Data-analyse verbetert prestaties zorg

datamining

In de zorg is een groeiende berg aan data te vinden in tal van systemen, van medische systemen tot EPD’s. Denk echter ook aan lab- en beeldgegevens als CT- en MRI-scans en wetenschappelijke publicaties. Daarnaast is er steeds meer ongestructureerde informatie voorhanden in tweets, e-mails en sms’jes. Deze ‘big data’ zijn een bron voor het detecteren van trends en het onderbouwen van beslissingen. Tijdens vakbeurs Zorg & ICT, van 25 tot en met 27 maart in Jaarbeurs Utrecht, worden actuele thema’s als big data behandeld in diverse onderdelen van het inhoudelijke programma.

 

“Door data slim toe te passen, kun je nieuwe inzichten opdoen. Stel dat je de gegevens van patiënten die dezelfde ziekte hebben, kunt koppelen. Analyses van deze data kunnen dan bijvoorbeeld trends laten zien en kennis aanreiken om preventieve maatregelen te treffen. Dit leidt tot betere zorg en mogelijk lagere zorgkosten”, stelt René van Duijkeren, big data-specialist bij i3 groep-dochter Smart Information Solutions. Op de stand op vakbeurs Zorg & ICT brengt i3 groep de mogelijkheden voor data-analyse uitgebreid over het voetlicht. Veel data zitten nu opgesloten in aparte databases. Het is mogelijk deze data te incorporeren in één informatiesysteem of datawarehouse-toepassing, zodat ze makkelijk terug te vinden zijn en geschikt voor razendsnelle data-analyse. “Bij Diagnose Behandeling Combinatie Onderhoud (DBC) is de rapportage over geconsolideerde behandelingen teruggebracht van acht dagen naar 45 minuten. (Een DBC is een pakketje zorg met alle informatie over de behandeling die een patiënt krijgt voor een bepaalde aandoening). Daarnaast werd een substantieel lagere Total Cost of Ownership gerealiseerd.”

 

Infecties sneller te voorspellen
Een van de mogelijkheden voor data-analyse is predictieve analyse. “In de VS worden van patiënten niet alleen klinische data geanalyseerd, maar ook gegevens over hun achtergrond, zoals drank- en rookgewoonten en hun sociale positie. Risicovolle patiënten worden dan beter begeleid, wat leidt tot minder heropnamen in het ziekenhuis.” Van Duijkeren noemt het voorbeeld van een couveusebaby, die met tal van sensoren werd gevolgd, vaak wel zo’n duizend waarnemingen per seconde. “Deze baby’s zijn gevoelig voor infecties. Met data-analyse kunnen infecties sneller worden voorspeld. Artsen konden wel 24 uur eerder ingrijpen, wat de kans op herstel vergroot. Juist bij de zorg in Nederland met zijn grote nadruk op preventie, zal deze analyse aanspreken”, aldus Van Duijkeren. De volgende stap noemt hij prescriptieve analyse.

 

i3 groep is business-partner van de grote leveranciers, zoals IBM. Met zijn supercomputer Watson kan deze koploper op het gebied van data-analyse artsen adviseren wat de beste behandeling is. Watson is in staat informatie te vergaren uit een arsenaal van bronnen, van de systemen in ziekenhuizen tot wereldwijde vakliteratuur. De supercomputer kan ook de complexe, ongestructureerde informatie analyseren. Van Duijkeren is van mening dat de zorg meer in data-analyse moet investeren. “Het delen van data wordt de nieuwe norm.”

 

In het lezingenprogramma van Zorg & ICT, is nog meer aandacht voor het onderwerp big data. Het Belgische bedrijf iknow, onderdeel van het Amerikaanse Intersystems, laat aan de hand van enkele casestudies zien hoe de meer dan 95 procent ongestructureerde data in de zorg op een slimme manier benut kunnen worden, onder meer door zinvolle medische begrippen te detecteren.

 

 

 

januari 31, 2014Permalink

Downtest zwangeren kan nauwkeuriger’

De combinatietest die zwangere vrouwen ondergaan als ze willen weten of hun ongeboren kind het downsyndroom heeft, kan veel nauwkeuriger.

