Is biologisch voedsel echt beter?

We willen goed eten: duurzaam, diervriendelijk, gezond. En lekker. V onderzoekt in een serie de 10 Geboden van Goed Eten. Vandaag het tweede gebod: Gij zult biologisch eten. Maar waarom?

DOOR Mac van Dinther 31 maart 2014

Gij zult biologisch eten

‘Geef ons heden ons dagelijks brood.’ Die opdracht is ingewikkeld geworden. De moderne consument moet zich een weg banen door een mijnenveld dat is bezaaid met meningen, borrelpraat, elkaar tegensprekende onderzoeken, hele en halve waarheden. De voedingsindustrie, de boeren, de milieubeweging, de supermarkten, de klimaatactivisten, Slow Food, ieder heeft zijn eigen agenda. Wie moet je nog geloven en wie niet? Om de consument een weg te wijzen door dit oerwoud onderwerpt V de 10 Geboden van Goed Eten in een onregelmatige serie aan een diepgaand onderzoek.

Ik ga hutspot maken. Eerst ga ik op de fiets naar de biologische winkel om aardappelen te kopen (2,25 euro voor een zak van 2,5 kilo), wortelen (1,75 euro per kilo, met zand) en een netje uien (1,75 euro). Op de terugweg kom ik langs een ­supermarkt waar ik dezelfde ingrediënten koop. Daar kost een zak niet-­biologische aardappelen van 3 kilo 1,99 euro. Voor 1 kilo wortelen betaal ik 99 cent, voor uien hetzelfde. Thuis maak ik twee pannen hutspot. Een ­biologische versie voor 5,75 euro en een pan gangbare stamppot voor 3,97. Dat scheelt 1,78 euro, bijna 45 cent de man. Voor de prijs hoef ik het dus niet te doen, biologische groente kopen. Waarom dan wel? Gelukkig helpt de ­biologische winkel een handje. ‘Eerlijk en voedzaam’, staat op een banier dat aan het plafond hangt. ‘Smakelijk en gezond’, is een leuze die daarnaast hangt.

Nieuwe tijd

De tijd dat je in een biologische winkel zelf granen uit een bak schepte in een bruine papieren zak en afrekende bij een geitenwollensokkenhippiemeisje is voorbij. Ook de biologische wereld is aangeraakt door moderne marketing. Op de pakken melk en yoghurt ­lachen boeren ons tegemoet. Ze staan in een wei, vaak met een koe of geit aan hun zijde, soms met hun echtgenote of een kind. ‘Vers van de boerderij’, wordt ons beloofd. ‘Pure smaak.’ Wie dit koopt is goed bezig, wordt hier uitgestraald. Die boodschap slaat aan. De omzet van biologisch eten is de afgelopen tien jaar bijna verdrievoudigd, van 375 miljoen euro in 2002 tot 934 miljoen in 2012. Vergeleken met gangbaar voedsel is het marktaandeel nog altijd miniem (2,3 procent), maar biologisch zit onmiskenbaar in de lift. Waarom eten mensen biologisch? Als consumenten daarnaar gevraagd wordt, steken drie redenen er bovenuit: 1. Biologisch smaakt beter. 2. Biologisch is gezonder. 3. Biologisch is beter voor het milieu. Klopt dat?

BIOLOGISCH SMAAKT BETER

Terug naar de drie redenen waarom mensen zeggen biologisch te eten. Om met de gemakkelijkste te beginnen: bio­logisch smaakt beter. Biologisch kán beter smaken, maar dat hoeft niet. Voor de goede orde: we beperken ons hier tot onbewerkte groente en fruit. Vlees komt in een later gebod aan de orde (Eet minder vlees), bewerkte producten behandelen we onder de E-nummers. Voor groente en fruit geldt dat smaak vooral afhangt van rijping (fruit), versheid, ras en bodem (terroir, in de wijnbouw). Versheid heeft alles te maken met logistiek en daar leggen de kleine, verspreid liggende biologische winkels het af tegen de grote supermarkten met hun geoliede distributiesysteem. Daar staat tegenover dat in de gangbare teelt soms erg vroeg wordt geoogst, zodat de producten langer meegaan in de winkel. Dat gaat ten koste van de smaak.

Ras

Wat ras betreft: daar heeft biologisch een nadeel. Omdat biologische telers geen pesticiden gebruiken, zoeken zij naar groente- en fruitrassen die tegen een stootje kunnen en minder vatbaar zijn voor ziekten. Gangbaar telende boeren hebben daar minder boodschap aan, die kunnen altijd nog grijpen naar de spuit en hun keuze meer laten bepalen door andere factoren zoals opbrengst, uiterlijk en – vaak in laatste instantie – smaak.

Foto Lauren Hillebrandt

Foto Lauren Hillebrandt

Soorten met een hoge afweer tegen ziekten en plagen zijn niet altijd de smakelijkste. Een mooi voorbeeld is de santana, een populaire biologische ­appel. Santana is een kruising tussen twee andere rassen: elstar en priscilla. De elstar is een populaire Nederlandse handappel die lekker smaakt, maar ook erg gevoelig is voor schurft, een gevreesde appelziekte. Daarom is er een scheutje priscilla in gekruist die daar beter tegen kan. Het resultaat is een appel die niet bespoten hoeft te worden, maar ook iets minder lekker is dan een ‘echte’ elstar. Wat voor appels geldt, gaat ook op voor aardappelen. De milieuvriendelijkste aardappel van Nederland is Niek’s Witte, die bestand is tegen de fatale schimmelziekte phytophthora. Maar de smaak is niet top, geeft zelfs zijn maker Niek Vos toe. Natuurlijk heeft de biologische boer ook lekkere groente en fruit. De biologische sector heeft oude rassen, die vaak meer smaak hebben, doen opleven. Maar die zouden net zo lekker zijn als ze gangbaar waren geteeld onder dezelfde omstandigheden in dezelfde grond. De smaak zit niet in de manier van telen, die zit vooral tussen de oren.

BIOLOGISCH IS GEZONDER

De tweede reden die mensen noemen waarom ze biologisch eten – biologisch is gezonder – is een ingewikkeldere kwestie. Om te beginnen: het is verschrikkelijk moeilijk om aan te tonen of biologisch eten gezonder is. Hoe zou je dat moeten doen? Twee mensen tien jaar lang opsluiten in een huis en hetzelfde te eten geven, de een biologisch, de ander gangbaar, en dan kijken wie een hartaanval krijgt? Maar wat als die persoon toevallig een aangeboren hartafwijking had? Een andere manier dan: producten vergelijken. Analyseer een biologische en een gewone wortel in het laboratorium en kijk wat erin zit aan vitaminen, mineralen en andere nuttige stoffen. Dat is gedaan, maar de verschillen zijn verwaarloosbaar en meer afhankelijk van het soort (ras) wortel dat werd geteeld en in wat voor grond, dan of de wortel al dan niet biologisch was. Als je zo’n onderzoek echt goed wil doen, zou je alle biologische wortels in Nederland moeten analyseren en afzetten tegen alle gangbare. Dan krijg je een gewogen gemiddelde. Begin daar maar eens aan.

Chemische middelen

Andersom geredeneerd zou je kunnen denken dat gangbaar voedsel ongezonder is door het gebruik van chemische middelen bij de teelt. De angst voor achtergebleven restjes pesticiden op groente en fruit is voor ouders met jonge kinderen vaak reden om over te gaan op biologisch. Op gangbare producten blijven inderdaad vaker restjes pesticiden achter, maar volgens de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit is het aantal normoverschrijdingen (dat wil zeggen dat er meer residuen op zitten dan veilig wordt geacht) minimaal. Op minder dan 1 procent van in Nederland geteelde producten blijven meer pesticiden achter dan is toegestaan. Op ingevoerde producten is dat 3 procent. Van de andere kant is er weinig bekend over het effect dat een cocktail van minieme hoeveelheden pesticiden heeft op de gezondheid van kinderen.

Klinisch onderzoek

Klinisch onderzoek op mensen is onmogelijk, maar met kippen is het wel gedaan. Wetenschappers van het Louis Bolk Instituut hebben in 2007 twee groepen genetisch identieke kippen opgevoed: de ene groep op biologisch voer, de andere op gewoon voer. De gangbare kippen groeiden sneller, de biologische bleven iets kleiner. Echte verschillen traden pas op toen er een ziekmakertje op de kippen werd losgelaten. De biologische kippen herstelden zich sneller en waren dus weerbaarder dan de gangbare. Dat is een belangrijke aanwijzing, vinden de onderzoekers, maar nog geen bewijs. Kippen zijn geen mensen. Wat je wel kunt doen, is mensen over langere tijd volgen. In het zogenaamde KOALA-onderzoek wordt een doorsneegroep kinderen vanaf de geboorte in 2000 gemonitord. Daaruit blijkt dat kinderen die veel biologische zuivel gebruiken 30 procent minder eczeem hebben dan de kinderen die alleen gangbare zuivel consumeren.

Foto: Lauren Hillebrandt

Foto: Lauren Hillebrandt

Ook zijn er vragenlijsten rondgestuurd, waarop mensen die biologisch eten schrijven dat ze zich beter voelen. De vraag is of dat komt doordat ze biologisch eten of dat ze sowieso gezonder leven (minder roken en drinken). Daarbij past biologisch eten.

Geld

Al met al zijn er wel aanwijzingen dat biologisch gezonder zou kunnen zijn, maar de kwestie is complex, erkent Lucy van de Vijver van het Louis Bolk Instituut. Zij is al jaren betrokken bij onderzoek naar de gezondheidseffecten van biologisch voedsel. Van de Vijver denkt dat onderzoekers wel meer zouden vinden als ze beter zochten, maar daar zijn moeilijk financiers voor te vinden. Grote bedrijven steken liever geld in het zoeken naar een nieuw stofje dat ze in de margarine of de yoghurt kunnen stoppen – ‘verlaagt het cholesterol!’, ‘verbetert de darmflora!’ – dan in onderzoek om aan te tonen dat biologische broccoli gezonder is. Want daar kan niemand patent op aanvragen.

BIOLOGISCH IS BETER VOOR HET MILIEU

Nu wordt het pas echt ingewikkeld. Mensen zeggen biologisch te eten omdat dat beter zou zijn voor het milieu. Het lijkt zo simpel: kunstmest en zeker pesticiden zijn niet goed voor het milieu. Die opvatting is tamelijk onomstreden, dus een landbouw die deze middelen niet gebruikt, is schoner en beter. Discussie gesloten. Was het maar zo, want tegen de biologische landbouw is een machtige lobby op gang gekomen van vooraanstaande landbouwwetenschappers. Zij brengen een ander argument in stelling, namelijk: biologisch kan de wereld niet voeden.

We hebben niks aan een landbouw die alleen de happy few in de wereld kan voeden en de grote massa laat hongeren.

