Winst maken

De kans op winst moet investeerders naar de zorg lokken, maar wezenlijke twijfels overheersen. Voor minister Schippers is het een logische oplossing voor een evident probleem. Ziekenhuizen hebben moeite om voldoende kapitaal aan te trekken. In de politiek is alles immers gericht op beheersing van de zorgkosten, terwijl banken de zorg geen aantrekkelijke markt vinden. Er dreigt, kortom, een geldtekort. Schippers’ oplossing: hef het verbod op om winst uit te keren in de zorg, zodat grote geldschieters er brood in gaan zien. Draagt winst maken bij aan betere zorg? Het politieke debat hierover loopt al jaren en nogal wat partijen spelen daarin een ongemakkelijke rol. Eigenlijk is een ruime Kamermeerderheid uit overtuiging tegen, maar Schippers’ VVD wist partijen als CDA, PVV en nu de PvdA er via regeerakkoorden toch aan te binden. Waardoor de PvdA nu een plan verdedigt waar zij pas nog tegen was. Dat is wrang omdat zo een wetsvoorstel wordt doorgedrukt dat omgeven wordt door wezenlijke twijfels. Tegenstanders vrezen dat ziekenhuizen de eigen investeerders hinderlijk achter zich aan krijgen en vooral worden aangemoedigd om geld te verdienen, in plaats van optimale zorg te verlenen. Andere twijfels richten zich op het principe dat particulieren winst gaan maken met grotendeels publiek gefinancierde instellingen. Organisaties met een publieke taak, plots in de greep van het winstbejag – de woningcorporaties zijn nog niet van de schrik bekomen. Waarborgen Het probleem is dat het kabinet die bezwaren ook wel ziet. Daarom zijn er volop waarborgen: winst uitkeren mag, maar pas als de aandeelhouder drie jaar aan boord is, er drie jaar op rij winst is gemaakt, er minstens 20 procent eigen vermogen op de balans blijft staan én de Inspectie heeft vastgesteld dat de kwaliteit van de zorg op peil is. Dat zijn terechte voorwaarden, maar daarmee is het wel een zeer ambivalent voorstel geworden. Experts, waaronder de Raad van State, waarschuwen dat veel ziekenhuizen er zo niks mee opschieten en dat de meeste investeerders niet enthousiast zullen zijn. Daarmee komt de kernvraag in zicht, die in het zorgdebat altijd leidend moet zijn: is de kans groot dat dit wetsvoorstel daadwerkelijk gaat bijdragen aan betere zorg? Wegen de mogelijke voordelen op tegen de mogelijke nadelen? Schippers moet vrezen dat de Eerste Kamer daarop binnenkort een negatief antwoord gaat geven.

Uniek onderzoek naar vrouwen met tbs

Vrouwen krijgen veel minder vaak tbs dan mannen. Nederland heeft ongeveer 140 vrouwen met tbs tegenover ongeveer 1800 mannen. Het aantal tbs-opleggingen aan vrouwen stijgt wel. Ook is bijna 90 procent van de vrouwen in tbs-klinieken een risico voor hun kinderen. Ze doen hen iets aan of verwaarlozen ze.

275 vrouwen
Voor het eerst is er uitgebreid onderzoek gedaan naar vrouwen met tbs. Vivienne de Vogel van de Utrechtse Van der Hoeven Kliniek onderzocht hoe het 275 vrouwen is vergaan die de afgelopen 30 jaar tbs kregen opgelegd.

Dodelijke slachtoffers
Uit het onderzoek blijkt ook dat tbs-vrouwen vaker levensdelicten plegen en vaker dodelijke slachtoffers maken dan mannen. Het gaat dan bijvoorbeeld om het doden van hun eigen kinderen. Ook stichten ze veel vaker brand dan mannen. Mannelijke tbs’ers plegen meer geweldsdelicten en zedendelicten.

Mislukte behandeling
De vrouwen hebben vaak al decennia in de geestelijke gezondheidszorg doorgebracht, mannen hebben al een lang crimineel verleden voor ze tbs krijgen. 68 procent van de onderzochte vrouwen is met een eerdere behandeling gestopt of heeft een mislukte behandeling achter de rug. Bij mannen is dit 54 procent.

Stoornissen
Veel vaker dan mannen hebben vrouwen ook een persoonlijkheidsstoornis: 60 procent. In vergelijking met mannen lijden ze vaker aan depressies, eetstoornissen en posttraumatische stress-stoornissen. Wel zijn ze minder vaak narcistisch of antisociaal.

Woonvorm
Vrouwen worden minder vaak veroordeeld dan mannen maar hebben wel vaker contacten met justitie zonder veroordeling. Vrouwelijke tbs’ers wonen nadat de tbs is beëindigd zelden zelfstandig. Ze komen opnieuw in een psychiatrische instelling of verblijven in een beschermde woonvorm.

Vragen of opmerkingen? Mail: Camelea.Buys@Nieuwsuur.nl

 

Helden toen, schurken nu

COLUMN De Kamer zelf moedigde de woningcorporaties aan een beetje ondeugend te doen.

 

Een maand zijn de openbare verhoren van de parlementaire enquête woningcorporaties nu onderweg. Tijd voor een tussenstand. In het strakke zaaltje aan het Plein zijn de mannen die komen getuigen in twee soorten te verdelen. Degenen die met spijt terugkijken – Marc Calon van de koepel Aedes spande de kroon met zijn rijtje ‘fraude, zelfverrijking, geknoei, megalomaan gedrag’. En degenen – de meerderheid – die nog steeds menen dat zij niet in het beklaagdenbankje horen. Je moet de dingen in hun tijd zien, was het veelgehoorde excuus.

Vrolijk mensbeeld
Aan een vrolijk mensbeeld draagt het toneel niet bij. Directeuren, commissarissen, ambtenaren, vertegenwoordigers van het Waarborgfonds, allemaal vonden ze dat de hete aardappel van de verdwenen miljoenen of idiote salarissen op hun bord niet thuishoorde. Falende toezichthouders verklaarden hun slapheid met het wijzen naar corporatiebazen die ‘zonnekoningen’ waren, ‘geen tegenspraak duldden’ of dat ‘alles moest zoals hij wilde’.

Die laatste typering was voor Martien Kromwijk van het miljoenenschip SS Rotterdam, de zonnekoning was de man van de Maserati. Erik Staal van de Vestia miljarden ‘deed alles in zijn eentje’. Als ik het goed zie, noteerde de onderzoekscommissie de verwijten met een zekere gretigheid, zoals er ook enthousiast werd doorgevraagd naar de salarissen. Die directeuren zijn allicht slechteriken, maar de incidenten benemen wel het zicht op het feit dat de schurken nog niet zolang geleden helden waren. Ik ben bang dat je de dingen inderdaad in hun tijd moet zien.

