Webwinkelproduct nieuwe banen

REPORTAGE Afgaande op de leegstand in de stedelijke koopcentra zijn het geen gouden tijden voor winkelpersoneel. Mis: alleen zit de eigentijdse winkelverkoper bij een webwinkel.

Jong, hip, en vooral een kans om in Amsterdam te wonen, waren de drie hoofdredenen waarom de Belgische literatuurstudent Gabrielle (23) na tien maanden backpacken in Australië bij de Nederlandse webwinkel TravelBird neerstreek. Ze is net twee weken in dienst bij de snelgroeiende onlinereiswinkel. ‘De vibe klopt’, zegt ze.

In de zaal – ongeveer 1.500 vierkante meter groot – zijn hoofdzakelijk jonge mensen aan het werk, velen driftig bellend. Aan de muren hangen vlaggen van allerlei Europese landen.

Haar taak: per dag ongeveer drie wervende verhaaltjes verzinnen voor Franstalige reizigers. ‘Best leuk, ik kan er mijn talen mee oefenen.’
Banenmotor
Ze is een van de vooral buitenlandse jongeren die momenteel bij de jonge reisorganisatie aan de slag gaan en er hun eerste werkervaring opdoen.

‘Om de twee weken start een nieuwe lichting’, zegt Dennis Klompalberts (35), algemeen directeur en een van de oprichters. Het grachtenpand aan de Keizersgracht in het hartje van Amsterdam is zijn ‘lokaas’. ‘Dit is het ideaalbeeld dat ze van Amsterdam hebben.’

Webwinkels zoals TravelBird vormen de nieuwe banenmotor in Nederland, vooral geconcentreerd in en rond de hoofdstad. Ze vangen het banenverlies op bij traditionele winkelbedrijven, zo meldde ING eerder deze week. Waar reisbureaus als D-Reizen vooral banen schrappen, scheppen reissites als Booking.com en TravelBird juist nieuwe arbeidsplekken.

Een aannamecriterium van TravelBird: het liefst geen ervaring in de reisbranche zelf
Ook het snelgroeiende TravelBird, waar bijna dertig nationaliteiten vertegenwoordigd zijn, doet mee aan de moderne werkverschaffing. De in 2010 gelanceerde website verkoopt reizen en heeft een toenemend aantal werknemers nodig om de 18 landenwebsites te beheren. In een klein jaar groeide het personeelsbestand van 90 naar 400. In de komende jaren komt de teller op mogelijk meer dan duizend krachten.

Vanuit de Amsterdamse ‘reisfabriek’ schrijven de Spanjaarden, Fransen en Italianen wervende teksten in hun eigen taal. Anderen bellen met hotels in hun land om kamers te boeken of ze houden de lokale websites in de gaten op zoek naar populaire uitjes. De aannamecriteria van TravelBird: het liefst geen ervaring in de reisbranche zelf ‘want dan zijn mensen nog fris’. En ‘bij de cultuur passen’ – wat dat precies inhoudt, blijft wat vaag.

Bij hogere managementfuncties maakt een lunch of diner in ieder geval deel uit van de werving en selectie. Klompalberts: ‘Je moet met iemand in de kroeg kunnen hangen.’

Engels
De meesten zoals Gabrielle, die een halfjaarcontract heeft en nog in haar proeftijd zit, komen met het bedrijf in aanraking via buitenlandse banensites. Ze voeren doorgaans twee sollicitatiegesprekken via internetbeldienst Skype voordat ze in het vliegtuig stappen. ‘Wie niet vloeiend Engels spreekt, maakt geen kans’, zegt Klompalberts.

De onlinereiszaken trekken een heel nieuwe type werknemer aan. ‘De traditionele reismedewerker maakt plaats voor ict’ers en mensen die verstand hebben van websitemarketing’, zegt econoom Thijs Geijer van ING. Volgens hem loopt de reisbranche voorop in de omschakeling van fysieke winkels naar internetwinkels.

Bij het Nederlandse landenteam zwaait de Duitse planner Sabine (30) de scepter.  Ze krijgt de informatie van de socialmediamensen en bekijkt dagelijks de statistieken uit zoekmachines. ‘Op basis van nieuwe trends zet ik aanbiedingen uit. Bij slecht weer switchen we direct naar saunatrips.’

Steeds meer banen
Webwinkels leveren steeds meer banen op. Niet alleen TravelBird (400 arbeidsplaatsen) is daarvan een voorbeeld. Ook de in Utrecht gevestigde boeken- en elektronicasite Bol.com – onderdeel van Ahold – is fors aan het uitbreiden. ‘We groeien hard naar 800 medewerkers eind dit jaar’, zegt de woordvoerder. Het onlinebedrijf werft hooggeschoolde mensen: it’ers, bedrijfskundigen, marketingmedewerkers en inkopers. Ook RFS Holland Holding, bekend van onder meer webwarenhuizen Fonq.nl en Wehkamp.nl en de productensites van Creat2Fit, levert 850 banen aan de economie. De in Amsterdam gevestigde reissite Booking.com spant de kroon. Die zorgt wereldwijd voor brood op de plank bij meer dan 4.000 mensen. Op het hoofdkantoor in Amsterdam lopen er zo’n 1.200 rond.
De onderneming wordt sinds kort financieel gesteund door Global Founders Capital, het investeringsfonds van de Duitse broers Oliver en Marc Samwer. De internetzakenlieden met diepe zakken – hun fonds omvat zo’n 150 miljoen euro – zitten onder meer achter de Duitse modesite Zalando. Ze zijn geducht vanwege het kopiëren van Amerikaanse internetsites.

Ook TravelBird lijkt zich meer te spiegelen aan grote Amerikaanse internetconcerns zoals Google en Airbnb dan aan de traditionele reiswereld. Om jong talent aan zich te binden haalt TravelBird net als die bedrijven van alles uit de kast.

Feesten

In de kelder, waar nu nog stoelen en bureaus opgestapeld staan, komt binnenkort een bar, ‘waar het iedere vrijdag feesten wordt’. Verderop in het pand komt een wasserette en de nu nog sobere kantine wordt binnenkort bemand door een heuse chefkok. ‘De jongeren moeten zich te allen tijde kunnen focussen op hun taak.’

De jeugdige werknemers, die allemaal binnenkomen op flexibele arbeidscontracten, vormen een pool van goedkope krachten voor het bedrijf. TravelBird zegt dat de salarissen conform zijn aan de cao in de reissector en zelfs aan de bovenkant van de schaal zitten. ‘In de meeste gevallen krijgen ze later een vaste aanstelling.’