Helemaal zuiver is dat niet. Je zou immers eerst de vraag moeten beantwoorden of biologisch beter is en zo ja: hoe gaan we dan ervoor zorgen dat de opbrengst hoger wordt? Maar het is ook geen argument dat je zomaar terzijde kunt schuiven. We hebben niks aan een landbouw die alleen de happy few in de wereld kan voeden en de grote massa laat hongeren. Dat laatste is precies wat de critici zeggen, aangevoerd door Louise Fresco, de nieuwe voorzitter van de raad van bestuur van Wageningen Universiteit en haar voorganger Aalt Dijkhuizen. Volgens hen is biologisch een speeltje van een westerse elite die het verleden romantiseert. Fresco en de haren prijzen juist de gangbare landbouw, die kan bogen op een indrukwekkende palmares: dankzij nieuwe landbouwtechnieken, kunstmest en pesticiden hebben gangbaar telende boeren de afgelopen eeuw hun productie verzesvoudigd.

Tekort aan grond

Met het oog op een groeiende wereldbevolking, die ook nog meer (vlees) zal eten, is doorgaan op die weg volgens hen de meest logische oplossing. Dus juist meer intensivering in plaats van minder. Om met biologische landbouw dezelfde productie te halen als met conventionele technieken is zes keer zo veel grond nodig, zei Fresco vorig jaar nog in een interview met de Volkskrant. Gevraagd naar een onderbouwing van deze stelling verwees ze losjes naar een quickscan van de VN-landbouworganisatie FAO en een beschrijving van de landbouw op de Drentse heidegronden, waar, voor de uitvinding van kunstmest, boeren waren aangewezen op mest uit potstallen om hun akkers te bemesten. Je ziet het moderne biologische boeren met hun gps-gestuurde zaaimachines niet doen, maar Fresco had niet zo ver hoeven zoeken. Op haar eigen universiteit is prima onderzoek gedaan naar de opbrengstverschillen tussen biologisch en gangbaar.

Klein verschil 

Met een aantal collega’s nam Martin van Ittersum, hoogleraar in plant production systems, 362 studies die wereldwijd zijn gedaan onder de loep. Het gemiddelde verschil in opbrengst tussen biologisch en gangbaar dat ze vonden was 20 tot 25 procent. Met andere woorden: een biologisch geteeld gewas brengt 75 tot 80 procent op van een gangbaar gewas. Het verschil is het grootst in moderne westerse landbouwlanden zoals Nederland. In ontwikkelingslanden waar veel kleine boeren zitten, is het verschil kleiner, soms maar 10 procent.

Selectief shoppen 

Dat was minder dan hij had verwacht, zegt Van Ittersum, die naar eigen zeggen onbevooroordeeld aan het onderzoek begon. Een reden om eraan te beginnen was juist dat hij zich ergerde aan collega’s die selectief winkelen in studies. Al plaatst hij wel een kanttekening. De cijfers gelden voor individuele gewassen, niet voor het hele systeem. Er is bijvoorbeeld geen rekening gehouden met de aanvoer van dierlijke mest in de biologische landbouw; de beesten die dat produceren moeten ook ergens lopen. Verder wordt in de biologische landbouw gebruikgemaakt van wisselteelt: om de zoveel tijd worden groenbemesters ingezaaid om de grond vruchtbaar te houden. Die grond brengt dan natuurlijk geen eten op. Het verschil zal dus voor een heel bedrijf of een heel gebied groter zijn dan 20 procent, misschien wel 50 procent, maar dat is nog steeds ver weg van zes keer zo weinig.

Aardgas

Van de andere kant komen de hulpbronnen voor de gangbare landbouw natuurlijk ook niet uit de lucht vallen. Kunstmest wordt gemaakt met aardgas. Voor een kilo kunstmest is 0,75 kuub gas nodig. Nederlandse boeren gooien jaarlijks 213 miljoen kilo kunstmest op het land, want neerkomt op het aardgasverbruik van ruim honderdduizend Nederlandse huishoudens. Poetin zal er blij mee zijn.

In de VS wordt jaarlijks voor 10 miljard dollar aan chemische bestrijdingsmiddelen op het land gespoten.

De gangbare landbouw gebruikt gemiddeld 20 procent meer energie per eenheid product dan de biologische. Het grootste deel van dit verschil komt voor rekening van kunstmest, al zijn de variaties groot. Onlangs publiceerden Wageningse onderzoekers een rapport waarin zij schreven dat ‘intensieve’ biologische boeren in Nederland juist meer energie gebruiken door mechanisatie (wieden in plaats van spuiten) en lagere opbrengst. Pesticiden, die andere hoeksteen van de gangbare landbouw, zijn ook niet zonder problemen. Ze vervuilen land, lucht en water en brengen schade toe aan de gezondheid. Dat is moeilijk in geld uit te drukken, maar David ­Pimentel, entomoloog en professor in de ecologie aan de Amerikaanse ­Cornell University, deed daar in 2005 toch een poging toe. In de VS wordt jaarlijks voor 10 miljard dollar aan chemische bestrijdingsmiddelen op het land gespoten. Daardoor is de opbrengst drie tot vier keer zo groot. Maar elke dollar aan bestrijdingsmiddelen, becijfert Pimentel, veroorzaakt minstens een dollar maatschappelijke schade in de vorm van bijen- en vogelsterfte, grondwatervervuiling en gezondheidskosten.

De 10 geboden van Goed Eten zijn

1 Eet lokaal. 2 Eet biologisch of in elk geval producten waarvoor geen of zo min mogelijk bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt. 3 Eet minder en alleen diervriendelijk geproduceerd vlees. 4 Eet producten waaraan geen E-nummers of andere vreemde stoffen zijn toegevoegd. 5 Betaal meer. 6 Kook zelf. Besteed dagelijks minimaal anderhalf uur aan uw eten. 7 Eet aan tafel, samen met anderen. 8 Probeer een deel van uw eten zelf te verbouwen, hoe klein dat deel ook is. 9 Verspil geen eten. 10 Eet lekker. De 10 Geboden van Goed Eten kunnen naar hartelust worden geamendeerd. Reacties, aanvullingen en ideeën zijn welkom op: 10geboden@volkskrant.nl Het eerste deel van deze serie (Eet lokaal) stond op 11 februari in de Volkskrant. Het is terug te lezen op:volkskrant.nl/de10geboden

De kosten van een mensenleven

Dat is nog maar een benadering, want hoe bereken je de kosten van een mensenleven? Op basis van cijfers van de VN-gezondheidsorganisatie WHO schat Pimentel dat jaarlijks wereldwijd 220 duizend mensen sterven aan klachten veroorzaakt door pesticiden, waarvan kanker er een is. Vooral landarbeiders zijn het slachtoffer. Deze kosten komen niet terug in de prijs van een kilo aardappelen in de supermarkt; ze worden afgewenteld op de maatschappij. Het zijn cijfers waar je de voorstanders van gangbare landbouw zelden over hoort. In Hamburgers in het Paradijs, Fresco’s vijfhonderd pagina’s dikke magnum opus over eten en landbouw in de wereld staat het woord pesticiden niet in het register. Bovendien, zegt Thijs Geerse, een jonge biologische boer in de Flevopolder: ‘We zijn het gat aan het dichten.’ Hij schat het verschil in opbrengst tussen hem en zijn gangbare buurman nog maar op eenvijfde. Er komen steeds meer ziekteresistente rassen op de markt die het biologische boeren gemakkelijker maken.

5 miljoen naar onderzoek

Daar lijkt veel te halen, want het onderzoek naar biologische landbouw staat nog in de kinderschoenen. Nederland trekt jaarlijks 5 miljoen euro uit voor onderzoek naar biologische landbouw. Dat is eentiende van het totale budget dat naar landbouwonderzoek gaat. En het is een fractie van de miljarden die bedrijven als Monsanto en Syngenta steken in onderzoek naar genetische gemodificeerde gewassen. Daarmee is meer geld te verdienen.

Kan gangbare landbouw de wereld voeden?

Tot slot de vraag of gangbare landbouw de wereld kan voeden. Je kunt de vraag ook omdraaien, zegt Pablo Tittonell, Argentijn en sinds vorig jaar hoogleraar farming systems ecology in ­Wageningen: kan het huidige voedselsysteem de wereld wel voeden? Ondanks de spectaculair gestegen opbrengsten zijn er nog altijd 870 miljoen hongerenden in de wereld, een aantal dat sinds de jaren negentig met slechts 3 miljoen is afgenomen. Veel van de extra productie gaat in veevoer en in mensen die al genoeg hebben: 1,3 miljard mensen zijn te dik.

Verspilling

Het is ook een systeem van verspilling: 30 tot 50 procent van de geproduceerde calorieën bereikt nooit het bord omdat het onderweg al wordt vermorst. De gangbare landbouw steunt zwaar op de inzet van fossiele brandstoffen, waarvan de voorraden niet oneindig zijn. Volgens Tittonell zou juist Nederland met zijn hoogopgeleide boeren er verstandig aan doen nu al over te schakelen op biologisch. ‘Tegen de tijd dat het nodig is, heb je kennis vergaard die de wereld kan redden.’

Foto Lauren Hillebrandt

Foto Lauren Hillebrandt

Kant kiezen

Misschien wordt de keuze voor de consument om wel of niet biologisch te eten uiteindelijk vooral bepaald door de vraag waar je wilt bij horen. Bij een technocratisch systeem dat steunt op megastallen en multinationals, dat zijn hoop heeft gevestigd op technologieën als genetische manipulatie, dat massaal geproduceerd goedkoop voedsel voor iedereen belooft en dat gedreven wordt door efficiëntie en winstmaximalisatie. Of bij een systeem dat gelooft in een schonere wereld, dat kwaliteit boven kwantiteit stelt, dat de verbinding tussen consumenten en boeren wil herstellen en dat wellicht ooit offers (minder vlees eten) van ons zal vragen? Ik denk dat ik nog maar een pannetje biologische hutspot maak. Hoeveel is 45 cent nou helemaal? Ik zou subsidie moeten krijgen.

De geschiedenis van biologisch voedsel

De tegenstelling tussen biologische en gangbare landbouw is nog niet zo oud. Na de Tweede Wereldoorlog kwam op grote schaal de productie van ­chemische pesticiden en kunstmest op gang. Die kwam voort uit de oorlogsindus­trie. Voor die tijd was alle landbouw ­biologisch, om de simpele reden dat er geen andere manier was. Nu nog zijn veel kleine boeren in de ontwikkelingslanden biologisch omdat ze geen geld hebben voor kunstmest en pesticiden. Biologisch als een westerse tegenbeweging van boeren die zich afzetten tegen de gangbare landbouwmethoden, met kunstmest en bestrijdingsmiddelen, dateert uit de vorige eeuw. Rudolf Steiner legde in 1924 de grondbeginselen vast voor de biologisch-dynamische landbouw.

