Wie de wereld wil veranderen moet onredelijk, onrealistisch en onuitstaanbaar zijn

Waarom is kritiek op immigratie nu gemeengoed, terwijl je er dertig jaar geleden nog voor werd vervolgd? En waarom lijkt Zwarte Piet nu te verdwijnen, terwijl vijf jaar geleden vrijwel niemand er racisme in zag? Hoe komen, kortom, grote veranderingen in ons wereldbeeld tot stand? Maak kennis met een van de meest verhelderende verklaringen.

Wie de wereld wil veranderen moet onredelijk, onrealistisch en onuitstaanbaar zijn

Correspondent   Vooruitgang

Avatar Rutger Bregman
Illustratie: Hans Klaverdijk (voor De Correspondent)

Illustratie: Hans Klaverdijk (voor De Correspondent)

Hilversum, 23 november 2013. Het is halftien ‘s ochtends als op de derde verdieping van het NOS-gebouw het interview begint. Geert Wilders zit in de studio van de VPRO tegenover drie journalisten. De fractieleiders van de grote middenpartijen wilden niet met hem in debat en dus zit hij alleen aan de andere kant van de tafel.

‘De sfeer is een beetje grimmig,’ zo wordt de luisteraar aan het begin van het gesprek duidelijk gemaakt. ‘Eigenlijk behoorlijk grimmig.’ Vanaf de eerste minuut duiken de interviewers als bloedhonden op hun prooi. Wilders wordt voortdurend afgekapt en krijgt nauwelijks de kans om een punt te maken. In anderhalf uur tijd wordt hij uitgemaakt voor leugenaar, racist en fascist.

De felste van de drie journalisten is Max van Weezel, de nestor van het weekblad Vrij Nederland. Na een kwartier concludeert hij al dat Wilders voor de rechter kan worden gesleept. De politicus zou een angstzaaier zijn en een fantast. De multiculturele samenleving is een feit, dé Nederlandse cultuur bestaat niet en vluchtelingen zullen altijd welkom blijven. Daar kan de PVV niets aan doen. Wordt het dus niet gewoon tijd om de partij op te heffen?

‘Ik zie het zo somber niet in,’ antwoordt Wilders. ‘U zegt steeds dat wij nooit gelijk krijgen, maar ik denk daar anders over.’

Een verbluffend interview

Het bovenstaande verhaal is waargebeurd – op twee details na.

In de eerste plaats vond het gesprek niet plaats op 23 november 2013, maar precies dertig jaar eerder, in 1983. Max van Weezel was dus niet 62 jaar oud, maar 32 en net begonnen als veelbelovend talent bij Vrij Nederland. In de tweede plaats werd niet Geert Wilders gefileerd, maar de fractievoorzitter van een geminachte partij die nauwelijks iets voorstelde in de peilingen: Hans Janmaat.

Het is een verbluffende ervaring om het interview van toen terug te luisteren. Het interview uit 1983 kun je hier terugluisteren.Het eerste wat opvalt is hoe genuanceerd Janmaat was. Hij formuleerde voorzichtig en twijfelde openlijk. Hij benadrukte dat hij tegen racisme was en tegen iedere vorm van geweld. ‘We hebben politieke vluchtelingen,’ stelde Janmaat bovendien. ‘Iedereen die hier mag blijven kan er dus niet uit. Wij zijn een rechtsstaat.’

De drie journalisten komen ondertussen ronduit onbeschoft en hysterisch over. Toen Janmaat begon over de achtergestelde rol van de vrouw binnen het islamitische gezin werd er lachend gereageerd – dat was bij de katholieken toch ook zo? ‘Als u hun het recht geeft op een paar eeuwen van ontwikkeling,’ sneerde Van Weezel, ‘dan hebben de islamieten in Nederland precies datzelfde recht. En als u ze dat recht niet geeft, discrimineert u!’

Dit zielige hoopje mens had volledig gelijk gekregen

Een van de andere interviewers vroeg Janmaat of hij kon uitleggen wat nu het probleem is met de multiculturele samenleving. Spanningen? Criminaliteit? Waar dan? ‘Het lijkt wel alsof ik met mensen spreek die zo van de maan komen hobbelen,’ antwoordde Janmaat. ‘Jullie zijn toch journalisten? Ga eens de wijken in.’

De fractievoorzitter van de kleine Centrumpartij kon niet vermoeden hoe groot zijn gelijk zou worden. In augustus 2015 zei Van Weezel zei dit in een dubbelinterview samen met Alexander Klöpping.Max van Weezel in NRC Handelsblad dat hij zich inmiddels ‘persoonlijk bedreigd’ voelt door de opmars van de radicale islam. En hij gaat nu regelmatig de wijken in. ‘Ik fiets weleens door Slotervaart of Osdorp om te kijken hoe erg het is. […] Of de baarden langer worden. Of er nog vrouwen met make-up rondlopen.’

Het gelijk van Hans Janmaat

Het lijkt, kortom, alsof de wereld in dertig jaar op zijn kop is gezet.

Indertijd kreeg de VPRO woedende reacties. Niet omdat de interviewers te grof waren, maar omdat ze Janmaat überhaupt een podium hadden geboden. De jonge Van Weezel, die nu onbeschoft en naïef overkomt, was in die tijd juist een journalist met lef. ‘De VPRO vond het taboedoorbrekend om Janmaat kritisch aan de tand te voelen,’ herinnerde hij zich jaren later. ‘Alleen dat voornemen leidde al tot opgefokte reacties – ook in mijn eigen vriendenkring.’