Foto:  Thinkstock

Dat zegt arts en onderzoeker Melanie Engels van het VUmc.

Door eerder in de zwangerschap bloed af te nemen bij de vrouw dan nu gebeurt en door haar leeftijd buiten beschouwing te laten, leidt de test minder vaak tot vals alarm. 

De combinatietest geeft geen uitsluitsel of een kind het syndroom van Down heeft, maar bepaalt de kans dat een ongeboren kind de chromosoomafwijking heeft.

Factoren die gebruikt worden om deze kans te bepalen zijn bloedwaardes, een echo van het kind en de leeftijd van de moeder.

Volgens Engels krijgen ‘oudere’ zwangeren daardoor vaker dan jongere vrouwen ten onrechte een ‘verhoogde kans’ als uitslag. Ook het tijdstip van bloed afnemen beïnvloedt de uitslag waardoor vaker vals alarm volgt.

 

Vruchtwaterpunctie

 

Vrouwen die een verhoogde kans als uitslag krijgen kunnen een vruchtwaterpunctie laten doen om uitsluitsel te krijgen. De punctie geeft wel 100 procent zekerheid, maar brengt een (klein) risico van een miskraam met zich mee. Volgens Engels is het daarom gunstig om het aantal puncties te beperken.

Engels onderzocht ruim 35.000 zwangeren die in de periode van 2004 tot en met 2011 in Noord-Holland een combinatietest hadden laten doen. De arts hoopt vrijdag op haar onderzoek te promoveren.

 

 

 

januari 30, 2014Permalink

Registratielast zorg schiet door

25/01/14, 06:41  − bron: ANP
© ANP. Ongeveer de helft van de verpleegkundigen zegt 2 tot 3 uur per dag bezig te zijn met administratieve handelingen.

De registratielast in de zorg is de afgelopen jaren doorgeschoten. De patiëntenzorg heeft daar inmiddels flink onder te lijden. Dat zegt bijna 90 procent van de ondervraagde verpleegkundigen en verzorgenden, blijkt uit onderzoek van de NOS in samenwerking met de beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN).

De NOS vroeg leden van de V&VN naar hun ervaring met registreren over de afgelopen 5 jaar. 1.129 mensen reageerden. Bijna 80 procent gaf aan dat de balans tussen patiëntenzorg en registratielast de afgelopen jaren flink verstoord geraakt is.

Ongeveer de helft zegt 2 tot 3 uur per dag bezig te zijn met administratieve handelingen. Twintig procent gaf zelfs aan hier meer dan 3 uur per dag aan kwijt te zijn. “Veel meer dan 5 jaar geleden.”

p>

Toenemende registratielast in de zorg is al jaren een punt van ergernis van verpleegkundigen en verzorgenden. V&VN vindt dat veel kritischer moet worden gekeken naar de aard en de frequentie van registratie.

Helma Zijlstra, directeur V&VN: “Verpleegkundigen en verzorgenden hebben hun vak natuurlijk gekozen vanuit een passie voor patiëntenzorg. Het gaat wringen als ze te veel tijd kwijt zijn met registreren en de balans zoek is met tijd voor patiënten. Onze leden zien het belang van meten en registreren, maar de hoeveelheid en manier van registreren zijn wel bepalend voor de motivatie om dat te doen. We zien nu dat meetresultaten vaak niet teruggekoppeld worden aan onze beroepsgroep. Terwijl we weten dat juist die betrokkenheid bij registratie en de relevantie voor hun eigen werk, registratie pas echt zin geeft.”

“Rapporteren dat ik rapporteer”

De meeste deelnemers erkennen dat een bepaalde mate van registreren van belang is voor het waarborgen van de kwaliteit van zorg. Maar tegelijkertijd ervaren veel deelnemers de druk van registreren om te registreren. “Veel zaken hebben niets te maken met directe patiëntenzorg, maar moet in opdracht van verzekering of inspectie. Het lijkt wel een motie van wantrouwen richting ons als professionals.”

p>

Een veel voorkomende ergernis is het moeten invullen van dezelfde zorgvragen op verschillende formulieren en in verschillende systemen. Verslaggeving moet daardoor vaak driedubbel gebeuren.

