Ik heb mezelf altijd gezien als actrice

1027_Verbaan‘Ik heb mezelf altijd gezien als actrice, maar niemand vond dat ik dat mocht zeggen.’

Actrice, columniste, comédienne, moeder en controlfreak. Georgina Verbaan (35) heeft zich ontwikkeld tot een schaap met vijf poten.
Door: Julien Althusius 30 mei 2015

Georgina Verbaan praat niet graag over beroemd zijn. Ze vindt het deprimerend om het erover te hebben. Het is nou eenmaal haar leven, voor haar is het gewoon. Ze voelt zich een loser als mensen er steeds maar naar blijven vragen. Alsof het een ziekte is waarvan ze zich niet bewust is.
Ze zit in een nogal oncomfortabele grote leren kuipstoel in de lobby van het Art’otel op de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam. Het liefst zou ze de hele dag naar mensen kijken, inspiratie opdoen voor de personages die ze speelt in films of voor de columns die ze schrijft in nrc.next. Maar dat is niet altijd even makkelijk. ‘Ik loop altijd alsof ik haast heb, heel hard. En ik kijk mensen nooit aan, maar altijd naar de grond.’

In de hotellobby is er een constant geroezemoes in het Engels, af en toe schuifelt een toeristenechtpaar voorbij. Twee mensen zitten binnen gehoorsafstand, maar die kijken een film, allebei op hun eigen laptop. ‘We waren op vakantie in Amsterdam’, vult Verbaan hun denkbeeldige anekdote in, ‘en we hebben twee weken lang films gekeken in de lobby’.

Af en toe verbaast ze zich hardop hoe lelijk die lobby is. ‘Het is wonderlijk hè’, merkt ze geamuseerd op. ‘Het heeft geen sfeer. Het is een beetje vinex, maar dan met design. Ik vind het wel prettig, dat onpersoonlijke. voor dit dan.’

Met dit bedoelt ze het eerste gedeelte van het interview. Deel twee is twee dagen later, bij haar thuis. ‘Omdat ik heel vaak na een gesprek onder de douche sta en mezelf afvraag wat voor onzin ik nou weer heb gezegd’. Maar zo veel onzin komt er niet vandaag. Ze is terughoudend, misschien wel wantrouwend. Zo is ze normaal niet. Ze vindt interviews ook iets ongemakkelijks hebben. ‘We kennen elkaar niet, maar ik moet de hele tijd over mezelf praten. Dat is de afspraak: jij zit daar en ik doe dit’.

Je bent op je hoede.
‘Ik ben stiekem de hele tijd van alles níét aan het zeggen’, zegt ze. Haar handen zijn continu in beweging. Het ene moment aait ze met haar ene hand over de binnenkant van haar andere pols, het volgende ogenblik bijt ze op haar nagels. Nee, hoewel ze het al ongeveer twintig jaar doet, vindt ze interviews geven maar niets. Meestal is ze ontevreden met het beeld dat van haar wordt geschetst. ‘Op papier herken ik vaak niets meer van de gesprekken die ik heb gevoerd. Ik word dommer gemaakt, mijn taal wordt versimpeld, lange zinnen worden kort en hier en daar plakken ze er ‘hihihi’ tussen.’ Ze voelt zich daarom genoodzaakt wel eens iets te herschrijven. Dan kruipt ze vloekend achter haar laptop om de boel zo goed en zo kwaad als het kan te repareren. ‘Dat zal ik nu niet doen.’

Samen met Jeroen van Koningsbrugge vertolkt Verbaan de hoofdrol in De Surprise, regisseur Mike van Diems langverwachte film na Karakter. Het verhaal draait om twee mensen die levensmoe zijn en een clandestien bedrijf inhuren om een eind aan hun beider leven te maken. Het is een romantische komedie ja, maar wel een zwarte, bij vlagen macaber, met Verbaan in een dragende rol, de grootste die ze ooit speelde.

Ik heb Mike van Diem vandaag gesproken.
‘Oh. Heb ik hem genoeg betaald?’

Hij was zeer lovend over je. Noemde je een buitengewoon virtuoze actrice en een van de beste comédiennes van Nederland.
‘…’

Dat zit hem in twee dingen, zei hij. In je hoofd zit een razendsnelle processor die nooit stopt met observeren. Alles wat je ziet, van films tot tekenfilms, wordt opgeslagen op een harde schijf, dat internaliseer je en daarna..Word je hier zenuwachtig van?
‘Ja, ik vind dit heel gek. Ik weet niet waarom. Ik snap wel wat hij bedoelt, ik heb alleen niet het idee dat het bijzonder is. Dat is toch gewoon je werk als acteur?’

Hij zei ook dat je erg professioneel bent en dat je, toen hij op de laatste draaidag er een eind aan wilde breien, hem tot de orde riep en er op aandrong dat jullie een scène nog twee of drie keer zouden spelen.
‘Ik ben extreem perfectionistisch. Ik houd op de set alles in de gaten, alles. Als we even moeten wachten, hoeft niemand me te vertellen waarom, ik weet het al. Ook of andere acteurs op het juiste moment beginnen met lopen, of wat hun tekst is. Ik heb het gevoel dat als er iets misgaat, ik het eigenlijk moet kunnen redden. Dat heeft te maken met die soapachtergrond. Daar werd weinig gerepeteerd; je werd voor drie camera’s gezet en dat was het dan. Er wordt wel eens op neergekeken, maar ik denk dat de meeste acteurs zich het leplazerus zouden schrikken als je ze daar neerzet, zo snel gaat het allemaal.’

Van Diem noemde ook een scène waarbij jij improviseerde, geïnspireerd op een tekenfilmpersonage dat je ooit ergens hebt gezien.
‘Ja, dat was geïnspireerd op het stinkdier Pepé Le Pew en dat vrouwtje met wie hij altijd is. Ik keek vroeger veel televisie, van tekenfilms tot soaps, daar komt het allemaal vandaan. Ik weet nog dat ik met mijn moeder op woensdagmiddag, voordat de kinderfilms begonnen, naar de soap Sons & Daughters keek en me afvroeg waarom die mensen toch de hele tijd zo kwaad waren op elkaar. Mijn moeder legde toen uit dat ze niet echt kwaad waren, maar deden alsof, dat was hun baan. Sindsdien wilde ik dat ook.’

Verbaan groeide niet alleen op met veel televisie en soaps, ze heeft er ook haar naam aan te danken.

‘Mijn moeder keek vroeger altijd naar Upstairs, Downstairs, daar speelde Lesley Anne Down de rol van Miss Georgina. Mijn moeder vond dat een leuke en mooie vrouw, dus vernoemde ze mij naar haar.’