Hans Janmaat werd voor de rechter gesleept voor uitspraken die nu aan de lopende band worden gedaan, ook ter linkerzijde. Hij werd genegeerd door andere politici, beschimpt door demonstranten en afgeluisterd door de geheime dienst. In maart 1986 kwam het zelfs tot een aanslag door linkse radicalen, waarna de gewonde vrouw van Janmaat haar been moest laten amputeren. Er werd geen enkele Kamervraag over gesteld. Of althans: een Kamerlid van de PPR informeerde of de gearresteerde aanslagplegers wel goed werden behandeld door de politie.

Op 9 juni 2002 overleed Hans Janmaat, een maand na Pim Fortuyn. Maar waar de laatste werd verkozen tot ‘Grootste Nederlander Aller Tijden,’ ging de eerste als grote mislukkeling de geschiedenis in. Hij was geen man om vaak aan terug te denken, zo schreef Het artikel van Bart Jan Spruyt kun je hier teruglezen.zelfs de conservatieve historicus Bart Jan Spruyt. Aan het einde van zijn leven had Janmaat zich ontpopt als een ‘kleine, boze burgerman, met foute ideeën die hij schuimbekkend en zuigend naar voren bracht, een aartstreiteraar en leugenaar, ziek en zielig, volstrekt paranoïde, gespeend van talent en charisma, een slecht verliezer ook…’

Het enige punt is: dit zielige hoopje mens had volledig gelijk gekregen.

Van onrealistisch naar beleid, van ondenkbaar naar doodnormaal

Hoe wordt het ondenkbare denkbaar? Hoe wordt een taboe een cliché? En hoe kon Max van Weezel zo van mening veranderen?

Het is een proces dat me mateloos fascineert. ‘Politiek is de kunst van het mogelijke,’ zei de Duitse kanselier Otto von Bismarck eens – en die indruk krijg je inderdaad als je het nieuws uit Den Haag volgt. Haagse politiek is een eindeloos proces van spinnen en stemmen winnen. Het is een wereld waar talloze journalisten hun leven aan wijden; een toneelstuk waarin een ietwat onbenullig lek als ‘Stiekemgate’ als ‘het grootste politieke schandaal in decennia’ wordt gezien.Frits Wester van RTL Nieuws had het over ‘het grootste schandaal in decennia.’

Maar er is nog een andere vorm van politiek, die eigenlijk veel belangrijker is. Dat is de Politiek met een hoofdletter, die niet gaat over bestuur, maar over revolutie. Niet over de kunst van het mogelijke, maar over de vraag wat überhaupt mogelijk is. Hier kunnen veel meer politici aan meedoen – van Kamerleden tot journalisten, van miljonairs tot schoonmakers, van wetenschappers tot derderangs tv-sterren. En deze Politiek staat lijnrecht tegenover de kleine politiek. Waar de laatste de status quo bevestigt, probeert de eerste ermee te breken.

Het was Joseph Overton, een Amerikaanse jurist, die in het midden van de jaren negentig uitlegde hoe de Politiek met hoofdletter werkt. Hij stelde een simpele vraag: hoe kan het dat zoveel goede ideeën niet serieus worden genomen? Als antwoord schetste hij een eenvoudig schema, dat na zijn dood het ‘Raam van Overton’ is gaan heten. Het ziet er zo uit:

Overton realiseerde zich dat een politicus, als hij herkozen wil worden, niet te extreem mag zijn. Zijn ideeën moeten in het midden van het raam vallen, van ‘acceptabel’ tot ‘beleid.’ Hier vindt de politiek met kleine letter plaats, hier doet de Haagse journalistiek verslag en hier gaat het over aan tafel bij Matthijs van Nieuwkerk. Binnen dit raamwerk bevinden zich de ideeën die door de experts zijn goedgekeurd, zijn doorgerekend door het Centraal Planbureau en die kans maken in het Wetboek te eindigen.

Wie buiten het Raam van Overton stapt, maakt het zichzelf meteen moeilijk. Hij zal al snel als ‘onrealistisch’ of ‘onredelijk’ worden weggezet in de media, die de meest geduchte poortwachters van het raam zijn. De filosoof Noam Chomsky legde in zijn boekManufacturing Consent (1988) al uit dat er op televisie weinig tijd en ruimte is om nieuwe, wezenlijk andere opvattingen te onderbouwen. Het gevolg is dat de talkshows vol zitten met steeds dezelfde mensen die steeds dezelfde dingen zeggen.

En toch, dat is het wonderlijke, kan een samenleving in dertig jaar totaal veranderen. Janmaat probeerde zijn leven lang het Raam van Overton te verschuiven. Een klassieke strategie hiervoor is om dingen te roepen die zo schokkend en radicaal klinken dat iets minder radicale ideeën ineens best redelijk klinken. Oftewel: om van iets radicaals iets redelijks te maken, moet je nog radicaler worden. Dit kan ook een effectieve mediastrategie zijn: je uitspraken worden nieuws omdat ze bizar zijn, niet omdat je ze goed hebt onderbouwd.

Donald Trump in de VS en Geert Wilders in Nederland beheersen deze kunst als geen ander. Ze worden lang niet altijd serieus genomen, maar trekken het Raam van Overton ondertussen wel hun kant op. In vergelijking met een ‘kopvoddentaks’ of ‘minder, minder, minder’ klinkt de recente uitspraak van Jeroen Dijsselbloem (de vluchtelingen komen onze welvaartsstaat ‘opblazen’) allang niet zo radicaal meer. Maar vergis je niet: nog geen twintig jaar geleden was het ondenkbaar dat een PvdA’er zoiets zou zeggen.

Wie Janmaat en Wilders als mislukte politici beschouwt – omdat ze nauwelijks directe macht hebben uitgeoefend – staart zich dan ook blind op de politiek met kleine letter. De meest invloedrijke Politici zitten niet in de Trêveszaal.

