Nederlandse kinderen leven in armoede.

 Uit recent neurologisch onderzoek blijkt dat dit de ontwikkeling van het kinderbrein belemmert. Waarom roeien we de (kinder)armoede niet gewoon uit?

In Nederland groeien 400.000 (!) kinderen op in armoede. En dat is nergens voor nodig

Correspondent Vooruitgang

Avatar Rutger Bregman
Nederland is een waanzinnig rijk land dat in de top staat van zo ongeveer ieder internationaal ranglijstje – inclusief die van de ondankbaarheid en het chagrijn. Juist daarom is het zo verdrietig dat een immense groep Nederlanders aan de kant staat. Het is een groep waarvan iedereen, zelfs al ben je een vreemdelingenhater of marktfundamentalist, zou moeten zeggen: ‘Tsja, die kunnen inderdaad he-le-maal niets doen aan hun situatie.’Ik heb het over arme kinderen.Volgens de laatste cijfers Die laatste cijfers vind je in het Armoedesignalement 2014 van het SCP en het CBS.zijn het er maar liefst 400.000. Dat zijn er 124.000 meer dan in 2007. Inmiddels leeft één op de negen kinderen in armoede. Er is geen leeftijdscategorie waarbij armoede zoveel voorkomt. De meeste arme kinderen – 300.000 om precies te zijn – zijn jonger dan twaalf. En mocht je denken dat het vooral een kwestie van werklozen in de bijstand is, dan heb je het mis. 60 procent van de arme kinderen heeft werkende ouders.Armoede in Nederland is geen kwestie van een beetje sober leven, zo blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. In de praktijk betekent het een gebrek aan kleren en (gezond) eten, regelmatig afgesloten worden van elektriciteit en water, vaker ziek zijn, een onverwarmd huis, geen vakanties, sportclub, verjaardagen of schoolreisjes en de voortdurende angst om uit huis te worden gezet.

De impact van armoede is dan ook immens: recent neurologisch onderzoek wijst uit dat het de ontwikkeling van het kinderbrein belemmert. Dit begint al in de baarmoeder, als de stresshormonen van de moeder via de placenta de foetus bereiken. Ook na de geboorte betekent meer armoede minder breinkracht, iets wat waarschijnlijk wordt veroorzaakt door het gebrek aan zorg en het overschot aan stress. ‘In het afgelopen decennium,’ schrijft een journaliste van The New Yorker,Het artikel in The New Yorker vind je hier. ‘is er een wetenschappelijke consensus ontstaan: armoede bestendigt armoede, generatie na generatie, door het brein aan te tasten.’

Dweilen met de kraan open

In Nederland bestaat er een wirwar aan programma’s, instanties, hulpverleners en goede doelen die de (kinder)armoede proberen te verlichten. Er zijn speelgoedbanken, babyspullenstichtingen, PC-for-Kids-programma’s, schoolboekenfondsen, opvangtoeslagen, sportregelingen, stadspassen, maaltijdvoorzieningen, formulierenbrigades, enzovoorts, enzoverder. Op advies van de Kinderombudsman is een aantal gemeenten ook begonnen met een ‘kindpakket’ vol vouchers voor schoolreisjes, sportactiviteiten, pianolessen, kleding en noem maar op.

Maar het is dweilen met de kraan open. Vaak maakt minder dan de helft Dat blijkt uit dit onderzoek van de Kinderombudsman (zie pagina 39).van de mensen die recht heeft op zulke programma’s er gebruik van. Menig hulpverlener kan niet eens wijs worden uit de achterliggende papierwinkel. En de overheadkosten zijn niet mals: voor het Amsterdamse kindpakket bedragen ze bijvoorbeeld 10,5 procent (ter vergelijking: als je het geld direct geeft – zoals bij bijvoorbeeld de AOW – bedragen die kosten nog geen half procent).

Het grootste probleem is dat al deze regelingen het probleem niet bij de wortel aanpakken. Ze bestrijden slechts de symptomen. We geven wat bonnen voor sport of muziek, terwijl de thuissituatie onveranderd blijft. Natuurlijk veroorzaakt armoede tal van problemen, maar op zichzelf is het slechts één probleem: een geldprobleem. Armoede is geen multiproblematiek, het veroorzaakt multiproblematiek.