Een paar jaar voordat dit alles speelde, was ik op stap met een corporatiedirecteur in Den Helder. Hij moest een zogenaamde Antillianenwijk opknappen. Dat deed hij met verve en onconventionele methodes. We reden door Den Helder, hij wees aan waar de straat onveilig werd gemaakt. Hij had een breedgeschouderde conciërge benoemd om daaraan paal en perk te stellen. Dat hoorde niet bij huizen bouwen maar regeltjes waren er om je niet aan te houden. Bureaucratie moest je verslaan.

Eind jaren zeventig waren er tweeduizend ambtenaren die zich met volkshuisvesting bezighielden. Twintig jaar later bedroeg het aantal fte’s op het ministerie tien
Hij was een kind van Jan Schaefer. In geouwehoer kun je niet wonen. Ik herkende zijn branie in het soort mannen dat nu zonnekoning wordt genoemd. Martien Kromwijk zat destijds met zijn SS Rotterdam bij Pauw & Witteman. Hij ging met zijn boot niet alleen afgegleden jongeren op het rechte pad helpen. Maar ook een slechte buurt een opkontje geven. Iedereen vond het prachtig, zeker ook de politiek. Minister Vogelaar van VROM zou eind 2008 struikelen over de 200 miljoen van de SS Rotterdam. In het voor haar fatale debat erkende ze dat de corporatie ‘forse steken’ had laten vallen. Maar zelfs toen onderstreepte ze dat er wel ‘creatieve en vernieuwende dingen’ waren gedaan.

Met marktwerking of neoliberalisme had dit allemaal niet zoveel te maken. Wel met de uitwassen van de verzuiling, door de socioloog J.A.A. van Doorn getypeerd als ‘baas in eigen huis, en het huis ten laste van de gemeenschap’. En met naïef idealisme, slechte regels en een zwak ministerie. Eind jaren zeventig waren er nog tweeduizend ambtenaren die zich met volkshuisvesting bezighielden. Twintig jaar later bedroeg het aantal fte’s op het ministerie nog tien (!), voor een kleine vierhonderd corporaties. Woensdag vertelde een ex-topambtenaar hoe ze niet hadden gedurfd minister Sybilla Dekker te vertellen over de Maserati, uit angst ‘dat ze over de tafel zou klimmen’. Ella Vogelaar beschrijft in het dagboek van haar kortstondige ministerschap hoe ze in de nacht voor het dramatische debat over de SS Rotterdam urenlang met haar ambtenaren moest bellen om de cijfers op orde te krijgen.

De grootste kluit boter ligt op het hoofd van de Kamer zelf
Moedwillige tegenwerking of misverstand, dat blijft ongewis. In elk geval slaagde het ministerie er niet in de eigen bewindsvrouw uit de wind te houden. Maar de grootste kluit boter ligt op het hoofd van de Kamer zelf. Niet alleen werden ‘creativiteit en vernieuwende dingen’gestimuleerd, daarvoor kregen de corporaties zelfs expliciet de opdracht. Het mooie werk van een corporatie was veel meer dan saai huizen verhuren. Jaar in jaar uit werd de kernopdracht van de woningbouwverenigingen verbreed, van leefbaarheid tot het bevorderen van sport en cultuur. Uiteindelijk moesten de corporaties in termen van vandaag omzien naar de totale mens. Alles in het kader van de verheffing, in opdracht van de Kamer.

Hoe de corporaties dat invulden, mochten ze zelf weten. Doe maar een beetje ondeugend, zo vatte ex-SP-Kamerlid Paulus Jansen de aanmoedigende houding donderdag samen. De directeuren gingen aan de slag, wat resulteerde in een verkeerstunnel in Deventer als ook in voorstellen om een olifantenparade te sponsoren. Intussen was er ruimschoots gewaarschuwd. Het eerste rapport van de Rekenkamer over tekortschietend toezicht dateert van 1996. Maar de belangstelling voor controle was bescheiden en de Kamer was allang weer op weg naar nieuwe overwinningen.

Kuddegedrag
Het gevaar is dat de verontwaardiging van de onderzoekscommissie over salarisexcessen de aandacht afleidt van het echte probleem: het kuddegedrag van de politiek zelf. In de jaren ’90 was men met zijn allen in de ban van het afschaffen van dwarszittende regels. Nu slaat de slinger de andere kant uit. Het ministerie van VROM is opgeheven, minister Blok heeft zijn beleidsmatige strafexpeditie klaar – corporaties mogen voortaan alleen maar stenen stapelen.

Wat ik wel in het eindverslag zou willen lezen, is het antwoord op de vraag hoe het toch komt dat de Nederlandse politiek zo vaak ankerloos met allerlei winden meewaait.

Professioneel niksen met Wilfried de Jong

Straks moet Wilfried de Jong weer zes weken lang keihard werken als presentator van Zomergasten. Dus nu kan het nog even: filosoferen over het nut van niks.

 

Wilfried de Jong zit in zijn meniekleurige oude Mercedes en we zijn op weg naar de bruggen van Rotterdam. Nog voordat de eerste kreuk in zijn groene pak is gevallen, zijn we het erover eens. Laten we het over niks hebben, want je kunt het wel overal over hebben.

Je kunt met niks namelijk alle kanten op. Dus zeg niet dat niks tot niks leidt. Hij zat als jongen soms dagen op zo’n kantoorstoel een beetje te draaien, in de huiskamer van het ouderlijk huis. Hij deed geen reet en wist al helemaal niet hoe hij met zijn leven verder moest. Gewoon draaien, lanterfanten, aankloten, hangen, dat werk. Probeer het maar. Komt vanzelf goed man, ja toch, kan ons het rotten.

Jij hebt vast geen tijd om te niksen, hoort hij de mensen vaak zeggen. Ze moesten eens weten, denkt hij dan. Als ze denken dat hij druk bezig is, staat hij in zijn werkkamer achter zijn contrabas mee te spelen met jazzplaten.
Wat ook zo ontzettend mooi kan zijn, van nikserigheid, is fietslegende Joop Zoetemelk die zijn hotelkamer niet in kan. De Jong schrijft erover in zijn nieuwe boek, Solo. Zoetemelk, groot geworden in de tijd dat hotels nog sleutels hadden met een ijzeren balzak, probeert met een elektronisch kaartje zijn hotelkamer in te komen – en het lukt niet.