Het internetbedrijf heeft naar eigen zeggen vorig jaar ongeveer 50 miljoen euro omzet gedraaid en denkt die dit jaar te verdrievoudigen. Winst maken doet het nog niet. ‘Dat is nu nog niet belangrijk.’

Ook uit de minimalistische receptie – niet meer dan een barkruk – blijkt het wat eigenzinnige karakter. ‘Alles wat ik nodig heb is mijn iPad’, beaamt de jonge receptioniste. Of Gabrielle binnenkort niet weer net zo makkelijk vertrekt? ‘Als ze me na mijn proeftijd willen, zeker niet.’

augustus 31, 2014Permalink

Papier versus pixel

Al zeulen scholieren ook dit jaar weer zware tassen met boeken rond, tablets en e-readers zijn hard op weg de norm te worden in het onderwijs. Maar wacht: uit studies blijkt vaak dat lezen van papier leidt tot beter tekstbegrip. Waarom het brein liever een boek heeft.

DOOR Margreet Vermeulen 30 augustus 2014

Het papieren boek is taaier dan de trendwatchers ons willen doen geloven. Ook dit schooljaar hijsen 940 duizend scholieren dagelijks gemiddeld 7 kilo aan dode bomen op hun rug. Allemaal keurig gekaft – V&D verkocht weer pakweg 1.350 kilometer aan kaftpapier. En dan te bedenken dat al die tekst op een e-reader past van 160 gram, zonder kaftpapiertje. De meeste taal- en communicatiewetenschappers zijn stiekem wel blij met die volle rugtassen. Want de mens pikt meer informatie op van papier dan van pixels, blijkt uit onderzoek.

Neem de Utrechtse communicatiewetenschapper Daniël Janssen. Hij zweert bij papier en drukt zijn studenten op het hart alles uitgeprint mee naar college nemen. Want dat scheelt tijd. ‘Als ik studenten iets over de tekst vraag, weten ze op papier meteen waar ze moeten zoeken. Op de iPad raken ze hopeloos verdwaald. Dat belemmert het studerend lezen.’

Janssen vindt het gek dat niemand in het onderwijs zich de vraag stelt of het werkt: leren en lezen van een scherm
Janssen is beducht voor de massale introductie van tablets en e-readers die het onderwijs te wachten staat. Tablets zullen binnen vijf jaar de standaard zijn in het basis- en voortgezet onderwijs, is de verwachting van driekwart van de vijfhonderd schooldirecteuren die onlangs over dit thema werden ondervraagd. Janssen vindt het maar ‘gek’ dat niemand in het onderwijs zich de vraag stelt of het ook werkt: leren en lezen van een scherm.

In de wetenschap wordt die vraag wel gesteld. Zo’n honderd studies zijn er verricht met als vraag: maakt het scherm ons dommer? Het gaat hierbij uitdrukkelijk om de vergelijking tussen papier en e-readers of tablets en dus niet om online lezen waarbij de lezer wordt gestoord door reclame, mailtjes en linkjes die erom vragen aangeklikt te worden. Online lezen, en de mogelijke gevolgen daarvan voor ons concentratievermogen, is weer een ander verhaal.

Tot begin jaren negentig lag de gemiddelde leessnelheid op een scherm 10 tot 30 procent achter op papier. Die achterstand wordt almaar kleiner door de perfectionering van de e-readers en tablets, zoals contrast, scherpte en pixeldichtheid. Maar nog steeds signaleren onderzoekers dat digitaal lezen voor de meeste mensen vermoeiender is dan van papier.
Tekstbegrip
Als het om tekstbegrip gaat, doet papier het geregeld beter dan het scherm – nooit slechter.

Volgens Janssen is dat geen toeval. ‘Er ligt veertig jaar leesonderzoek ten grondslag aan hoe we studieboeken maken. We weten precies wat het effect is van kleur, tussenkopjes, bolletjes en plaatjes. Over hoe we digitale lesboeken effectief maken, weten we helemaal niets.’
Foto Eddo Hartmann
Dat klinkt plausibel, ware het niet dat ook fictie anders wordt gelezen op een Kindle dan uit een ouderwets boek. De invloedrijke Noorse onderzoekster Anne Mangen liet onlangs vijftig mensen een kort verhaal lezen (28 pagina’s) van Elizabeth George, bekend van de Linley-thrillers. De helft kreeg een Kindle, de andere helft een papieren exemplaar.

Daarna moesten de proefpersonen veertien gebeurtenissen uit het verhaal in de juiste volgorde plaatsen. Helaas voor de Kindle: dat deden de papieren lezers beter. Stukken beter zelfs, zei onderzoekster Mangen vorige week tegen de Britse krant The Guardian.

Papier vergemakkelijkt tekstbegrip. Voor de emotionele respons van de lezer en de mate waarin ze opgingen in het verhaal, maakte de informatiedrager geen verschil.

Begin vorig jaar deed Mangen soortgelijke experimenten met 72 scholieren van 15. Ze moesten een test begrijpend lezen afleggen, met de gelezen tekst bij de hand. De ene helft werkte met papier, de andere helft met een pdf-bestand op de pc. Papier leidde tot (iets) betere resultaten. De Zweedse onderzoeker Erik Wästland van de Universiteit van Karlstad doet hetzelfde soort studies als Mangen en komt tot dezelfde (milde) conclusies. Overigens doet de vorm van de e-tekst er ook nog toe. Als er gescrold moet worden om een pagina te kunnen overzien, scoren de elektronische lezers nog minder.

Kapstokjes
Waarom het brein papier verkiest? Psychologen en taalwetenschappers gaan ervan uit dat we onbewust de voorkeur geven aan papier omdat we een boek kunnen vasthouden, omdat we in een oogopslag kunnen zien of we al op de helft zijn of niet en omdat die tactiele ervaring, gecombineerd met paginanummers, plaatjes en hoofdstukken allemaal kapstokjes zijn voor het geheugen om informatie te helpen opslaan. Lezen is veel meer een lichamelijke bezigheid dan we denken.

Ons brein is niet van nature uitgerust met het vermogen om te lezen. Het schrift kwam immers pas in de 4de eeuw voor Christus en we hebben zelf een leescircuit in het brein moeten creëren met behulp van hersencellen die bestemd zijn voor spraak, zicht, motoriek en het herkennen van voorwerpen. Vandaar dat analfabeten een ander brein hebben dan geletterden.