Ook de relevantie van scoreformulieren staat ter discussie. “Bij relatief gezonde patiënten, met een enkelvoudige zorgvraag, moet ik alle kwaliteitsaspecten bespreken, registreren en in drie zorgplannen verwerken. Het overzicht en de eenvoud zijn kwijtgeraakt.”

Veel deelnemers gaven aan problemen te moeten registreren die er op dat moment niet zijn. Voedingstoestand, valrisico, decubitus, pijn, delier. Het scoren van al die afzonderlijke punten kost tijd. Dat is volgens deelnemers geen bezwaar, mits het relevant is voor de patiënt. “Pijnregistratie moet ik voor iedere patiënt zowel op papier als in het dossier, als in de computer invoeren. Ook bij mensen die geen pijn hebben. Ik moet niet alleen val-incidenten melden, maar ook bijna-val-incidenten. Waarom? Er gebeurt vervolgens niets mee.”

p>

Wetenschappelijk onderzoek

“Het aantal score-formulieren is de laatste jaren dramatisch toegenomen”, zegt een verpleegkundige. “Het invullen kost niet alleen veel tijd, die variatie is ook niet goed voor de continuïteit en bewijslast van wetenschappelijk onderzoek.”

Van de respondenten gaf meer dan de helft aan langer dan 20 jaar werkzaam te zijn in de zorg. Ongeveer de helft is werkzaam in het ziekenhuis. Bijna een kwart in de thuiszorg.

p>

Reageren? Mail naar roselien.herderschee@nos.nl

 

 

irecteur Helma Zijlstra van V&VN stelt dat veel zaken niets te maken hebben met directe patiëntenzorg, maar in opdracht van de inspectie of verzekeraars moeten.

 


|

 

januari 25, 2014Permalink

Slechte jeugd

Een slechte jeugd blijkt voordelen op latere leeftijd te hebben Een stressvolle jeugd kan de kans op depressie in stressvolle situaties op latere leeftijd verkleinen. Omgekeerd kan een rustige jeugd juist een grotere kans geven op depressie bij stress op latere leeftijd. Bepalend hiervoor is welk type aandachtsstijl iemand heeft. Deze verrassende uitkomst blijkt uit onderzoek van onderzoeker Esther Nederhof van het UMCG. Zij publiceert hierover deze week in het vooraanstaande tijdschrift Psychological Science.   Een algemene aanname is dat stress de kans op depressie vergroot. Uit het onderzoek van Nederhof blijkt dat deze relatie er voor sommige mensen er juist heel anders uitziet. Voor haar onderzoek liet Nederhof ongeveer duizend deelnemers twee testen uitvoeren. De eerste test betrof het uitvoeren van een saaie taak. Deelnemers die langdurig heel weinig veranderingen hadden bij het uitvoeren van deze taak, kunnen heel goed hun aandacht richten. Zij worden ‘sustainers’ genoemd. In een tweede test ging zij na hoeveel trager deelnemers werden als ze er een tweede taak bij kregen. Deelnemers die hier goed op scoren en weinig vertraging hadden, zijn goed in het switchen van hun aandacht. Deze groep wordt ‘shifters’ genoemd.   Nederhof toont aan dat sustainers met weinig stress in de kindertijd een heel grote kans hebben om depressief te worden als zij recent veel stress meemaakten. “Deze groep is niet per se gevoeliger voor stress, maar wel voor de mismatch tussen het stressnivieau tijdens hun kindertijd en hun recente stressniveaus”, zegt Nederhof. “Zij hebben hierdoor een grotere kans op een depressie. Sustainers die vroeg in het leven vaak en veel stressvolle omstandigheden meemaakten, hebben bij recente stress juist een kleinere kans om depressief te worden dan alle andere groepen. Het lijkt er op dat zij van jongs af aan geprogrammeerd zijn om met stress om te kunnen gaan.”   De controlegroep in het onderzoek van Nederhof laat precies zien wat je verwacht: bij hen neemt de kans op een depressie toe naarmate zij meer recente stress hebben, ongeacht de mate van stress in hun jeugd. Bij de groep shifters lijkt er helemaal geen relatie te zijn tussen stress en depressie. “Zij lijken hun schouders ophalen en iets anders te gaan doen, in plaats van bij de pakken neer te zitten na een stressvolle gebeurtenis”, zegt Nederhof.   Volgens Nederhof zijn deze uitkomsten van groot belang bij beroepskeuzes en beroepsuitoefening van mensen. “Het kan bijvoorbeeld verklaren waarom sommige politieagenten na grote onlusten wel psychische problemen krijgen, en anderen niet. Ook bij de selectie van militairen voor een stressvolle missie in het buitenland zijn deze gegevens essentieel.”   Nederhof maakte voor haar onderzoek gebruik van de gegevens van de langdurige TRAILS-studie. TRAILS volgt sinds 2001 een groep Noord Nederlandse jongeren in hun psychische, sociale en lichamelijke ontwikkeling op weg naar de volwassenheid. Bijna 2900 jongeren doen mee, al vanaf hun tiende jaar. Recent is de vijfde meting van deze groep jongeren afgerond.

