Dit doet testosteron écht met je gedrag

wordt vaak in verband gebracht met onwenselijk . Is dat terecht? Wat voor heeft het geslachtshormoon testosteron op ons gedrag? Vijf mythes onder de loep.

Dit doet testosteron écht met je gedrag
Gastcorrespondent Mannen
Jopde Vrieze
Illustratie: Hilde Atalanta (voor De Correspondent)

Daniël van Wolferen (33) was geen makkelijk kind. Elke dag had hij hevige driftbuien. Hij sloeg tegen muren, maakte spullen kapot en viel uit tegen de mensen van wie hij hield. Het was alsof hij zijn gevoelens niet aankon. Een botte opmerking op het schoolplein kon hem zo raken dat hij de hele dag van slag was. ‘Dat leidde vaak tot een aanvaring waarbij ik van die andere jongen af getrokken moest worden.’

Ook toen Van Wolferen al wat ouder was, liet hij vaak over zich heen lopen – zo lang als hij met zijn ruim twee meter was, zo klein maakte hij zich ten opzichte van anderen. Op zijn 22ste, Van Wolferen werkte inmiddels als loodgieter, duwde een collega hem een boekje in handen. ‘Dit moet je eens doorlezen,’ had die gezegd. De collega vond dat hijzelf te kleine testikels had en had het boekje via Google gevonden. Toen Van Wolferen het begon te lezen, sprongen de tranen hem in de ogen. Het was alsof hij over zijn eigen jeugd las.

Het 47-vragenboekje Bekijk hier het 47-vragenboekje. 47-vragenboekje was samengesteld door de Nederlandse Klinefelter Vereniging en bevatte informatie over het Klinefeltersyndroom. Dat is een aangeboren afwijking die alleen bij mannen voorkomt. Deze mannen, één op de vijfhonderd in Nederland, hebben één of meer geslachtschromosomen extra. Normaal gesproken hebben mannen en vrouwen 23 paar chromosomen. 22 daarvan zijn identiek, de vrouw heeft daarnaast twee X-chromosomen en de man een X- en een Y-chromosoom. Mannen met Klinefelter hebben één of meer extra X-chromosomen. Dat extra chromosoom heeft allerlei gevolgen, maar één ervan is dat Klinefelters een zeer lage testosteronproductie hebben. Hierdoor wordt het ook wel een intersekseconditie genoemd.

Ik sprak Van Wolferen en enkele andere mannen met het syndroom in het kader van mijn onderzoek naar het hormoon dat tijdens deze serie over mannelijkheid alleen zijdelings aan bod was gekomen, maar waar ik niet omheen kon: testosteron.

Het mannelijk geslachtshormoon heeft geen beste reputatie: het zou verantwoordelijk zijn voor agressie, hebzucht en seksisme. Het zou mannen aanzetten tot huiselijk geweld, seksueel misbruik, oorlog In zijn boek Typisch Testosteron suggereert Aart de Kruif een verband tussen testosteron en oorlog. oorlog en de onverantwoorde risico’s Dit onderzoek beweert een verband te hebben gevonden tussen testosteron en ‘onverantwoord handelen.’ de onverantwoorde risico’s die leidden tot de bankencrisis. Dit artikel suggereert een verband tussen testosteron en haantjesgedrag. de bankencrisis.

Die reputatie doet het hormoon tekort, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek van de afgelopen jaren. En de andere reputatie, dat testosteron het verschil maakt tussen mannelijk en vrouwelijk gedrag, is óók op losse schroeven komen te staan. Ook vrouwen staan onder invloed van het hormoon, de verschillende effecten ervan zouden veroorzaakt worden door opvoeding en omgeving.

Tijd om op een rij te zetten wat we nu weten over de gedragseffecten van testosteron en het hormoon in een ander perspectief te plaatsen. Ik sprak hiervoor niet alleen met de Klinefeltermannen, maar ook met een endocrinoloog, een uroloog en verschillende wetenschappers. Vijf mythes over de werking en de effecten van context voorzien.