Het geletterde brein ziet letters als voorwerpen en de tekst wordt waarschijnlijk ervaren als een landschap waar we een soort mentale kaart van opslaan. De fysieke ervaring te weten waar je in de tekst bent, vergemakkelijkt het opslaan van die mentale kaart. De Amerikaanse wetenschapsjournalist Ferris Jabr trok een vergelijking met Google Maps. Stel dat Google je alleen individuele straten laat zien, maar dat je niet kunt uitzoomen naar de buurt, de stad en het land. Dat verklaart mogelijk ook onze behoefte om belangrijke passages te onderstrepen en om aantekeningen te maken in de kantlijn. Ook al lezen we ze nooit meer terug: de fysieke ervaring van het strepen en schrijven is het zoveelste kapstokje voor ons geheugen.

Uit een enquête uit 2005 onder 113 Amerikanen blijkt dat het scherm uitnodigt om te scannen in plaats van te lezen
Er is nog een andere, serieuze mogelijkheid. Namelijk dat wij met een andere instelling achter een scherm gaan zitten dan wanneer we een boek openslaan. Als we papier serieuzer nemen dan het scherm, want daar lijkt het op, dan is dát misschien de oorzaak dat informatie van papier beter beklijft.

Uit een enquête uit 2005 onder 113 Amerikanen blijkt dat het scherm uitnodigt om te scannen in plaats van te lezen; naar steekwoorden te zoeken en zelfs om stukjes over te slaan. Heel herkenbaar.

Wie vanaf een scherm leest, is minder geneigd zichzelf (leer)doelen te stellen en passages te herlezen. Dat werd in 2011 aangetoond tijdens een experiment van het Technion-Israel Instituut voor Technologie in Haifa. Een groep studenten kreeg zeven minuten de tijd om een tekst te lezen om er vervolgens multiplechoicevragen over te beantwoorden. Of het een digitale of papieren tekst was, bleek niet van invloed op de prestaties. De prestaties liepen wel flink uiteen toen de proefpersonen zelf mochten weten hoeveel tijd ze namen voor het bestuderen van de tekst. De ‘papieren lezers’ namen veel meer studietijd en scoorden daardoor 10 procent beter op de test dan de ‘digitale’ lezers. Daaruit concludeerden de twee onderzoekers, Ackerman en Goldsmith, dat lezers papier een geschikter medium vinden als er geleerd moet worden.
Moeite
Zodra we onze aandacht ergens bij moeten houden, gaan we teksten printen. Niet voor niets verdubbelde de omzet van papier, in de periode dat iedereen een pc kreeg in het Westen (tussen 1980 en 2000). Het papierloze kantoor dat de digitale revolutie zou brengen, leek verder weg dan ooit.

Door de komst van de iPad in 2010 is het speelveld alweer flink veranderd. Voor het eerst in de geschiedenis gaat de verkoop van print- en schrijfpapier omlaag. In Nederland met 9 procent in 2013. In het voortgezet onderwijs is het papieren boek nog standaard, maar vaak wel met een smartphone ernaast. En in de collegezalen zitten steeds meer studenten achter een opengeklapte laptop, zonder pen en papier.

De iPadprofeten gaan er stilzwijgend van uit dat de aanstormende generaties, die allang een iPad kunnen bedienen als ze aap-noot-mies tegenkomen, straks helemaal geen moeite meer hebben met het scherm. Digital natives wordt deze generatie al liefkozend genoemd. Bovendien is het brein plastisch. Als het zich pen en papier eigen heeft kunnen maken, dan zal het met toetsenbord en scherm niet anders gaan.

Typisch gevalletje van wensdenken, meent de communicatie-expert Janssen. ‘Het is echt niet zo dat je allerlei vermogens ontwikkelt als je maar prikkels toedient. Het brein moet wel in principe geschikt zijn voor zo’n nieuwe taak. Waarschijnlijk sluit de boekdrukkunst erg mooi aan bij iets waar ons menselijk brein goed in is: ruimtelijke oriëntatie.’

Steeds meer taalwetenschappers waarschuwen dat we het papieren boek niet gedachteloos moeten inruilen voor het e-book
Op dit moment geven zeven van de tien studenten in Nederland, met slechts 4 procent digitale boeken, de voorkeur aan papieren studieboeken. In de VS, waar 20 procent van het aanbod e-book is, verkiest een meerderheid van de studenten (58 procent) een e-book. Je zou denken dat de voorkeur van de lezer bepaalt of hij makkelijker informatie oppikt van papier of van pixels. Maar de weinige studies op dit terrein spreken elkaar tegen.

Ondertussen doen uitgeverijen hun best om ook van digitaal lezen een tastbare ervaring te maken. Dikwijls wordt teruggegrepen op de vormgeving van het boek met paginanummers en echte bladzijden die je kunt ‘omslaan’. Maar van een scherm lezen blijft een louter visuele ervaring.

Het is vergeefse moeite, vreest Janssen. ‘De Mona Lisa op je iPad is en blijft iets anders dan het schilderij.’ Steeds meer taalwetenschappers waarschuwen dat we het papieren boek niet gedachteloos moeten inruilen voor het e-book. Zeker voor studerend lezen lijkt papier effectiever dan het scherm. Er zit nog behoorlijk wat leven in die dode bomen.

Plato vond boeken maar niets
Nieuwe communicatiemiddelen hebben in het verleden vaker weerstand opgeroepen. Griekse wetenschappers als Thales en Pythagoras, grondleggers van de Griekse wiskunde, hebben waarschijnlijk nooit iets geschreven – ook al was het schrift toen al eeuwenlang in zwang. Veel geleerden in die tijd gaven de voorkeur aan orale kennisoverdracht. In zijn dialoog Phaedrus heeft Plato deze aversie tegen het schrift onder woorden gebracht. Het schrift zou mensen maar lui maken en het geheugen bederven. Waarom de moeite doen iets te onthouden als het in een boek stond?

augustus 30, 2014Permalink

De eerste impuls

Jammer dat de achtergrond zo overdreven onscherp is. Dat is de laatste trend in de fotojournalistiek, het heeft een sfeerverhogend effect. Maar ik hoef geen effect, ik hoef geen sfeer. Ik wil kijken. De jurk van de moeder steekt rechtsachter uit de vuilnisbak. Staat er een flinke wind? Ik kan in de onscherpte niets zien wapperen. Waar zijn we, is dat de Galatatoren aan de overkant? Hij lijkt zo smal opeens. Mocht ik ooit een verlangen krijgen naar foto’s met sfeer, dan ga ik naar een fotogalerie. Kan even duren voor het zover is, ik ben voorlopig nog niet uitgekeken.