Armoede niet uitroeien, dat is pas verspilling

Mijn voorstel: ga met een heggenschaar door het woud van regelingen en vouchers en zet een grootschalig programma op van directe cash transfers voor arme gezinnen met kinderen. Uit een fascinerend onderzoek Over dit Amerikaanse onderzoek schreef ik eerder dit artikel.in North Carolina blijkt dat zulke transfers grote effecten hebben op de ontwikkeling van kinderen. Ouders gaan beter opvoeden, er is minder ruzie en stress en kinderen worden gezonder, gelukkiger en braver.

Armoede uitroeien: waarom niet?

In de afgelopen jaren ben ik me steeds vaker gaan afvragen waarom er zo weinig debat is over die 400.000 arme kinderen. Misschien heeft het met het taboe op armoede te maken: er is veel twijfel en schaamte. De armen lijden in stilte. Veel mensen lijken bovendien te denken dat armoede er nu eenmaal bij hoort. Was het Jezus van Nazareth niet die zei dat we ‘de armen altijd bij ons zullen hebben’ (Marcus 14:17)?

Het punt is dat Jezus die woorden sprak in een tijd dat bijna iedereen in de landbouw werkte en slavernij nog doodgewoon was. Newsflash: we leven nu in een waanzinnig rijk land dat in de top van zo ongeveer ieder ranglijstje staat. Dus waarom roeien we die kinderarmoede niet gewoon uit?

Dat is helemaal geen gekke gedachte. Het is in de eerste plaats betaalbaar: volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau kost het 2,1 miljard Deze berekening komt van de onderzoeker Cok Vrooman, van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Ik schreef hier al eens over zijn rekensom.om iedereen op ten minste de armoedegrens te zetten. Gooi er nog een miljard bovenop en de armoede is echt uitgeroeid. Totale kosten: 3,1 miljard. Dat is 0,47 procent van het bruto binnenlands product. Steeds meer onderzoek wijst bovendien uit dat je de kosten van armoedebestrijding uiteindelijk terugverdient. Er zal een enorm reservoir aan energie, creativiteit en intelligentie vrijkomen als we honderdduizenden kinderen uit de armoede opheffen.

De Verenigde Naties spraken onlangs nieuwe ontwikkelingsdoelen af – zo zou de extreme armoede verdwenen moeten zijn in 2030. Waarom zouden we niet minstens zulke ambitieuze doelen afspreken in Nederland? Ik noem maar wat: in 2020 geen dakloze meer op straat, in 2025 de kinderarmoede uitgeroeid en in 2030 geen enkele Nederlander nog onder de armoedegrens. In plaats van ons af te vragen of we zulke doelen wel kunnen betalen, kunnen we beter de vraag stellen of we het ons kunnen permitteren ze niet te halen.

Armoede niet uitroeien, dat is pas verspilling. Iedere generatie weer

oktober 19, 2015Permalink

Natuurvolkeren slapen net zo kort als moderne mens

Twee gevolgde stamleden in Tsumkwe, Namibië.
Twee gevolgde stamleden in Tsumkwe, Namibië. ©

Kort nachtje gehad omdat u gisteravond weer eens zo nodig uw favoriete programma af wilde kijken? Eén troost: bij onze verre voorouders uit de steentijd was het waarschijnlijk niet heel anders.

Natuurvolkeren in Afrika en Zuid-Amerika slapen gemiddeld maar zo’n 6,4 uur per nacht, blijkt uit nieuw onderzoek. Na zonsondergang blijven de jagerverzamelaars nog uren voor het kampvuur hangen, het oerequivalent van RTL Late Night, en overdag even een uiltje knappen doen ze nauwelijks.

Dat gaat in tegen de vaak gehoorde gedachte dat we door onze moderne leefstijl met kunstlicht en koffie ‘onnatuurlijk’ weinig zouden slapen, schrijft een team onder leiding van de Amerikaanse slaapexpert Jerome Siegel in vakblad Current Biology.