Dat hij, Joop Zoetemelk, wereldkampioen op de weg, reusachtige tourwinnaar, dan terug moet naar de receptie en één vol uur moet wachten tot-ie zijn kamer in kan. Allejezus moe die Joop, en kwaad ook, als-ie eindelijk mag gaan slapen.

Waardevol
Met Joop kan De Jong alle kanten op, als het om niks gaat. De altijd oplichtende grootheid van Joop gecombineerd met iets alledaags, schijnbaar vanzelfsprekends, daar mag De Jong graag mee klooien. Zeker nu Joop was losser en opener is geworden, nu hij na een lang huwelijk met de dochter van Raymond Poulidor – een buienradar op voeten, een zuipschuit van jewelste – van haar is verlost.

Laten we vooral die prachtige documentaire niet vergeten van De Jong die met Joop in de Alpen op gemzenjacht gaat. Staan ze samen bovenop een echt hoge berg, vraagt hij, terwijl Joop door de verrekijker de omgeving afstruint, ‘Je wordt er wel rustig van hè, van die bergen, vind je niet?

Zegt Joop: ‘Ik vind van wel, ja.’

Dat nikserige, zegt hij, is dan zo waardevol. De acteur die niks doet, de schrijver die een witregel laat vallen, de muzikant die niet speelt. Marco van Basten op een poef. Door niets te doen, kun je iets ongemakkelijks oproepen en dan gebeurt er wat in het hoofd van een ander.

Ingewikkelde solo’s
Laatst zag hij in de Rotterdamse jazzclub Bird de jonge trompettist Ambrose Akinmusire ingewikkelde solo’s spelen. Hij smeerde zijn geluid helemaal dicht. Dan kijkt hij toch liever op YouTube naar dat concert van Miles Davis, ergens jaren tachtig in Italië. Zijn band zet een blues in en Davis buigt voorover, zijn gezicht afgeschermd door een te grote zonnebril. Iedereen houdt de adem in, je ziet hoe zijn vingers over de ventielen dansen – wat gaat-ie doen?

Dan draait Miles zich om en haalt zijn trompet van zijn lippen. Je ziet het publiek elkaar verward aanstoten: Heeft-ie al gespeeld? Welke noten?Hij had niks gedaan, Miles. Je kon de swing lekker zelf invullen.

Wilfried de Jong stapt uit zijn meniekleurige Mercedes bij de eerste brug, ja Rotterdamse brug, want dat kwam dus op: een gesprek op de brug. Jazzsaxofonist Sonny Rollins, zijn grote held, trok zich in 1959 terug, voor drie jaar. Omdat hij in zijn appartement in Manhattan niet rustig kon spelen, bedacht hij dat hij op een brug ging oefenen, de Williamsburg Bridge, maanden achter elkaar. Niemand mocht de beroemde tenorist zien, totdat jazzschrijver Ralph Berton hem toevallig tegenkwam en daar een geromantiseerd klassiek verhaal van maakte: Conversations on a bridge – gesprekken op de brug.

‘Je kunt wel zeggen, het is niks, zo’n toevallige ontmoeting. Maar je kunt er ook van alles bij bedenken’
En nu loopt hij door het plantsoen naar De Hef, de oude spoorbrug in ruste, en veranderen zijn benen spoorslag in wiebelende entiteiten. Hij kan zijn ogen NIET geloven: op een bank zit een man die met zijn grote witte baard op Sonny Rollins lijkt. Daar zit-ie gewoon, krijg nou wat. Ze schudden elkaar de hand en de man vertelt een Pakistaan te zijn. Hij verfde dertig jaar olietankers in de haven – en van Sonny Rollins heeft-ie nog nooit gehoord.

Je kunt wel zeggen, zegt hij, het is niks, zo’n toevallige ontmoeting. Maar je kunt er ook van alles bij bedenken. Want kijk, er huppelt nu ook nog een konijntje in zijn buurt, er rijdt een gele motor voorbij. Begrijp maar eens, waar je naar zit te kijken.

Net reden we over de Willemsbrug en vertelde hij bij de opening te zijn geweest, in 1981. Want hij is een jongen van de wederopbouw, zo gaat-ie verder op een bankje bij De Hef. Als er wat nieuws is in de stad – een brug of een gebouw – wil hij het zien, vol trots. Dat heeft hij van zijn ouders. Die kwamen vanuit Hazerswoude naar Rotterdam om een diepvriesgroothandel te beginnen. En als er nieuwbouw te zien was in de stad, gingen ze kijken, met de BMW van zijn vader.

Kathedraal
De Hef is onze kathedraal, zegt-ie. Het is onze Notre-Dame of de Dom van Milaan. Zon monument dat altijd in de steigers staat en waar altijd wat mee moet gebeuren. Als je klaar bent, moet je opnieuw beginnen.

De rottig aan zijn einde gekomen Rotterdamse cultschrijver Cor Vaandrager schreef een boek getiteld De Hef. De Jong maakte voor Radio Rijnmond een programma over Vaandrager. Hij ging met Cor op pad, in een motor met zijspan. Eerst wilde de altijd armlastige Cor hem tien lege platenhoezen verkopen, maar toen had-ie een beter idee: hij ging de eerste druk van zijn boek De Hef jatten bij De Slegte, live in de uitzending.

Hoezo moet je altijd alles maar snappen of duiden. Soms zijn de dingen gewoon zo, dan moet je het ermee doen
Begrijpen deed-ie ze nooit helemaal, die lijpe boeken van Vaandrager. Maar maakt het wat uit? Hoezo moet je altijd alles maar snappen of duiden. Soms zijn de dingen gewoon zo, dan moet je het ermee doen. Begrijp je het niet? Nou jammer dan.

Wacht – zie je dat bootje. Doet hem denken aan Ponton 010, een door Rotterdam varend theater. Daarop speelde een keer Frank Wright, een freejazzsaxofonist, die nog in Rotterdam heeft gewoond. Die begon toch te spelen, op dat vlot! Een pokkeherrie man, hij blies iedereen van z‘n sokken.

Hij gaat erbij staan, om met een paar geëxalteerde bewegingen een verderop zijn tekkels uitlatende man te laten schrikken.
Foto No Candy
Wat De Jong vooral zegt: hij begreep er geen reet van, maar snapte het wel. Het was een orgie van geluid, en dat voortglijdend door de stad. Nu, dacht hij, nu zijn we volkomen los van de wereld. We zijn vrij, het is nu voor altijd anders.