Hoe links de kunst van de Politiek verleerde

Iets meer dan een jaar geleden werd Max van Weezel geïnterviewd door de Volkskrant. Het was een afscheidsinterview; zijn politieke column in Vrij Nederland was stopgezet. Zelden heb ik zo’n eerlijk en oprecht interview Het interview met Max van Weezel kun je hier lezen (via Blendle).gelezen.

‘Ik heb me decennialang beziggehouden,’ verzuchtte Van Weezel, ‘met de dingen die op dat moment, op de vierkante meters van het Binnenhof, belangrijk werden gevonden.’ Jarenlang had hij verslag gedaan van Haagse nieuwtjes, ditjes en datjes of ordinaire roddels. En nu, als 63-jarige, keek Van Weezel terug op zijn carrière. ‘Ik heb me verscholen achter de façade van de geslaagde journalist,’ zei hij. Maar wat maakte het eigenlijk uit of Balkenende zijn begroting rondkreeg voor Prinsjesdag en of het nog wel boterde tussen Diederik Samsom en Lodewijk Asscher? Bepaalde dit werkelijk de toekomst van Nederland?

Tussen de regels door voel je de twijfel: Van Weezel was tot de conclusie gekomen dat hij zich te veel met de politiek had beziggehouden. En te weinig met de Politiek.

Dus stel je voor, wat als er op iedere redactie niet alleen een journalist is die de politiek met kleine letter volgt – het dagelijkse gespin en gedoe – maar ook een voor de Politiek met hoofdletter? Wat zou deze journalist in de afgelopen veertig jaar hebben geschreven? Het antwoord is, denk ik, niet zo moeilijk. Deze journalist zou al jaren berichten over de ene na de andere overwinning die rechtse politici (van Kamerleden tot derderangs tv-sterren) hebben geboekt. Vooral rechts is er immers in geslaagd het Raam van Overton te verschuiven.

Voorbeelden zijn er in overvloed. Denk aan de opkomst van de filosofen en economen die zichzelf ‘neoliberaal’ noemden. De bekendste econoom (en amateur-filosoof) die zichzelf neoliberaal noemde, was Milton Friedman – bijvoorbeeld in dit essay.Hun ooit ondenkbare ideeën over de zegeningen van vrijhandel, het belang van bankiers en het privatiseren van staatsbedrijven zijn inmiddels beleid geworden dat zelfs door linkse politici hartstochtelijk wordt verdedigd. Of denk aan de woorden van de Engelse premier Margaret Thatcher die tijdens een diner in 2002 de vraag kreeg wat ze als haar grootste overwinning beschouwde. ‘Tony Blair en New Labour,’ antwoordde ze. ‘We hebben onze tegenstanders gedwongen om van mening te veranderen.’

Zowel in economisch als cultureel opzicht schuift het Raam van Overton al jaren naar rechts. We hebben het hier over een immense koersverandering. Historisch gezien was de Politiek met hoofdletter juist een linkse aangelegenheid. ‘Wees realistisch, eis het onmogelijke,’ kalkten jongeren in het Parijs van 1968 nog op de muren. Het einde van de slavernij, de emancipatie van de vrouw, de opkomst van de verzorgingsstaat – het waren allemaal linkse, progressieve ideeën die van ‘ondenkbaar’ naar ‘beleid’ gingen. En deze veranderingen werden maar al te vaak gestuwd door linkse ‘gekkies’. Denk aan de provo’s, de Kabouters en de communisten – ook Max van Weezel was in de jaren zeventig lid van de CPN.

Maar tegenwoordig lijkt links de kunst van de Politiek vergeten. Sterker nog, veel linkse denkers en politici gooien hun eigen ramen in: ze proberen radicale geluiden in hun achterban te smoren uit angst stemmen te verliezen. Een mooi voorbeeld hiervan is Tony Blair, die in augustus nog waarschuwde Het artikel van Tony Blair stond in The Guardian.dat de Labour Partij ‘totale vernietiging’ riskeerde als ze de linksere Jermyn Corbyn zou verkiezen als partijleider. Blair klonk wanhopig: ‘Stop hem voordat het te laat is.’

Wil de echte realist opstaan?

De grote vraag is natuurlijk hoe je het doet, de Politiek met hoofdletter bedrijven. Ik wil niet zeggen dat het makkelijk is. Integendeel – het is een uitdaging om überhaupt serieus te worden genomen.

Zelf ervoer ik dit in de afgelopen twee jaar toen ik pleitte voor een basisinkomen, een kortere werkweek en het uitroeien van de (kinder)armoede. Keer op keer hoorde ik dat dit onrealistische, onbetaalbare of zelfs domme ideeën zouden zijn. Het duurde even voordat ik begreep dat dit gebrek aan ‘realisme’ weinig te maken had met mijn onderbouwing. ‘Onrealistisch’ betekende simpelweg dat mijn ideeën niet pasten binnen de status quo. En de beste manier om iemand de mond te snoeren – dit werkt nog beter dan censuur – is door hem zich dom te laten voelen. Zo iemand censureert zichzelf.

Voor iedere visionair die de geschiedenisboeken ingaat, worden er duizend vertrapt en vergeten

Maar er zijn ook hardere middelen om het Raam van Overton op zijn plek te houden: macht, geld en geweld. De Griekse partij Syriza maakte het deze zomer nog mee. Door journalisten werd ze steevast ‘radicaal links’ genoemd terwijl ze eigenlijk ouderwets sociaaldemocratisch is. ‘Ik heb nu zes maanden met politici van Griekse zijde aan tafel gezeten, waarbij elke zin een ideologische lading had,’ zei minister Dijsselbloem in de Tweede Kamer. Griekenland had volgens hem behoefte aan een ‘reëel beeld van wat haalbaar is.’