Nomen est omen. Maar die tijd, van Georgina Verbaan als soapie, ligt inmiddels ver achter haar. Ze is verder; ze is een Gouden Kalf voor haar rol in De Marathon verder, rollen in ‘t Schaep, Lotus en Van God Los verder. Verbaan is een volwaardig acteur en durft dat nu ook te zeggen.

‘Ik heb mezelf altijd als een acteur gezien, maar niet iedereen vond dat ik dat mocht zeggen, omdat ik geen opleiding heb gedaan en uit een soap kom. Dus dan zei ik het ook maar niet.’

Is het nu leuker dan vroeger?
‘Maar ja: ik had er eigenlijk niet zo veel zin meer in totdat De Surprise kwam. Ik vond er geen hol meer aan, al die rollen. In Mannenharten, bijvoorbeeld, speelde ik iemand die nooit uit haar slof schiet. Zo’n lief vrouwtje, bah, zo saai. Ik word ouder, dus ik wil ook rollen die daarbij passen: hoe ouder de vrouw, hoe lastiger het leven.’

Dus als regisseur Johan Nijenhuis je morgen belt, zeg je…
‘Nee. Ik zeg veel nee tegen dingen. Maar ik kan niet de hele tijd nee blijven zeggen; op een gegeven moment kijk ik naar zo’n lege agenda. Ik denk steeds: nu ga ik een statement maken. Dan heb ik drie films afgezegd en dan zit ik een tijdje thuis, maar dan gebeurt er niet zo veel. En dan komt er iets vreselijks langs en dan doe ik dat toch maar gewoon.’

En dan is er nog dat soapie-imago: Verbaan als de springerige, onhandige chaoot. Het is een erfenis uit een ander leven. Een leven van rollen in GTST, Volle Maan, Costa, Pista! en Verliefd op Ibiza. Een leven van feesten. Een leven als het vriendinnetje van journalist Jort Kelder. Een leven van met geld smijten in de Verenigde Staten en blut thuiskomen. Hoewel ze inmiddels 35 is, moeder van een kind, gerespecteerd acteur en columnist, blijft dat beeld nog wat aan haar kleven.

Alleenstaande moeder? Gatver, ben ik dat? Het klinkt zo treurig, maar zo ervaar ik het helemaal niet
Hoe ga je daarmee om?
‘Ja, níét eigenlijk. Wat kún je…Sorry, die gordijnen zijn echt vreselijk hier. Er zitten gordijnen op de muren, dat is wat er raar is aan deze plek. Nee, ja, wat kun je ermee? Ik vind er niet zo veel van.’

‘Hoe vond je het zelf gaan?’ Twee dagen later zit Verbaan aan de houten tafel in haar woonkamer. Haar roestbruine, pas geknipte haar valt net over haar schouders uiteen op een bloemetjesjurk. Haar grijsblauwe ogen kijken indringend, en vastberaden. De gespannen zelfbewustheid uit de hotellobby heeft plaatsgemaakt voor meer ontspannenheid: de schaterlach ligt continu op de loer. Soms zegt ze iets tegen haar katten, die nooit ver weg zijn. Sterker, Doctor Laurens, de witte kater, wil nog wel eens over de tafel lopen, onderwijl een halve vacht verliezend. ‘Is dat een haartje of wuif je imaginaire vliegen weg? Ja sorry, ik had ‘m echt even moeten kammen’.

Ze had niet goed geslapen, die nacht na het interview. ‘Het is dat imago. Dat vind ik een stom verhaal. Ik moet me er altijd maar tegen verdedigen, maar ik heb er zo weinig mee te maken. Ik vind het genant erover te praten. De mensen die met mij willen werken, weten wat ik kan. Voor hen maakt een imago niets uit. Het heeft me ook nooit veel kunnen schelen, wat mijn imago was. Er zijn blijkbaar twee versies van mij: wat mensen van mij maken en ikzelf.’

Je bent eraan gewend.
‘Dat heeft wel even geduurd hoor. Maar ik heb altijd wel een imago gehad. Al op de middelbare school. Daar gedroeg ik me dan weer als een clown. Ik kon op dat moment ook niet veel anders, mijn leven was nou eenmaal zo op dat moment.’

Hoe dan?
‘Nou, ik heb wel een beetje een rommelige jeugd gehad. Dat neem je nog wel een tijdje met je mee. Ja.’

Ik vind het verstikkend dat ik precies weet wat ik waar en wanneer moet doen
Even schiet ze weer in de hotellobbymodus. Ze praat niet graag over haar jeugd. Dat is het kleine beetje privé dat ze nog heeft en voor zichzelf wil houden. Haar relatie met haar moeder is ‘rommelig’, ze hebben al vijftien jaar geen contact. Verbaan verliet haar ouderlijk huis toen ze 11 was; ze ging bij haar tante wonen. Vervolgens woonde ze even bij haar vader, voordat ze op haar 15de ging samenwonen met haar toenmalige vriendje. Daarna kwam ze nog even terug bij haar moeder, maar zag haar vervolgens jarenlang niet meer. Totdat.

‘Ik had dit eigenlijk voor een roman willen bewaren, haha. Maar goed. Ik was zwanger en mijn hele huis stond in de steigers, er waren overal werklui. Toen ben ik in een hotel gaan zitten. Daar zat ik dan, met die dikke buik, te staren naar alle wijn die ik niet mocht opdrinken. Op een gegeven moment zat ik televisie te kijken en zapte ik langs AstroTV.’ En daar zag Verbaan haar moeder, die een nieuwe carrière was begonnen als spiritueel hulpverlener. ‘Toen zei ik tegen mijn buik: ah kijk, dat is dus oma. Dat was wel een beetje gek, ja.’

Vijf jaar geleden zocht Verbaans moeder de media. Ze had gelezen dat haar dochter zwanger was en wilde met haar worden verzoend. ‘Ik wil het er eigenlijk niet over hebben. Zij heeft veel via de pers gedaan, maar zo wil ik het niet doen.’

Het heeft te maken met vertrouwen, dat wil ze er nog wel over zeggen. ‘Een gebrek aan basisvertrouwen in mensen en dingen, basisvertrouwen dat je normaal gesproken van je ouders meekrijgt.’ Het leidde ertoe dat ze altijd wantrouwend tegenover anderen is gebleven. Niet alleen jegens drammerige journalisten, maar in eerste instantie ook tegenover vrienden, collega’s en kennissen. ‘Ik heb sinds een jaar of twaalf een groepje vrienden om me heen verzameld, maar dat heb ik altijd erg moeilijk gevonden. Ik vertrouwde eigenlijk alleen mijzelf – en dat niet eens.’