 

 

 

januari 21, 2014Permalink

Waarom alcohol voor mannen slechter is dan voor vrouwen

© afp.

Een van de grootste studies inzake alcoholgebruik bij mannen en vrouwen van middelbare leeftijd toont aan dat stevig drinken het meest schadelijk is voor mannen. Geheugen en snelheid van denken houden beter stand bij de vrouwen. Het onderzoek, waarvan de resultaten verschenen in het tijdschrift Neurology, werd uitgevoerd bij 5054 mannen en 2099 vrouwen met een leeftijd tussen 44 en 69 jaar. Het toont aan dat de schadelijke gevolgen van alcohol erger zijn bij mannen dan bij vrouwen. In het tien jaar durende onderzoek werden de testpersonen drie keer onderzocht. Onder meer de achteruitgang van het geheugen en de uitvoerende functies van het brein (zoals de snelheid van denken) door toedoen van overmatig alcoholgebruik werden daarbij getest. Cognitieve achteruitgang Mannelijke geheelonthouders of matige drinkers, bleken geen cognitieve achteruitgang te boeken. Mannen die per dag 36 gram (circa 0,03 liter) alcohol of meer dronken gedurende tien jaar, hadden het meest last van geheugenverlies en konden minder snel denken dan zij die minder alcohol verzetten. Ter vergelijking: een klassiek glas whisky is ongeveer 0,04 liter maar bevat “slechts” 0,017 liter pure alcohol. De stevige drinkers zoals gedefinieerd in deze studie dronken dus dagelijks minstens twee glazen sterke drank of het equivalent in wijn (0,2 liter) of bier (0,7 liter). Vrouwen die het etiket stevige drinker opgeplakt kregen in deze studie, moesten dagelijks minstens 19 gram (0,017 liter) zuivere alcohol tot zich nemen, ongeveer de helft van de hoeveelheid van mannen. Dit verschil wordt algemeen aangenomen omdat vrouwen over een ander metabolisme beschikken. Oestrogeen De vrouwelijke testpersonen vertoonden opvallend minder schade aan de hersenen dan hun mannelijke lotgenoten. Ook al kon de studie daarvoor geen verklaring geven, het hormoon oestrogeen zou een rol kunnen spelen. In een eerdere studie werd immers aangetoond dat dit hormoon als een soort bewaker voor de hersenen optreedt. Hogere oestrogeengehaltes worden ook gelinkt aan een verminderde kans op Alzheimer. Ook al blijkt alcohol een minder schadelijke invloed uit te oefenen op de hersenen van vrouwen, toch blijft drinken met mate de boodschap, niet het minst wegens van de schadelijke gevolgen ervan voor de lever.

januari 20, 2014Permalink

RET-chauffeur reed 20 jaar zonder rijbewijs

18-1-14 – 08:11  bron: Algemeen Dagblad© ANP.ROTTERDAM Een 59-jarige buschauffeur uit Rotterdam blijkt 20 jaar zonder rijbewijs te hebben gereden. Zijn baas, het Rotterdamse vervoerbedrijf RET, wist van niets en heeft hem meteen ontslagen.