Sinds de burgeroorlog in Syrië zijn er ruim een miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije neergestreken. Grofweg de helft zit in vluchtelingenkampen. Daar ben je verzekerd van eten, drinken en een plek om te slapen, maar je zit in een uithoek, je kunt geen kant op. En als je er nou veilig zat. Landgenoten van uiteenlopende etnische en religieuze achtergrond op elkaar gepropt in een tentenkamp, om niets slaat de vlam in de pan.

 

Bedelaars
Velen zoeken hun toevlucht buiten de kampen. In Istanbul verblijven er naar schatting honderdduizend. Ook daar zijn spanningen. Zondag is er gedemonstreerd tegen de overlast door Syriërs. De solidariteit onder moslims kent grenzen. Er werd gezwaaid met stokken en messen. Auto’s werden omgekeerd, winkelramen ingegooid. De overheid heeft inmiddels toegezegd dat de vluchtelingen naar kampen in het zuiden zullen worden gebracht, goedschiks of kwaadschiks. Zeker degenen die de eindjes aan elkaar knopen met bedelen en schooien.

 

Deze moeder en dochter hebben hun habitat gevonden aan de Bosporus. De Galatabrug rechts, de gelijknamige toren aan de overkant. Veerboten leggen hier aan, onder de brug zijn eettentjes, toeristen en dagjesmensen komen er graag. Ze steken van alles in hun mond, wat er overblijft belandt in de vuilnisbakken.

 

Wil je een hapje?
Moeders hoofd is in de vuilnisbak verdwenen, ze heeft net een stuk van een weggegooide donut opgediept. Het meisje doet zich te goed aan een restje watermeloen, naar ik aanneem uit dezelfde vuilnisbak. Het moment dat ze de fotograaf ziet, steekt ze het plastic vorkje met het laatste stukje meloen naar voren. Hij mag er een hapje van. Ze heeft niets en toch is haar eerste impuls: delen.

image

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

augustus 28, 2014Permalink

Empathie

Empathie ligt ten grondslag aan zo ongeveer alles wat een maatschappij goed doet functioneren. En toch slaagt onze samenleving erin de empathie steeds verder in te dammen. Dat was – heel kort samengevat – de strekking van het artikel’Waarom we onze kinderen moeten leren zich in anderen te verplaatsen.’ dat ik vorige week schreef op basis van een aantal recente boeken die ik las over empathie – onder andere van de Amerikaanse kinderpsychiather en neurowetenschapper Bruce Perry. In deze update wil ik graag dieper ingaan op vier kritiekpunten van leden die naar voren werden gebracht in de bijdragen onder het stuk.

1. Zijn we echt minder empathisch geworden – is dat weleens gemeten?

‘Zou het ook kunnen dat we op de goede weg zijn? Dat het steeds beter gaat met de samenleving?’ schrijft Eline van den Boogaard.

Uit een grote Amerikaans metanalyse (waarbij de gegevens van 14.000 personen werden vergeleken) die werd uitgevoerd door onderzoekers van de universiteit van Michigan in 2010 – bleek dat de huidige Amerikaanse studenten veertig procent lager scoren op verschillende empathiemeetschalen dan de studenten van twintig en dertig jaar geleden.

In een persbericht Lees het persbericht hier van dit onderzoek staat: ‘In vergelijking met studenten uit de late jaren zeventig zijn de huidige studenten het minder vaak eens met stellingen als ‘Ik probeer mijn vrienden soms beter te begrijpen door te proberen iets vanuit hun standpunt te bekijken’ en ‘Ik krijg vaak een warm en bezorgd gevoel als ik word geconfronteerd met mensen die het minder getroffen hebben dan ik’.’

Ik heb geen onderzoeken kunnen vinden die empathie meten bij Nederlandse studenten. Wel zijn er signalen die te denken geven dat er iets vergelijkbaars gaande is in Nederland. In het rapport ‘Opvoeding, onderwijs en jeugdbeleid in het algemeen belang,’Lees het rapport hier. dat in 2004 werd geschreven in opdracht van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, schrijft hoogleraar pedagogiek Micha de Winter: ‘Hernieuwde aandacht voor dat algemeen belang – gedefinieerd in termen van de democratische rechtsstaat en democratische omgangsvormen – als richtsnoer voor publieke én private socialisatie, is dringend noodzakelijk, juist in een tijd van groeiende nadruk op het eigenbelang, van desinteresse in de publieke zaak, van toenemende pluriformiteit, afnemende sociale cohesie en oprukkend fundamentalisme.’

Die nadruk op het eigenbelang en die desinteresse in de publiek zaak ziet De Winter terug in de manier waarop ouders en en andere opvoeders kinderen benaderen. Er wordt volgens hem te veel gefocust op de individuele ontwikkeling van het kind. Dat is zeker belangrijk, maar door kinderen op deze eenzijdige manier te benaderen spreken we hun empathische vermogen en de maatschappelijke betrokkenheid te weinig aan.

In het boek Het narcistisch ideaal komt hoogleraar klinische psychologie Jan Derksen tot een vergelijkbare conclusie. Ook hij stelt dat de individuele ontwikkeling van het kind veel meer centraal is komen te staan: ‘Dat we de afgelopen 25 jaar zelfbewuster en narcistischer zijn geworden, heeft (dan ook) te maken met veranderingen in onze cultuur en met de manier waarop ouders tegenwoordig hun kinderen opvoeden. Het kind staat vaak op de eerste plaats en wordt omringd door trotse ouders en andere opvoeders. Maar door een drukkere levensstijl en door de moderne gezinssituaties wordt de hechtingsband tussen ouder en kind toch steeds dunner. Dit versterkt narcistische persoonlijkheidstrekken.’

2. Klopt het wel dat er in de huidige maatschappij minder aandacht is voor jonge kinderen?

Lid Jacqueline Boerefijn citeert het ‘Gezinsrapport 2011’Hier vind je het Gezinsrapport 2011 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). ‘Er gaat tegenwoordig meer tijd naar de kinderen dan vroeger. De tijd die werkende moeders en vaders aan de kinderen besteden, is sinds 1980 zelfs bijna verdubbeld. Moeders besteden bijna veertien uur per week aan de zorg voor kinderen, vaders ruim zes uur per week.’