Verbaan staat op. ‘Wil je iets drinken? Iets eten?’ Ze trekt een fles witte wijn open en zet wat brood, dadels, chips en makreelsalade op tafel. Als ze bij het aanrecht staat om de wijn te ontkurken, wordt ze zich ergens van bewust. ‘Oh, je zit richting de rommelige kant van mijn huis, waar alle teringzooi ligt. Ga je zeker opschrijven hè?’

Haar ingebakken wantrouwen richt zich niet alleen op mensen, ook op het leven in het algemeen. Pleinvrees, angst voor post, smetvrees, hypochondrie; Verbaan is een wandelende encyclopedie voor fobieën. Of, zoals haar beste vriend Patrick tijdens een voorgesprek liet weten: ‘een beetje angstig? Hahaha!’

Ze haalt haar schouders er over op. ‘Ik ben al honderd jaar in therapie hoor, dat is ook wel fijn. Meestal gaat het goed, maar ik heb wel het idee dat mijn angsten erger en groter worden. Ik moet echt actief eraan werken om het een beetje te beteugelen, anders wordt het zo ongezellig.’

Het komt in periodes, de angst werkt verlammend. Ze keert erdoor naar binnen. ‘Dan hoor je niets van me. Mijn vrienden denken dat ik heel druk ben, maar dat is dan helemaal niet zo. Zit ik gewoon thuis.’

Waar ben je dan bang voor?
‘Uiteindelijk om dood te gaan natuurlijk. Vroeger was ik daar helemaal niet bang voor. Ik speelde ermee, het interesseerde me echt geen fuck.’

Maar die fobieën dan, die waren er toch al wel een tijdje?
‘Ja. Nou ja.. Ja…’

Schaam je je ervoor?
‘Nou, het voelt toch als iets zwaks. Het is iets dat ik niet onder controle heb en dat vind ik irritant. Ik wil graag dingen onder controle hebben. Controle is een beetje een dingetje. Echt een beetje een dingetje, hahaha!’

Is het niet juist doordat je angstig bent, dat je die controle wilt?
‘Ik weet niet waar het begint, ik wil er gewoon vanaf.’

Dat gaat toch niet zomaar?
‘Nou, mijn cocaïneverslaving was ook moeilijk om van af te komen, maar dat is ook gelukt. Ik heb gewoon geen zin om het te accepteren. Het zit me in de weg. Ik denk dat ik meer zou aankunnen als ik niet zo angstig was.’

Nog meer?
‘Ik heb goede rollen verkloot door zenuwen op de auditie. Welke? Ga ik niet zeggen, dat vind ik stom. Nee, dat ga ik echt niet zeggen. Het is toch stom als je iets niet hebt gered, als je ergens niet goed genoeg voor was?’

Maar je schrijft ook en bent moeder.
‘Gelukkig zei je niet ‘alleenstaande moeder’. Mensen vragen me dat wel eens: hoe is het nu, om alleenstaande moeder te zijn? Gatver, ben ik dat? Het klinkt zo treurig, maar zo ervaar ik het helemaal niet. Ik denk wel dat de echt leuke mannen die bij mij zouden passen dun zijn gezaaid. Dus moet ik me ondertussen maar gewoon vermaken met mindere goden.’

Bij het uitspreken van die laatste zin, moet Verbaan, net als bij haar eerdere conclusie dat ze misschien een klein beetje een controlfreak is, lachen. Het is een lach van opluchting, van zelfspot, een prettig tegenwicht bij de wat zwaardere onderwerpen. Die lach, dat tegenwicht, is alom aanwezig bij Verbaan. Die lichtheid zit hem niet alleen in de vrolijke kleuren van haar Amsterdamse etagewoning, haar opgewekte, Audrey Hepburn-achtige voorkomen of haar droge observaties. Die uit zich ook in een haast obsessieve belangstelling voor katten. Tijdens het eerste gesprek, in de hotellobby, staakte Verbaan midden in een zin haar verhaal om met ogen als schoteltjes te kijken naar iemand die een T-shirt aanhad met een print van drie kattenhoofden. Haar eigen katten, Doctor Laurens en de Sasaman alias ‘De Kat met de Korte Pootjes’, zijn de absolute sterren van Verbaans Instagramaccount.

‘Oh, dat heb je bekeken, mijn Instagramaccount’.

Nou ja zeg, mag ik?
‘Genant! Dat vind ik wel gek ja.’

Je weet dat je 28.500 volgers hebt?
‘Ja, maar dat voelt niet zo. Het is maar een getal, dat voelt niet echt.’

Verbaan is prominent aanwezig op sociale media. Niet alleen op Instagram, waar ze inmiddels vijfhonderd foto’s plaatste van – behalve katten – haar vrienden, glazen wijn en filmsets. Ze is zeer actief op Twitter, waar ze haar ‘eigen stem kan laten horen’. Haar aanwezigheid op sociale media zorgt voor een ‘fijn nepgevoel van verbondheid’ met andere mensen. Bovendien kan ze zelf zorgvuldig regisseren wat ze wel, en vooral niet laat zien.

Haar dochter Odilia bijvoorbeeld. Op Instagram zijn geen herkenbare foto’s van haar te vinden en op Twitter refereert Verbaan steevast aan haar als ‘Die Korte’. Zo goed en zo kwaad als het kan, probeert Verbaan haar dochter te behoeden voor haar erfenis als BN’er. ‘Ze heeft alles veranderd’, zegt Verbaan over haar.

‘Als ik mijn dochter iets beloof, dan zal dat ook gebeuren. Als ik zeg dat ik ergens ben, ben ik er ook echt en laat ik niet de oppas opdraven. Ik vind het ook erg dat ze de helft van de tijd bij haar vader is. Begrijp me niet verkeerd: ze heeft een lieve, goede vader hoor, dat zit wel goed. Toch is het pijnlijk dat we niet altijd bij elkaar zijn. Het is vreselijk. In het begin, toen ze voor het eerst naar haar vader ging, kon ik haar kamertje niet in als ze er niet was. En dan deed ik, voor de buren, de gordijnen dicht, alsof ze er wel sliep. Zo stom. Gelukkig wordt dat wel wat makkelijker nu.’

De servetjes die aan het begin van de avond op tafel lagen, zijn inmiddels in tientallen stukjes versnipperd. Net als de kurk van de bijna lege fles witte wijn. Het is een gewoonte, dat pielen, doet ze altijd. Geen slecht teken hoor. ‘Ik ben nu wel redelijk relaxt. Denk ik. Relaxter. Iets.’