Intellectuelen en actievoerders

In Nederland kwam in de jaren zestig en zeventig een hippiecultuur rond onbespoten voedsel op gang, schrijft Simone van den Ham in Wens & Werkelijkheid – een studie naar de geschiedenis van biologische voeding in Nederland. De eerste biologische boeren zijn vooral stadsmensen: intellectuelen en actievoerders. Aan het begin van de 21ste eeuw is biologisch uitgegroeid tot een professionele bedrijfstak met een eigen (Eko) keurmerk, winkelketens (Ekoplaza, ­Estafette) en een heuse belangenorganisatie (Bionext). Gidsland zijn wij niet als het om ­biologisch gaat. In Nederland wordt biologische landbouw bedreven op ruim 55 duizend hectare. Dan gaat het vooral om grasland (melkkoeien). Dit is 3 procent van het totale landbouw­areaal en dat ligt ruim onder het Europese gemiddelde van 5,4 procent. Nederland is wel kampioen spuiten van Europa. Nederlandse boeren gebruiken 11 kilo chemische bestrijdingsmiddelen per hectare, bijna drie keer zo veel als het ­Europees gemiddelde. Bloembollen- en aardappeltelers zijn grootverbruikers.

maart 31, 2014Permalink

Overheveling van taken treft vooral zwakste gemeenten

Door: Robert Giebels, Gijs Herderscheê − 28/03/14, 05:00

© anp. Mensen met hersenletsel protesteren in Den Haag tegen de plannen van het kabinet om de begeleiding en ondersteuning vanuit de AWBZ over te hevelen naar de gemeenten. (Archieffoto)

Gemeenten met de grootste financiële problemen krijgen vanaf volgend jaar het meeste nieuwe werk te doen als het kabinet de jeugdzorg, de ouderenzorg en de jonggehandicaptenuitkering Wajong aan hen overdraagt. Nu al hebben de armste gemeenten met een buitensporig grote vraag naar zorg te maken.

  • Er wordt een homogene deken over Nederland gelegd, waardoor iedereen evenveel geld krijgt

    Thea van der Veen

Die vraag gaat juist bij hen nog sterker stijgen dan gemiddeld, doordat hun bevolking bovengemiddeld is vergrijsd. De gemeenten vrezen in grote problemen te komen doordat zij hiervoor in hun ogen onvoldoende worden gecompenseerd.

Dit blijkt uit onderzoek van de Volkskrant in samenwerking met King, het Kwaliteitsinstituut Nederlandse gemeenten. Uit de berekeningen blijkt dat veel gemeentebesturen er rekening mee dienen te houden dat ze niet alle taken zullen kunnen vervullen die ze van het Rijk krijgen overgedragen.

Hoe groot het probleem exact is, weet niemand. Gemeenten hebben nog geen idee hoeveel zorg zij moeten gaan verlenen, hoe zwaar die zorg is, hoeveel geld die gaat kosten en hoeveel geld ze daarvoor straks krijgen van het kabinet.

King is de ‘dataspecialist’ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Het instituut verzamelt gegevens over de nieuwe taken van gemeenten en probeert hun zo inzicht te geven in de te verwachten klus.

Nadelig voor armste gemeenten
In het onderzoek zijn gemeenten op drie aspecten vergeleken: het aantal inwoners dat gebruikmaakt van regelingen die het Rijk overdraagt; de mate van vergrijzing; en de financiële positie. Over de verdeling heeft het kabinet nog niet besloten. Wel is er een proefberekening gemaakt die voor de armste gemeenten erg nadelig uitpakt. ‘Er wordt een homogene deken over Nederland gelegd, waardoor iedereen evenveel geld krijgt. Terwijl wij hier in Noordoost-Groningen met veel meer problemen te maken hebben dan andere gemeenten’, aldus Thea van der Veen, wethouder financiën van Delfzijl.

  • Het kabinet legt het financiële risico bij de gemeenten

    Jantine Kriens

Door de onduidelijkheid kunnen de nieuwe colleges van burgemeester en wethouders – die nu overal worden gevormd – nauwelijks anticiperen op wat er op hen afkomt. ‘Het kabinet legt het financiële risico bij de gemeenten’, vindt Jantine Kriens, voorzitter van de directieraad van de VNG. ‘Gemeenten kunnen op grond hiervan onvoldoende garanties geven aan cliënten en zorgaanbieders. Het Rijk kan aan deze onzekerheid een eind maken door de korting niet toe te passen op de cliënten zolang die vallen onder het overgangsrecht.’

Volgens staatssecretaris Martin van Rijn van Volksgezondheid is van onduidelijkheid voor volgend jaar geen sprake. ‘Gemeenten krijgen dan een budget gebaseerd op de cijfers van wat per gemeente nu uitgegeven wordt aan de AWBZ. Naar de verdeelsleutel voor de jaren daarna wordt nu onderzoek gedaan. Hierbij kijken we ook naar de gevolgen van bijvoorbeeld vergrijzing. Met de uitkomsten daarvan houden we rekening bij de verdeling van het geld. De bevindingen van King en de Volkskrant vind ik een waardevolle bijdrage voor een nieuw verdeelmodel.’

Weinig risico Randstad
De gemeenten voor wie de problemen zich zullen opstapelen – veel nieuwe taken erbij, vergrijzende bevolking en slechte financiële positie – liggen vooral in het noorden en oosten van Nederland en in Zeeuws-Vlaanderen en Zuid-Limburg. Het economisch motorblok van Nederland, de Randstad, loopt door de leeftijdsopbouw van de inwoners en door de schulden per gemeente relatief weinig risico door de nieuwe taken die ze van het Rijk krijgen.

Er zijn bijna vijftig gemeenten die financieel zeer zwak staan en verhoudingsgewijs juist veel taken krijgen overgedragen van het Rijk. De regelingen die naar gemeenten overgaan, drukken nu en in de toekomst meer op de gemeentelijke begroting naarmate de bevolking ouder is. Voor bijna dertig gemeenten pakt dat beroerd uit: ze zijn tegelijk sterk vergrijsd en zien veel meer op zich afkomen door de decentralisatie. Tien gemeenten vallen in beide categorieën.

Volgens de kabinetsplannen krijgen alle gemeenten volgend jaar drie grote, nieuwe taken. Het gaat om de zorg aan vooral hulpbehoevende ouderen. Daarnaast worden gemeenten verantwoordelijk voor de ‘onderkant van de arbeidsmarkt’ door de samenvoeging van de bijstand, de sociale werkplaatsen en de regeling voor jonggehandicapten. Ten slotte krijgen gemeenten alle vormen van jeugdzorg op hun bordje. De overdracht van de jeugdzorg aan gemeenten is al door het parlement goedgekeurd. Tweede en Eerste Kamer zijn nog bezig met de wetten die de andere nieuwe taken voor gemeenten regelen.


Voor een landelijk overzicht van de druk op de sociale voorzieningen per gemeente, zie volkskrant.nl/gemeenten

  • © De Volkskrant
maart 31, 2014Permalink

Recht op zorg maar geen plek

Oudere op de spoedafdeling van een verzorgingshuisOudere op de spoedafdeling van een verzorgingshuisNieuwsuur

Het verzorgingshuis verdwijnt sneller dan gedacht. Zorgbehoevende ouderen, met een indicatie, staan op wachtlijsten. Ze hebben wel recht op een plek in een instelling, maar er is geen geld meer voor. Tegelijkertijd staan er veel kamers leeg. Te gast in de studio Aad Koster, directeur van brancheorganisatie ActiZ.

Budget te snel afgebouwd

Vanwege het kabinetsbeleid koopt het zorgkantoor in hoog tempo steeds minder plekken in bij verzorgingshuizen. In Gorinchem staan nu 20 kamers leeg in verzorgingshuizen. Tegelijkertijd staan er 20 mensen op de wachtlijst, vooral ouderen met geheugenproblemen en lichamelijke klachten met recht op een plek. Zij wonen nu noodgedwongen thuis.

Volgens het kabinet worden dit soort plekken pas vanaf 2016 gehalveerd. Maar de praktijk laat zien dat het nu al aan de orde is. Ook zorgbestuurder Peter Smittenaar merkt in Breda dat het budget te snel wordt afgebouwd. “Wij hebben nu 45 mensen op de wachtlijst, en die mensen kunnen wij ook op termijn geen plek aanbieden, die zullen toch thuis moeten blijven wonen.”

Zelfstandig thuis

Nederland werkt met het zorgzwaartepakket (ZZP), dat beschrijft welke ondersteuning of zorg iemand nodig heeft. Het kabinet wil dat mensen langer zelfstandig thuis blijven wonen. Vorig jaar kreeg de lichtste groep cliënten al geen toegang meer tot het verzorgingshuis (ZZP1 + 2). Sinds dit jaar heeft een grote groep iets zwaardere cliënten ook geen recht meer op een plek (ZZP3). Volgens het kabinet wordt in 2016 de volgende groep pas getroffen, de licht dementerenden (ZZP4). Maar de praktijk loopt daarop vooruit.

Dagbesteding

Ook de dagbesteding heeft nu al te maken met budgetkortingen. De dagbesteding voor dementerenden die nog thuis wonen is niet meer overal gegarandeerd. Specialist ouderengeneeskundige Nieske Heerema ziet in Gorinchem dagelijks op verzoek van huisartsen problematische ouderen die thuis wonen. Zij kan nu al geen (extra) dagbesteding meer regelen voor deze ouderen die het hard nodig hebben en er een indicatie voor hebben.

Heerema: “Vorig jaar was het geen probleem om dagbesteding te regelen, dat hadden we binnen een week voor elkaar, dan kon je echt iets betekenen. En nu is het maart en we hebben geen mogelijkheden meer. Ik zie het voor de rest van het jaar niet verbeteren. Dit probleem gaat alleen maar toenemen.” In 2015 krijgen gemeenten de verantwoordelijkheid over begeleiding en dagbesteding. Het budget wordt dan gekort met 25 procent.

Schrijnend

Ook de beroepsvereniging Verenso van specialisten ouderengeneeskunde zegt dat er veel te snel plekken verdwijnen en dat te snel wordt gezegd dat mensen het thuis wel redden. “Indicaties verzilveren is lastig, de indicaties krijgen is ook steeds lastiger. Het is heel schrijnend wanneer je vindt dat je bepaalde zorg moet leveren en dat niet kan”, zegt Verenso-voorzitter Nienke Nieuwenhuizen.

Niet verantwoord

Wethouder van Breda Bob Bergkamp is optimistisch over de hervormingen in de zorg en denkt dat in Breda de gemeente vanaf 2015 juist veel goed kan regelen voor ouderen die thuis wonen. Maar ook hij ziet problemen opdoemen als het gaat om mensen met beginnende dementie (ZZP4). De begeleiding voor de helft van deze groep komt straks op het bordje van de gemeente.