Hiermee greep Dijsselbloem terug op Bismarcks definitie van politiek: ‘de kunst van het mogelijke.’ Op internationaal niveau wordt ook wel van ‘Realpolitik’ gesproken, wat eigenlijk gewoon het recht van de sterkste is. Wie realistisch is, die erkent dat de ander grotere spierballen heeft. Wie realistisch is, die definieert ‘het mogelijke’ aan de hand van de hoeveelheid inwoners, euro’s en bommenwerpers van een land.

Het ‘onrealistische’ van Syriza zat hem dus niet in haar economische plannen (integendeel, heel wat Nobelprijswinnaars waren het daar roerend mee eens). Syriza was onrealistisch omdat het de machtsverhoudingen in Europa niet accepteerde. Premier Alexis Tsípras en zijn minister Yanis Varoufakis bedreven de Politiek met hoofdletter: ze wilden opnieuw definiëren wat überhaupt mogelijk was.

We weten hoe dat is afgelopen. Net als Janmaat die voor de rechter kwam en zijn vrouw die haar been verloor, ontdekten Tsípras en Varoufakis dat je weinig hebt aan je verbeeldingskracht als de tegenpartij je de mond snoert. Voor iedere visionair die de geschiedenisboeken ingaat, worden er duizend vertrapt en vergeten.

Onrealistisch, onredelijk, onuitstaanbaar

Amsterdam, 12 november 2011. Het is halftien ’s ochtends als de dichter Quinsy Gario en de rapper Kno’Ledge Cesare in de trein naar Dordrecht stappen. Ze zijn bezig met een kunstproject en hebben een T-shirt aangetrokken met daarop een simpele boodschap: ‘Zwarte Piet is Racisme.’ Even na twaalven worden ze omsingeld door vijf agenten. Gario roept nog iets over de vrijheid van meningsuiting, maar dan ligt hij al op de grond. De agenten slaan, schoppen en spuiten pepperspray in hun gezicht. Gario en Cesare leren een oude, politieke les: wie niet realistisch is, moet voelen.

Niemand kon toen nog vermoeden dat de kranten vier jaar later over het einde van Zwarte Piet zouden schrijven. ‘Snap dan dat kinderfeesten taboe moeten zijn voor politiek protest,’ twitterde Paul Ulenbelt van de SP. Ik schreef zelf in de Volkskrant dat figuren als Gario en Cesare niet zo hysterisch moeten doen. ‘Wij doen niet aan racisme.’ En: ‘Negers zijn bruin en Zwarte Piet is potverdorie zwart omdat hij uit de schoorsteen komt.’

God, wat schaam ik me nu voor die column.

Met name Quinsy Gario is in de afgelopen vier jaar behandeld zoals Janmaat in de jaren tachtig. Hij is genegeerd, geschoffeerd en met de dood bedreigd. En net als de lijsttrekker van de Centrumpartij hoefde hij niet te rekenen op beveiliging. ‘Ik krijg anonieme brieven,’ zei hij vorig jaar nog. ‘Daarin staat dat mensen me een kogel door mijn kop gaan jagen. Of dat ze mijn strot gaan doorsnijden.’

Tegelijkertijd kan Gario, net als Janmaat, onuitstaanbaar zijn. Vlak na de ramp met vlucht MH17, twitterde hij: ‘White lives matter more than brown ones.’ Een paar maanden na de intocht in Dordrecht kreeg hij zelfs ruzie Hassan Bahara schreef indertijd in de Groene Amsterdammer een prachtig stuk over de kwestie Zwarte Piet en de rollen van Gario en Cesare.met zijn mededemonstrant Kno’ledge Cesare (‘Gario denkt dat het allemaal om hem draait’), zoals Janmaat het ook voortdurend aan de stok kreeg met zijn partijgenoten. Zelf heb ik Gario een paar weken geleden op ‘mute’ gezet op Twitter, nadat hij de zoveelste zuigende opmerking op me had afgevuurd.

Het enige punt is: Quinsy Gario is grandioos gelijk aan het krijgen. Hij heeft samen met een kleine groep activisten een enorm debat over racisme in Nederland aangezwengeld. Dit is Politiek met een hoofdletter. En dit is waar al die redelijke wetenschappers, journalisten en politici, in de denktanks, bij de kranten en de partijen, van kunnen leren.

Leer van Gario, leer van Janmaat. Wie de wereld wil veranderen, ten goede of ten kwade, moet onrealistisch, onredelijk en onuitstaanbaar zijn.

december 26, 2015Permalink

Wat doe je als mensen met een doodswens geboren lijken te zijn?

 

a9cbe56a-75fa-4168-8f1c-ac4cb234111b

Gastcolumn Inge Schilperoord

GASTCOLUMNIn de geestelijke gezondheidszorg doen we er alles aan om zelfdoding te voorkomen. En dat moet ook. Maar soms is het lijden van een patiënt haast niet te verdragen, schrijft gastcolumnist Inge Schilperoord.

Inge Schilperoord werkt als forensisch psycholoog bij onder andere het Pieter Baan Centrum. Haar debuutroman Muidhond won de Bronzen Uil 2015 13 december 2015, 07:00
Als eerste bespreken we hetzelfde als we ieder gesprek doen. Zijn suïcidewens

‘Is Jan al klaar met scheren? Hebben we het mesje terug?’ De groepsleidster van Jans afdeling kijkt vragend om zich heen. Een collega verlost haar. ‘Ik heb het hier.’ Zorgvuldig bergt hij het potentiële gevaar voor Jans polsslagader weer op bij de toiletartikelen.

Een paar minuten later zit ik bij Jan ‘op cel’, zoals dat in het Pieter Baan Centrum heet. Aan de andere kant van het raam begint het te schemeren. Uitgeblust zit hij op bed. Zijn slappe lichaam en voorzichtige glimlach lijken haast onverenigbaar met het geweld in zijn dossier. Zijn kruin wordt verlicht door een scherpe cirkel licht van de plafondlamp.