Die Korte is ook de reden dat Verbaan wat schouderophalend doet over haar ambities als actrice. Niet dat het haar niet interesseert, integendeel; ze is enorm trots op De Surprise. Haar personage Anne spreekt af en toe Engels. Dat doet ze met een keurig, hogeschoolaccent Brits. Aan acteertalent ook geen gebrek; regisseur Mike van Diem noemt haar zelfs ‘een fenomeen’. Waarom zou ze moeten onderdoen voor bijvoorbeeld Carice van Houten? Als zij in het buitenland kan doorbreken, waarom Verbaan niet?

‘Dat wil iedere acteur wel. Maar ja. Ik weet niet. Ik vind het altijd zo treurig om acteurs dat te horen zeggen. Natuurlijk wil ik het, maar waarschijnlijk gaat het niet gebeuren. Ik heb een kind hier, haar vader woont hier; emigreren zit er voorlopig niet in. Bovendien: als ik er iets over zeg, komt het weer in die die stomme knipselmap terecht. Krijg ik over vijf jaar weer de opmerking dat het mooi allemaal niet gelukt is, dat buitenlandplannetje.’

Vroeger vloog ze wel eens zomaar naar New York als ze even een week vrij was. Dat is er nu, met een dochter, niet meer bij. ‘Ik moet nu berusten in de omgangsregeling van mijn dochter met haar vader. Dat benauwt me wel eens. Ik was gewend dat niets vastligt: dat alles op elk moment kan ontstaan. Dat is nu niet meer zo en dat mis ik soms wel. Ik vind het verstikkend dat ik precies weet wat ik waar en wanneer moet doen.’

Maar is die regelmaat juist niet goed voor een mens als jij?
‘Daar ben ik nog niet helemaal uit. Ik denk van wel.’

Een sms, de volgende ochtend: ‘Je gaat er toch wel een vrolijk stuk van maken hé? Kon er niet van in slaap komen. Zo deprimerend, zo’n gesprek. Moet ik je anders mijn favoriete dierenplaatjes opsturen? Dat het niet een verhaal wordt van een vrouw die servetten verpulvert. Want dat doet ze wel, maar verder gaat het prima. Beter dan ooit wel, durf ik te zeggen.’

Je lijkt banger voor een neerslachtig verhaal dan dat je weer wordt afgeschilderd als die vrolijke huppel.
‘Klopt. Ik weet ook niet waarom. Ik wil niet als zwak worden gezien en ik heb een hekel aan medelijden.’

Komt goed.
‘O ja. Als ik mijn ambities heb gebagatelliseerd, was dat puur uit zelfbescherming. Zodat jij me niet ineens was gaan uitlachen. Maar ik ben heel erg ambitieus.’

 

Hoe negatieve denkpatronen je stress bezorgen

Stress door negatieve denkpatronen. Soms  heb je van die gedachtes die leiden tot andere gedachtes. En als dat telkens doorgaat noemen we dat een denkpatroon. Er zijn denkpatronen die je helpen om zaken makkelijker te maken en te zorgen dat je geen dingen vergeet, en er zijn denkpatronen die negatief werken en daardoor stress veroorzaken.

Het lijkt wel een soort racebaan, ben je eenmaal ingestapt en is de auto eenmaal vertrokken dan kun je er slecht onderweg uitstappen. Bijvoorbeeld; er gaat iets fout, je denkt direct: “Dat heb ik fout gedaan”, en direct daarna komt de volgende gedachte: “Iedereen zal wel weten dat ik de fout gemaakt heb”. Vervolgens: “Nu gaat iedereen boos naar mij kijken”. Het gevolg is dat je mensen niet aan durft te kijken. En je denkt verder: “Ik ook altijd, waarom maak ik zoveel fouten?”. En vervolgens: “Stom stom, stom, wat ben ik toch een sukkel”, etc.

Dit geeft je veel verdriet, je voelt je minderwaardig, het gaat ten koste van jouw zelfvertrouwen, want je gaat steeds slechter over jezelf denken als je eenmaal in zo’n negatief denkpatroon zit. En wie weet kost het je ook wel een promotie omdat men je veel te onzeker vind overkomen. En sommige mensen komen door dit soort denkpatronen in een burn-out terecht.

Negatieve denkpatronen treden in werking zodra er iets gebeurd wat lijkt op een situatie die je vroeger hebt meegemaakt waardoor je de neiging hebt om in te vullen wat er verder gaat gebeuren. Maar zijn de situaties ook echt exact het zelfde? Helaas maken onze hersenen hierin niet altijd een verstandige keuze en nemen ze snel dingen aan. Waardoor we in zo’n negatief denkpatroon terecht komen.

Laten we bij het begin beginnen. Herken je dit soort denkpatronen bij jezelf? Herken je dat je soms onbewust in die raceauto stapt en de racebaan af suist? Ja? Wees gerust, iedereen heeft dit eigenlijk wel. En het herkennen is de eerste stap, de volgende stap is natuurlijk de vraag. Wil je hiermee doorgaan of wil je hier graag vanaf?

Een denkpatroon veranderen is soms een kwestie van een knop omzetten. Soms heeft het wat langer de tijd nodig om iets aan jouw denkpatroon te veranderen. Wees gerust, de aanhouder wint. Zolang je hier bewust mee bezig blijft, kun je ook de voordelen hiervan ervaren: meer rust in jouw hoofd!

5 stappen om negatieve denkpatronen te doorbreken:

Onderzoek of je dit soort denkpatronen herkent. Doe dat nu op dit moment zodat jij je hier bewuster van wordt;
Schrijf zo veel mogelijk van dit soort patronen op. Hierdoor zul jij ze beter gaan herkennen als ze zich voordoen;
Vraag jezelf af: “Is dit waar?” Op een moment dat zich een situatie voordoet waarmee normaal gesproken zo’n negatief denkpatroon wordt geactiveerd, stel jij jezelf de vraag of het echt waar is. Waardoor je niet automatisch in de raceauto stapt.
Dan de controlevraag: “Hoe weet ik dat dit wel of niet waar is?” Want ook jouw waarneming kan gekleurd zijn.
Als ik mijn denkwijze omdraai is het dan nog steeds waar? Soms kom je door het omdraaien erachter dat het net zo goed waar kan zijn. En heb je dus niet genoeg informatie om iets aan te kunnen nemen.
Om even terug te komen op het voorbeeld van eerder, je staat bij de raceauto bovenaan de racebaan. En je vraagt jezelf af: Heb ik iets fout gedaan in plaats van aan te nemen dat je iets fout hebt gedaan. Dan kun je tot kun je dan tot de conclusie komen dat jij helemaal niet eens de gene bent die iets ‘fout” heeft gedaan. Dat je dus niet hoeft in te stappen, dat je niet hoeft te denken dat iedereen denkt dat je een fout hebt gemaakt. Dat als je de andere mensen had aangekeken je had gezien dat er niemand boos is. Jij jezelf dus vaak onnodig verwijten maakt en naar beneden haalt. Wellicht is dat vroeger wel gebeurd, nu hoef je dat niet meer te doen.