Deze bevinding lijkt inderdaad in tegenspraak met de opmerking van Perry dat de huidige maatschappij kinderen emotioneel verwaarloost. In zijn boek haalt hij een vergelijbaar onderzoek aan uit Amerika waaruit zou blijken dat ouders eerder meer dan minder tijd aan hun kinderen besteden dan vroeger. Maar de informatie lijkt tegenstrijdig. In zijn boek schrijft hij: ‘Ouders melden in interviews ook dat ze het gevoel hebben dat ze niet genoeg tijd met hun kind doorbrengen en zeggen dat ze gedurende die tijd ook vaak nog aan het multitasken zijn.’

Los daarvan speelt er nog iets: het is pas sinds enkele decennia gebruikelijk dat kinderen op heel jonge leeftijd naar de kinderopvang gaan – in Nederland gaat het om ongeveer 40 procent van de kinderen. Zoals aangeven in een van mijn eerdere stukken Lees hier over het belang van goede zorg voor jonge kinderen. kun je die zorg voor jonge kinderen prima uitbesteden, maar dan is het wel belangrijk dat de kwaliteit heel goed is. En op die kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang valt nog veel af te dingen.Lees hier meer over de kwaliteit.

Met andere woorden: we besteden misschien thuis wel meer aandacht aan onze kinderen, in veel kinderdagverblijven is de zorg en aandacht vaak minder goed.

3. Ligt empathie echt ten grondslag aan alles wat een maatschappij goed doet functioneren?

‘Succesvolle oplichters en verkopers zijn heel goed in empathie. Vertrouwen wekken is één ding, vertrouwen niet beschamen of zelfs misbruiken iets heel anders,’ schrijft een ander lid.

In zijn boek Een tijd voor empathieMeer informatie over dit boek. gaat Frans de Waal dieper in op dit vraagstuk. Hij stelt dat het zeker waar is dat je voor het uitoefenen van wreed gedrag je je moet kunnen verplaatsten in een ander. Empathie gaat verder dan dat. Het betekent niet alleen dat je kunt bedenken hoe de ander zich voelt, het betekent ook dat je je er zelf rot van gaat voelen. Zo rot, dat je er iets aan wilt doen.
In zijn boek schrijft de Waal: ‘Empathie is gelaagd als een Russisch poppetje, met diep binnen in de neiging om de emotionele toestand van een ander over te nemen. Rond deze kern heeft de evolutie steeds verder verfijnde vermogens opgebouwd, zoals het kunnen meevoelen met anderen en het kunnen overnemen van hun gezichtspunt.’ Bij mensen die wreedheden begaan of andere oplichten is die binnenste kern van het Russische poppetje niet goed tot ontwikkeling gekomen, zo zegt Waal.

4. Is het wel waar dat afhankelijkheid ons gelukkiger maak?

‘Belangrijk thema, maar een veel te eendimensionale benadering van een onderdeel van het complexe verschijnsel van individualiteit en sociale relaties welke in de haarvaten van ons hele zijn en samenzijn zit,’ schrijft lid Bert Vendrik.

Perry benadrukt in zijn boek dat afhankelijkheid van een ander lang niet altijd goed is. Mensen kunnen zich volgens hem ook op een destructieve manier met elkaar verbinden. Maar dat betekent niet dat het verbreken van een moeizame relatie altijd dé oplossing is voor een probleem: ‘Therapeuten en hulpverleners adviseren vaak om familie- of liefdesrelaties te verbreken als oplossing voor een conflict, omdat ze voor een benadering van ‘tough-love’ zijn, die de individuele behoeften op de hoogste plaats heeft staan. Soms is het natuurlijk nodig om een einde te maken aan ongezonde relaties, maar het zou een laatste redmiddel moeten zijn, niet een eerste suggestie.’
Waarom we onze kinderen moeten leren zich in anderen te verplaatsen

Empathie ligt ten grondslag aan zo ongeveer alles wat een maatschappij doet functioneren: vertrouwen, altruïsme, samenwerking, liefde, liefdadigheid. En toch slaagt onze samenleving erin de empathie steeds verder in te dammen. Psychiater en neurowetenschapper Bruce Perry komt daar tegen in opstand. Een pleidooi voor meer empathie.

 

augustus 24, 2014Permalink

De emotie regeert

BESCHOUWING WK-vreugde, MH17-tranen, Schilderswijk-woede: in de eeuwige strijd tussen gevoel en verstand lijkt de emotie in Nederland sinds deze zomer definitief de bovenliggende partij. Dat was bepaald niet altijd zo. Hoe kwam het zover? En is het schadelijk, of juist goed, dat emotie, van politiek tot televisie tot therapie, nu per definitie ruim baan krijgt? Deskundigen geven antwoord.

DOOR Wilma de Rek ILLUSTRATIES Tzenko 23 augustus 2014

Joelende vreugde op straat, in de kroeg en in de woonkamer tijdens het WK in juni en juli. Ontregelende woede in de Haagse Schilderswijk, op 10 augustus. Peilloos verdriet, sinds 17 juli, in heel Nederland.

De emotie regeert. Niet alleen hier en niet alleen nu, heus niet alleen hier en nu, want emotie bestaat zolang de mens bestaat. Ook lang daarvoor was de emotie er trouwens al; de dinosaurus liet zich volledig sturen door zijn emoties, van angst, agressie, jaloezie. In den beginne zat in het brein de emotie; het verstand heeft zich daar pas veel later in en omheen genesteld. Alles begint met emotie, dat beweging betekent: emotie zet de boel in gang.
Maar op de een of andere manier leek de emotie afgelopen zomer nadrukkelijker aanwezig dan ooit. We wisten al dat we in een ‘dramademocratie’ leven (de term is ruim tien jaar geleden bedacht door de Vlaamse socioloog Mark Elchardus) of in een ‘emocratie’ (vondst van de eveneens Vlaamse kardinaal Godfried Danneels, rond 2002), een samenleving waarin de gevoelens het te vaak winnen van de redelijkheid.

Zijn politiek en emotie een levensgevaarlijk duo of is het juist geweldig dat Nederland zijn in vele calvinistische eeuwen opgebouwde schil van emotieloos pragmatisme eindelijk afpelt?
Maar daar waren we niet per se trots op. Emoties, dat waren lastige, hinderlijke dingen die er met je vandoor gingen en die je in toom moest zien te houden. In de woorden van Immanuel Kant: het verstand moet het gevoel controleren. Rond het begin van onze jaartelling legden de stoïcijnen al uit dat in het hoofd van een weldenkend mens ratio de passies moet beteugelen. Het ‘niet door affecten beïnvloede, redelijk denken’ is een vaste burcht , schreef keizer-filosoof Marcus Aurelius tussen 170 en 180 in zijn Persoonlijke notities: ‘Een mens heeft niets dat sterker is om zijn toevlucht toe te nemen en voortaan onbedwingbaar te zijn. Wie dit niet inziet, is een dwaas, maar wie het wel inziet en toch zijn toevlucht er niet toe neemt, is onzalig.’