En echt, naar dat moment is hij eigenlijk altijd op zoek. Naar die spaarzame momenten in een televisieprogramma, het theater, de schrijverij of wat dan ook. Dat alles klopt, en alles samenkomt. Dat je opeens een sound hebt en alles durft los te laten en met elkaar al associërend ergens durft uit komen. Dat het gaat swingen, op de beat, na de beat, en het er niet om gaat of de informatie wordt overgedragen, maar dat je je overgeeft aan een gezamenlijke zoektocht. Begrijp je wat ik vraag, dan begrijp ik wat je gaat antwoorden.

Los laten
Dus kom dan niet aan met, hallo kan Wilfried van tevoren een vragenlijst sturen. Nee nee, gewoon beginnen, ook al ben je minister. Je moet het podium oplopen en spelen. Oké, hij begrijpt dat er kaders moeten zijn – hij zit nu ook bij een brug te lullen – en in de jazz hou je je ook vast aan standards, maar daarna moet je het los laten en los blijven, zelfs als je nergens uitkomt.

Bij Holland Sport interviewde hij een stuurvrouw van een roeiteam, je weet wel, met zo’n roeptoeter. Zag je haar telkens voor de camera heen en weer gaan, net echt, alsof ze in een boot zat, en hij gooide waterplantjes in haar gezicht, en water. Alles en iedereen was gefocust, we waren los, zo moet het. Medepresentator Matthijs van Nieuwkerk zei: ‘Beter wordt het niet.’

Toen-ie nog met Martin van Waardenberg theater maakte, was er altijd niks, in het begin. En dan opeens liep hij zogenaamd met een stapel dozen te sjouwen en begon Martin als een idioot wartaal in z’n oor te ratelen, en was er een bevrijdende lach, of eigenlijk: alleen maar hard hard lachen, op de grond liggen lachen lachen.

Één keer had zijn vader het erover gehad, of hij de zaak kon overnemen, als oudste zoon. Hij moest er niet aan denken
De gitarist van Ocobar, de band waarmee hij optreedt, die hem op de bezwete rug slaat en zegt: het was een trip. Dat is de magie. Het gevoel te zweven, alles komt organisch uit je brein – en waar het dan was, misschien wel in Edam?, dat doet er niet toe.

Het moment is niet te vangen, daar moet je je bij neerleggen. Denk aan de jazzmuzikant die opeens de sound heeft, maar zodra het in de lucht is, is het weg, ben je het kwijt. Het publiek heeft het misschien nooit gehoord. Weg is het, en er blijft niks over.

Wilfried de Jong zit in zijn meniekleurige oude Mercedes, en hij zat net op de zevende verdieping van De Rotterdam, op de Wilhelminapier, met uitzicht op de Erasmusbrug. We zijn op weg naar de Pieter de Hoochbrug, vlakbij waar De Jong Diepvries was begonnen, het bedrijf van zijn vader.

Tikketikketakkketakkke
Één keer had zijn vader het erover gehad, of hij de zaak kon overnemen, als oudste zoon. Hij moest er niet aan denken, dat-ie dan economie moest gaan studeren. Zou hij in een kantoor moeten zitten, net als zijn vader, met in zijn hand de hoorn van een bakelieten telefoon, en dan opschrijven wat de mensen willen hebben, aan dozen diepvries.

Jaaa, zegt u het maar: 18 doperwten, 6 sjaslieks, 4 patat en 9 room-ijs.

Dan tikketikketakkketakkke, en hup daar rolt de bon eruit. Naar de vrachtwagenchauffeur en die haalt de dozen uit de koelcel, en rijden maar, naar de sportclubs, de Vivo, en naar het Dijkzigt ziekenhuis dertigduizend toetjes brengen. Niks voor hem, nee joh.

Het pand staat nu leeg. De Jong Diepvries, nog wel in familiebezit, is jaren geleden eruit gegroeid en de stad uitgetrokken. Zijn vader heeft nog op hoge leeftijd in de zaak gewerkt.

Het waren lieve mensen, zijn ouders. Eigenlijk kon alles, en al waren ze katholiek van gezindte, benauwend kerkelijk was het allerminst. Toen hij met Van Waardenberg zijn heftige en toch vooral fysieke theatershows deed, kwamen zijn vader en moeder altijd kijken. Natuurlijk zaten ze hoofdschuddend in de zaal als Van Waardenberg op zoek naar een microfoon opeens in de broek zat van De Jong. ‘Ik vond het goed, maar niet alles’, zei zijn vader altijd, heel subtiel.

Vier jaar geleden ging zijn moeder dood en een jaar later zijn vader. Hij is blij dat ze allebei amper een ziekbed hebben gehad, ze waren zomaar dood. Zijn moeders laatste woorden waren: ‘Ik heb zo’n droge keel. Zijn vader bleef alleen over en als Wilfried dan vroeg: ‘Gaat het een beetje, pa?’ ‘Ja, best hoor, best’, zei zijn vader. Maar stil.

‘Je moest eens weten wat er komt kijken bij Zomergasten. Het begint al in de winter’
Wilfried de Jong parkeert zijn meniekleurige oude Mercedes bij De Hoerenloper, een nieuwe brug tussen de Wilhelminakade en Katendrecht. Gek eigenlijk, zegt hij. Als hij korte verhalen schrijft, gaat het altijd over een man die niks meemaakt. Een beetje als die Pakistaanse man die alleen op een bankje zit en naar een huppelend konijntje zit te staren, terwijl een gele brommer voorbijsjeest.

Je moest eens weten wat er komt kijken bij Zomergasten, dat hij dit jaar voor de tweede keer presenteert. Het begint al in de winter, er wordt vergaderd, gefocust met de redactie, gasten gezocht, beeld verzameld, en ga zo maar door, een heel minutieus bouwwerk wordt in elkaar gezet.

Een eer
Het associatieve, het vrij zijn, jezelf een zetje geven in een zoektocht naar niks, dat geldt hier niet. In dit programma moet de gast gloriëren, en niet hij. Het lijkt alsof het een lang interview is, maar het meeste van de tijd ligt vast, door beelden of door uitleg over de beelden. Hij kan geen moment verslappen op die avonden. Daarom is het zeker dat-ie als een sperwer naar zijn gast loert, je kunt niks missen, je hebt maar even.

Een eer…, een eer… om Zomergasten te presenteren. Hij staat op De Hoerenloper en kijkt naar het water. Het is nooit een doel van hem geweest, of zo. Het is mooi werk, maar dat is het werk van die Pakistaan ook, om dertig jaar lang containerboten met menie te verven.