Dus wil je af van jouw negatieve denkpatroon en jezelf niet naar beneden halen en stress bezorgen? Stap dan niet in die raceauto en doorloop bovenstaande stappen. Het zal je rust in je hoofd opleveren!

Door: Nanda Noorlander van N-balans. (Nanda Noorlander helpt mensen die last hebben van stress of een burn-out aan meer rust in hun hoofd, zodat ze weer kunnen genieten van het leven.

Dat akelige zwarte beest lag voortdurend op de loer

2991964
© Getty Images

COLUMN

En weer was 14 mei gepasseerd.

Geruisloos, achteloos bijna, alsof zich zes jaar geleden niet een verschrikkelijke ramp had voltrokken. Het was een stille ramp geweest, dat wel, eentje die slechts bestond in de hoofden en harten van vrienden en familie en een toevallige passant. Géén wereldramp dus – al hing dat er maar net van af hoe groot je wereld was.

Het enige dat erop wees, was mijn wankel gemoed en een bericht uit Nieuw-Zeeland van een moeder die de moed erin probeerde te houden. ‘De tuin staat in bloei’, schreef ze in beschaafd jarenvijftig-Engels, ‘de rozen zijn prachtig en gister heb ik een heel stuk gewandeld.’ Verder was ik vaak in haar gedachten en was ze van de ladder gevallen tijdens het ramen lappen, silly her. Pas daarna kwam het echte nieuws, de doffe annonce dat haar huwelijk was gestrand. ‘I drifted away I guess.’

Je hoort het vaker: partners die elkaar verloren nadat ze hun kind waren verloren. Omdat het ziek was geworden, om het leven gekomen, überhaupt nooit het licht had gezien. Of, zoals in dit geval, omdat het kind een kind was geweest met te veel gevoel in het hart en te weinig serotonine in het hoofd om het te dragen.

Dat kind was ooit mijn man.

Depressies zijn alles ontwrichtend, een eindeloos op en af van emoties, net zolang tot je knettergek bent en je het beest óf in de bek kijkt, of het beest jou te grazen neemt

We ontmoetten elkaar in de Amsterdamse club waar we beiden werkten, een komedieclub nota bene. Hij in de keuken, ik in de bediening. Hij beginnend archeoloog, ik journalist. En het belangrijkste: hij depressief en ik ook, wat onmiddellijk bond. Goed, zijn zwarte gat was permanent en dat van mij incidenteel (een defect in de neurologische bedrading versus de dood van een vader) maar wat gaf het, misery loves company. En dus werd de wereld aanvankelijk een stuk aangenamer. Hij leerde mij David Bowie kennen, en Cash en Kerouac. Ik leerde hem het land van zijn Hollandse vader kennen, zijn nieuwe thuisland, zijn hoop in bange dagen. We lachten, huilden, praatten, fietsten, kletsten, sliepen, vreeën en vraten en deden al die andere dingen die normale stellen doen, met één groot verschil, en dat was dat akelige zwarte beest dat voortdurend op de loer lag, grommend, wachtend, plottend op een grandioze comeback.

En die kwam er.

Depressies zijn alles ontwrichtend, een eindeloos op en af van emoties, net zolang tot je knettergek bent en je het beest óf in de bek kijkt, of het beest jou te grazen neemt. Ik herinner me slopende sessies, nachtelijk ontij en bibberige ochtenden. Ik herinner me onvoorspelbare buien, wanhopige daden, met spoed naar de dokter. En ik herinner me vooral de onafwendbare conclusie toen de therapieën niet werkten en de pillen niet pakten, een conclusie die maar één kant op wees. Het eind van onze relatie was een kwestie van lijfsbehoud geweest, niets meer en niets minder. Precies dat probeerde ik me koortsachtig te herinneren toen zes jaar geleden alsnog het telefoontje kwam, later dan verwacht en veel en veels te vroeg. Ik was afwisselend verslagen, verdrietig en vol van berouw, misselijk zelfs. Maar nooit boos. Omdat het recht op zelfbeschikking nu eenmaal het hoogste recht is.

En nu was 14 mei dus weer voorbij. Voor mij, met een doos brieven op tafel en zijn oude schipperstrui in mijn schoot. Maar vooral voor zijn moeder, een vrouw die rozen kweekt, van trapjes valt en op haar oude dag nog gaat scheiden, een moeder die mij vraagt her sweet boy asjeblieft te blijven herinneren, nu en voor altijd.

Al is het het laatste wat ik doe.

Verplicht ouderschapsplan na scheiding heeft geen nut

3002624
© THINKSTOCK

Het ouderschapsplan, waarin scheidende ouders sinds 2009 verplicht afspraken moeten maken over de zorg voor hun kinderen, heeft geen nut. Ouders belanden nog even vaak in juridische conflicten als voorheen, concludeert jurist Marit Tomassen in een onderzoek waarop zij maandag promoveert.

In het ouderschapsplan spreken vaders en moeders af hoe ze na de scheiding de zorg voor het kind verdelen, wie financieel wat bijdraagt en hoe ze van plan zijn belangrijke beslissingen te nemen, zoals de schoolkeuze voor hun kind. Sinds 2009 is het voor ouders van minderjarige kinderen wettelijk verplicht zo’n plan in te dienen bij de rechter als zij willen scheiden.

Doel van de wet was het verminderen van conflicten tussen ex-partners over de kinderen en het voorkomen van vechtscheidingen.

Promotieonderzoek

© THINKSTOCK

Uit het promotieonderzoek van juriste Marit Tomassen van de Vrije Universiteit in Amsterdam blijkt dat het ouderschapsplan geen waarneembaar effect sorteert. De juriste vergeleek zeshonderd echtscheidingsdossiers uit 2008 met zeshonderd dossiers uit 2010, na invoering van de regeling. In beide gevallen belandde een zelfde aantal koppels na de echtscheiding in juridische vervolgprocedures: 11 procent.

‘Juridische conflicten duiden doorgaans ook op conflicten in de algehele verhouding tussen ex-partners’, zegt Tomassen. ‘Het ouderschapsplan heeft dus niet geholpen de omgang van ouders na de scheiding te verbeteren.’