Mythe 1. Je testosteronniveau is aangeboren

Testosteron is een vetachtig molecuul dat bij mannen wordt geproduceerd in de teelballen, testes en bij vrouwen in geringe mate in de eierstokken en bijnieren. Het is dit hormoon dat tijdens de foetale ontwikkeling het verschil maakt tussen meisjes en jongens, door de ontwikkeling van de testikels en penis op gang te brengen. Het is dit hormoon dat tijdens de puberteit die verschillen nog veel groter maakt, door de spiergroei en lichaamsbeharing van mannen te stimuleren en de stem te verlagen. Het is dit hormoon waarvan mannen gemiddeld tien keer zoveel in hun bloed hebben.

Ons testosteron is dus deels aangeboren. Maar minstens zo belangrijk is de gevoeligheid van onze hersenen voor het hormoon. Die ontstaat wanneer we nog in de baarmoeder zitten. Jongetjes maken daar meer van het hormoon aan dan meisjes en vormen daardoor meer receptoren in hun brein voor testosteron, wat een rol gaat spelen vanaf de puberteit.  Uit proefdierstudies is gebleken dat wanneer je deze hormoonproductie verstoort, mannetjes op latere leeftijd vrouwelijk gedrag gaan vertonen.

Wie getrouwd is en jonge kinderen heeft, heeft een lager testosteronniveau

Vermoedelijk gaat die aanmaak van receptoren onder invloed van sociale factoren nog door in de jaren na de geboorte, totdat in de puberteit de productie van het hormoon opnieuw begint. Het feit dat zowel bij mannen als bij vrouwen de baarmoederlijke blootstelling aan testosteron varieert, verklaart mogelijk ook een deel van de variatie in mannelijke en vrouwelijke kenmerken als spieropbouw, de breedte van de kaak en vaardigheden zoals empathie. Er is ook een theorie – door Simon Baron Cohen beschreven in het boek The Essential Difference – die stelt dat mannen die in de baarmoeder aan een zeer hoge hoeveelheid testosteron zijn blootgesteld autisme ontwikkelen. De lage mate van empathie en hoge mate van systematisch denken zou een extreme vorm van mannelijkheid zijn.

Naast de blootstelling in de baarmoeder en de vroege jeugd is de omgeving waarin we ons als volwassenen begeven belangrijk voor ons testosteron. Justin Carré van de Nipissing Universiteit in Canada ontdekte dat ijshockeyspelers in de aanloop naar een duel een hoger testosteronlevel kregen. Tijdens de wedstrijd steeg het niveau verder. Wonnen ze, dan piekte het niveau. Bij verlies daalde het juist, en die daling was flink groter dan de stijging bij winnaars – de losing mood is blijkbaar sterker dan de winning mood. Bekijk hier Carrés onderzoek naar de ijshockeyers. mood.

Als een aantrekkelijke vrouw in de buurt komt van vrijgezelle jongemannen, stijgt hun testosterongehalte en vertonen ze meer risicogedrag. Bekijk hier het onderzoek naar de aanwezigheid van vrouwen en de stijging van het testosteronlevel. risicogedrag. Verder zijn er omstandigheden waarbij testosteron slecht van pas komt. Wie getrouwd is en jonge kinderen heeft, heeft een lager testosteronniveau. En vanaf het vijfentwintigste levensjaar neemt het testosterongehalte van mannen geleidelijk af: een vijfenzeventigjarige heeft nog 65 procent over van het testosteronniveau van een jongeman.

Testosteron is deels aangeboren maar wordt dus ook door allerlei factoren beïnvloed. Steeds lijkt het erop neer te komen: het stofje stijgt onder omstandigheden waarbij status verworven kan of verdedigd dient te worden of wanneer er werk te verrichten is op de liefdesmarkt.