Afgelopen zomer leek het omgekeerde te gelden en werd de emotie heilig verklaard. Wie na de ramp met de Malaysia Airlines vlucht 17 zijn emoties niet toonde, of niet genoeg, werd op Twitter en Facebook zo ongeveer afgeserveerd als een onmens. ‘De plicht tot enthousiasme die tijdens het WK in Nederland heerste, althans tot de halve finale tegen Argentinië, sloeg razendsnel om in een plicht tot rouw’, schreef Arnon Grunberg eind juli in The New York Times. In zijn Voetnoten in de Volkskrant wees hij op het naar zijn mening uiterst individuele karakter van rouw; het leverde stapels boze reacties op.

Wat zijn emoties precies? Welke emotie is het sterkst? Zijn politiek en emotie een levensgevaarlijk duo of is het juist geweldig dat Nederland zijn in vele calvinistische eeuwen opgebouwde schil van emotieloos pragmatisme eindelijk afpelt? En de media, de roeptoeters die elke emotie versterken: wat vinden zij ervan? Veel vragen, waarop alleen het verstand het antwoord weet: uiteindelijk gaat het om de juiste balans.

De politiek voelt uw pijn
Verschrikkelijk, verwerpelijk, achterlijk

Op zijn eerste persconferentie na het reces was premier Rutte ongewoon uitgesproken over actuele kwesties die om een moreel oordeel vragen.
Over de demonstraties in de Haagse Schilderswijk: ‘Haatzaaien, discriminatie, geweld [mogen] nooit voorkomen. Als die wel dreigen voor te komen, moeten mensen zich realiseren dat de staat zal ingrijpen.’
Over jongeren die antisemitistisch gedachtengoed uitdragen: ‘Dat vind ik verschrikkelijk. Dat vind ik verwerpelijk. Het risico zou zijn dat daarmee de groepen waartoe deze jongeren behoren, mensen die de islam aanhangen in Nederland, als geheel veroordeeld worden.’
Over Yasmina Haifi, de ambtenaar van Justitie die twitterde dat ISIS een zionistisch verzinsel is: ‘Laat ik allereerst zeggen dat die kwestie van de dame die deze achterlijke gedachte twitterde, dat ik dat verschrikkelijk vind.’
Over Zwarte Piet: ‘Het kabinet heeft geen mening over de kleur van Zwarte Piet. En hoe de traditie zich verder ontwikkelt in de samenleving, is aan de samenleving.’
Over het voortbestaan van de coalitie: ‘Ik heb daar goede hoop op, omdat we in dit land gezegend zijn […] met een heel bijzonder politiek stelsel, wat als je er van buiten naar kijkt alle kenmerken heeft van instabiliteit, maar al zo’n 130 jaar in staat is te komen tot de noodzakelijke beslissingen.’
De overige deskundigen staan vandaag in Sir Edmund.

augustus 23, 2014Permalink

Thuiszorgbedrijf Buurtzorg zet groots in op Japan

Sandra Olsthoorn

vrijdag 22 augustus 2014, 03:26

‘Big in Japan’ is de droom van Buurtzorg. Het succesvolle thuiszorgbedrijf gaat zijn bedrijfsmodel op grote schaal naar Japan exporteren.
In een paar jaar tijd moeten daar 500 teams van verpleegkundigen aan de slag gaan volgens het model van het bedrijf uit Almelo.

Zelfsturende wijkteams

Buurtzorg opereert in Japan volgens het franchisemodel. Een lokale non-profitorganisatie, de Orange Cross Foundation (OCF), ziet toe op de juiste toepassing van het concept, vertelt Jos de Blok, bestuurder van het thuiszorgbedrijf.

Buurtzorg is in Nederland in een paar jaar tijd uitgegroeid tot marktleider met een omzet (vorig jaar) van € 218 mln. Het Buurtzorgmodel berust op zelfsturende wijkteams. De verpleegkundigen regelen zelf alles wat cliënten nodig hebben om zo snel mogelijk weer zelfstandig te kunnen zijn. Overhead is er nauwelijks, want ook alle organisatorische zaken (huisvesting, roosters) nemen de teams op zich.

Dominant

‘Er was in Japan al jaren veel belangstelling voor ons werk’, vertelt De Blok. ‘In dat land is de ziekenhuiszorg heel dominant, maar ook daar moet de omslag worden gemaakt naar zorg bij mensen thuis.’

Buurtzorg heeft al eerder op beperkte schaal de stap over de grens gemaakt. In Zweden en de Verenigde Staten zijn teams aan het werk en sinds kort ook één in België.

Voorwaarden duidelijk

‘Op termijn willen we in het buitenland overal naar het franchisemodel’, zegt De Blok. ‘Met in verschillende landen een non-profitorganisatie die toeziet op de juiste toepassing van het concept.’

Initiatiefnemer van de OCF in Japan was de Saint Care Group, een beursgenoteerd Japans zorgbedrijf. Die commerciële achtergrond druist volgens De Blok niet in tegen het Buurtzorgidee, waar autonomie van de professionals boven winst maken gaat. ‘SCG is goed gescreend en er hebben verschillende gesprekken plaatsgevonden met de ceo van het bedrijf. Ook zijn de voorwaarden duidelijk vastgelegd.’

Lees ook: Buurtzorg maakt korte metten met bureaucraten

augustus 22, 2014Permalink

”Jij bent echt maar een mavo-kind’, zei de leraar’

© ANP.

OPINIE Docent Lianne de Ree pleit voor een experiment aan het begin van het schooljaar. ‘Laten we niet meer naar de cijfers kijken en de leerlingen bemoedigend toespreken.’
Het gaat op Nederlandse scholen te veel over de gebreken en te weinig over de talenten

© anp.
Als 11-jarig meisje wou ik graag naar de havo, maar volgens mijn leerkracht van de laatste klas op het basisonderwijs was ik ‘echt maar een mavo-kind’. Mijn leerkracht typeerde mij als druk, chaotisch, snel afgeleid en slecht in rekenen. Mijn resultaten waren gemiddeld en uit mijn Cito-score kwam een havo-advies. Ik had interesse in taal en daar was ik ook goed in, maar de oudergesprekken op school gingen toch vooral over het ontbreken van mijn rekenkwaliteiten. Rekenen ‘zat niet in me’ en de havo zou ik absoluut niet aankunnen, vanwege het ontbreken van een wiskundig inzicht.