Het is soms ook wel duidelijk waardoor dat komt: een groot deel van de ingediende ouderschapsplannen die Tomassen voorbij zag komen bestond uit van het internet geplukte standaardplannen, die niet of heel summier waren ingevuld. Ongeveer een kwart van de ouderschapsplannen schaart Tomassen in de categorie ‘zeer vaag’. ‘Dan staat er bijvoorbeeld dat ouders beloven dat ze goed naar elkaar zullen luisteren. Wat dat in de praktijk betekent, wordt niet duidelijk.’

Papieren ‘moetje’

Een kind heeft geen belang bij een fiftyfifty co-ouderschap, als dat allerlei conflicten oplevert

De rechter kan volgens de promovenda moeilijk afdwingen dat koppels heel concrete afspraken maken. ‘Je kunt mensen immers niet verplichten dat ze het met elkaar eens worden.’ Zo lijkt het ouderschapsplan dus vooral verworden tot een papieren ‘moetje’.

Signalen dat het ouderschapsplan in de praktijk niet werkt, waren er overigens al. Onderzoekers Ed Spruijt en Inge van der Valk van de Universiteit Utrecht ondervroegen in 2013 scholieren met gescheiden ouders over de conflicten tussen hun ouders en problemen bij de kinderen zelf. Die cijfers werden vergeleken met eerder onderzoek. ‘De conclusie was: het gaat na invoering van het ouderschapsplan niet beter, het gaat misschien zelfs enigszins slechter dan voorheen’, zegt Spruijt.

Tomassen maakt in haar onderzoek tevens vergelijkingen met het buitenland. Ze bekeek onder meer de regelingen in de Amerikaanse staat Oregon, waar scheidende ouders worden verplicht een korte cursus te volgen over de mogelijke gevolgen die echtscheiding voor hun kinderen kan hebben. ‘Hoewel er nog geen definitief wetenschappelijk bewijs is van het resultaat van deze aanpak, is wel al gebleken dat ouders na afloop heel enthousiast zijn over wat zij daar hebben geleerd’, zegt Tomassen. ‘Ook de ouders die eigenlijk niet wilden, maar gedwongen werden mee te doen.’

Scheidingseducatie

© THINKSTOCK

De promovenda bepleit in haar proefschrift dat Nederland een soortgelijke scheidingseducatie verplicht stelt. De juridische eis van het ouderschapsplan kan wat haar betreft dan van tafel. ‘Wel zouden ouders die er niet in slagen samen tot een ouderschapsplan te komen, moeten worden gedwongen in elk geval één gesprek met een mediator te voeren.’

Spruijt is het met haar eens dat de overheid meer zou moeten doen aan voorlichting om vechtscheidingen te voorkomen. ‘In zo’n cursus informeer je ouders over de schade die conflicten aanrichten bij hun kind. De wet heeft het over gelijkwaardig ouderschap bevorderen, maar het zou moeten gaan om het belang van het kind. Een kind heeft geen belang bij een fiftyfifty co-ouderschap, als dat allerlei conflicten oplevert. Uit onderzoek weten we: de scheiding is nog niet eens zo erg voor kinderen, de ergste gevolgen ontstaan door ruziënde ouders.’

© THINKSTOCK

Slecht slapen maakt dik

2985115
© HH

Een verstoord dagnachtritme leidt tot gewichtstoename en werkt zo obesitas in de hand. Onderzoekers uit Leiden zeggen dat dit komt door een verlaagde activiteit van ‘bruin’ vet.

Ons lichaamsvet kent twee varianten, bruin en wit. Dat bruine vet is nodig om het witte te verbranden. Het zet onder meer vetzuren om in lichaamswarmte. Leidse onderzoekers schrijven deze week in het wetenschappelijk tijdschrift PNAS dat de bruine variant minder actief te werk gaat bij muizen die wekenlang in kunstmatig licht moesten doorbrengen. Het verklaart een eerder onderzoek dat bij 100 duizend vrouwen een verband vond tussen overgewicht, en verlichte slaapkamers.

‘Onze biologische klok heeft een functie’, zegt medeonderzoekster Rosa van den Berg. ‘Het bereidt ons energieverbruik voor op het komende seizoen. Kortere dagen duiden op koude winters, waarbij we onszelf warm moeten houden.’ Dan stoken we onze innerlijke kachel dus op. ‘Door alle lichtvervuiling van tegenwoordig denkt ons lichaam dat het zomer is.’ Resultaat: het bruine vet doet het rustiger aan en daarmee gaat het energieverbruik omlaag. ‘Zo blijven we met meer wit vet zitten.’

Interessant

Voor het onderzoek bekeken de Leidenaren drie groepen muizen. Eén groep verbleef 12 uur per dag in een lichte omgeving, één 16 uur, en de derde groep maakte dagen van 24 uur licht. Slapen mochten ze wel. Hoewel de drie groepen allemaal evenveel te eten kregen – de 24-uursgroep at om onduidelijke redenen zelfs minder – verkreeg de laatste groep toch duidelijk meer wit vet dan de eerste.

‘Een interessante bevinding’, vindt Wouter van Marken Lichtenbelt, hoogleraar ecologische energetica en gezondheid aan de universiteit van Maastricht. Hij stond in 2009 mede aan de basis van de ontdekking dat volwassen mensen bruin vet in zich hebben. ‘Het is een goed uitgevoerd onderzoek. Maar, zoals de auteurs ook aangeven, niet één op één door te trekken naar de mens.’

De muizen verbleven in een temperatuur van 22 graden. Voor het knaagdier vrij koud, wat maakt dat ze omwille van hun energieproductie sowieso al relatief veel bruin vet hebben, legt Van Marken Lichtenbelt uit. ‘Ook daardoor wordt het iets onzekerder wat lichtvervuiling met de activiteit van ons bruine vet doet.’

Zware jongens niet verslaan maar wegpesten

INTERVIEW Een drugsbaron in de cel krijgen duurt lang – en de straf is kort. Maar als je criminelen goed dwarszit, houden ze het in jouw gemeente voor gezien. Pak ze waar het pijn doet: in hun status.

Dit verhaal gaat over de Korte Klap. Mr. Caspar Hermans is de directeur van de korte klap, door hem liever ‘de rake klap’ genoemd. ‘De mensen die zich onaantastbaar wanen met hun illegaal opgebouwd kapitaal, die willen we dwars zitten, in de nieren prikken, een onrustig leven bezorgen.’

Een onrustig leven – is dat alles? De vorige minister van Justitie, meneer Opstelten, zei in een van zijn klassieke optredens in de Tweede Kamer: ‘Die bendes worden opgerold. Onderliggende criminele structuren worden afgebroken.’