Mythe 2. Testosteron is een agressiehormoon

Het effect van testosteron op de meeste proefdieren is helder: mannetjes met meer testosteron in hun bloed zijn dominanter en agressiever. Toediening van de stof lokt zowel bij vrouwtjes als mannetjes dit gedrag uit. Dit staat in het boek Typisch testosteron, van diergeneeskundig hoogleraar voortplanting en verloskunde Aart de Kruif.

Maar geldt dit ook bij mensen? Door de dierstudies was het verband met oorlogvoering, seksueel geweld en hooliganisme natuurlijk snel gelegd. Terwijl het veel complexer ligt. Neem Daniël van Wolferen. Doordat hij een tekort aan testosteron had, gingen zijn emoties met hem aan de haal en had hij juist enorm last van agressie. Daar stond tegenover dat hij heel teruggetrokken, onzeker en initiatiefloos was, iets wat ook bij andere Klinefeltermannen terugkwam die ik sprak.

‘In mijn praktijk kan ik haast bij binnenkomst al het testosteronniveau van de man inschatten,’ zegt Aart Mudde, endocrinoloog in het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem en de behandelaar van Van Wolferen. ‘Een man met weinig testosteron komt onzeker binnen, kijkt weg, aarzelt om te gaan zitten. Hij vraagt als het ware aan mij om de leiding te nemen.’

Dat komt ook naar voren uit wetenschappelijke experimenten. Testosteron is nodig voor assertiviteit en zelfverzekerdheid. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat testosteron het empathisch vermogen onderdrukt, Lees hier een onderzoek naar de invloed van testosteron op het empathisch vermogen. onderdrukt, wat onder meer leidt tot het minder goed kunnen aflezen van andermans emoties. Dat zou je kunnen zien als iets negatiefs, maar iemand die te empathisch is, komt niet meer voor zichzelf op.

‘Ik kan haast bij binnenkomst al het testosteronniveau van de man inschatten’

Niet gek dus dat transgenderpersonen die een testosteronkuur ondergaan vaak zeggen dat hun gevoelsleven verandert. Zoals Mounir (voorheen Monique) Samuel het me laatst vertelde: ‘Sinds ik de testosteron toedien, huil ik veel minder snel. Nu heb ik gevoelens, toen was ik mijn gevoelens.’

Dan nog even over testosteron en agressie. Hoezeer het verband tussen die twee voor waar wordt aangenomen, bleek uit een studie die in 2010 verscheen in Nature. Bekijk hier het onderzoek dat in 2010 in Nature stond. Nature. Deelnemers aan een spel die dachten testosteron toegediend te hebben gekregen, gedroegen zich daar ook naar: hun stijl was egoïstischer en minder fair. Terwijl de deelnemers die de stof inderdaad hadden toegediend gekregen maar daar niet van op hoogte waren, juist eerlijker speelden.

Dat betekent niet dat testosteron nooit tot agressie kan leiden, legt Jack van Honk uit. Hij is hoogleraar sociale hersenwetenschap aan de Universiteit Utrecht en een van de pioniers in het testosterononderzoek. ‘Als je proefpersonen de stof toedient en hen niets bijzonders laat doen, heeft het geen effect. Er gebeurt alleen wat als de sociale omgeving erom vraagt.’

In het geval van zo’n provocatie Bekijk hier het onderzoek naar testosteron na provocatie. provocatie blijken sommige mannen onder invloed van testosteron wel degelijk van zich af te bijten. Dit betreft alleen mannen met een impulsieve of dominante persoonlijkheid – de link naar hooligans of wereldleiders is al snel gelegd. Mannen die niet dominant zijn, worden van een hoger testosteronniveau helemaal niet agressiever. En een dominante man met goede sociale vaardigheden heeft geen agressie nodig.

Wat voor gedrag je vertoont, hangt uiteindelijk af van je culturele en sociale omstandigheden en van je persoonlijkheid. Dat verklaart waarom de ene man van testosteron agressief wordt en de ander juist niet: niet iedereen heeft er baat bij om zijn tanden te laten zien, bijvoorbeeld omdat ze simpelweg niet sterk genoeg zijn om indruk te maken of een andere respons beter werkt.