De zaak kwam aan het licht doordat de man onlangs een aanrijding veroorzaakte. Hij had vier keer zoveel alcohol gedronken als toegestaan. Met zijn flink beschadigde bus – met daarin zeven passagiers – was Christiaan M. doodleuk doorgereden. Gisteren stond hij voor de rechter.Bij die zitting openbaarde de officier van justitie dat de man al decennia zonder rijbewijs achter het stuur zit. Bij zowel de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) als het CBR (Centraal Bureau Rijvaardigheid) staat de man niet geregistreerd. Zelf hield hij voor de rechter overigens vol dat hij wél een rijbewijs heeft, maar dat hij het is ‘kwijtgeraakt’. Toen de rechter hem vroeg het te tonen, zei de chauffeur: ‘Ik heb mijn hele huis overhoop gehaald, maar heb het niet gevonden. Ik denk dat het nog in mijn RET-jasje zit.’ Het CBR bevestigt desgevraagd dat de man in elk geval de laatste 20 jaar onmogelijk een rijbewijs kan hebben gehad, omdat hij in geen enkel systeem voorkomt.

Rijbewijs
Opmerkelijk genoeg is de man in 2011 ook al eens betrapt op rijden onder invloed én rijden zonder rijbewijs, maar de RET zegt daarover nooit door de betrokken instanties te zijn geïnformeerd. Hoe de man zonder een rijbewijs überhaupt ooit een baan als buschauffeur kon krijgen, kan de RET niet zeggen.

Voor het rijden onder invloed had de chauffeur ook al een opmerkelijke verklaring. Hij zat beschonken achter het stuur, omdat hij de avond ervoor wat op had tijdens een feestje, zei hij. Dat zat de volgende ochtend nog in zijn bloed. ‘Dan moet u die avond wel erg veel hebben gedronken,’ aldus de rechter.

De buschauffeur zegt dat hij tijdens het ongeluk een black out had. ‘De oorzaak kan de alcohol zijn geweest, of een lichte beroerte. Als ik had geconstateerd dat ik iemand had aangereden, was ik geen meter verder gereden. Stom dat het zo is gebeurd. Ik had me die ochtend ziek moeten melden.’ De man kreeg een boete van 1150 euro. Hoewel hij al geen rijbewijs heeft, legde de rechter hem ook nog een ontzegging van de rijbevoegdheid op.

januari 18, 2014Permalink

Google ontwikkelt slimme contactlens voor diabetici

Google werkt aan de ontwikkeling van een contactlens, speciaal voor diabetici. De lens moet worden voorzien van een chip die de suikerspiegel in tranen meet.

Foto:  Google

Dat meldt het bedrijf vrijdag via een blog.

De bedoeling is dat de chip een waarschuwing geeft zodra de bloedsuikerwaarde gevaarlijk wordt. De drager van de contactlens ziet een ingebouwd led-lampje branden en weet dat hij of zij insuline moet innemen.

Google zegt met het maken van de lens het leven van diabetici te willen verbeteren. De lens meet elke seconde de suikerspiegel. Een prototype van de lens wordt nu getest en is nog niet klaar voor massaproductie.

Het internetbedrijf laat weten de lens niet zelf op de markt te willen brengen, maar te willen werken met partners. Bovendien laat Google in de blog doorschemeren dat de slimme lens voorlopig nog toekomstmuziek is. “Er moet nog een hoop werk gedaan worden”, schrijft het bedrijf.

De lens, die bestaat uit twee contactlenzen met daar tussen een chip en een lampje, is ontwikkeld door Google X, een afdeling van het bedrijf dat zich richt op baanbrekende projecten.

 

Diabetes Fonds

 

Het Diabetes Fonds is blij met de plannen van Google. ”Wij juichen dit initiatief van Google toe. Dit kan echt het verschil maken voor mensen met diabetes. Als dit lukt wordt meerdere keren per dag in je vinger prikken verleden tijd”, zei directeur Hanneke Dessing van het Diabetes Fonds vrijdag.