Als eerste bespreken we hetzelfde als we ieder gesprek doen. Zijn suïcidewens. ‘Er een einde aan te maken, eindelijk,’ zoals hij met fluisterstem zegt. Ik vraag naar details, luister, laat hem praten. Doe wat het suïcidepreventieprotocol voorschrijft. Ga na hoe concreet zijn ideeën zijn. En: hoe erg is zijn somberheid? Kan ik afspraken met hem maken? Hoe zit het met zijn antidepressiva? Moet ik de psychiater nog eens bij hem langs sturen?

Uitzichtloosheid
Interieur van een kliniek.
Interieur van een kliniek. © ANP
Alles om te voorkomen dat iemand zich van het leven berooft. Logisch. Heel goed. Maar wezenlijk iets veranderen aan de uitzichtloosheid van Jans situatie doet dit niet. En ik vraag me af hoe dit alles voor hem is. Vindt hij onze zorg prettig? Of vergroot het juist de vervreemding, de afstand? Zelf voel ik paradoxaal genoeg juist in dit soort ‘zorgende’ gesprekken die kloof tussen patiënt, of in Pieter Baan Centrum: observandus, en psycholoog het meest. Ik probeer zijn gedrag te begrijpen, duiden, reguleren. Maar we komen uit zo’n andere wereld. Wanneer ik vraag hoe hij het psychologisch onderzoek beleeft, kijkt hij naar de grond en haalt zijn schouders op.

Laatst hoorde ik psychiater Bram Bakker bij Kunststof praten over suïcide en de tragische dood van zijn vriend Joost Zwagerman. Op dezelfde bevlogen manier als ik hem vaker had horen praten over zelfmoord, en hoe dit te voorkomen. Maar nu klonk hij machtelozer. ‘Waarom heeft hij mij niet gebeld?’ zei hij, doelend op de dagen voorafgaand aan Zwagermans dood. Hiermee implicerend dat hij, of wie dan ook, hier misschien nog iets aan had kunnen veranderen. Immers, zo blijkt uit studies en uit overlevering, aan suïcidaliteit ligt vaak een depressie ten grondslag. En een depressie is te behandelen. Als je geluk hebt.

Donkere jeugd
Zoals te verwachten, was Jans jeugd donker. Een labiele, dronken moeder die hem bij haar in bed dwong

Maar hoe zit dat met die mensen, die met een doodswens geboren lijken te zijn? Die zich niet anders herinneren dan dat ze dood willen? Zoals Jan. Zijn tante vertelde aan de maatschappelijk werker van het Pieter Baan Centrum dat hij als kind al pogingen deed zich te verhangen in de schuur. Tevergeefs. Bij de zwerfkatten uit de buurt lukte het hem overigens wel.

Zoals te verwachten, was Jans jeugd donker. Een labiele, dronken moeder die hem bij haar in bed dwong. Een gewelddadige vader. In een van de psychologische vragenlijsten schrijft hij met een priegelig, naar achter hellend handschrift: Ik voel bij niemand aansluiting. Ben altijd alleen geweest. 25 jaar aan psychologische, psychiatrische en medicamenteuze behandelingen hebben hier geen verandering in gebracht.

De enige gelukkige periode in Jans leven was de lente waarin hij als vrijwilliger in een manege werkte. Tot hij, tot zijn eigen walging, zijn lievelingspaard mishandelde. Niet veel later pleegde hij zijn delict. Op een avond dronk hij twee flessen brandewijn, pakte zijn vleesmes, en wachtte de halve nacht om de hoek van het café om een oud drinkmaatje te verwonden.

Agressie
In de psychoanalyse wordt depressie wel opgevat als een vorm van agressie. Naar binnen gekeerde agressie. Agressie naar jezelf. Moord, en zelf-moord als twee kanten van eenzelfde medaille. Bij Jan lijkt dit te kloppen. Wanneer hij maar genoeg walgt van zijn leven, van het feit dat hij leeft, wil hij het leven beschadigen, doden. Dat van zichzelf, of van een ander. Waarna zijn agressie weer zijn zelf- walging voedt. Sinds hij zijn maatje richting de intensive care hakte, wil hij zeker niet meer leven. ‘Ik ben het niet meer waard.’

Maar nu zal hem gevangenisstraf wachten en een lange, mogelijk eindeloze tbs-behandeling. De paar therapievormen die hij nog niet heeft ondergaan, zullen worden uitgeprobeerd. Misschien krijgt hij andere medicatie. Meer medicatie. En de suïcidecontrole zal blijven. Tot het hem misschien, op een onbewaakt moment, zal lukken.

Wanneer ik aan het einde van de dag naar de bushalte loop is het donker. Er valt een aarzelende motregen. De wind rukt wat aan de laatste bladeren. Vanavond ga ik sporten, eten met vrienden in een nieuw restaurant; morgen een weekend naar Antwerpen. Vlak voor ik mijn eigen leven weer instap, zie in gedachten Jan op zijn cel zitten. Vanavond, morgen, zondag. Zonder scheermesje.

De patiënt ‘Jan’ in deze column is een fictieve patiënt, opgebouwd uit verhalen van echte patiënten.

Inge Schilperoord werkt als forensisch psycholoog bij onder andere het Pieter Baan Centrum. Haar debuutroman Muidhond won de Bronzen Uil 2015. Deze maand is zij gastcolumnist van Volkskrant.nl

 

 

december 13, 2015Permalink

Wetenschap vaak verkeerd gebruikt in artikelen.