Het verklaart ook dat je de ene keer van testosteron agressief kunt worden en de andere keer niet. Zo bleek uit een studie die pas in PNAS Bekijk hier de studie die in PNAS verscheen. PNAS verscheen dat testosteron bij dezelfde personen zowel antisociaal als sociaal gedrag kan stimuleren. Beide gedragingen verhoogden de kans op succes, en daar was het de betreffende deelnemers om te doen.

Mythe 3. Testosteron is een sekshormoon

Dat de effecten van testosteron zo uiteenlopend zijn, wil niet zeggen dat er geen universeel mechanisme onder ligt. Uiteindelijk draait het allemaal om seks. Testosteron verschaft ons allereerst ons libido en wekt gedrag op dat direct en indirect gericht is op de voortplanting.

Zo bleek dat mannen na toediening van testosteron een grotere voorkeur hebben voor een vrouw met een feminiener gezicht – met vollere lippen, grotere ogen en een smallere kin. Dat zou een teken van vruchtbaarheid en zorgzaamheid zijn. Bekijk hier het onderzoek naar het feminieme gezicht en testosteron. zijn.

En een gebrek aan testosteron leidt meestal tot een gebrek aan interesse in seks. Van Wolferen vormt daarop een uitzondering, waarschijnlijk omdat hij weliswaar weinig, maar wel wat testosteron produceerde: hij had wel een actief seksleven en had voordat hij de diagnose Klinefelter had ook een vriendin, al gaf hij niet erg veel om haar en de relatie. ‘Het kon me weinig schelen dat ze er flink op los flirtte met andere mannen,’ zegt hij.

‘Het kon me weinig schelen dat ze er flink op los flirtte met andere mannen’

Het effect is ook indirect: testosteron stimuleert gedrag dat onze waarde verhoogt op de liefdesmarkt. Wie een hoger testosterongehalte heeft, is alerter op omgevingssignalen (knipogen, lachjes, concurrenten), ontdekten Nederlandse onderzoekers. Bekijk hier het Nederlandse onderzoek naar testosteron en omgevingssignalen. onderzoekers. Ook is diegene er meer op gebrand status te verwerven en te behouden.

Dat verklaart ook dat bij wie nauwelijks testosteron heeft, zoals Van Wolferen en andere mannen met het syndroom van Klinefelter, deze stimulans (grotendeels) ontbreekt. Ook verklaart het mede dat lang niet iedereen even ambitieus is.

Van Wolferen vertelde bijvoorbeeld dat hij altijd wel een perfectionist is geweest, maar de eer die hij met werk of andere dingen kon verdienen nooit een rol speelde. ‘Ik was altijd uren met iets bezig, maar dat was om mensen te helpen. Dat zat gewoon in mijn aard.’

Testosteron draagt ook bij aan de beschermende functie die dominante mannen vaak uitoefenen in een maatschappij: ze laten zich gelden om zo hun eigen status te bevestigen. Vandaar dat ze zich naar hun eigen, veilige groep toe sociaal opstellen en naar de ‘boze buitenwereld’ toe agressief, hard en wantrouwiger – hun hartslag gaat bijvoorbeeld meer omhoog bij het zien van een boos gezicht. Bekijk hier het onderzoek naar dominatie, bescherming en testosteron. gezicht. Dus ja, testosteron draait om seks, maar jaagt ook allerlei ander gedrag aan – die een samenleving ook ten goede kunnen komen.

Mythe 4. Testosteron is het competitiehormoon

Over het algemeen hebben mannen met een hoge sociale status inderdaad een hoger testosterongehalte, net zoals de opperaap dat heeft bij andere mensapen. En testosteron hangt ook samen met de wil om te winnen.