Tussen 5,7 en 7,1 uur slaap

De groepen hebben geen woord voor slapeloosheid in hun taal

De onderzoekers in het vakblad Current Biology

De wetenschappers volgden 94 traditioneel levende stamleden in Tanzania, Namibië en Bolivia met een activiteitenmeter om de pols, en zagen maar weinig verschil met de moderne westerse stadsmens. Zo bleven de jager-verzamelaars na zonsondergang nog gemiddeld drieënhalf uur op, en sliepen ze tussen de 5,7 en de 7,1 uur. Aangezien de stammen ver van elkaar wonen, mag je aannemen dat die zaken ‘een menselijk kernpatroon van slapen uitdrukken’, aldus de onderzoekers.

Stamleden zijn al vroeg uit de veren: ruim voor zonsopkomst, als de temperatuur begint te stijgen. Alleen ‘s winters draaien de natuurvolkeren zich nog eens om. Gemiddeld een uurtje langer, slaapt men dan. Duidelijk is ook dat de ene stammenmens de andere niet is: van persoon tot persoon verschilde de slaapduur soms flink.

Toch slapen de ‘paleoslapers’ opvallend goed. Bij de moderne mens heeft zo’n 10 tot 30 procent geregeld slaapproblemen. Maar in Afrika hadden de onderzoekers de grootste moeite om aan de stammenleden uit te leggen wat slecht slapen eigenlijk is: ‘De groepen hebben geen woord voor slapeloosheid in hun taal.’

Oerslaap

Je moet goed letten op wat voor jezelf de optimale slaapduur is

Slaapexpert Winni Hofman van de Universiteit van Amsterdam

Siegel denkt dat mensen met slaapproblemen nog wat kunnen leren van de natuurvolkeren. Vooral temperatuurdalingen en -stijgingen, ‘grotendeels geëlimineerd in de moderne slaapomgeving’, lijken bij de stammen ‘een krachtige natuurlijke regulator van slaap’, aldus de onderzoekers.

‘Zeer interessant, gedegen onderzoek met een buitengewoon verrassende uitkomst’, vindt slaapexpert Winni Hofman van de Universiteit van Amsterdam, zelf niet betrokken bij de Amerikaanse studie. ‘Het zet een vraagteken bij de absoluutheid van wat we denken. Is het wel waar dat we zo’n enorm slaaptekort hebben?’ Overigens is niet geheel uit te sluiten dat de wetenschappers korte dutjes over het hoofd zien, tekent Hofman aan: de activiteitenmeters die de jager-verzamelaars droegen, pikken niet alles op.

De nieuwe ontdekkingen over de ‘oerslaap’ zijn overigens geen reden om maar wat aan te rommelen met de nachtrust, benadrukt Hofman. ‘Je moet goed letten op wat voor jezelf de optimale slaapduur is. En oppassen met beeldschermen die blauw licht afgeven: dat vertraagt de inslaaptijd.’

oktober 18, 2015Permalink

Kwaliteit van zorg: wie bepaalt dat eigenlijk?

Recent las ik een blog over het meer betrekken van de patiënt bij ‘Kwaliteit van Zorg’. In die context vind ik de kop: ‘We willen allemaal dat de patiënt beter wordt’ erg interessant. Wat zou de patiënt eigenlijk zelf willen? Ik ga daarnaar in het blog op zoek.

De blog is geschreven door Robbert Huijsman, manager van het programma Kwaliteit van Zorg bij Zilveren Kruis Achmea. Hij geeft aan dat het perspectief van de patiënt meer mee wordt gewogen bij het bepalen van kwaliteit en keuze. Hiervoor zijn uitkomstindicatoren ontwikkeld. ‘Best lastig te ontwikkelen die uitkomstindicatoren’, aldus Huisman. Dat begrijp ik want geen patiënt is gelijk natuurlijk. Zolang WE willen dat de patiënt beter wordt, doet wat de patiënt zélf wil er namelijk helemaal niet toe. Vanuit een dergelijke basishouding plaats je jezelf op een voetstuk en zeg je eigenlijk: ‘Wij weten wat het beste voor u is’. Als patiënt moet je dan al heel stevig in je schoenen staan om daar tegenin te gaan.