Wat echt een eer was, was toen hij werd gevraagd Sonny Rollins in het Amsterdamse Concertgebouw aan te kondigen, tien jaar geleden. Hij hoorde ‘m inblazen, terwijl hij in de benedenverdieping op ‘m wachtte. Toen-ie de kleed-kamer uitkwam, zag-ie er indrukwekkend imposant uit: gelooide huid, pommade in het haar, goed overhemd. Later zou hij ‘m vragen of hij de kinderschoenen van zijn zoon Sonny wilde signeren.

Het was geen nummer, maar voor hem het mooiste nummer ooit. Alsof Rollins in die luttele minuten een privéconcert gaf
Ze moesten samen in de lift, van min 1 naar 0, een lift van niks, en héél langzaam ging-ie omhoog, zo lang kan het niet hebben geduurd. Rollins was met zijn mondstuk aan het spelen. Hij blies een beetje en je hoorde het geklooi op de kleppen, pok-pok-pok. Hij hoorde loze lucht. Het was geen nummer, maar voor hem het mooiste nummer ooit. Alsof Rollins in die luttele minuten voor hem een privéconcert gaf, zonder muziek te maken.

Het leek niks. Maar het was alles.

CV Wilfried de Jong
Geboren op 30 september 1957, Rotterdam.
1976 Studeert aan de Sociale Academie in Den Haag.
1986 – 1996 Theatershows als duo Waardenberg en De Jong.
1998 – 2001 TV-programma Pakhuis De Jong.
2003 – 2011 Presentator Holland Sport
2003 – heden Columnist NRC Handelsblad en Next.
2005 De linkerbil van Bettini, verhalen en columns.
2006 Speelt rol in tv-serie Evelien; literair debuut Aal, genomineerd voor de Debutantenprijs.
2007 Oprichting productiebedrijf De Magere Aap.
2008 – 2013 Presentator 24 Uur Met…
2009 Bundel van wielerverhalen: De man en zijn fiets.
2012 Kop in de wind wordt verkozen als beste sportboek van het jaar.
2013 Theaterprogramma (met Ocobar) Non stop New York.
2013 – heden Presentator Zomergasten.
2014 Wielercolumns verzameld in Solo; Presentator van Fotostudio De Jong.
Wilfried de Jong heeft samen met zijn vrouw Anneloek Sollart een zoon en een dochter

Kunnen economen wat leren van voetbal?

Keeperstrainer Frans Hoek van Oranje heeft een lijstje van de favoriete hoek van WK-spelers bij het nemen van penalty’s. Alleen wilde doelman Jasper Cillessen tot nu toe niets van die informatie weten en koos hij in de wedstrijd tegen Australië prompt voor de verkeerde hoek. Hij heeft beloofd in het vervolg naar Hoek te luisteren nu het WK in de knock-outfase is beland en de kans groot is dat penalty’s de scherprechter worden. Nederland loopt al decennia voorop in de strafschoppenwetenschap. In de jaren tachtig had trainer Jan Reker al zijn fameuze kaartenbak, waarin hij van 2.000 professionele spelers had vastgelegd in welke hoek zij hun penalty’s schoten. Omdat er toen nog geen PC’s waren, moest Reker het allemaal met de hand bijhouden wat hem elke dag vele uren kostte. Van Breukelen deed er toen zijn voordeel mee, maar per saldo bleek het monnikenwerk van de latere PSV-bestuurder niet aan Oranje besteed te zijn. Integendeel, in internationale wedstrijden vanaf 1975 zou statistisch gezien Nederland de helft van de shootouts-loterij hebben moeten winnen. In werkelijkheid is dat maar 25 procent. Ignacio Palacios-Huerta, hoogleraar management aan de London School of Economics (LSE), analyseerde tienduizend penalty’s voor zijn boek Beautiful Game Theory: How Soccer Can Help Economics. Hiervoor gebruikte hij de speltheorie van de schizofrene John Forbes Nash die in 1994 de Nobelprijs voor de Economie won en wiens leven door de acteur Russel Crowe werd vereeuwigd in de film A Beautiful Mind. Ongeveer 60 procent van de penalty’s wordt in de rechterhoek geschoten en 40 procent in de linkerhoek. Volgens deze theorie kiezen bedrijven een optimale strategie van winstmaximalisatie, rekening houdend met de optimale strategie van de concurrenten. Hetzelfde gebeurt bij het nemen van penalty’s. Keepers maken een inschatting van de hoek waarin de spelers de bal schieten en de spelers maken een inschatting van de hoek die de keeper zal kiezen. Als spelers altijd dezelfde hoek kiezen, wordt het voor keepers veel gemakkelijker om penalty’s te stoppen. Andersom geldt hetzelfde. Uit het onderzoek blijkt dat spelers en keepers zich dat ook bewust zijn en de keuze voor de gekozen hoek onvoorspelbaar is. Ongeveer 60 procent van de penalty’s wordt in de rechterhoek geschoten en 40 procent in de linkerhoek. Dat heeft te maken met het feit dat die hoek voor spelers gezien de sterkte van hun been gemakkelijker is. Als ze meer dan zes van de tien keer in die betere hoek zouden schieten, zou de hoek te voorspelbaar worden. Voetballers maken echter een optimale keuze, waardoor over lange tijd gemeten het aantal benutte penalty’s in de linkerhoek even groot is als in de rechterhoek: ongeveer 80 procent. Dit bewijst dat de informatie van Hoek inhoudelijk gezien waardeloos is. Het enige nut dat het heeft, is de tegenstander hiermee van zijn apropos te brengen. Maar dan moet Cillessen ze bij elke strafschop publiekelijk doorbladeren. Ongetwijfeld mooie televisie.

Frans euthanasiedrama sleept voort

Het euthanasiedebat in Frankrijk is gisteren verder op scherp gezet nadat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens het staken van de behandeling van een verlamde man opschortte.

Na een verkeersongeval verkeert Vincent Lambert (38) al zes jaar in vegetatieve toestand. Het drama verscheurt zijn familie. Zijn vrouw wil dat zijn behandeling wordt stopgezet, zijn ouders verzetten zich daar uit alle macht tegen. Gisteren bepaalde de Franse Raad van State dat zijn behandeling moet worden gestopt. Maar ’s avonds meldde de advocaat van de ouders dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens het vonnis op hun verzoek weer had opgeschort.