Maar er zijn ook veel mannen die weliswaar veel testosteron hebben en tóch niet streven naar dominantie. Bij hen wordt het effect van testosteron gedempt door een hoog stressgehalte – cortisol. Dit artikel legt het verband tussen dominantie, testosteron en cortisol goed uit. cortisol. Dat zijn de puberjongens die hunkeren naar een meisje, maar niet op haar af durven stappen. Het zijn ook de soldaten die trillend in de loopgraven blijven zitten.

Ook zijn er omgevingen, bedrijfsculturen bijvoorbeeld, waar je dominantie niet bereikt met competitie, maar met samenwerking. In dat geval zal het hormoon juist daartoe aanzetten.

En niet iedereen met een hoog ambitieniveau heeft een hoog testosterongehalte. Er zijn namelijk twee manieren om status te verwerven: via dominantie, dus door het streven naar en uitoefenen van macht, en door prestige.

‘Ja, handig was ik wel. En ik stopte niet voor het gelukt was’

In tegenstelling tot dominantie, hangt prestige niet samen Het verband tussen prestige en dominantie wordt in deze publicatie beschreven. niet samen met testosteron. Sterker nog: prestige lijkt testosteron zelfs te onderdrukken. De jonge onderzoeker met hoogleraarsambities heeft er geen baat bij om zijn waarde opponent te intimideren als die een ingewikkelde vraag stelt.  Wetenschappers zien het dominantiesysteem ook wel als primitief, en het prestigesysteem als moderner, beschaafder.

Kortom: in een cultuur waarin prestige belangrijker wordt geacht dan dominantie, zal die strategie meer gebruikt worden; in een harde, meedogenloze wereld steekt de testosterongebaseerde status de kop op. In de gevangenis hoef je niet aan te komen met een competitie om wie het best kan schrijven of darten om de hiërarchie te bepalen.

Van Wolferen heeft nooit de behoefte gehad om carrière te maken, maar als er een technisch probleem opgelost moest worden waar anderen niet uitkwamen, haalde hij er lol uit om er wel in te slagen. ‘Daar heb je MacGyver MacGyver is een Amerikaanse televisieserie die draait om een vindingrijke ex-spion die allerlei wetenschappelijke kennis en huis-, tuin- en keukenapparatuur inzet om problemen op te lossen. weer,’ zeiden ze dan. Ja, handig was ik wel. En ik stopte niet voor het gelukt was.’

Mythe 5. Testosteron is een mannenhormoon

Lange tijd is gedacht dat testosteron nauwelijks een rol speelt bij het gedrag van vrouwen. De laatste jaren is daar verandering in gekomen, legt hoogleraar psychologie Robert Josephs van de universiteit van Texas in Austin uit. Bij vrouwen wordt testosteron in de hersenen omgezet in oestradiol, dat ook motiveert tot seks- en statusgericht gedrag. ‘Alleen uiten ze die competitiedrang anders.’

Lange tijd hing de status van vrouwen nauwelijks af van prestaties en dominantie en veel meer van uiterlijk en zorgzaamheid. Lees hier meer over status en vrouwen. zorgzaamheid. Dat er nog altijd een verschil is met mannen, blijkt uit de enorme bedragen die vrouwen uitgeven aan cosmetica, in Nederland zo’n zeven keer meer dan mannen (deodorant, zeep en aftershave inbegrepen).

Maar is dit omdat deze competitie bij vrouwen ingebakken zit, of omdat wij hen ervoor belonen? Josephs vermoedt het laatste: ‘Er is geen evolutionaire reden om aan te nemen dat vrouwen bij gelijke beloning niet even competitief zijn.’

Hoe kan het dat we testosteron zo koppelen aan mannelijkheid, wanneer een vrouw met een hoog testosteron net zozeer statusgericht is?