 Programmadirecteur Caspar Hermans.
Programmadirecteur Caspar Hermans.© Renate Beense
 Programmacoördinator René Nuijten.
Programmacoördinator René Nuijten.© Renate Beense

‘Wij denken dat wij het maximale hebben bereikt als het tot een beheersbare activiteit is teruggebracht.’

Wat is dat, beheersbaar?

De taskforce slaat toe

Hoe groot het probleem is van de bestuurlijke ondermijning door criminele organisaties is niet te zeggen. Domweg omdat je niet kunt weten wat je niet weet. Maar cijfers van de Taskforce Brabant-Zeeland geven een indicatie van een enorme omvang.

‘Eigenlijk vind ik het een rotwoord, beheersbaar. We boeken vooruitgang. De werkelijkheid is dat we het afgelopen jaar drie keer zo veel criminele samenwerkingsverbanden hebben aangepakt als in 2013.

‘Nog te veel van die bendes hebben een rustig bezit. Te lang hebben we ze ongemoeid gelaten. Ze zijn schatrijk, ze denken dat ze zich alles kunnen permitteren. Het moet duidelijk worden dat zij de onderliggende partij zijn.’

Wat kan de overheid nog tegen de triade van kampers, motorbendes en Turken die jaarlijks 2- tot 3 miljard uit de onderwereld terugpompt in de Brabantse economie, dat wil zeggen in de bovenwereld? Die met brutaliteit en onbeperkte middelen overal binnendringt, tot in de politiek?

Bedreigd bestuur

In Waalre fikte het stadhuis af, in Tilburg floreert de drugseconomie, in Helmond dook de burgemeester onder. Criminelen infiltreren, bestuurders kijken weg – of zetten zich schrap. Jan Tromp speurt in Brabant naar ‘de ondermijning’.

Teruglezen volkskrant.nl/alle-nieuws-over-bedreigd-bestuur

De commissaris van de koning, prof. dr. Wim van de Donk, vatte de toestand scherp samen: ‘We hebben van doen met een ongeorganiseerde overheid tegenover georganiseerde criminaliteit.’ Omroep Brabant concludeerde dat er sprake zou zijn van ‘een puinhoop’.

Caspar Hermans zet zich schrap. ‘Onze strategie is erop gericht de macht van de criminele industrie in sterke mate aan te tasten en te frustreren. Onze opzet is dat ze de wijk nemen. We zien voorzichtige signalen dat ze andere plekken in Nederland opzoeken. We weten dat ze vanuit Brabant nu uitwijken naar België. Kennelijk worden wij te actief voor hun bedrijfsvoering.’

Was België niet een bevriende natie?

‘We werken ook heel goed samen met de Belgen. En verder dragen we geen verantwoordelijkheid voor de keuze die criminelen maken. Onze specifieke doelstelling is dat ze in Brabant en Zeeland ophouden met hun flauwekul.’

Wat hebt u dan bereikt?

© Renate Beense

‘Dat het beeld van vrij spel niet meer klopt.’

Sinds anderhalf jaar is Caspar Hermans programmadirecteur van de Taskforce Brabant-Zeeland. In die club komen alle instanties samen die een bijdrage kunnen leveren aan het opjagen en zieken van de drugsbaronnen, hun knechten en hun handlangers in de bovenwereld.

Tot niet zo lang geleden zat iedereen in zijn eigen tokootje lekker zijn eigen ding te doen. Dat mag niet meer. In de taskforce worden politie, justitie, gemeenten, Belastingdienst en marechaussee verondersteld de krachten te bundelen. Samen zet men acties op touw die in twee dagen tot maximaal drie maanden kunnen worden afgewerkt. De korte klap.

Burgemeester Peter Noordanus van Tilburg is voorzitter van de taskforce, tevens de koning van de korte klap. Hij is ongeduldig en extreem gericht op actie en op zichtbaarheid van acties. Hij heeft een goeie aan programmadirecteur Hermans, die acht jaar topambtenaar was op Justitie: ‘Beleidsnotities hebben we nu genoeg gezien.’ Op zijn beurt heeft Hermans een goeie aan programmacoördinator René Nuijten, speurhond van de oude stempel, specialist in klussen; recent de vrouwenhandel, nu de ondermijning.

Elke maandagmiddag zit Nuijten met een aantal getrouwen, vertegenwoordigers van verschillende overheidsinstanties, bijeen in een troosteloos politielokaal aan de rand van Breda. Men werkt een lijst af. Wie heeft welke informatie over meneer X? En wie over Y? Omdat de capaciteit beperkt is, is ook altijd weer de vraag: welke actie geven we voorrang? En welke instantie neemt het voortouw?

Nuijten noemt de samenwerking ‘een feestje’.

U overdrijft.

Cijfers

Geruimde hennepkwekerijen
2012: 1.122
2013: 911
2014: 1.108

Waarde afgepakte goederen in miljoenen euro’s
2012: 14,3
2013: 9,8
2014: 8,6

Aantal in beslag genomen planten

2013: 255.564
2014: 312.884

Opgerolde criminele organisaties
2012: 11
2013: 21
2014: 71

34 drugslaboratoria die in 2014 (tot 23 okt.) werden opgerold

2,1 miljoen belastingaanslagen aan ‘windhappers’ (zogenaamd onbemiddelden) in 2014 (tot 23 okt.)

31 miljoen door de rechter opgelegde ontnemingen in 2014

‘Nee, ik meen het echt. Als ik zie waarvan we komen, durf ik best te spreken van een feestje.’

Waarvan kwam u?

‘Drie jaar geleden werden we door alle instanties eigenlijk nog met een kluitje in het riet gestuurd. De tegenwerking is een stuk minder.’

Het is het probleem van elke institutie: samenwerken prima, maar dan naar onze aard en onze gebruiken. Nuijten ziet op maandagmiddag weleens bedrukte gezichten. Er zijn weliswaar afspraken gemaakt, maar deze of gene vraagt zich zichtbaar bedrukt af: oef, hoe ga ik dat thuis verkopen?

Hermans over de samenwerking: ‘Wij zouden er niet zijn als het vanzelf goed ging. Het is geen routine om samen te werken, het vergt een jarenlange investering. De leiding van een organisatie moet niet alleen met de mond belijden dat men het strategisch doel van de Taskforce Brabant-Zeeland omarmt, men moet het ook uitdragen in de eigen gelederen. Men moet de vertegenwoordiger die bij ons aan tafel zit de ruimte geven.’

U spreekt normatief.

‘ Zeker, er is nog verbetering mogelijk.’

De korte klap kent uit zijn eigen aard zijn beperkingen. Grondgedachte is: we kunnen het monster niet verslaan, we kunnen porren uitdelen; het beest in zijn neusgaten prikken – wie weet blaast het grommend de aftocht.