Bergkamp liep mee in verschillende verzorgingshuizen en kwam tot de conclusie dat het niet verantwoord is om mensen die licht aan het dementeren zijn langer thuis te laten wonen. “Die zijn een gevaar voor zichzelf en de omgeving, die moeten echt een plekje kunnen vinden waar er iemand voor ze zorgt.”

Sluitingen

Iedere week worden er nieuwe sluitingen van verzorgingshuizen aangekondigd. Op deze site wordt de laatste stand van zaken bijgehouden door organisatieadviesbureau Berenschot in samenwerking met de NOS. Ouderen die nu in een verzorgingshuis wonen behouden recht op een plek, maar zullen misschien wel moeten verhuizen.

Wachtlijst

Het ministerie van Volksgezondheid kan Nieuwsuur niet vertellen hoeveel mensen er op dit moment op de wachtlijst staan voor een plek in het verzorgingshuis. Het ministerie verwijst naar een brief die half april naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Lees hier de vragen van Nieuwsuur en de antwoorden van het ministerie over de afbouw van verzorgingshuizen.

 

 

 

 

maart 30, 2014Permalink

Familieleden van inzittenden Boeing 777 willen bewijs

door Shari Deira 30 mrt 2014

Eerder demonstreerden familieleden al bij de ambassade van Maleisië in China

Eerder demonstreerden familieleden al bij de ambassade van Maleisië in China – Foto: AFP

Tientallen familieleden van inzittenden van de verdwenen Boeing 777 zijn boos, omdat autoriteiten concluderen dat het vliegtuig is neergestort terwijl daarvoor geen bewijs zou zijn. De familieleden eisen dat zij meer inzicht krijgen in het onderzoek.

Chinese familieleden zijn afgereisd naar Kuala Lumpur om hun bezwaren kenbaar te maken. Tijdens een persconferentie zeiden de boze familieleden dat zij bewijzen willen zien.

Waarheid

‘We willen bewijs, we willen de waarheid en we willen onze families,’ zei Jiang Hui, vertegenwoordiger van de groep. Behalve bewijzen, eisen de familieleden ook antwoorden op al hun vragen.

Verder willen zij dat Maleisië excuses aanbiedt voor de verwarrende informatie die de afgelopen periode is verstrekt en voor de boodschap van 24 maart. Toen werd bekendgemaakt dat het vliegtuig naar alle waarschijnlijkheid is neergestort.

De familieleden droegen T-shirts met de tekst ‘Bid voor MH370′,  meldt nieuwszender CNN.

Brokstukken

De Boeing 777 verdween 8 maart tijdens een vlucht van Kuala Lumpur naar Peking. Sindsdien is er veel verwarrende informatie verstrekt. Zo werd eerder deze maand gezegd dat het vliegtuig is neergestort, en dat erhonderden brokstukken te zien waren op satellietbeelden maar die zijn nog niet gevonden.

Intussen wordt het zoekgebied in de Indische Oceaan nog steeds uitgekamd. Zaterdag werden er voorwerpen uit het water gevist, waarvan werd gedacht het mogelijk brokstukken waren van het vliegtuig. Uit onderzoek is gebleken dat de voorwerpen niet van de Boeing zijn.

maart 30, 2014Permalink

Sleutelen aan je biologische klok

 

Avondmensen klagen meer over de overgang naar de zomertijd dan ochtendmensen. Maar hoe groot is het verschil tussen deze twee type slapers eigenlijk? Uit recent onderzoek blijkt dat onze biologische klok veel eenvoudiger is te ‘verzetten’ dan tot nu toe werd aangenomen.

DOOR Dennis Rijnvis 29 maart 2014

‘Ik dacht altijd dat ik een avondmens was’, zegt Pieter Gillis (44). Het is vrijdag 6.00 uur en de stem van de softwareontwikkelaar uit Antwerpen klinkt monter door de telefoon. Zijn werkdag is een half uur geleden begonnen. ‘Ik heb al mijn mail al weggewerkt. Soms doe ik voor negen uur meer dan ik vroeger in een hele dag deed.’

Twee jaar geleden besloot de Belg dat hij genoeg had van zijn bestaan als nachtbraker. ‘Vanaf mijn studententijd werkte ik vaak tot diep in de nacht, ik ging zelden voor één uur naar bed.’ Hij dacht beter te presteren in de kleine uurtjes. ‘Maar ik merkte dat ik ’s ochtends vaak niet tevreden was over het werk dat ik de vorige avond had gedaan.’ 

Foto Nadja Kieft

Foto Nadja Kieft

Gillis kondigde daarom een experiment aan op zijn persoonlijke weblog: hij zou in 21 dagen proberen om van een avondmens in een ochtendmens te veranderen. ‘Noem het intellectuele nieuwsgierigheid’, zegt hij. ‘Ik vroeg me af: zou het mogelijk zijn om je slaappatroon blijvend te veranderen?’ 

Hij zette zijn wekker steeds vroeger, vermeed de snooze-button en motiveerde zichzelf met een snufje sociale druk. ‘Ik vertelde mijn collega’s en kennissen dat ze me ’s ochtends mochten bellen, zodat ik gezichtsverlies zou leiden als ik niet bereikbaar was. Nu sta ik elke dag rond deze tijd op, vrijwillig.’

Geliefde studieobjecten

Ochtendmens, avondmens: het onderscheid wordt veelvuldig gemaakt in wetenschappelijke studies, bijvoorbeeld in verband met de zomertijd. Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen ondervroegen enkele jaren terug vijftigduizend mensen over hun slaappatroon en hun omschakeling na het vooruitzetten van de klok. Uit het onderzoek bleek dat vooral het slaappatroon van avondmensen verstoord raakt door het gestolen uurtje, soms dagenlang.

Ook in andere opzichten zijn ochtend- en avondmensen geliefde studieobjecten. In de afgelopen jaren vergeleken wetenschappers de intelligentie, de hersenstructuur en zelfs de persoonlijkheidskenmerken van de twee type slapers, bijna alsof het om twee menssoorten gaat.

Slaaponderzoekers toonden aan dat het verrassend eenvoudig is om avondmensen om te vormen tot vroege vogels. Een wekker is niet eens nodig, een weekje kamperen zonder elektriciteit doet wonderen

Maar de transformatie van Pieter Gillis is niet uniek. Amerikaanse slaaponderzoekers van de Universiteit van Colorado toonden afgelopen zomer aan dat het verrassend eenvoudig is om avondmensen om te vormen tot vroege vogels. Een wekker is niet eens nodig, een weekje kamperen zonder elektriciteit doet wonderen.

Hoofdonderzoeker Kenneth Wright liet een klein groepje zeven nachten doorbrengen in een tentje in de bossen, zonder zaklantaarns, mobiele telefoons of andere lichtbronnen. De resultaten, gepubliceerd in het vakblad Current Biology, waren opmerkelijk. Het slaapritme van de aanwezige avondmensen verschoof razendsnel. Na een week vielen ze net als de ochtendmensen rond zonsondergang in slaap en stonden ze bij zonsopkomst weer naast hun bed. ‘In de moderne wereld met al het kunstmatige licht is er veel ruimte voor verschillende slaappatronen’, aldus Wright. ‘Maar wanneer we alleen nog worden blootgesteld aan natuurlijk zonlicht lopen de slaapritmes van mensen al snel ongeveer gelijk.’   

Biologisch verschil

Eiwit

Avondmensen kunnen hun lichaamsklok mogelijk beter verstellen als een specifiek eiwit in hun hersenen wordt uitgeschakeld. Dat hebben wetenschappers van de Universiteit van Manchester ontdekt tijdens experimenten met muizen.
Het eiwit CK1 speelt bij zowel muizen als mensen een belangrijke rol in de biologische klok van het brein. Als muizen genetisch zo worden gemanipuleerd dat ze het eiwit niet aanmaken, passen ze hun slaappatroon makkelijker aan in omgevingen waar het langer donker of juist langer licht is.
Hoofdonderzoeker David Bechtold hoopt uiteindelijk een medicijn te ontwikkelen dat de productie van CK1 ook bij mensen indamt.

Het onderzoek is nog te kleinschalig voor definitieve conclusies. Maar het roept de vraag op of er wel een verschil is tussen ochtend- en avondmensen. Hebben extreme nachtbrakers hun gordijnen ’s ochtends niet gewoon te lang dicht zitten?

Lange tijd was er geen biologisch excuus om laat op te staan. Wetenschappers ontdekten pas in de jaren zestig dat elk mens een soort ingebouwde lichaamsklok heeft. Ze kregen daarbij hulp van een speleoloog. De Fransman Michel Siffre nam in 1962 twee maanden lang zijn intrek in een grot in de Alpen, puur omdat hij nieuwsgierig was naar hoe zijn slaapcyclus zich zou ontwikkelen in afwezigheid van de zon. Toen Siffre in september de grot uit kroop, was hij al het besef van tijd kwijt. Gek genoeg had zijn lichaam wel volgens de klok geleefd. Uit gegevens die hij via een radioverbinding had doorgegeven, bleek dat hij een normaal dag- en nachtritme had aangehouden. Zijn slaapwaakcyclus besloeg steeds een periode van ongeveer 24 uur.

Inmiddels is bekend waar het biologische uurwerk van het menselijk lichaam zich bevindt. Het gaat om een klein gebiedje in de diepgelegen hersenkern hypothalamus. De biologische klok, oftewel de nucleus suprachiasmaticus, bevat 20.000 tot 30.000 zenuwcellen die periodiek signalen afgeven aan de rest van ons lichaam. ‘Wie bij dieren een elektrode aansluit op een vergelijkbaar hersengebied, ziet een terugkerend patroon van elektrische impulsen’, zegt slaaponderzoeker Gerard Kerkhof van het Medisch Centrum Haaglanden. ‘Overdag is het ritme van deze stroompjes gemiddeld tot hoog, ’s nachts daalt de activiteit. Ongeveer 24 uur later begint het weer van voren af aan.’

Verschillende slaapcycli

De biologische klok tikt niet bij iedereen even snel. Kerkhof, die tot zijn pensioen verbonden was aan de Universiteit van Amsterdam, publiceerde in 1981 al over ochtend- en avondmensen. ‘Volgens mij was ik de eerste in Nederland’, zegt hij. Hij deed onderzoek naar hersengolven tijdens de slaap en zag vreemde verschillen tussen individuen. ‘Bij de één begon het slaapproces later dan bij de ander.’  

De verklaring daarvoor bleek vrij simpel. De slaapwaakcyclus in de hersenen van ochtendmensen duurt korter: niet ruim 24 uur, maar 23,5 uur. ‘Daardoor worden ze eerder moe en staan ze ’s ochtends vroeger naast hun bed.’

De klok in ons brein valt op vele manieren te ‘verzetten’

Bij avondmensen neemt de cyclus juist meer tijd in beslag, bijvoorbeeld 24,5 uur. Ze komen dus pas laat in hun slaapmodus. Dat is vaker problematisch. ‘Want de vroege ochtend voelt voor hen daardoor nog aan als nacht’, zegt Kerkhof. ‘Maar ze moeten toch opstaan, omdat ze naar hun werk moeten.’