Iedere week presenteert een correspondent bij onze redactievergadering zijn of haar ‘stokpaardje’: een verhaal over hoe onze journalistiek beter kan. Afgelopen maandag vertelde ik over het – vaak verkeerde – gebruik van wetenschappelijke onderzoeken in onze artikelen. Ik deed ook een paar suggesties voor hoe het beter kan. Zoals: meer gebruikmaken van de expertise onder onze leden.

Wij gebruiken de wetenschap te vaak verkeerd in onze artikelen. Help je ons dat beter te doen?

CorrespondentEconomie

Jesse FREDERIK

correspondent

De kwaliteit van gras kun je niet bepalen door één stukje van dertig vierkante centimeter te testen. Foto: Hollandse Hoogte

In een ver en duister verleden, toen ik mijn brood nog verdiende met vakkenvullen, kwam ik tot een schokkende conclusie: onze manager besteedde het gros van zijn werkdag aan het verhullen van zijn eigen nutteloosheid. Stond je net rustig een vak te vullen en dan kwam die vent in z’n stoffige H&M-pak langs om te vertellen dat je een vak moest vullen. Dank voor de aanwijzing, daar had ik nog niet aan gedacht. (Als je echt pech had, kreeg je ook nog de klassieker ‘niet lullen maar vullen’ naar je hoofd.)

De manager kwam opnieuw in mijn vizier toen ik met collega Rutger Bregman een boek schreef getiteld Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers.Dat boek met – zo nu en dan – wat twijfelachtige wetenschappelijke onderbouwing kun je hier dus kopen. Daarin haalden we wetenschappelijk onderzoek aan over de economische meerwaarde van de manager.

Die meerwaarde was er niet.

Sterker nog, de onderzoekers toonden aan dat landen met een hogere managementdichtheidLees hier het onderzoek over productiviteit en managementdichtheid.minder productief waren.

Mooi, dat was precies de wetenschappelijke dressing die nodig was voor ons verhaal – onomstotelijk bewijs dat een beroepsgroep die veel verdient, eigenlijk economische waarde vernietigt. Vuilnismannen verdienen meer dan managers. QED.

Laatst las ik het onderzoek nog eens kritisch door. Heel eerlijk: dat wetenschappelijke artikel bood onvoldoende ondersteuning voor onze harde conclusies. Het onderzoek was namelijk gebaseerd op een karige zeventien observaties, over negentien landen, in een periode van twintig jaar. Dat was misschien meer dan mijn N=1-observatie in de Albert Heijn, maar veel te weinig om als het oordeel van de wetenschap te kunnen dienen.

Hoe we wetenschap gebruiken

Naar aanleiding van mijn stokpaardje hadden we op de redactie een discussie over hoe we wetenschap gebruiken in onze verhalen. Conclusie: we zijn niet kritisch genoeg op wat wetenschap ons kan vertellen en gaan te selectief om met wetenschappelijke resultaten.

Daarmee doen we jullie tekort. Voor de meesten van jullie wordt namelijk niet duidelijk of het gebruikte onderzoek van voldoende kwaliteit is, of er meer onderzoeken zijn van gelijke kwaliteit die een tegengesteld punt maken en of onderzoek überhaupt wel ons punt ondersteunt.

Wanneer we wetenschap aanhalen, doen we dat immers vaak met een beroep op autoriteit:

‘Onderzoekers van de TU Delft hebben aangetoond dat landen met meer managers minder productief en innovatief Lees hier Rutgers artikel over waarom er meer managers zijn dan ooit.zijn.’

‘Uit onderzoek van John Pencavel blijkt dat coöperatieve fabrieken tussen de zes en veertien procent productiever zijn dan conventionele fabrieken.’Lees hier mijn artikel over waarom bedrijven zonder baas beter boeren.

‘Volgens de ‘beste inschattingen’ van het IPCC hebben we een kans van 66 procent dat de opwarming van de aarde onder de twee graden blijft.’Lees hier Jelmers artikel over de vraag of klimaatverandering het einde van de wereld wordt.

We kunnen misschien wat meer details kwijt over het onderzoek in het artikel zelf of in een infocard, maar uiteindelijk moeten jullie erop kunnen vertrouwen dat we wetenschap op een correcte manier gebruiken. Kortom: we hebben hier een grote verantwoordelijkheid.

Stop met de pil! Of niet?

Ik wil nog een voorbeeld geven van waar de verkeerde omgang met wetenschap fout kan gaan. Ook in dit geval is door onze eind- en hoofdredactie onvoldoende zorgvuldig toegezien op het zorgvuldig gebruik van wetenschappelijke bronnen. Als er onzorgvuldigheden in artikelen staan, dan zijn die dan ook primair aan ons als redactie toe te schrijven, en niet aan de auteurs die voor ons schrijven.

Dat gebeurde in het artikel ‘Het is tijd om te stoppen met de pil (want het verpest je seksleven)’ Bekijk hier het artikel van Bregje Hofstede over de pil.van schrijfster Bregje Hofstede. Het sloeg enorm aan bij lezers, werd opgepikt door RTL Late Night en was zelfs aanleiding voor een serie op ons platform over alternatieven voor de pil.

Hofstede beschrijft in het artikel haar persoonlijke ervaring met de pil. Nadat ze was overgestapt op een nieuwe pil kwam haar seksleven in een ‘vrije val’. Tot ze met de pil stopte en plots het libido had van ‘tien mariniers na een maand in de woestijn.’ Maar Hofstedes ervaring is niet particulier, maakt ze duidelijk. ‘Gemiddeld genomen’ neemt volgens onderzoek ‘de seksuele responsiviteit van pilgebruiksters af.’ ‘Minstens 10 tot 15 procent van de vrouwen [deelt] mijn ervaring dat de pil, die ons de mogelijkheid van zorgeloze seks biedt, gelijktijdig ons plezier daarin tempert’.