Ook in Nederland wordt er gewerkt aan methoden om pijnloos de bloedsuiker te meten. ”Samen met TNO werkt het Diabetes Fonds hard aan lichttechnologie. Hiermee kan je met een sensor dwars door de huid meten. Het zou mooi zijn als straks beide alternatieven op de markt komen en de patiënt de keuze heeft”, laat Dessing weten.

januari 17, 2014Permalink

Oud-premier Israël Ariel Sharon (85) overleden

De Israëlische oud-premier Ariel Sharon is op 85-jarige leeftijd overleden

Dat berichtten Israëlische media zaterdag. Hij is overleden in het Sheba Medical Center in Ramat Gan.
Sharon werd acht jaar geleden door een hersenbloeding getroffen en lag sindsdien in een coma. Vorige week werd bekend dat zijn toestand was verslechterd.

Het Sheba Medical Center bevestigt dat Sharon is ”vredig” gestorven. Sharon bracht jaren door in het ziekenhuis. Hij zou zijn overleden in het bijzijn van zijn familie.
Sharon krijgt vermoedelijk een staatsbegrafenis. Voorbereidingen daarvoor begonnen al ruim een week eerder, berichtten Israëlische media. Een staatsbegrafenis heeft volgens betrokkenen mogelijk nog wel de nodige voeten in de aarde. Zo vereisen Joodse religieuze richtlijnen dat een stoffelijk overschot binnen een dag wordt begraven. Het lijkt echter vrijwel onmogelijk om wereldleiders binnen 24 uur te laten invliegen.
”De Joodse wet is erg streng over de dag-na regel”, zei de woordvoerder van premier Benjamin Netanyahu begin januari tegen de Britse krant The Telegraph. ”Maar het is mogelijk om flexibel te zijn.” Volgens de zegsman staan de uitgebreide voorbereidingen die nodig zijn voor een staatsbegrafenis enig uitstel toe. Genodigden hebben dan meer tijd om naar Israël af te reizen.
The Jerusalem Post berichtte vrijdag dat het lichaam van Sharon zou worden opgebaard in de Knesset, het Israëlische parlement. De begrafenis zou plaatsvinden op zijn ranch in de Negev-woestijn, waar ook zijn vrouw Lily ligt begraven.

Controversieel
Als militair en politicus was hij zowel gevierd als controversieel. Sharon was premier van 2001 tot 2006.
Hij deed de reputatie die hij als militair had eer aan en schuwde harde acties ook niet tijdens zijn premierschap. Toen hij de Palestijnse leider Yasser Arafat beu was, liet hij diens hoofdkwartier in de as leggen. Ook werd in zijn regeerperiode de leider van de Palestijnse beweging Hamas, sjeik Yassin, geliquideerd.
In 2004 maakte Sharon een draai met betrekking tot de nederzettingen. Hij besloot tot terugtrekking uit de Gazastrook, tot grote woede van duizenden Joodse kolonisten die daar weg moesten. Aan de andere kant verdedigde Sharon de annexatie van delen van de Westelijke Jordaanoever.
Joodse staat
Sharon, in 1928 geboren in Palestina, vocht in alle Israëlische oorlogen na de stichting van de Joodse staat in 1948. Hij stond bekend als een onbevreesd soldaat en een briljant strateeg. Sharon speelde als commandant een zeer belangrijke rol in de Zesdaagse Oorlog (1967) en de Jom Kippoeroorlog (1973).
Sharon wordt als minister van Defensie echter ook verantwoordelijk gehouden voor de massaslachtingen van Sabra en Shatila. In die Palestijnse vluchtelingenkampen in Libanon werden in 1982 met medeweten van Israëlische militairen honderden, mogelijk duizenden mensen vermoord.

 

januari 11, 2014Permalink

Brein ouderen compenseert achteruitgang

 

De samenwerking tussen verschillende hersengebieden verandert bij het ouder worden, wat het het cognitief functioneren beïnvloedt. Dit komt mogelijk door een vorm van compensatie door het brein.

Foto:  Thinkstock

Linda Geerligs van Rijksuniversiteit Groningen heeft deze veranderingen onderzocht, waarbij ze zich vooral richtte op de manier waarop we aandacht richten op informatie uit onze omgeving die voor ons belangrijk is, en onbelangrijke informatie negeren zodat we daar niet door afgeleid worden.

