertekend beeld. ‘De bouwnijverheid is de enige branche waarin actief gehoorschade wordt opgespoord door systematisch preventief medisch onderzoek.’ In bijvoorbeeld de industrie ‘is het preventief medisch onderzoek door een vrijblijvend karakter onvoldoende ontwikkeld. Daardoor is er ook een onderrapportage van meldingen.’

Lawaai is overigens niet de enige oorzaak van slechthorendheid veroorzaakt door het werk. Ook chemicaliën en medicijnen kunnen nadelig uitpakken voor het gehoor. Bij een verlies van 30 decibel aan gehoor in de frequentie waarop de meeste mensen praten, is er sprake van een ‘sociale handicap’, aldus het rapport. Het aantal mensen dat zich jaarlijks meldt bij de bedrijfsarts met gehoorproblemen stijgt de laatste jaren lichtjes.

Door: ANP

december 1, 2013Permalink