Daarmee is niet gezegd dat vrouwen en mannen evenzeer onder invloed staan van testosteron, bijvoorbeeld wat betreft de mate waarin empathie wordt onderdrukt. Ook bij dieren, die niet doen aan ‘stereotypen’ of ‘gendernormen,’ zijn die hormoongerelateerde verschillen duidelijk meetbaar. ‘Mannen en vrouwen hebben gewoon een ander hormoonsysteem,’ zegt Jack van Honk. ‘Het is onzin om te zeggen dat dat niets uitmaakt. Niet voor niets geven we vrouwen die een geslachtsverandering willen ondergaan een mannelijke dosis testosteron.’

Zou het bijvoorbeeld kunnen dat veel vrouwen tegen het glazen plafond aanlopen omdat ze in de baarmoeder en als volwassene minder aan testosteron zijn blootgesteld? Dat vooral vrouwen met een zeer hoog testosteron doordringen tot aan de top?

Vrouwen vertonen over het algemeen meer risicomijdend gedrag in hun carrière, wat het gevolg zou kunnen zijn van het lagere testosteron. Lees hier meer over vrouwen, risicomijdend gedrag en testosteron. testosteron. Maar het valt zeker niet uit te sluiten dat socialisatie hiervan de oorzaak is: van mannen wordt nu eenmaal verwacht dat ze keihard carrière maken en van vrouwen minder.

Hoe kan het dan dat we testosteron zo koppelen aan mannelijkheid, wanneer een vrouw met een hoog testosteronniveau net zozeer statusgericht is? Omdat mannen het haantjesgedrag vaker vertonen. Een dominante man dwingt immers respect af. Een vrouw met dezelfde karakteristieken wordt eerder als onsympathiek en minder aantrekkelijk gezien.

Hierdoor doet zij het op de liefdesmarkt niet zo goed als haar mannelijke evenknie: vaak wordt een vrouw met een hoog testosteronlevel intimiderend en kil gevonden. In het boek The end of men beschrijft de Amerikaanse journaliste Hanna Rosin deze effecten helder en uitgebreid. gevonden. Haar sociale status daalt juist als ze de top bereikt. Pas bij een écht gelijk speelveld, sociaal én economisch, zal blijken welke verschillen ingebakken zitten en welke ingesleten zijn.

En hoe ging het verder met Van Wolferen?

Toen Van Wolferen op recept van endocrinoloog Mudde dagelijks testosterongel op zijn borst begon te smeren, merkt hij in de loop der maanden veranderingen. Eerst was het alsof hij door een tweede puberteit heen ging, met stemmingswisselingen en huilbuien: zijn lichaam moest wennen aan het hormoon. Daarna kwamen de door hem gewenste effecten. Hij begon zich in gezelschappen meer op de voorgrond te plaatsen, maakte makkelijker contact en liet zichzelf meer gelden. ‘Ik ben nu harder en standvastiger,’ zegt hij. ‘Dat mensen over me heen lopen, is wel voorbij.’

Sinds hij uit huis ging, had Van Wolferen bij anderen in huis gewoond. In maart ging hij op zichzelf wonen. Dat lukte prima, hij vraagt zich af waarom hij het niet eerder deed. Als hij gedronken heeft, heeft hij wel een wat korter lontje dan voorheen. Ja, dat kan zo nu en dan weleens ruzie opleveren in het uitgaansleven. Of dat door de testosteron die hij nog altijd dagelijks opsmeert komt? ‘Ik weet het niet. Dat kan ook gewoon mijn aard zijn.’

En zijn relatie? ‘Die is helaas door de testosteron naar de klote gegaan,’ zegt hij. ‘Met de gel begon ik meer te geven om mijn liefdesleven. Het geflierefluit van mijn vriendin en de aandacht van andere mannen pikte ik niet meer, wat resulteerde in conflicten, scheldpartijen en echte ruzie. Twee jaar geleden was het over. Dat was eerst wel even pittig, maar nu voel ik me er een stuk beter bij. Ik heb het veel te lang geslikt.’