Sinds zijn ongeluk is psychiatrisch verpleegkundige Lambert volledig verlamd en niet meer in staat te communiceren. Zijn bewustzijn is minimaal en er is geen enkele hoop op verbetering. Bovendien heeft hij aangegeven dat hij nooit in een dergelijke staat van afhankelijkheid zou willen verkeren. Zijn vrouw Rachel, de meerderheid van zijn familie en de behandelende artsen wilden daarom de behandeling staken. Gisteren kregen zij gelijk van de Conseil d’État, de Franse Raad van State.
De moeder van Vincent Lambert probeert contact te maken met haar zoon met behulp van een schilderij. Foto Maxppp
De ouders van Lambert, traditionele katholieken, zijn echter fel tegen het stoppen van de behandeling waardoor hun zoon zou komen te overlijden. ‘Vincent is geen groente. We zien dat hij reageert’, zei zijn moeder gisteren, hoewel artsen stellen dat van werkelijke reactie geen sprake kan zijn. ‘Elk leven is de moeite waard. Het is niet aan ons om te beslissen wanneer iemand zal sterven.’

De zaak heeft in Frankrijk grote aandacht getrokken, omdat er druk wordt gediscussieerd over een verruiming van de euthanasiewetgeving. Deze week staat in Pyrenées-Atlantiques een arts terecht die zeven patiënten zou hebben vergiftigd omdat hij ze uit hun lijden wilden verlossen. Tevens begint in de Zuid-Franse Hérault de zaak tegen een voormalige lerares die ervan wordt beschuldigd dat zij haar demente moeder wilde doden.

Vincent is geen kasplantje. We zien dat hij reageert.

Moeder van Vincent over haar zoon
Beide verdachten beroepen zich op de huns inziens veel te strenge euthanasiewet. Ook een meerderheid van de Fransen vindt dat de wet verruimd moet worden.

Anderzijds kregen ook de ouders van Vincent Lambert veel bijval. Tal van ethici vinden, net als de moeder van Lambert, dat elk leven waardevol is. De ouders werden ook gesteund door familieleden van andere patiënten die in vegetatieve toestand verkeren. ‘We gaan naar een samenleving die de zwaksten en meest gehandicapten elimineert’, zei de moeder van zo’n patiënt in Le Figaro. Sommige familieleden vrezen dat ze door justitie gedwongen zullen worden hun dierbare te laten sterven.

Burgerconferentie van Hollande
In het licht van die maatschappelijke verdeeldheid aarzelt president Hollande, zoals wel vaker. In zijn campagne in 2012 beloofde hij de euthanasiewet te zullen ‘moderniseren’. Sindsdien maakt hij echter bijzonder weinig haast. In 2013 stelde hij een ‘burgerconferentie’ in, bestaande uit achttien Fransen die representatief waren voor de bevolking. Volgens deze burgers heeft iedereen aan het einde van zijn leven recht op hulp bij zelfdoding, mits hij wilsbekwaam is en zijn ziekte onomkeerbaar is. Als iedereen in zo’n geval onder medisch toezicht een dodelijk middel wordt verstrekt, is het legaliseren van euthanasie niet nodig, aldus de burgers.

Op basis hiervan had Hollande de knoop kunnen doorhakken. In plaats daarvan gaf hij vorige week twee parlementariërs, de socialist Claeys en de UMP’er Leonetti, opdracht om de mogelijkheden voor een nieuwe wet te onderzoeken. Voorvechters van een liberale euthanasiewet waren verbaasd over de keuze voor Leonetti, auteur van de wet uit 2005 die volgens Hollande juist ‘gemoderniseerd’ moest worden.

Hollande lijkt zijn vingers voorlopig niet te willen branden aan sociaal-culturele kwesties. De beweging tegen het homohuwelijk is nog altijd naarstig op zoek naar nieuwe strijdpunten. Een liberale euthanasiewet leent zich uitstekend voor het mobiliseren van het conservatief-katholieke volksdeel.

Aanbieders en clienten Wlz gemiste kans

De nieuwe Wet langdurige zorg (Wlz) vertoont grote tekortkomingen. De wet gaat uit van aanbod-denken, waar eigen regie in de vorm van persoonsvolgende financiering gewenst is. Dat schrijven cliëntorganisaties en ActiZ, de brancheorganisatie van zorgondernemers, in een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer. Aanbieders en cliënten: Wlz is ‘gemiste kans’

De briefschrijvers willen dat de wet ingrijpend wordt herzien en wel op zo’n wijze dat eigen regie en keuzevrijheid van cliënten gewaarborgd zijn. “De wet gaat uit van het zorgaanbod in plaats van de zorgbehoefte, wensen en keuzevrijheid van cliënten,” licht directeur Illya Soffer van Ieder(in), de koepelorganisatie van mensen met een beperking, de bezwaren toe. Daarmee  is de Wet langdurige zorg (Wlz), die de huidige AWBZ volgend jaar gaat vervangen, “een gemiste kans”.

Zorgvoucher

De beste garantie voor eigen regie is volgens de briefschrijvers een consequente keuze voor persoonsvolgende bekostiging. Iedere cliënt zou op basis van een onafhankelijke indicatiestelling en een daaruit volgend persoonlijk zorgleefplan een budget toegewezen moeten krijgen. Dat kan een persoonsgebonden budget (pgb) zijn, een persoonsvolgend budget of een combinatie van beiden. Het betreffende budget kan het beste beheerd worden door een uitvoeringsorganisatie die de cliënt vervolgens een soort zorgvoucher verstrekt. Mensen kunnen met dit zorgvoucher zelf hun zorg en ondersteuning inkopen. Daarbij kunnen ze eventueel een beroep doen op onafhankelijke cliëntondersteuning bij het zoeken van passende zorg.

Dolgedraaid systeem

“Door te kiezen voor eigen regie kunnen veel bestaande  problemen in de langdurige zorg worden opgelost”, verdedigt directeur Aad Koster vann ActiZ de plannen voor persoonsvolgende financiering. “Zoals het gebrek aan keuzevrijheid voor cliënten, knellende productieafspraken en een dolgedraaid controlesysteem.”

Voordeel

De keuze voor eigen regie is uiteindelijk ook in het voordeel van de zorgaanbieders. Zorgaanbieders worden immers beloond doordat er meer cliënten voor ze zullen kiezen als ze goede kwaliteit leveren. Goede en innovatieve zorgaanbieders krijgen zo de wind in de rug. Daarnaast profiteert ook de overheid en daarmee de belastingbetaler, zo stellen de briefschrijvers. Kwaliteit van zorg behoeft veel minder via bureaucratisch procedures te worden gecontroleerd. Het leveren van slechte zorg leidt automatisch tot verlies van cliënten. Ofwel, de zorg wordt doelmatiger en op termijn ook goedkoper.