De grens tussen ochtendmensen en avondmensen is schimmig. De klok in ons brein valt namelijk op vele manieren te ‘verzetten’, zo geeft ook Kerkhof toe. Dat avondmensen hun slaapritme kunnen vervroegen met zonlicht verbaast hem niets. Een zenuwbaan verbindt speciale receptoren in het netvlies rechtstreeks met de eerder besproken ‘klokcellen’ in het brein. ‘Als er licht in onze ogen valt, krijgen onze hersenen een direct signaal dat het dag is.’ In de avond kan zo’n signaal het slaappatroon flink verstoren. ‘Als je lang naar het scherm van een tablet of tv staart, val je later in slaap.’

En de lichaamsklok heeft meer ingangen. De klok vertoont een wisselwerking met processen in het hart, de maag en de longen en andere organen. ‘Het is geen toeval dat je hartslag en ademhaling vertragen voor het slapengaan en dat je ’s nachts geen honger krijgt’, zegt Kerkhof.

Lichaamssignaal 

Avondmensen die ’s ochtends het gevoel hebben dat het nog nacht is, moeten volgens Kerkhof daarom niet blijven liggen, maar opstaan, eten en misschien zelfs een stukje rennen om de hartslag, ademhaling en de spijsvertering op gang te brengen. ‘Je geeft de biologische klok daarmee een signaal: de dag is begonnen. Daardoor verschuift je ritme. Je zult die avond  eerder moe worden en de volgende ochtend al iets makkelijker opstaan.’     

Pieter Gillis kan daarover meepraten. Zes uur voelt voor hem niet meer aan als midden in de nacht. ‘Een tijdlang stond ik zelfs nog vroeger op, om vier uur. Het gaf me een kick dat ik al een groot deel van mijn werk had gedaan voordat de zon opkwam. Uiteindelijk voelt zes uur toch als een betere ontwaaktijd, maar ik voel me zeker geen avondmens meer.’

Ons brein bevat waarschijnlijk ook een soort genetisch tijdslot

Er zit een grens aan de mate waarmee het slaapritme kan verschuiven door gedrag of omgeving. Ons brein bevat waarschijnlijk ook een soort genetisch tijdslot. In 2012 ontdekten Canadese wetenschappers bijvoorbeeld dat het zogenoemde PER1-gen van grote invloed is op  de omlooptijd van onze biologische klok. Het gen komt voor in twee varianten, genaamd Adenine en Guanine. Mensen die twee keer de eerste variant hebben geërfd van hun ouders (AA) staan gemiddeld 67 minuten eerder op dan personen die twee keer de G-variant dragen, zo bleek uit het onderzoek.

‘En zo zijn er wel 15 tot 20 van deze klokgenen die onze slaaptijd beïnvloeden’, zegt Kerkhof. ‘In mijn praktijk in het Medisch Centrum Haaglanden zie ik soms mensen die echt nauwelijks uit bed kunnen komen ’s ochtends, al gebruiken ze drie wekkers en slapen ze met de gordijnen open. Bij hen helpt een weekje kamperen niet om hun lichaamsklok te verzetten.’

Evolutie

De verklaring voor die ‘ochtend- en avondgenen’ zoekt Kerkhof in de evolutie. ‘De mens is in feite een groepsdier, vroeger was het vermoedelijk handig dat er op elk tijdstip een paar individuen wakker waren, ook diep in de nacht en vroeg in de ochtend.’

Hoeveel mensen kunnen zich nu echt ochtend- of avondmens noemen? De onderzoeker beschikt over een representatieve databank met slaapgegevens van meer dan tweeduizend Nederlanders. De grootste groep – ruim 80 procent – zit in het midden. ‘Zij kunnen hun slaappatroon relatief makkelijk verleggen.’

Van slechts 10 procent van de ondervraagden durft Kerkhof te zeggen dat ze van nature ’s avonds actief zijn. ‘Deze mensen beginnen op vrije dagen nooit voor elf uur ’s ochtends aan de dag.’ Ongeveer 6 procent van de Nederlandse bevolking rekent hij tot de extreme ochtendmensen.

‘Mensen vragen in de kroeg: ben jij een ochtend- of een avondmens, terwijl de meesten tot geen van beide groepen behoren. Het gaat om kleine minderheden.’   

Die cijfers zijn precies de reden waarom Menno Gerkema, hoogleraar chronobiologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, de termen ochtend- en avondmens liever niet gebruikt in wetenschappelijke studies. Hij vindt de begrippen te algemeen en suggestief. ‘Mensen vragen in de kroeg: ben jij een ochtend- of een avondmens, terwijl de meesten tot geen van beide groepen behoren. Het gaat om kleine minderheden.’   

Ongewenste mutatie

De extreme slaappatronen zijn volgens hem ook niet per se evolutionaire aanpassingen. ‘Daar is geen hard bewijs voor.’ Sterker nog, zelf ziet Gerkema de genen van ochtend- en avondmensen meer als een afwijking, een ongewenste mutatie. Hij wijst op de klachten die de extreme slapers ervaren. ‘Ze hebben slaapproblemen, maar door de uitwerking van hun biologische klok op de rest van hun lichaam zijn ze ook gevoeliger voor bijvoorbeeld depressies en overgewicht. Er zitten geen bewezen voordelen aan.’

Afscheid nemen van de termen ochtend- en avondmens lijkt Gerard Kerkhof onverstandig. ‘Iedereen kent deze begrippen nu, dat is wel zo handig als je mensen bewust wilt maken van een probleem.’

Kerkhof hoopt met de termen uiteindelijk meer begrip te kweken voor verschillen in slaappatronen. ‘We weten dat de lichaamsklok van sommigen echt anders werkt. Waarom zouden avondmensen dan niet wat later kunnen beginnen op school of op hun werk? Het is voor hen een enorme opgave om al om negen uur op het werk te verschijnen, zeker nu de zomertijd ingaat.’

De avondmens: psychopatisch en machtsbelust?

De Australiër claimt in het vakblad Personality & Individual Differences een verband te hebben gevonden tussen manipulatieve karaktertrekken en een voorkeur voor nachtelijke activiteit. ‘Mensen met trekjes van narcisme, machtsbelustheid en psychopathie zijn relatief vaak avondmensen, dat blijkt significant uit ons onderzoek’, laat hij telefonisch weten.Waarom blijven avondmensen eigenlijk zo graag wakker in het donker? Psycholoog Peter Jonason van de Universiteit van Sydney heeft daar een op z’n zachtst gezegd opmerkelijke verklaring voor: in de duisternis kunnen de nachtbrakers hun medemens gemakkelijker een loer te draaien.

De Australiër kwam tot zijn conclusie door 254 studenten vragenlijsten te laten invullen waarmee eventuele verbanden tussen hun slaappatroon en persoonlijkheid konden worden vastgesteld. Jonason schermt ook met een evolutionaire verklaring voor zijn bevinding. ‘Als je je omgeving wilt uitbuiten, zoals mensen met deze persoonlijkheidskenmerken, is de nacht je natuurlijke omgeving. Het is logisch om dan actief te zijn; je kunt gemakkelijk je voordeel behalen als anderen slapen of slaperig zijn.’

De Nederlandse slaaponderzoeker Gerard Kerkhof kan na lezing van het onderzoek nauwelijks geloven dat het in een fatsoenlijk vaktijdschrift is gepubliceerd. ‘Er is een correlatie gevonden van 0,15. Dat betekent dat slechts 2 procent in de variatie van de donkere persoonlijkheidstrekjes kan worden verklaard door slaapgewoontes. Een verwaarloosbaar effect.’

De manier waarop de proefpersonen in de Australische studie werden gediagnosticeerd met psychopathie en narcisme noemt hij ‘kort door de bocht’.

De proefpersonen kregen stellingen voorgeschoteld als: ‘Ik ben van mening dat het soms beter is om ongeneeslijk zieke mensen pijnloos te laten sterven’ en ‘ik houd ervan om hard te rijden in auto’s’. Wie het hiermee eens was, scoorde punten voor respectievelijk narcisme, machtsbelustheid en psychopathie. ‘Ik houd ook van hard rijden, maakt dat me meteen tot psychopaat?’, vraagt Kerkhof zich af.

Volgens slaaponderzoeker Menno Gerkema van de Rijksuniversiteit Groningen is het onderzoek een voorbeeld van een studie waarin de term avondmens ten onrechte is gebruikt. ‘Het gaat om een zwakke correlatie die wordt gekoppeld aan de populaire term avondmens. Dat leidt tot rare vooroordelen.

 

 

maart 29, 2014Permalink

Geef thuishulp meer rechten

Tienduizenden werknemers in de zorg, zoals alfahulpen, moeten werknemersrechten krijgen. Zo moeten de Ziektewet en de Werkloosheidswet weer gaan gelden voor zeker 60 duizend alfahulpen en 8.000 gastouders. Deze groep moet dan wel belasting en premies voor de verzekeringen gaan betalen.

DOOR Gijs Herderscheê en Marjon Bolwijn 28 maart 2014

Dit adviseert een commissie onder leiding van Ella Kalsbeek aan minister Lodewijk Asscher (PvdA) van Sociale Zaken en staatssecretaris Martin van Rijn (PvdA) van Volksgezondheid. Kalsbeek, oud-PvdA-staatssecretaris van Justitie en nu bestuurder in de zorg, was advies gevraagd over de mogelijke gevolgen van ondertekening van een internationaal verdrag over de positie van huishoudelijk werkers. Het advies is van groot belang nu het kabinet veel meer zorg aan hulpbehoevenden door gemeenten wil laten uitvoeren. Daardoor kan het aantal alfahulpen de komende jaren explosief toenemen. Werknemersverzekeringen gelden nu niet voor alfahulpen en gastouders. Voor hen geldt de zogenoemde regeling dienstverlening aan huis. Wie minder dan vier dagen per week bij particulieren huishoudelijk werk verricht, hoeft geen belastingen en premies af te dragen. Keerzijde is dat de werknemersverzekeringen dan ook niet gelden.

Goedkoop en onverzekerd

De alfahulp is ‘uitgevonden’ na de uitbreiding van de regeling dienstverlening aan huis. Toen werd de regeling gebruikt bij de prijzenslag die woedde in de thuiszorg. Gemeenten moeten contracten afsluiten met thuiszorgbedrijven voor zorg aan hulpbehoevenden. Bij het beoordelen van offerten keken gemeenten vooral naar de prijs. Thuiszorgorganisaties ‘verzelfstandigden’ daarom hun medewerkers tot alfahulp. Zij werden daardoor voor de werkgever veel goedkoper maar verloren hun werknemersverzekeringen.