De resultaten van dit onderzoek laten zien dat het voor ouderen lastig is om informatie te negeren die niet van belang is.

 

Hersengebieden

 

In ons brein zitten hersengebieden die samenwerken door intensief met elkaar te communiceren. Zo speelt het somatomotorische netwerk een belangrijke rol bij de tast en het plannen en uitvoeren van bewegingen en wordt het default mode netwerk vooral actief als we nadenken of plannen maken. Bij het uitvoeren van een taak wordt dit laatste netwerk juist minder actief. 

Geerligs wilde erachter komen of dit proces alleen in dat hersennetwerk voorkomt, of dat de communicatie in andere netwerken ook verandert. Ze onderzocht daarom de communicatie in en tussen hersennetwerken bij jongeren en ouderen.

 

fMRI-experiment

 

Met een fMRI-scanner vergeleek Geerligs de hersenactiviteit van twaalf jongeren (18-30 jaar) met dertig volwassenen (60-75 jaar). Om zeker te zijn dat alle ouderen in een goede geestelijke conditie verkeerden, nam ze bij hen een aantal psychologische tests af. Daarna moesten alle deelnemers een eenvoudige taak uitoefenen.

Tijdens het experiment werd de hersenactiviteit van elke deelnemer gemeten in 16.000 minuscule driedimensionale hersengebieden. Geerligs vergeleek de hersenactiviteit in al die gebieden met elkaar om erachter te komen welke hetzelfde patroon hadden en dus met elkaar communiceren. Ze kon de hersengebiedjes indelen in vier netwerken die ze vervolgens vergeleek tussen jongeren en ouderen.

 

Minder interne communicatie 

 

Ze ontdekte dat de samenwerking in de hersenen verandert bij het ouder worden. In vergelijking met jongeren hebben ouderen in twee hersennetwerken (het default mode netwerk en het somatomotorische netwerk) minder interne communicatie, terwijl de communicatie tussen alle vier gevonden hersennetwerken juist toeneemt.

Volgens Geerligs betekent dit dat netwerken bij ouderen minder specifiek zijn. Ze vond ook aanwijzingen dat de afnemende samenwerking in de twee hersennetwerken samenhangt met een lagere reactiesnelheid en slechter geheugen van de ouderen.

 

Compensatie

 

Op dit moment is nog onbekend waarom hersennetwerken minder specifiek worden tijdens veroudering. Mogelijk is het een vorm van compensatie door het brein.

Tijdens veroudering sterven hersencellen af waardoor hersennetwerken hun specifieke taak minder goed kunnen uitvoeren. Volgens de compensatietheorie neemt de communicatie tussen hersengebieden dan juist toe omdat hersennetwerken elkaar gaan ondersteunen bij het uitvoeren van hun taak.

Ouderen kunnen tot op zekere hoogte achteruitgang in cognitief functioneren voorkomen. Een goede voorbereiding op wat komen gaat, bijvoorbeeld, kan helpen om beter te presteren. Geerligs heeft gevonden dat ouderen die goed presteren dat doen door extra hersengebieden te activeren en communicatie tussen specifieke hersengebieden te versterken.

januari 3, 2014Permalink

Grote brand voormalig klooster

Grote brand in voormalig klooster Nijmegen

      In een voormalig kloostergebouw aan de Groesbeekseweg in Nijmegen is woensdag een grote brand uitgebroken. In het gebouw wonen volgens regionale media rond de 50 mensen, voornamelijk studenten.   

Foto:  ANP

Over de oorzaak van de brand is nog niets bekend. De bewoners worden opgevangen in een sporthal. De politie was nog niet bereikbaar voor nadere informatie.

Nijmegen – Het oude klooster op de hoek van Groesbeekseweg – Heyendaalseweg staat momenteel in brand. Hulpdiensten hebben opgeschaald naar Zeer grote brand grip1. Alle bewoners zijn geëvacueerd. De vlammen slaan uit het dak. Enkele delen van het dak zijn al ingestort.

20140101-110933.jpg

20140101-110959.jpg

januari 1, 2014Permalink