De wetenschappelijke bewijsvoering voor dit artikel is echter dun. Te dun, in elk geval om de – door ons gekozen titel – te rechtvaardigen.. In het artikel zelf worden drie bronnen genoemd: een ‘recent experiment’, het oordeel van seksuoloog Rik van Lunsen en een link naar een artikel in The Guardian Lees hier het Guardian-artikel over de pil.(dat weer verwijst naar een Duits onderzoek Bekijk hier het Duitse onderzoek naar het pilgebruik onder studenten geneeskunde.onder 1.086 studenten). Hofstede vertelde mij dat de eindredactie een aantal van haar wetenschappelijke bronnen uit het artikel heeft gehaald. Niettemin, ook met de geschrapte bronnen is het artikel problematisch.

Hofstedes belangrijkste bron is Rik van Lunsen. Van Lunsen heeft meegewerkt aan het bedenken van een ‘lustneutrale’ pil Bekijk hier een artikel waarin de activiteiten van Rik van Lunsen worden genoemd.voor het farmaceutische bedrijf Pantarhei Bioscience. Die pil is momenteel in ontwikkeling.

Dat Van Lunsen zo zijn belangen heeft, betekent niet dat hij er per definitie naast zit. Maar wel dat zijn claims extra kritisch behandeld moeten worden. En dat hij dus zeker niet als enige bron van expertise mag worden opgevoerd.

Daarnaast: niet elk wetenschappelijk onderzoek in het artikel is even sterk.

Het belangrijkste punt: je kunt geen uitsluitsel krijgen op basis van wetenschappelijke onderzoeken. In de medische wetenschap maakt men daarom vaak systematische reviews of meta-analyses, waarin al het onderzoek wordt verzameld en samengevoegd.

In dit onderzoek-naar-onderzoek is Hofstede’s hypothese (nog) niet bewezen. ‘Beter onderzoek is nodig om een duidelijke boodschap te geven aan vrouwen’, schreven Davis en Castano Lees hier het meta-onderzoek over libido en de pil uit 2004.in 2004 op basis van een synthese van dertig onderzoeken. Maar tot die tijd ‘moeten aanbieders voorzichtig zijn negatieve ervaringen toe te schrijven aan [de pil].’

Negen jaar later was de conclusie al niet veel duidelijker. Pastor en zijn co-auteurs bekeken in 2013 nog eens 36 onderzoeken. Lees hier de meta-analyse over libido en de pil uit 2013.‘Behandeling met [de pil] zorgt ervoor dat vrije testosteronniveaus dalen, maar in de meeste gevallen heeft dit geen negatief effect op het libido.’ Sterker nog, in de meeste gevallen bleek pilgebruik juist geassocieerd met meer seksuele lust. ‘Gemiddeld genomen’ nam de lust dus juist toe. Niet áf, zoals Hofstede beweerde.

Voor de duidelijkheid: dit meta-onderzoek ging over verschillende onderzoeken met verschillende methoden. In de meeste onderzoeken is slechts een verband geconstateerd (pilgebruiksters hebben een hoger/lager libido), dat nog niks zegt over een oorzakelijk verband – pilgebruik zorgt voor een hoger/lager libido.

Om oorzakelijkheid te kunnen vaststellen heb je eigenlijk een ‘randomized controlled trial’ nodig. Ook in onderzoeken met deze opzet werd echter vaker een positief effect dan een negatief effect gemeten.

Kortom, op basis van wat we tot nu toe weten, had de kop boven het artikel (die niet van Hofstede, maar van onszelf kwam) net zo goed kunnen zijn:

Hofstede zegt in een reactie dat het beschikbare onderzoek eigenlijk te weinig houvast biedt. Het maakt namelijk geen onderscheid tussen de verschillende effecten van de pil. Enerzijds heeft de pil invloed op psychologische factoren: de kleinere kans op zwangerschap bijvoorbeeld, maakt seks zorgelozer. Dat is positief voor het libido. Anderzijds heeft de pil ook fysieke gevolgen, bijvoorbeeld voor je testosteronniveau. En daar schuilt het gevaar, want zoals Hofstede al in het artikel schrijft, ‘testosteron is verantwoordelijk voor wat wij libido noemen.’

Hofstede heeft zeker een punt. Dat testosteron een effect heeft op de vrouwelijke seksualiteit staat vast. Het is echter moeilijk te zeggen wat die effecten precies zijn, wanneer ze optreden en hoe groot ze zijn. ‘Verschillen in testosteronniveaus hebben alleen een impact op seksuele behoefte wanneer de waarden onder een bepaald niveau dalen,’ stelt Pastor. ‘En die veranderingen zijn vooral aanwezig bij vrouwen die gevoelig zijn voor zulke veranderingen.’ Maar uiteindelijk is het niet testosteron, maar zijn het ‘psychosociale, culturele en relationele factoren’ die ‘de grootste invloed op het libido’ hebben.

Eigenlijk is het onderscheiden van die twee factoren een beetje een academische discussie. Voor pilgebruiksters gaat het immers om de vraag ‘heb ik met de pil meer of minder plezier in bed?’. Of de uiteindelijke oorzaken nou psychologisch of fysiologisch zijn, maakt in de praktijk weinig uit.

Minder ronkend

Begrijp me niet verkeerd: het kán dat sommige vrouwen libidoverlies ondervinden van de pil. Hofstedes artikel was echter erg stellig: 10 tot 15 procent van de vrouwen heeft hier last van, hoge doseringen zijn gevaarlijker, testosteron is verantwoordelijk voor je libido. Terwijl de wetenschap vooral erg onduidelijk is.