Kalsbeek en haar commissie vinden het principieel onjuist dat de ‘regeling dienstverlening’ voor de alfahulpen geldt. ‘De commissie acht het ongewenst dat diensten die – grotendeels – met overheidsgeld worden gefinancierd worden uitgevoerd door werknemers wier rechtspositie slechter is dan die van andere werknemers’, schrijft Kalsbeek in haar rapport.

150 tot 200 miljoen euro

Als alfahulpen en gastouders dezelfde rechten krijgen als andere werknemers kost dat de overheid ‘maximaal 150 tot 200 miljoen euro’, zo heeft de commissie berekend. Asscher benadrukt dat werknemers niet de dupe mogen worden nu de overheid meer zorgtaken naar gemeenten delegeert. Er is al 100 miljoen euro gereserveerd voor de positie van alfahulpen. Toch wil Asscher eerst met het kabinet overleggen voor hij een oordeel over het advies van Kalsbeek velt.

De zorg aan huis wordt nu betaald via de WMO en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, die het kabinet afschaft. Gemeenten moeten nog meer zorg regelen voor thuiswonende hulpbehoevenden. Daarnaast komt er een nieuwe wet die zorg in instellingen en tehuizen regelt. Tenslotte wordt een deel van de huidige AWBZ ondergebracht in de verplichte verzekering tegen ziektekosten.

Zwarte circuit

Aanleiding voor het advies van Kalsbeek is een internationaal verdrag dat huishoudelijk personeel dezelfde rechten geeft als gewone werknemers. Asscher wilde de gevolgen weten voordat Nederland dat verdrag ratificeert. De huidige regeling dienstverlening aan huis zou dan moeten worden afgeschaft. Die kan volgens Kalsbeek ook worden vervangen door een regeling waarbij de werknemer is vrijgesteld van belastingen, premies en werknemersrechten als hij per week maximaal 24 uur per week in een huishouden werkt. Afschaffing van de regeling zal in de praktijk weinig veranderen, al zal een deel van het werk in het zwarte circuit verdwijnen. Voor daadwerkelijke verbetering van de positie van huishoudelijk werkers, zoals werksters, is nieuw beleid nodig. Kalsbeek wijst als voorbeeld op de Belgische dienstencheque of een belastingaftrek. Die systemen zijn echter duur – mogelijk 1,2 miljard euro – en fraudegevoelig. 

Ingeborg Boskamp

‘Ik voel mij gebruikt’

Huishoudelijk werkster Ingeborg Boskamp (48) uit Hengelo staat ‘honderd procent’ achter het advies van de commissie-Kalsbeek om alfahulpen dezelfde rechten te geven als thuiszorgmedewerkers in loondienst. ‘We doen exact hetzelfde werk, maar hebben geen recht op WW, vakantiegeld, twee jaar doorbetaling bij ziekte en bouwen geen pensioen op. Ik voel mij gebruikt.’
Als geen ander ervaart Boskamp het verschil tussen een alfahulp, die in feite als zzp’er werkt en wordt betaald uit het persoonsgebonden budget van de cliënt en een thuiszorgmedewerker in loondienst. Want zij is voor 16 uur in de week in loondienst en voor 11 uur als alfahulp. Als alfahulp verdient Boskamp netto de helft minder. Bovendien verliest ze dat werk als ze langer dan zes weken ziek zou zijn en krijgt ze over die uren geen werkloosheidsuitkering en vakantiegeld. Ook bouwt ze geen pensioen op.
‘Het is zwaar fysiek werk met risico’s op gezondheidsklachten. De inkomsten van een alfhahulp zijn niet beschermd en je staat met lege handen als je in de problemen komt’, zegt de huishoudelijk werkster.
Boskamp heeft er een hard hoofd in dat het kabinet het advies van de commissie-Kalsbeek opvolgt. ‘Volgend jaar valt alle zorg onder de gemeenten en zij hebben daar hun handen vol aan. Juist zij maken gebruik van de constructies met alfahulpen om goedkopere thuiszorg te kunnen leveren.’ 

 

 

maart 28, 2014Permalink

Psychiatrie in de media

ANALYSE Psychiaters moeten op tv en in de krant hun mond houden. Of snakt het publiek juist naar duiding van psycho-drama? Het schisma tussen bevindelijken en liberalen blijkt springlevend. ‘Ik heb het opgegeven.’

DOOR Loes Reijmer 24 maart 2014

Op een dinsdagmiddag in ­februari verschijnt een ronkend persbericht in de inbox van honderden journalisten. De mail is afkomstig van Erik Noomen, hoofdredacteur van Nieuwe Revu. Hij stuurt elke week een vooruitblik op het blad dat de volgende dag in de winkel ligt.

Vaak moeten seks, drugs en vrouwen de lezer naar de kiosk lokken. ‘Heroïne is helemaal niet zo kwaadaardig’, luidt het onderwerp dan. Of: ‘Kwart heteromannen experimenteert met kerels’. Nu mailt Noomen: ‘Bij elke Eredivisieclub een verslaafde voetballer.’

Nieuwe Revu brengt het als een uitspraak van Bram Bakker. De psychiater en publicist heeft meer gezegd volgens het persbericht. Dat sporters die veel behoefte hebben aan aandacht tot de risicogroep behoren, bijvoorbeeld. Valt de bewondering weg na de profcarrière, dan zoeken ze compensatie. ‘Het is daarom niet lastig te voorspellen dat Sneijder op zijn 50ste alcoholist zal zijn’, citeert Nieuwe Revu Bakker.

Diezelfde middag krijgt de psychiater een telefoontje van RTL Late Night. Of hij wil komen praten over zijn uitspraken. Bakker is zich niet bewust van het verschijnen van het artikel. Ja, een tijd geleden belde een journalist over sporters en verslaving, maar daar had hij niets meer van gehoord. Hij heeft de tekst ook niet gezien voor publicatie.

De psychiater is er nog steeds boos over, blijkt nu. ‘Wat in dat artikel staat, is aperte onzin. Ik zou hebben voorspeld dat Sneijder een drankprobleem heeft rond z’n 50ste. Een domme uitspraak. Geen een dokter voorspelt iets.’

Wat heeft hij wel gezegd? ‘Ik somde de risicofactoren op bij verslaving. Ik zei dat sporters die ook buiten het voetbalveld veel aandacht krijgen meer gevaar lopen. ‘Iemand als Sneijder ­bijvoorbeeld?’, vroeg de journalist.­ ‘Inderdaad’, antwoordde ik.’

Spanning

Knipper met je ogen en de nuance zal je ontgaan: het verschil tussen een ­risico-inschatting en een voorspelling, tussen een algemene uitspraak geïllus­treerd met een voorbeeld en een uitspraak over een persoon, ­tussen onderbouwde vermoedens en publiekelijke diagnostiek. Het verschil, kortom, tussen binnen de lijntjes blijven of over de schreef gaan.

Het voorbeeld van Bakker en Nieuwe Revu toont de spanning tussen media enerzijds en psychiatrie en (forensische) psychologie anderzijds. Media willen duiding, het liefst zo snel en ­specifiek mogelijk. Waarom verloor voetballer Andy van der Meijde zich in drank en drugs? Of belangrijker: waarom schoot Tristan van der V. zes mensen neer in Alphen aan den Rijn?

Weinig psychiaters en psychologen voelen zich geroepen hun vermoedens met het publiek te delen. Ze willen geen uitspraken doen over mensen die ze niet zelf hebben gesproken. De beroepsgroep kijkt hoofdschuddend naar vakbroeders die tv-programma’s en kranten wel geregeld frequenteren.

Een aantal kwam in de problemen door publieke uitspraken. De beroepsvereniging distantieerde zich in 2009 van Bakker, nadat hij Dirk Scheringa ‘een boef die zich presenteert als slachtoffer’ had genoemd. Corine de Ruiter, hoogleraar forensische psychologie, is omstreden omdat ze Joran van der Sloot en Willem Holleeder ‘psychopaten’ noemde. Ernst Ameling, ook ­forensisch psycholoog, nam ontslag bij het Pieter Baan Centrum na de interne kritiek op zijn vele mediaoptredens.

Ameling zelf omschrijft de spanning in de beroepsgroep zo: ‘Ook in mijn vak heb je de bevindelijken en liberalen, boekhouders en hedonisten.’ Op de vraag of hij tot de cowboys van zijn vak behoort, moet hij smakelijk lachen.

De forensisch psycholoog is makkelijk te vinden. Zijn mailadres en telefoonnummer staan op zijn site, waar hij ook zijn publieke optredens noemt: ‘Tevens word ik veelvuldig gevraagd door de media, meestal als forensisch psycholoog. Als u Ernst Ameling ­googelt kunt u daar een steekproef van zien.’

IJdeltuit

Ameling heeft zichzelf deze middag vrij gegeven om van de zon te genieten en is direct bereid mee te werken aan dit stuk. ‘Ik geef hypotheses in de ­media, maar doe niet aan diagnostiek’, zegt hij vanaf een terras. ‘Daar ligt mijn grens.’ Op de vraag of de kijker dat verschil ziet: ‘Dat weet ik niet en dat kan me ook niet schelen.’

Zijn missie: laten zien dat het gedrag van daders en criminelen vaak helemaal niet zo uitzonderlijk is. ‘In ieder mens zit slechtheid. Ik vind niet zo snel iets ­gestoord.’ Nou vooruit, er is ook nog een ander motief: ‘Ik ben een ijdeltuit ja, ik vind het leuk om te doen. Vroeger gaf ik veel college, dat vond ik ook al zo leuk.’

De kritiek van zijn vakbroeders komt voort uit jaloezie, hij. ‘Ze zeggen dat ik te veel zeg, maar zij worden niet eens gevraagd. Er is veel kinnesinne, hoor.’

In het verleden is hij wel eens te ver gegaan. ‘Ik werd eens gebeld door De Telegraaf over een familiedrama. Toen zei ik dat ik het wel erg vond dat die ­vader de kindertjes had stukgesneden. Achteraf bleek dat hij het juist ­netjes had gedaan. Toen werd mij ­terecht verweten bevooroordeeld te zijn.’

O, Bram
Bram Bakker werkte ook mee aan O, Louis, het boek van Hugo Borst over diens fascinatie voor Louis van Gaal. Samen proberen ze het gedrag van de bondscoach te duiden. ‘Bram, jij hebt ook een groot ego, net als Van Gaal, toch?’, vraagt Borst. ‘Zeker, absoluut’, antwoordt Bakker.

Onlangs trad hij op in Vandaag de Dag, het ochtendprogramma van WNL. Hij was gevraagd de relatie te duiden tussen het voortvluchtige stel – in de media omgedoopt tot Bonnie en Clyde – dat in februari een man neerschoot en een gezin gijzelde.