Op de mavo zat ik in een brugklas waar ik me niet prettig voelde. Mijn oplossing was studeren. Na drie maanden had ik op mijn eerste rapport alleen maar 8’en, 9’s en 10’en (zelfs voor het gehate wiskunde) en mocht ik in januari alsnog naar de havo/vwo groep. Uiteindelijk bereikte ik de universiteit, waar ik met 23 jaar met goede cijfers mijn masterdiploma behaalde. Mijn afstudeerrichting was toegepaste taalkunde, dus zelfs de wiskundige statistieken, noodzakelijk voor mijn onderzoekswerk, heb ik succesvol getrotseerd.

‘Echt een mavo-kind’
De dubieuze titel van ‘echt maar een mavo-kind’ hoor ik, tot op de dag van vandaag, af en toe nog in mijn hoofd. Niet omdat mensen dat tegen mij zeggen, of omdat ik in mijn huidige functie op mijn tenen moet lopen. Ook niet omdat ik een slechte jeugd heb gehad, weinig zelfvertrouwen heb, slecht in m’n vel zit of omdat ik het vroegere mavo-onderwijs als inferieur beschouw. Allemaal niet het geval. De enige reden waarom ik dit nog wel eens in mijn hoofd hoor, is omdat de leerkracht dit toen tegen mij zei op een manier waardoor ik het gevoel kreeg dat ik iets niet kon en ik ook niet de kans kreeg om het tegendeel te bewijzen. Ieder mens kent wel momenten en situaties van onzekerheid en op die momenten hoor ik dat nonchalant geuite zinnetje van mijn leerkracht.

Onverklaarbaar, maar het geeft me hetzelfde onbestemde gevoel als toen ik 11 jaar was. Ik ben nu 31 jaar, ik ken ondertussen mijn kwaliteiten en mijn zwaktes, maar dat weegt blijkbaar niet op tegen de impact die het heeft als een docent tegen een kind zegt dat het iets niet kan.

Deze gebeurtenis is lang geleden. Ons onderwijs is altijd in beweging en de afgelopen decennia erg veranderd. Toch focussen we ons in het Nederlandse onderwijs nog altijd veel op de zaken die leerlingen niet kunnen. Tijdens vergaderingen op scholen gaat het nog veel over de slechte resultaten en te weinig over de goede resultaten. Te veel over de gebreken en te weinig over de talenten. Ik maak me er zelf net zo goed schuldig aan.
Ik denk dat we als docenten ons bewust moeten zijn van de invloed die wij op een kind hebben

© anp.
Wat zegt een cijfertje?
Als ik de cijferlijst van een mentorleerling zie, blijven mijn ogen toch sneller hangen bij de onvoldoendes dan bij de voldoendes. Daar zit het probleem, daar moet iets gebeuren. Meten is weten, dus zo’n cijfertje zegt veel. Of toch niet? Ik vraag me af wat het resultaat zou zijn als ik dat eens niet zou doen.

Als ik me nu alleen nog maar zou focussen op alles wat goed gaat en alleen dit nog maar bij mijn leerling benadruk, zou dit dan ook niet positieve gevolgen hebben voor de onderdelen die op dat moment wat minder gaan? Misschien te simplistisch gesteld, maar kan positiviteit niet een groot aandeel vormen in de oplossing voor vele onderwijskundige vraagstukken zoals motivatieproblemen, faalangst en 6’jes-scultuur?

Invloed
Ik denk dat we als docenten ons bewust moeten zijn van de invloed die wij op een kind hebben. Ook al lijkt het misschien niet altijd zo (vooral als je met pubers werkt die alles ‘lekker belangrijk’ vinden), onze woorden hebben meer gewicht dan we zelf realiseren.

Ik stel een experiment voor, zo aan het begin van dit schooljaar. Laten we gewoon niet meer naar de cijfertjes kijken. Niet meer naar de overgangseisen, rapport gemiddelden, diagnostische toetsen en Cito-scores. Tot nu toe lijkt het analyseren van al deze cijfertjes nog niet veel goeds te brengen voor onze leerlingen.

Idealistisch
Misschien niet realistisch en waarschijnlijk belachelijk idealistisch, maar laten we nu eens gewoon naar het kind kijken. Laten we zo veel mogelijk in bemoedigende en positieve taal met en over leerlingen spreken, zodat de leerling over een jaar of twintig zich deze woorden herinnert en er daadwerkelijk nog iets aan heeft.

Al is het alleen maar omdat een mens op vele momenten in zijn leven tot zaken in staat is die hij zelf niet altijd voor mogelijk houdt. Wat zou het fantastisch zijn als een leerling op dat moment eventjes een stem hoort die het zelfvertrouwen vergroot waardoor niets onmogelijk is…zelfs dat verschrikkelijke wiskunde niet!

Lianne de Ree is docent Engels in het voortgezet onderwijs.

 

augustus 21, 2014Permalink

Actieplan om eenzaamheid aan te pakken

Staatssecretaris Martin van Rijn stelt 900.000 euro beschikbaar, bovenop de bestaande subsidie, om eenzaamheid aan te pakken. Er is een actieplan om bestaande initiatieven tegen eenzaamheid te inventariseren en de kennis over dit thema goed toegankelijk te maken voor gemeenten.
In Rotterdam-Delfshaven lag een bejaarde vrouw tien jaar onopgemerkt dood in huis. Dat zorgde voor grote verontwaardiging in Nederland.
De Coalitie Erbij gaat inventariseren welke werkende initiatieven er al bestaan om eenzaamheid tegen te gaan. Coalitie Erbij is een samenwerkingsverband onder meer het Leger des Heils, MOgroep, Nationaal Ouderenfonds, Resto VanHarte, Sensoor, Vereniging Humanitas, en de Zonnebloem.

Lokaal

Vervolgens wordt gekeken wat er nodig is om alle gemeenten goed gebruik te laten maken van die bestaande kennis en ervaring. Zo moet eenzaamheid lokaal beter aangepakt worden. Het is belangrijk om niet het wiel opnieuw uit te vinden, maar voort te bouwen op wat er al is, zo stelt de staatssecretaris.
In Rotterdam-Delfshaven lag een bejaarde vrouw tien jaar onopgemerkt dood in huis. Dat zorgde voor grote verontwaardiging in Nederland. Hoe hebben wij het als mensheid zover laten komen? Hoeveel eenzamen kent Nederland? Hoe haalbaar is het om in een grote stad meer naar elkaar om te zien?
Eenzaamheid

Lokale GGD-monitoren laten zien dat 38% van de Nederlanders te maken heeft met eenzaamheidsgevoelens. Bij 30% gaat het om zogenaamde matige eenzaamheid. Dat is vaak tijdelijk of incidenteel. Bij 8% gaat het om ernstige aanhoudende eenzaamheid.