De brief aan de Tweede Kamer is een gezamenlijk initiatief van ActiZ, CSO, Ieder(in),  Landelijk Platform GGz, LOC, LSR, MEE Nederland en Per Saldo.

We moeten ons er buiten houden

Iedereen heeft het over een gezamenlijk optrekken van Amerika en Iran tegen de coalitie van soennitische milities die Mosul en andere soennitische steden in het westen van Irak en in Syrië hebben ingenomen. Volgens mij kan Amerika zich beter niet in deze strijd mengen.

Want in welke context zou Amerika ingrijpen? Irak en Syrië zijn multi-etnische, multisektarische samenlevingen die, net als andere Arabische staten, altijd autoritair zijn geregeerd. Eerst door de zachte hand van de Ottomanen, die via plaatselijke notabelen een gedecentraliseerd bewind voerden, daarna door de ijzeren vuist van Britse en Franse koloniale overheersers en nog later door nationalistische vorsten en dictators.

Nu zijn de Ottomanen, de Britten en de Fransen en veel vorsten en dictators verdwenen. De Amerikanen hebben de dictator van Irak verdreven, de NAVO samen met rebellen die van Libië, in Tunesië, Egypte en Jemen heeft de bevolking haar eigen dictator verdreven en sommige Syriërs hebben dat ook geprobeerd. Al die landen staan nu voor de uitdaging een veel bredere regering te vormen en de verschillende sekten en stammen een sociaal contract te laten sluiten over hoe ze kunnen samenleven als gelijkwaardige burgers die de macht delen.

Geen wonder dat de Iraakse soennieten hebben besloten dan maar hun eigen sektarische deel van het land op te eisen
Deze overgang gaat Tunesië en Koerdistan het best af. Voor de Egyptenaren werd de onzekerheid zo ondraaglijk dat ze weer voor de ijzeren vuist van het leger kozen. Libië is vervallen tot een stammenstrijd. Jemen worstelt met een wankel evenwicht tussen de stammen. In Syrië lijken de sjiitisch-alawitische minderheid, de christenen en sommige soennieten de voorkeur te geven aan de tirannie van Assad boven de anarchie van de islamistische rebellen. De Syrische Koerden hebben hun eigen enclave gecreëerd. Dus is het land een lappendeken geworden.

In Irak had de sjiitische premier Maliki de beste kansen, het meeste oliegeld en de meeste hulp van de VS om te komen tot zo’n sociaal contract voor een breed gedragen Iraaks bestuur. Zodra de Amerikanen waren vertrokken, gaf hij alle macht echter aan de sjiieten en zette de soennieten buitenspel. Geen wonder dat de Iraakse soennieten hebben besloten dan maar hun eigen sektarische deel van het land op te eisen.

Moskeeën en fondsen in Saoedi-Arabië, Turkije, Koeweit en Qatar bleven predikers en strijders financieren die het ergste soort soennitisch extremisme uitdroegen
Het ziet er dus naar uit dat een verenigd Irak en een verenigd Syrië alleen verenigd kunnen blijven door internationaal ingrijpen, waarbij de dictators worden afgezet, de extremisten worden weggevaagd en een op consensus gebaseerd politiek systeem van de grond af wordt opgebouwd. Dat is een project waar generaties overheen gaan en waarvoor geen vrijwilligers zijn.

Wat nodig was, bleek onmogelijk. De Iraakse leiders na Saddam gedroegen zich als mishandelde kinderen die mishandelende ouders werden. De Iraniërs probeerden voortdurend een sjiitische overheersing te bevorderen en frustreerden de Amerikaanse pogingen te komen tot een pluralistisch systeem. Moskeeën en fondsen in Saoedi-Arabië, Turkije, Koeweit en Qatar bleven predikers en strijders financieren die het ergste soort soennitisch extremisme uitdroegen. Duizenden moslimmannen marcheerden naar Syrië en Irak voor de jihad, maar niet één voor het pluralisme.

Nu zou ik kunnen zeggen dat het niet in het belang van Amerika of de wereld is als Irak uiteenvalt en een deel van het land onder het regime van moordzuchtige soennitische milities komt. Maar ik zeg dit: het lijkt me zowel te laat als te vroeg om de desintegratie tegen te houden. Te laat, omdat er geen enkel vertrouwen meer is tussen de verschillende gemeenschappen en Maliki er niets aan doet om dat vertrouwen te herstellen. Te vroeg, omdat de Irakezen eerst maar eens gescheiden moeten leven om te ervaren hoe armzalig dat is, voordat de diverse sekten vreedzaam kunnen samenleven.

Tot het zover is, moeten we de eilanden van fatsoen steunen
Het valt niet te ontkennen dat een nieuw, geradicaliseerd ‘Soennistan’ terrorisme onze kant op kan exporteren. Gelukkig beschikken de VS over een NSA, een CIA en drones om die dreiging het hoofd te bieden.

In Europa ontstond pluralisme pas na vele eeuwen geloofsstrijd en nadat vele etnische zuiveringen hadden geleid tot homogener samengestelde naties. Europa heeft de Verlichting doorgemaakt en de Reformatie. De Arabische moslims moeten diezelfde reis afleggen en dat zal gebeuren als ze dat zelf willen of alle andere opties zijn uitgeput. Tot het zover is, moeten we de eilanden van fatsoen steunen – Tunesië, Jordanië, de Verenigde Arabische Emiraten, Libanon en Koerdistan – en onze eigen democratieën versterken om ons zo goed mogelijk af te schermen.

Vertaling: Leo Reijnen

Thomas Friedman is columnist van de New York Times.

Kunnen mensen letterlijk verstijven van angst

Het gebeurt geregeld, mensen die getuige zijn van een vechtpartij op straat en die niets doen. Ze staan letterlijk aan de grond genageld. Of mensen die niet meteen de gracht inspringen als er een kind in is gevallen. Dat is geen onwil, deze mensen hebben last van een freeze. Want het antwoord op de vraag of we kunnen verstijven van angst is ja.

‘Mensen verstijven letterlijk, ze bewegen niet meer, zegt psycholoog Muriel Hagenaars van de Radboud Universiteit Nijmegen. Hun spierspanning gaat omhoog en hun hartslag omlaag; vooral dat laatste is opmerkelijk bij een angst- of stressreactie.’

Freezing, zoals deze reactie wordt genoemd, is eigenlijk een soort derde variant op vluchten en vechten, onze twee basisreacties op gevaarlijke situaties.