‘Ik denk dat zij iemand is die valt op partners die gewelddadig zijn’, zegt hij in het interview over de vrouw. Over de mannelijke dader: ‘Het zou zomaar kunnen dat er veel is misgegaan door zijn adoptie.’ ‘Wanneer denkt u dat ze worden gepakt?’, wil de interviewster tot slot weten. ‘Als ze bij elkaar blijven binnen een week, denk ik’, antwoordt Ameling. Weer de smakelijke lach vanaf het terras: ‘Ja, dat had ik goed voorspeld, hè? Nog diezelfde dag ­werden ze gearresteerd.

Het actualiteitenprogramma Nieuwsuur werkte die woensdag aan hetzelfde onderwerp. De redactie zette twee invalshoeken uit: de psyche van de ­daders en de dynamiek van een klopjacht. Uiteindelijk interviewde Twan Huys een oud-politiechef over de laatste invalshoek.

‘We konden niet genoeg betrouwbare informatie vinden om de karakterstructuur van het duo te duiden’, zegt hoofdredacteur Joost Oranje. ‘De redactie heeft op internet informatie gezocht en met deskundigen gebeld, maar daar kwam niet voldoende uit.’

Het zijn lastige onderwerpen, vindt hij. ‘Je moet voorzichtig zijn. Het gaat niet over iets abstracts, maar over personen. Het is zeer privacygevoelig.’

Berichtgeving als deze heeft een hoge attentiewaarde; er kijken veel mensen. Oranje: ‘In de beeldvorming spelen media spelen een grote rol. Daarom moet je extra oppassen. De psychologische schets wordt al snel ­onderdeel van de discussie, terwijl de informatie ook onjuist kan zijn.’

Speculatie

‘Na de moord op Pim Fortuyn suggereerden meerdere deskundigen dat Volkert van der G. het Syndroom van Asperger zou hebben. Het ­Pieter Baan Centrum had die mogelijkheid al vroeg in het onderzoek uitgesloten en toch bleef het aan hem ­kleven.’

Giswerk is niet altijd uit den boze, vindt Oranje. Denk aan het verdwenen vliegtuig van Malaysia Airlines. ‘Iedereen wil weten hoe dat kan. Dan ontkom je niet aan speculatie. Als het over personen gaat, ligt dat anders.’

Nieuwsuur nodigt deskundigen uit op basis van hun expertise en reputatie. ‘Maar ze moeten het ook goed doen op tv. Het is belangrijk dat hun informatie voor een groot publiek begrijpelijk is. Ze moeten hun verhaal goed kunnen vertellen, zonder jargon.’

Voorzichtig

Het nieuwsprogramma belde die middag ook Nils Duits, kinder- en jeugdpsychiater bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP), over het voortvluchtige duo. Hij weigerde, zoals hij bijna altijd doet. ‘Benieuwd wie in Nieuwsuur is gestrikt om diagnose op afstand te geven over opgepakt duo. Mij niet gezien’, twitterde hij iets later.

Duits werkt graag mee aan dit verhaal, maar wil wel eerst meer informatie over de opzet. Hij is in de 25 jaar dat hij dit werk doet naar eigen zeggen voorzichtig geworden met media.

Tijdens het gesprek formuleert hij ­bedachtzaam.

‘Het is een dilemma’, zegt hij. ‘Bij een opmerkelijke gebeurtenis heeft de maatschappij vragen. Toch doen ­psychologen en psychiaters er naar mijn idee verstandig aan vaker te zwijgen. Vooral in tv-programma’s is weinig ruimte voor nuance. Redacties nodigen je uit voor het algemene verhaal, maar uiteindelijk gaat het toch weer om die specifieke zaak.’

En daar kunnen psychiaters nou eenmaal weinig over kwijt, stelt Duits. ‘Er is een soort dubbel beroepsgeheim. Ben je als onderzoeker bij een behandeling betrokken en dan mag je sowieso niets zeggen. Het NIFP onderzoekt daarnaast jaarlijks vijfduizend mensen. Het zou raar zijn als je daarop vooruit zou lopen in de media.’

Ben je niet betrokken, dan weet je per definitie te weinig, vindt Duits. ‘Zaken liggen vaak veel ingewikkelder dan je oppervlakkig kunt beschouwen. Diagnose op afstand is onprofessioneel, ik moet daarbij altijd denken aan Dr. Clavan (een personage uit Keek op de week van Van Koot en De Bie, red.)’

Gradaties

Het gevaar? ‘Die optredens leiden tot beeldvorming die niet verhelderend is. Er wordt te makkelijk in beelden ­gedacht. Zo’n label blijft aan een dader kleven. De discussie over psychopathie bijvoorbeeld wordt vaak ongenuanceerd gevoerd. Het lijkt alsof het nooit meer goed kan komen met een dader, terwijl er wel degelijk gradaties zijn.’

Er wordt door vakgenoten dan ook minzaam gedaan over collega’s die ­di­agnostiek op afstand bedrijven, ­bevestigt Duits.

Psychiater Bram Bakker is ‘he-le-maal’ klaar met de kritiek van zijn vakbroeders. ‘Ik heb het opgegeven. Ze denken dat ik het om mijn enorme ego doe, terwijl het mij om het vak gaat. De psychiatrie verdient meer aandacht.’

‘We vinden het de normaalste zaak van de wereld dat strafpleiters veelvuldig aanschuiven in talkshows. Weet je welk percentage Nederlanders in aanraking komt met die beroepsgroep? Slechts 2 procent. Terwijl één op de drie Nederlanders in het leven te maken krijgt met de geestelijke gezondheidszorg. En dan zou je daar niet mogen zitten als psychiater?

Hij vervolgt zijn tirade: ‘Ik verwijt mijn vakgroep juist dat ze helemaal niets begrijpen van media. De meeste collega’s zijn zo nietszeggend dat ze nooit worden gevraagd.’

Zelf krijgt hij meerdere media-­verzoeken per dag. Drie van de vier keer zegt hij nee. Bakker stemt toe als het over zijn specialismen gaat: verslaving, sport en zelfmoord.

Koudwatervrees

De afgelopen tijd liet hij zich uit over de hartaanval van Reinout Oerlemans (‘Bram Bakker vermoedt dat Reinout Oerlemans de dupe is geworden van ­jarenlang buffelen’, in het AD), over de zelfmoord van acteur Philip Seymour Hoffman (‘Bram Bakker vermoedt dat een man als Hoffman, die succes op succes stapelde en feitelijk alles had wat zijn hartje begeerde, diep in zijn hart misschien een ongelukkig mens was’, eveneens in het AD) en over Louis van Gaal in het boek van Hugo Borst.

Op de vraag wat we daarmee opschieten, zegt Bakker: ‘Ik denk dat er behoefte aan is. Ik probeer het op te ­nemen voor mensen met psychische klachten.’

Hij verklaart de mediale koudwatervrees van zijn vakgenoten door wat er in de opleiding wordt geleerd over uitgesprokenheid. ‘Daar vertellen ze je al dat je zo min mogelijk profiel moet hebben als psychiater. Terwijl er geen enkel bewijs is dat mijn patiënten er last van hebben.’

Betrokken

Is een mediagenieke psychiater per se een slechte psychiater? Nee, vindt Coen Verbraak, die veel psychologen en psychiaters interviewde over hun vak, vooral voor zijn tv-programma ­Kijken in de ziel. Bij het selecteren van interviewkandidaten merkte hij dat sommige vakgenoten liever niet met Bakker worden geassocieerd. Twee maakten zelfs bezwaar tegen zijn deelname.

‘Naast uitgesproken, is hij ook zeer betrokken bij zijn patiënten’, zegt ­Verbraak. ‘Een vrouw vertelde me een keer dat haar dochter nog leeft dankzij hem. Ze kon hem ’s nachts bellen toen haar dochter op het punt stond zelfmoord te plegen. Er zijn ook psychiaters die hun telefoonnummer niet aan patiënten willen geven.’

Verbraak: ‘Hij wordt gezien als de populaire psychiater die zijn boekje te buiten gaat. Ik vind ook dat hij vaker zijn mond moet houden, maar ik hoor altijd dat op zijn vakmanschap weinig is aan te merken.’

maart 25, 2014Permalink

Slecht in namen, maar een kei in nummers. Kan dat?

DOOR John Wanders 23 maart 2014

‘Namen kan ik slecht onthouden. Daar staat tegenover dat ik heel goed ben in telefoonnummers.’ U heeft deze bewering vast weleens gehoord of misschien zelf weleens uitgesproken. Maar kan-ie ook kloppen?


‘Over het algemeen zullen mensen die goed namen kunnen onthouden ook goed zijn in het onthouden van nummers’, antwoordt klinisch neuropsycholoog Roy Kessels, hoogleraar aan het Radboud UMC in Nijmegen. Daarbij past een kanttekening: ‘Er zijn zeker sterke en minder sterke kanten van het geheugen te vinden bij mensen, zoals we ook niet allemaal even goed zijn in sport. Een wiskundige zal eerder trucjes bedenken om nummers te onthouden. Een kunstschilder zal mogelijk beter in staat zijn zich namen visueel in te prenten.’

Zo heeft Kessels in zijn kennissenkring meerdere Rolands en Ronalds. Verwarrend, vindt hij. ‘Die namen lijken te veel op elkaar.’ Telefoonnummers lijken nog meer op elkaar. En een naam associeer je eerder met een gezicht. Dat is visualisatie, en dat is effectiever bij het onthouden.

Geheugenfouten zijn van alle dag. Iedereen maakt ze. En het heeft niets te maken met dementie, zegt Kessels: ‘Dat is echt een ander hoofdstuk.’ Wie herkent niet deze pijnlijke scène: iemand komt aangelopen en begroet je hartelijk bij je voornaam. Je herkent iets in het gezicht, maar de naam? Koortsachtig tast je je geheugen af. Het blijft een vraagteken. Je kiest de minst gênante uitweg en hoort jezelf bluffen: ‘Hallo, goed je te zien! Hoe is het met jou?’

Constructies

Herinneringen zijn niet opgeslagen als een foto, ze worden gereconstrueerd, legt Kessels uit. ‘Bij iedereen is het neurale netwerk op een andere manier gevormd. Hoe beter informatie is opgeslagen, hoe beter ze is verbonden met het verbale netwerk.’ Vaak wordt informatie automatisch opgehaald, maar het opdiepen kan ook zeer bewust verlopen: waar herken ik dat gezicht van? Van mijn werk? Was het op een feestje? Bij een vriend? Bij Willem? O ja, het is die Pascal! Die vent die op dat feestje bij Willem constant over PSV zat te kletsen!’

Het heeft ook te maken met interesse, zegt Kessels. ‘Bij niet meer dan een gevoel van herkenning van een gezicht is er een zwak geheugenspoor. Als je naast de naam ook allerlei details over de context waarin je die persoon eerder hebt ontmoet kunt opdiepen, is het geheugenspoor sterk.’