Bovendien moet duidelijk zijn: libidoverlies is een veelvoorkomend probleem en kan veel meer oorzaken hebben dan alleen de pil. 39 procent van de vrouwen boven de 40 zegt bijvoorbeeld last te hebben van seksuele problemen. Lees hier het onderzoek naar seksuele problemen onder vrouwen boven de veertig.We moeten hen niet de indruk geven dat dit een eenvoudige medische oplossing heeft (stop met de pil!).

Met name bij dit soort medische vraagstukken is voorzichtigheid geboden. De kop was veel te ronkend, maar ook in de tekst had duidelijker moeten staan wat de beperkingen van het bestaande onderzoek zijn.

Wat te doen?

Een goed geschreven verhaal dat aannemelijk klinkt, trekt natuurlijk veel lezers. Het loont vaak niet om die ingewikkelde werkelijkheid, vol van nuance, verder uit te diepen. Maar dat uitdiepen brengt ons wel dichter bij de waarheid, en dat is een essentieel criterium voor onze journalistiek.

Dus: wat moeten wij – als correspondenten – beter doen? Ik heb nog geen compleet antwoord, maar hier een paar suggesties die ik aan mijn collegae deed:

  • Lees altijd het originele onderzoek. Lees niet alleen een samenvatting uit de andere media of slechts de conclusie en het abstract, maar lees het artikel zélf, tot je begrijpt wat er ongeveer gedaan wordt. Stel jezelf een paar standaardvragen: Hoe groot is het onderzoek? Welke methode gebruiken ze? Kun je gaten schieten in hun methode?
  • Link naar het originele onderzoek. Maak voor lezers de drempel zo laag mogelijk om ons te controleren. Plaats een duidelijke link naar het artikel en probeer betaalmuren te vermijden.
  • Gebruik waar mogelijk meta-onderzoek. Eén studie is geen studie. Wil je echt betrouwbare conclusies trekken, dan is het nodig meerdere onderzoeken samen te vatten.
  • Luister naar onze lezers/experts. Wees ook na de publicatie alert. Experts wijzen ons regelmatig op wetenschappelijke onvolkomenheden. Sta ervoor open dat je ernaast kunt zitten en ga het gesprek aan.

Het probleem is dat we een balans moeten vinden: we zijn geen wetenschappelijk vakblad. Als onze eindredactie echt elk artikel zou willen checken, zou die bijna een week vooruit moeten werken. Misschien is dus de meest praktische suggestie waar we mee aan de slag kunnen:

  • Vraag belangeloze experts mee te lezen. Probeer op voorhand – zeker wanneer je zelf niet goed bent ingevoerd in de wetenschap – iemand te vinden die wel goed kan beoordelen of je wetenschappelijke onderbouwing deugt. Hier zouden we ook systematischer onze lezers voor kunnen gebruiken. Leg een lijst aan van lezers met expertise die je kunt mailen voor je een artikel publiceert. Crowdsource je eindredactie!
december 6, 2015Permalink

Tweede Kamer stopt toch 10 miljoen euro extra in cultuur

 

Alexander Pechtold van D66, een van de stuwende krachten achter de oplossing, is 'ongelofelijk blij met het gedeelde gevoel van urgentie in de Kamer na jaren van verschraling'.
Alexander Pechtold van D66, een van de stuwende krachten achter de oplossing, is ‘ongelofelijk blij met het gedeelde gevoel van urgentie in de Kamer na jaren van verschraling’. © ANP

volledig scherm

Tweede Kamer stopt toch 10 miljoen euro extra in cultuur

De Tweede Kamer stopt komend jaar 10 miljoen euro extra in de cultuur. Voldoende partijen sloegen donderdag de handen ineen om de in zwaar weer verkerende kunst- en cultuurwereld tegemoet te komen.

Eerst hadden de VVD en de PvdA daar samen een plan voor, maar dat viel slecht bij oppositie en kabinet. De regeringspartijen wilden het geld, 13,5 miljoen, uit het Gemeentefonds halen en dat vonden de tegenstanders niet netjes.

Aanvankelijk moest het zelfs komend jaar al, maar bij nader inzien in 2017. Dat zou de gemeenten komend jaar nog lucht geven. Toch kon ook dit aangepaste plan niet op instemming rekenen, ook niet van cultuurminister Jet Bussemaker (PvdA).

Verschillende partijen vonden echter wel dat er extra geld voor de kunstwereld moest komen, maar dan uit een andere pot. De dekking hebben ze nu heel ergens anders gevonden; in de middelen voor de compensatie Energie-intensieve Bedrijven (in totaal 61 miljoen euro).

De motie daarvoor werd ingediend door VVD, PvdA, SP, D66 en GroenLinks. Het geld is voor onder meer podiumkunsten, festivals, internationale optredens van topgezelschappen, archeologie en de Open Monumentendag.

‘Ongelofelijk blij’

Hiermee kunnen opgravingen zoals in Dalfsen zorgvuldig plaatsvinden

SP-Kamerlid Jasper van Dijk

Alexander Pechtold van D66, een van de stuwende krachten achter de oplossing, is ‘ongelofelijk blij met het gedeelde gevoel van urgentie in de Kamer na jaren van verschraling’. Het bedrag lijkt op zich niet heel groot, maar er kan aan vele noden en wensen worden voldaan, zegt hij. Hij is ook opgetogen dat er laagdrempelige cultuur mee wordt geholpen, zoals de Monumentendag.

Ook SP-Kamerlid Jasper van Dijk is blij, vooral met het fonds voor archeologie waar hij zich sterk voor had gemaakt. ‘Hiermee kunnen opgravingen zoals in Dalfsen zorgvuldig plaatsvinden.’

Een door de coalitie voorgesteld potje voor de beveiliging van geruchtmakende exposities en culturele debatten kwam wel te vervallen, de meeste partijen vinden dat toch echt een politietaak

december 5, 2015Permalink