Kwetsbaarheid

‘Hoe kunnen we de patiënt het beste helpen?’ In mijn ogen zou dit al een betere kop boven de blog zijn. Je laat als deskundige een beetje je kwetsbaarheid zien. Want als die patiënt ook zelf iets te zeggen heeft over de kwaliteit van zorg, dan kun je gewoon niet alles weten. Dan zul je vragen moeten stellen over zijn leefsituatie, zijn tevredenheid daarmee, het levensperspectief, zijn ziektebeleving, zijn behoefte aan zelfredzaamheid en autonomie. Als je dat in beeld hebt, kun je eigenlijk pas écht samen bepalen wat de beste zorg is.

Citaat uit het blog: ‘Steeds meer patiënten willen een bewuste keuze maken waar zij zich laten behandelen en willen het gesprek met hun arts over kwaliteit voeren. Wij merken dat aan het gebruik van onze zorgservices waarbij wij patiënten helpen bij het verzamelen van kwaliteitsinformatie en de duiding daarvan.’ Als ik dit lees ben ik in eerste instantie onder de indruk. Goh, wat goed, ze helpen je bij het maken van een keuze waar je je het best kunt laten behandelen. Maar als ik er verder over denk, denk ik: dit klopt helemaal niet. Over welke kwaliteit spreken we dan? Ik wil gewoon een arts die zich verdiept in mij, mijn manier van leven respecteert en daar de behandeling en zorg op afstemt. Die uitgaat van de door mij gewenste kwaliteit van leven en de risico’s respecteert die ik daarmee in zijn ogen neem. Dus is de vraag: Op basis waarvan maakt iemand een keuze voor wat voor hem of haar de kwaliteit van zorg bepaalt?

Zorg verbeteren

Vervolgens nodigt Robbert Huisman zijn publiek uit om met hem en Zilveren Kruis mee te denken en te praten over hoe het nog beter kan en hoe ze samen veel meer mensen kunnen bereiken. Hij schrijft: ‘De zorg verbeteren is namelijk iets wat we samen moeten doen, want uiteindelijk wil iedereen hetzelfde: zorgen dat de patiënt beter wordt. Deze verbeterambitie hebben we tot uitdrukking gebracht in een motto: shifting the curve up and to the right. Dat betekent dat de kwaliteitsscores omhoog gaan en de verschillen tussen zorgaanbieders kleiner worden.’

Lieve mensen, hier komt de aap uit de mouw. De verschillen tussen de zorgaanbieders moeten kleiner worden. Maar als ik als patiënt geen keuze heb in wat voor mij kwaliteit betekent, hoe kun je dan spreken van kwaliteit van zorg? Wat voor mij kwaliteit van zorg is, is dat niet op voorhand ook voor een ander. Verschil moet er wezen, omdat patiënten verschillend zijn. Als je patiënten serieus neemt in hun (emotionele) keuzes, zul je ze ook een keuze moeten bieden vanuit hun perspectief in plaats vanuit het perspectief van de zorgverzekeraar en zorgaanbieder. Dan zeg je niet meer: ‘Wij willen zorgen dat de patiënt beter wordt’, maar: ‘Wij willen de patiënt het beste helpen zijn kwaliteit van leven te leiden.’ Dan moet je samen op zoek naar die kwaliteit….  Dan neem je de patiënt als vertrekpunt voor het bepalen van kwaliteit van zorg.

Kritische buitenstaander

Het blijft voor ‘deskundigen’ lastig om het perspectief van de cliënt en diens leefomgeving mee te nemen in beleidsontwikkeling, programma’s en plannen. Ik zou graag eens wat vaker gevraagd worden om bij dergelijke ontwikkelingen de rol van kritische buitenstaander te vervullen met oog voor participatief taalgebruik en het perspectief van patiënt en familie.

Cora Postema

Mantelzorger

 

Cora Postema_311

oktober 12, 2015Permalink