Toch ervaren veel mensen een reactie van verstijving als lastig. Hagenaars noemt voorbeelden van vrouwen die zich tijdens een verkrachting niet verzetten
Niet alleen mensen, ook dieren hebben last van freezing. Bij veel dieren is het zelfs de eerste reactie. ‘Denk aan hertjes die de snelweg oversteken en bij het zien van een auto verstijven en in de koplampen staren. Terwijl wegrennen zinvoller zou zijn.’

Dat brengt ons bij de waaromvraag, want heeft verstijven wellicht toch een functie?

Van oorsprong wel, zegt Hagenaars. Vanuit een freeze kun je namelijk optimaal waarnemen met verscherpte aandacht. Dat kan nuttig zijn om de situatie te overzien en een goede keuze te maken voor vervolgstappen. ‘Ook is freezing een goede voorbereiding op actie, dieren kunnen na een freeze extra snel wegrennen. Ten derde kan het bij prooidieren een nuttige tactiek zijn. Er zijn roofdieren die geen interesse hebben in dode prooien, dus als je je voor dood houdt, laten ze je met rust.’
Paniek tijdens de Nationale Dodenherdenking op de dam in 2010. Foto ANP
Toch ervaren veel mensen een reactie van verstijving als lastig. Hagenaars noemt voorbeelden van vrouwen die zich tijdens een verkrachting niet verzetten. Of mensen die niet reageren als zij in elkaar worden geslagen. ‘Mensen kunnen zich heel schuldig voelen naderhand. Ze vragen zich af waarom ze zich niet verdedigd hebben. Ook de omgeving kan er negatief op reageren.’ Maar Hagenaars benadrukt: freezen is geen keuze. Je reageert op impuls, er gaan geen gedachtes aan vooraf. De ene mens zal verstijven, de volgende zal sneller vechten en weer een volgende slaat op de vlucht.

De ene mens zal verstijven, de volgende zal sneller vechten en weer een volgende slaat op de vlucht
Mensen die verstijven tijdens een nare gebeurtenis lijken eerder last te krijgen van posttraumatische symptomen. Hagenaars onderzoekt hoe dat komt. ‘Het idee is dat de aandacht en perceptie optimaliseren tijdens een freeze en dat herinneringen anders worden opgeslagen. Maar het onderzoek is nog in volle gang.’ Welke mensen meer aanleg hebben om te verstijven is nog niet bekend, mogelijk speelt een hoog gehalte cortisol (stresshormoon) een rol.

Gelukkig is er hoop. Zo bestaan er trainingen voor mensen in bepaalde beroepsgroepen die een grote kans lopen in stressvolle of gevaarlijke situaties te belanden, zoals brandweerlieden, ambulancepersoneel of soldaten. ‘Je kunt de reactie veranderen door situaties te simuleren en vaak te trainen’, zegt Hagenaars. ‘Het is lastig, maar niet onmogelijk. Maar met alleen een goed voornemen kom je er niet.’

Een goede high van eigen makelij

Steeds meer mensen beginnen een eigen kwekerij voor nederwiet. Fotograaf Gabriel Eisenmeier volgde een jaar lang de wereld aan de achterkant van de coffeeshop.

Het begon op zijn 16de. Toen kreeg de inmiddels 36-jarige Chris zaadjes. ‘Die plantte ik in het voorjaar in de tuin. Mijn ouders vonden het prima, zolang het binnen de perken bleef.’ Een paar maanden moest hij wachten en toen was het zover: hij kon zijn zelfgekweekte wiet roken.

Sindsdien kweekt Chris zelf. Met zijn vijf planten is hij een kleine kweker. Eentje die binnen de grenzen van het gedoogbeleid opereert, want de Hoge Raad oordeelde in 2011 dat kleine kwekers met vijf planten of minder niet vervolgd worden. Mits ze de planten meteen overhandigen aan de politie als die bij hen aanklopt.

Iedereen kan dit doen: als je nu wat zaait in je tuin, kun je in september of oktober al oogsten

Chris Wietkweker (vijf planten)
Toch is Chris – niet zijn echte naam – zeer voorzichtig als het om zijn hobby gaat. Met het zwabberende Nederlandse wietbeleid weet je het immers nooit, vindt hij. En zijn planten zijn geen kleintjes, maar flinke bossen van naar schatting 1,5 meter hoog en 1,5 meter breed. Een jaar lang volgde fotograaf Gabriel Eisenmeier onder anderen Chris, om een beeld te krijgen van de wereld aan de achterkant van de coffeeshop.

Die wereld bestaat uit mensen zoals Chris. Kleine kwekers die de wiet deels voor eigen gebruik en deels voor de verkoop kweken. Hoe vaak Chris oogst, hangt af van de kweekmethode. Soms oogst hij zes-, soms tweemaal per jaar. ‘En de ene keer ga ik na de verkoop naar huis met een paar honderd euro, de andere keer met een paar duizend.’ Echt bang om ontdekt te worden is hij niet. ‘Veel kwekerijen worden opgedoekt omdat buren er last van hebben. Of omdat het energiebedrijf ontdekt dat er veel stroom afgetapt wordt. Zolang je voorzichtig bent en zorgt dat er geen ongelukken gebeuren, heb je weinig te vrezen.’

Eigen kwekerij
Hoeveel kleine kwekers zoals Chris er zijn, is onduidelijk. ‘Maar ik hoor van veel mensen dat zij in deze tijden wel wat extra’s kunnen gebruiken en daarom een kwekerij beginnen.’ In een recent onderzoek van IPol wordt dezelfde trend gesignaleerd. De pakkans is overigens klein. Volgens de informatiedienst van de politie is de kans op ontdekking zo’n 4 tot 21 procent.

Naast de kleine kweker zijn er de grote, criminele samenwerkingsverbanden die deze markt – met een jaarlijkse omzet van naar schatting 2,4 miljard euro – domineren. Het grootste deel van de hennepproductie komt voor hun rekening. De omvang daarvan is ook een schatting: die varieert tussen 187 en 1.196 ton. Datzelfde geldt voor het aantal kwekers. De politie – die jaarlijks zo’n 5.000 kwekerijen ontmantelt – houdt het op 25 duizend kwekers.

Chris houdt zich verre van die grote kwekers. ‘Ze weten niet van mijn bestaan, en dat wil ik graag zo houden.’ Wat hem betreft is het kweken een sport. ‘Want een goede high van eigen makelij is zo fijn. En het is zo makkelijk te bereiken. Iedereen kan dit doen: als je nu wat zaait in je tuin, kun je in september of oktober al oogsten. ’