Bij dat associatiemechanisme, waarmee herinneringen aaneen worden gesmeed tot een gebeurtenis, speelt de hippocampus een belangrijke rol bij het geven van context. Kessels: ‘De hippocampus, een gedraaid hersenkwabje in de vorm van een zeepaardje, van 13 kubieke centimeter, is als de infobalie van een documentatiecentrum. Je hebt er twee: links en rechts. In MRI-onderzoek waarin een proefpersoon moet aangeven of deze een eerder getoond plaatje herkent, zie je hoe het hersengebied van de hippocampus wordt geactiveerd. Je ziet dat er dan meer zuurstofrijk bloed, dus meer zuurstof, naar de hippocampus gaat. Dát is het verschil tussen iets alleen bekijken en proberen je iets te herinneren.

 

 

maart 23, 2014Permalink

Echtpaar Xi naar de bollen

Presidentsvrouw Peng Liyuan doopt de speciale tulp»

Presidentsvrouw Peng Liyuan doopt de speciale tulpANP

De echtgenote van de Chinese president Xi Jinping heeft op de Keukenhof een nieuwe tulp ten doop gehouden. De paars-witte bloem heet Tulipa Cathay, naar de benaming voor China uit de tijd van ontdekkingsreiziger Marco Polo.

Peng Liyuan goot een glas champagne over de nieuw gekweekte tulpen, terwijl koning Willem-Alexander, koningin Máxima en haar echtgenoot toekeken.

Landbouw

Eerder vandaag woonde president Xi een presentatie bij van Nederlandse landbouwinnovaties in Kasteel Keukenhof. Hij had daar zelf om gevraagd.

China moet zijn landbouw innoveren om genoeg voedsel te verbouwen voor alle 1,3 miljard inwoners. Vanwege de trek van het platteland naar de stad, moeten steeds minder boeren zorgen voor voldoende voedsel.

Melkrobot

Zo maakte Xi kennis met speciale LED-verlichting om goedkoper tomaten te kweken, en met een ultramoderne mestverwerker en een melkrobot. Ook werden technieken uitgewisseld om de voedselveiligheid te verbeteren.

Het staatsbezoek eindigt met een privé-lunch met het koninklijk paar. Daarna richt Xi zich op de NSS-top in Den Haag.

Morgen begint de NSS-top over nucleaire veiligheid in Den Haag. Vandaag komen de meeste wereldleiders aan in Nederland. Ze landen vrijwel allemaal op Schiphol. Een aantal van hen wordt  door premier Rutte ontvangen op het Catshuis. Om 16.00 geeft hij een persconferentie die live wordt uitgezonden.

Om 16.00 uur gaan ook de wegafsluitingen in van de belangrijkste toegangswegen naar Den Haag. Geadviseerd wordt om vanaf 16.00 uur tot en met woensdagochtend 06.00 uur de wegen in de Randstad te mijden, omdat er door de afsluiingen lange files kunnen ontstaan. Ook op het spoor worden drukke treinen verwacht.

President Xi krijgt uitleg over agrosector

China wil Nederlandse kennis en techniek inzetten om land-en tuinbouw te verbeteren.

De Chinese president Xi Jinping vroeg daarom speciaal om een presentatie van vooraanstaande Nederlandse bedrijven op het gebied van de agro-industrie.

Die presentatie kreeg hij zondagmiddag in Kasteel Keukenhof in Lisse. Daar mocht zijn echtgenote Peng Liyuan ook een nieuwe tulp dopen, die de oude naam voor China meekreeg, Cathay.

President Xi kreeg in het koetshuis van het kasteel te zien en te horen dat met moderne technieken, zoals bijvoorbeeld LED-verlichting, de opbrengst van een kas tomaten enorm kan worden verhoogd.

Loek Hermans, voorzitter van Greenport Holland, legde uit dat de jaaropbrengst in 1950 nog zes kilo per vierkante meter was en tegenwoordig tachtig kilo, terwijl het waterverbruik is gehalveerd en alleen biologische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt.

Voedselschandalen

 

”China heeft weinig ruimte en een groeiende bevolking, die beter wil eten. Dan is het belangrijk meer uit de grond te halen dan nu. Daarbij kunnen wij helpen”, aldus Hermans.

Ook de recente voedselschandalen in China zorgen ervoor dat naar Nederland wordt gekeken om de kwaliteit van eten en melk beter te kunnen bewaken en garanderen. ”We zijn de op een na grootste exporteur van de agrosector in de wereld”, hield staatssecretaris Sharon Dijksma (Economische Zaken) de president voor.

‘First lady’ Peng Liyuan goot aansluitend op de presentatie een glas champagne over de paarse Cathay-tulpen, die in Nederland zijn gekweekt. Ook tekende ze het bijbehorende certificaat. Het staatsbezoek wordt na een lunch op Kasteel Keukenhof formeel afgesloten, al brengt Xi maandag nog een bezoek aan het parlement.

Door: ANP

maart 23, 2014Permalink

Voedingscentrum, laat uw behoudzucht varen

KOOLHYDRATEN Het wordt tijd dat het Voedingscentrum de uiterste houdbaarheidsdatum nakijkt van de schijf van vijf.

DOOR Grieto Zeeman, senior communicatieadviseur en adviseur van KOOOK.nu 19 maart 2014

Het voedingscentrum weet alleen defensief te reageren op nieuwe trends op het gebied van voeding. Eind 2013 ging dat over het boek De Voedselzandloper en deze maand over superfoods. Hebben wetenschappers met nieuwe ideeën over gezonde voeding dan altijd helemaal ongelijk? Komt het heil alleen van de schijf van vijf? Moeten we echt nog steeds calorieën tellen? Het Voedingscentrum maakt zichzelf ongeloofwaardig door datgene wat honderdduizenden Nederlanders inmiddels weten, praktiseren en als goed ervaren, af te doen als onzin en potentieel schadelijk. Het gezag van dit voorlichtingsinstituut brokkelt hierdoor in een razend tempo af.

 

Kris Verburgh schreef het boek De Voedselzandloper en bracht daarmee een kleine revolutie teweeg in hoe mensen tegen gezond eten aankijken. In no time werden van het boek een kwart miljoen exemplaren verkocht. Bakkers merken in hun omzet dat mensen minder tarwebrood gaan eten en dat de vraag naar koolhydraatarm brood toeneemt. Zo zijn er meer publicaties die allemaal in dezelfde richting wijzen: eet minder snelle koolhydraten. Er is dus duidelijk sprake van een trend. Het enige dat het Voedingscentrum doet, is nieuwe ontwikkelingen afdoen als onzinnig en koppig de schijf van vijf blijven verdedigen.

Het Voedingscentrum maakt zichzelf ongeloofwaardig door datgene wat honderdduizenden Nederlanders inmiddels weten, praktiseren en als goed ervaren, af te doen als onzin en potentieel schadelijk

Het voedingscentrum beroept zich op een rapport van de gezondheidsraad uit 2006. In de afgelopen acht jaar is er echter veel nieuw onderzoek gedaan en zijn in meta-analyses de gezondheidsvoordelen van een voedingspatroon met langzame koolhydraten (met een lage glycemische index) aangetoond. Steeds is ook gewichtsverlies een van de resultaten. Als voorlichtingscentrum zou je actueler mogen zijn. En niet de situatie van acht jaar geleden gebruiken om nieuwe inzichten van hedendaagse wetenschappers onderuit te halen.

Een ander kritiekpunt dat het Voedingscentrum uit, is dat hoeveelheden niet overeenstemmen met de hoeveelheden genoemd in de schijf van vijf. Je zou het risico lopen te veel vis te kunnen gaan eten. Voorlopig wordt in Nederland nog steeds te weinig vis gegeten. Dus waarom niet dit deel van de voedselzandloper omarmen om het eten van vis en ook van groente en fruit te stimuleren?

Dat geldt ook voor het item superfoods dat groot in het nieuws was. Hier overspeelt het Voedingscentrum nog meer haar hand door te waarschuwen dat superfoods een gevaar voor de gezondheid kunnen zijn. Zitten er ongezonde stoffen in? Nee, maar mocht je het in je hoofd halen om uitsluitend superfood te eten, dan ontstaat er een eenzijdig voedingspatroon en zouden er tekorten kunnen ontstaan. Tja, maar dat gevaar van eenzijdigheid geldt natuurlijk voor elk willekeurig voedingsmiddel! Er is geen onderzoek waaruit blijkt dat mensen die superfood eten niet voldoende variatie aanbrengen in hun eetpatroon. Waarschijnlijk zijn het vooral de mensen die zeer bewust met voeding bezig zijn en eigenlijk zonder superfoods ook al gevarieerd eten. Dit is een goede trend die verdient gestimuleerd te worden. Het is kwalijk dat een objectieve voorlichtingsorganisatie goede voedingsmiddelen in een verdacht hoekje plaatst.

Als je de snelle koolhydraten overslaat, wordt het leven een stuk overzichtelijker. Zo’n driekwart van de schappen kun je overslaan

Waarom hanteert men dit voorlichtingsbeleid? Is het op wetenschappelijke basis of zijn er belangen in het spel? Dezelfde reacties zouden kunnen komen van de traditionele voedingsindustrie: die transformeert relatief goedkope grondstoffen als tarwe, suiker en aardappelen tot dure kant-en-klaarproducten vol toevoegingen, die een interessante marge opleveren. Dit leidt ertoe dat mensen vooral voedsel met snelle koolhydraten eten. Deze manier van eten heeft er mede voor gezorgd dat meer dan de helft van de bevolking te dik is, dat diabetes één van de snelst groeiende ziekten is en dat hart- en vaatziekten een volksziekte zijn geworden. Daar heeft voorlichting van het Voedingscentrum niets aan kunnen veranderen. We mogen dus twijfelen of voorlichting met de schijf van vijf werkt.

Je zou verwachten dat het Voedingscentrum het patroon van snelle koolhydraten – in tarwe, suiker en aardappelproducten – die zorgen voor grote schommelingen in het bloedsuikerniveau, zou hebben onderkend als oorzaak van overgewicht en ziektes. En dat het zijn beleid daarop zouden hebben aangepast. In Zweden is dat inmiddels gebeurd.

Maar de belangrijkste reden voor het falen van de voorlichting, is het feit dat menselijk gedrag in hoge mate situationeel gestuurd is. Je eet wat er beschikbaar is. En dat zijn vooral producten met tarwe, suiker en aardappel (brood, snoep en chips). Kijk eens naar het aanbod in de supermarkten, de snackbars, kiosken, broodjeszaken, etc. Als je de snelle koolhydraten overslaat, wordt het leven een stuk overzichtelijker. Zo’n driekwart van de schappen kun je overslaan. Dat is natuurlijk niet in het belang van de voedingsmiddelenindustrie.

Goed voorlichtingsbeleid zorgt ervoor dat ook omgevingsfactoren veranderen. Zodat mensen gemakkelijker verantwoorde keuzes kunnen maken. Dat betekent ingaan tegen de krachtige lobby van de voedingsmiddelenindustrie in plaats van nieuwe inzichten meteen onderuit te halen.

 

 

 

 

maart 20, 2014Permalink