Je laat zo tenminste aan je burgers zien dat je je niet neerlegt bij de toestand. Maar de rest zullen ze zelf moeten doen. Een kentering kan niet zonder publiek bewustzijn, zo is de gedachte. Burgemeester Noordanus, op een bijeenkomst met Turkse Tilburgers: ‘Jullie zullen ook zelf met oplossingen moeten komen. Het spijt me zeer, vrienden, maar ik spreek de Turkse gemeenschap aan. Het gaat om jullie en jullie eigen kinderen.’

© Renate Beense

Dit is de strategie, hiermee zal men het moeten doen. De korte klap, als teken van hoop en wanhoop tegelijk.

Er is nog iets opmerkelijks aan deze strategie. Het gaat ervan uit dat je niet in de eerste plaats moet proberen de zware jongens achter de tralies te krijgen. Eindeloos vermoeiend en daarmee niet effectief. De recherche beschikt bij honderdtallen over afgeluisterde en uitgewerkte gesprekken tussen boef en zijn maat. Maar die lui zijn niet gek en praten in codes. Ze kunnen zich bovendien de beste, in elk geval de duurste advocaten van het land permitteren. Na eindeloos procederen blijft zo op zijn best een celstraf over die een bleek aftreksel is van een oorspronkelijke eis.

Nuijten: ‘Waarom zou je een langdurig strafrechtelijk onderzoek beginnen? Met twintig man ben je al gauw twee jaar bezig. Zo iemand krijgt uiteindelijk een jaar gevangenisstraf, misschien twee jaar. Wij zeggen: we pakken hem een aantal keren achter elkaar. Zodat hij er ziek van wordt. Zo doen we dat. Nu al horen we bepaalde types zeggen: het begint vervelend te worden, misschien moeten we weg hier.’

© Renate Beense

Het verhaal over de voormalige eigenaar van een coffeeshop in Eindhoven biedt een mooi lichtbeeld. In zes jaar verzamelde de man 74 panden, met een geschatte waarde van 12 miljoen. Het leek op een klassiek geval van witwassen. Vorig jaar besloten gemeente, belastingdienst, brandweer en politie hem te gaan opjagen.

Het bleek dat hij een hypotheek had verworven op basis van een arbeidscontract dat niet echt een arbeidscontract was. Een boete van 15 mille plus een taakstraf van 240 uur. Die panden van hem waren voornamelijk verhuurd aan studenten. Er lagen stenen op een dakterras, die stenen konden weleens naar beneden vallen; er stond water in een kelder; een stopcontact zat los. Alleen al in vier panden constateerde het gemeentelijk toezicht tachtig overtredingen.

Om naleving af te dwingen legde het gemeentebestuur dwangsommen op van bij elkaar 1 miljoen euro. Vrijwel wekelijks waren er controles, op vergunningen, huurcontracten, hypotheken, verzekeringen en de technische staat van de woningen. De bedoeling was de man gek te maken. En in diskrediet te brengen bij banken en andere relaties. Zijn advocaat sprak van ‘een heksenjacht’.

© Renate Beense

Hermans vindt dat er maar één vraag is die telt: waar doe ik de crimineel het meest pijn. Hij zegt: ‘Nog steeds bestaat het beeld dat je een crimineel het meest pijn doet als je hem achter de tralies krijgt. Dat is een misverstand. Natuurlijk horen zware criminelen in de cel, daar moet je mee blijven doorgaan. Maar wij zien dat de pijn het grootst is als je aan huis en haard komt, aan auto’s, sieraden en geld. Dan kom je aan de sociale routines die met dat criminele vermogen zijn opgebouwd, je komt aan de dingen die ze voor hun dagelijks leven, voor hun status, voor hun gemak het belangrijkst vinden.

‘Het afpakken is ontzettend motiverend. Je krijgt respons uit de samenleving. De buurt ziet dat die vent die als een pasja leeft, zijn peperdure auto die voor de deur stond te pronken kwijt is.

‘We hebben onlangs onze vierhonderdste auto afgepakt. Vind ik een mooi gegeven.’

© Renate Beense

Nuijten: ‘Eén ding wil je niet: dat de criminaliteit doordringt tot in het bestuur of dat er een omvangrijke, parallelle maatschappij ontstaat zoals in de hennepindustrie inTilburg.

‘Als we het niet op tijd tackelen, ach, ik vind het beangstigend. Wat is de volgende fase? Overal in Nederland heb je wijken waar een sfeer bestaat van: bemoei je niet met ons, wij regelen onze zaken zelf. Beseffen gemeenteraden hoe zorgelijk de toestand is? Zijn ze echt betrokken? Je krijgt bijna toestanden als in de jaren tachtig in Miami. Geen enkele controle meer. We zien een aantal van die gasten rondlopen van wie ik denk: nu aanpakken, zo meteen is het te laat.’

Het klinkt als een verloren strijd.

‘Het probleem is groter dan we denken dat het is. We zijn lange tijd niet alert genoeg geweest om te zien wat zich ontwikkelde.

‘Ik heb het met mensenhandel gezien. Op een gegeven moment werd mensenhandel gedoogd, het werd vergund. In de Utrechtse prostitutie, op de boten aan het Zandpad, kreeg een aantal criminelen bijna een monopoliepositie. De peeskamers waren vergund, de overheid zei: er zit een vergunning op, wij hebben het geregeld, het is goed. Het was helemaal niet goed, die vrouwen waren handelswaar van criminelen. We zijn soms zo ongelofelijk naïef.’

Hermans: ‘Ik zie het absoluut niet als een verloren strijd. We moeten de kansen die er liggen verzilveren. Wij moeten maximaal presteren.’

‘Ik zie het als topsport’, zei u mij eens. ‘Een dag geen actie is een dag niet geleefd’ – die is ook van u.

© Renate Beense

‘Zo benader ik mijn opdracht. Wat mij persoonlijk motiveert is de sociale onrechtvaardigheid. Heel veel burgers en ondernemers die zich voorbeeldig gedragen staan tegenover een groep die zegt: ik veeg er mijn reet mee af. Want dat is wat er gebeurt, openlijk. Daar heb ik persoonlijk de schurft aan, niet alleen als functionaris, ook gewoon als burger. Het rapaille heeft nergens last van, van geen enkele regel. En ze komen er nog mee weg ook. Dat is toch niet te verdragen? We zijn het gaan gedogen, we zijn gaan denken: nou ja, dat hoort er dan misschien wel bij, misschien is het ook weer niet zo erg. Het is wel erg, het is hartstikke erg.’