Sociaal netwerk

Bij eenzaamheidsgevoelens kan het gaan om sociale eenzaamheid. Dan is het sociale netwerk kleiner dan gewenst. Het kan ook gaan om emotionele eenzaamheid. Dan zijn er wel contacten, maar de kwaliteit ervan schiet tekort. Eenzaamheid komt voor bij mensen van alle leeftijden.

Problemen

Eenzaamheid heeft veel maatschappelijke gevolgen. Zo belemmert het mensen om mee te doen aan de maatschappij, vergroot het de kans op psychosociale problemen, maar ook lichamelijke klachten. Wie zich ernstig eenzaam voelt is geneigd slechter voor zichzelf te zorgen.
door ALEXANDRA SWEERS 20 aug 2014

augustus 21, 2014Permalink

Bericht

Ik was een van de laatsten die het modeblog van Garance Doré ontdekte, een in New York wonende Française die groot is in de wereld van het internet. Garance schrijft over rokjes en tassen en Griekse ­tunieken. Ze noteert haar mode­bespiegelingen in het Frans, dat vervolgens in zulk slecht Engels wordt vertaald dat je er het Frans doorheen hoort. En ze maakt stupide filmpjes waarin ze probeert om een hele dag van de Fashion Week op stilettohakken te lopen.

Het is een heerlijke blog.

Als je eenmaal ál iemands meningen over witte Birkenstocks en Bretonse truien kent, wil je meer over diegene weten. Wie is die Garance Doré precies? Heet ze echt Garance Doré? (Nee.) Verdient ze veel? (Ik geloof het wel.) Is ze ­getrouwd? Op deze vraag kwam al googelend een shockerend antwoord: Garance Doré was met The Sartorialist!

Inmiddels zijn er talloze blogs met foto’s van stijlvolle mensen die in het wild op straat rondlopen
The Sartorialist is minstens zo’n bekende modeblogger als Garance. Hij was de eerste die ontdekte dat je miljoenen mensen per dag naar je blog kunt krijgen als je daar foto’s op plaatst van prachtig uitgelichte stijlvolle mensen die je zomaar op straat hebt aangetroffen. Street style, heet dat. Inmiddels zijn er talloze blogs met foto’s van stijlvolle mensen die in het wild op straat rondlopen, sterker nog, ik denk dat alle stijlvolle mensen van de wereld nu wel zijn vastgelegd, maar The Sartorialist was een van de eersten die dat deed.

The Sartorialist deed het dus met Garance. Ik vond het onwaarschijnlijk interessant. Twee mensen die zo bezeten waren van mode en internet. Ze zaten vast de hele dag tegenover elkaar aan twee laptops en voerden dan verhitte discussies over het belang van een goed wit overhemd of de voors en tegens van de totale denimlook.

Nu ik me begon te verdiepen in de twee, kwam ik ook steeds meer foto’s van het paar tegen, die weer door andere bloggers waren gemaakt. Scott en Garance bij Fashion Week, Scott en Garance bij een modeshow op de eerste rij. Hij klein en getergd, zij een kop langer met een olijke blik.

Rotstreek

En ineens was daar een paar dagen geleden een bericht op beider blogs. Ze hadden na zeven jaar besloten om uit elkaar te gaan, deelden ze hun volgers mee. Ze waren nog wel vrienden, meldden ze ook. En je kon geen comment achterlaten.

Zomaar uit elkaar gaan en dan je volgers niet eens de mogelijkheid geven om driehonderdduizend bedroefde smiley faces achter te laten! Wat een rotstreek.

Maar de volgende dag blogde Garance alweer over een nieuwe manier om je haar in te vlechten en Scott plaatste een foto van een vrouw in een wit shirt en blauw-wit gestreepte rok op straat in Florence.

We konden weer verder met de belangrijker dingen in het leven.

augustus 20, 2014Permalink

presteren

altijd maar weer presteren

je moet dit
gewoon – omdat het moet
je moet dat
omdat de mens die regeert
– of – erger nog –
‘de methode’ het zegt
omdat je anders
zo wordt gevreesd of gedreigd
niet wordt als die ander
net zo goed – of beter nog
elke dag naar school
om te zien wat je vandaag al kan
om het morgen te verbeteren
je moet – zeggen ze
voldoen aan de verwachtingen
je moet – om erbij te horen –
opvallen of de beste zijn
merken dragen – of make-up
een mobieltje hebben
lief klein kind
met je handjes zo klein
boven twinkelende oogjes
– vol hoop en verwachting
haartjes zo fijn
die dansen in de wind
als jij wilt leren – nieuwsgierig bent
speel dan
als je wilt ervaren – bewegen – ondernemen
speel dan
als je wilt bedenken en vergelijken
speel dan
als je wilt kijken – luisteren en volgen
speel dan
als je avonturen beleven wilt
– hier of in fantasialand –
speel dan
speel
toevallig – alleen of samen
speel
binnen of buiten
speel
zichtbaar of onzichtbaar
speel
in stapjes of met sprongen
als konijntjes in het gras
speel
als eendjes in de waterplas
speel als de kangoeroe
– die springt in het veld –
of speel
de eekhoorn die een pinda pelt
dans in de regen
en speel
stamp in de modder
of schop tegen een bal
en speel
spring touw of trampoline
pak trommel of trompet
en speel
pak je poppedein of autoped
en speel
laat de tijd
– die jij nog niet duiden kunt
gerust als zand door je vingers glijden
want sneller dan jij nu wilt
ben je de vrouw of de man
die de wereld in jou ziet
en herinner jij je
later – als je groot bent –
dat een mens maar drie leeftijden heeft
jeugd, ouder zijn en ‘je ziet er nog goed uit’
dus laat je gaan
speel een cowboy of prinses
wees mega als mindy of toby
speel dora of diego
ga naar plaatsen
waar de enge dingen die bestaan
door jou worden verslaan
droom je dromen
die uit jezelf ontstaan
waarin je heerlijk nog kunt spelen
in winterwonderlanden
en zomerse zonnestranden
lief klein kind
neem de tijd
want presteren naar vermogen
dat kan iedereen
maar spelen – spelen als jij
lief klein kind
spelend leren en ontdekken
dat kunnen zelfs de grootste geniën niet (meer)

augustus 17, 2014Permalink