Update: In een eerdere versie stond dat vrouwen zeven keer meer dan mannen aan make-up uitgeven. Dat moet zijn ‘aan cosmetica’ en is aangepast. In het boxje bij Klinefelter stond dat mannen met dit syndroom een of meer extra X- of Y-chromosoom hebben, maar ze hebben een of meer X-chromosomen, dat is aangepast. Er stond spier- en lichaamsbeharing, maar dat moest zijn spiergroei en lichaamsbeharing en is aangepast.

Meer over mannen en

oktober 23, 2016Permalink

Zeg eens nee tegen verandering

Wat zou er gebeuren als je overweegt om te stoppen met je te spenderen aan veranderen? Dat is een rare gedachte, zeker van een adviseur die in is gespecialiseerd. Maar… blijf even bij me.

Want is het niet net zo’n rare gedachte om aan te nemen dat verandering in organisatie en samenleving een constante is geworden en de acceleratiecultuur van sneller, sneller een feit? Wat maakt dat je de ene gedachte omarmt en de andere verwerpt?

Zelf kiezen

Waarom ik je deze vraag voorhoud is omdat je kunt kiezen. De ene bewering is namelijk niet meer ‘waar’ dan de andere. Zeker, je kunt met groot gemak de vele veranderingen aanwijzen die zich in je werk, organisatie en omgeving afspelen. Maar je kunt even gemakkelijk situaties in je werk en leven aanwijzen waarbij weinig verandert en waar het zonder verandering desondanks uitstekend mee gaat. Dus je maakt, bewust of onbewust, een keuze voor de gedachte die je aantrekkelijk lijkt en waarmee je je verbindt. Het is de moeite waard om te kijken wat die voorkeur motiveert.

Het gaat me hier niet om wie er hier gelijk heeft, of welke gedachte over verandering ‘beter’ of ‘slechter’ is. Ik ben meer geïnteresseerd in de consequenties die de voortdurende drang tot verandering en met zich mee brengt.

Want dat de voortdurende voorrang die we geven aan vernieuwing en verbetering ingrijpende gevolgen heeft staat wel vast. Kijk bijvoorbeeld maar eens naar de mondiale gevolgen voor klimaat en milieu, maar ook naar de ‘kleine’ intermenselijke gevolgen van voortdurende vernieuwing en verbetering.

Gevolgen van veranderingen

Psycholoog Svend Brinkmann wijst er in zijn boekje ‘Standvastig’ op dat we gemiddeld twee uur minder slapen dan mensen die aan het eind van de 19e eeuw leefden en gemiddeld een half uur minder dan mensen in de zeventiger jaren van de twintigste eeuw. Mensen ervaren vandaag de dag een chronisch tijdgebrek omdat alles mogelijk is, ze alles gedaan willen hebben en hun tijd beperkt is.

Hij geeft verder ook aan dat mensen steeds meer moeite hebben met het onderhouden van duurzame relaties. Er valt dus nog wel het nodige af te dingen op de waarde van veranderen, zeker als we ook de kosten ervan in ogenschouw nemen.

Ik wil je daarom uitnodigen voor een klein gedachten-experiment.

Stel je eens voor….

… dat jouw organisatie stopt met het aankondigen en doorvoeren van veranderingen, laten we zeggen voor een jaar.

Je hoeft een jaar lang niets te verbeteren, niet van jezelf, je collega’s of je klanten en ook niet aan jezelf of anderen en je bent tevreden met wie je bent, wat je doet en wat je betekent voor anderen. Je waardeert wat er is en wat je klanten waarderen aan je producten en diensten. Je gebruikt deze waardering als enige graadmeter voor wat je doet.

Dat betekent niet dat je op je lauweren kunt rusten. In het benadrukken van de waarde die er is zit namelijk een ingebouwde dynamiek om dat voort te zetten.

Stel je voor: Je bent coach of je werkt in de en jij en je organisatie vinden het belangrijk om mensen te helpen. De waarde van ‘willen helpen’ komt dan tot uitdrukking in de dagelijkse interacties van jou en je collega’s met elkaar en met je cliënten. De dynamiek in al je interacties houdt in dat het leveren van die hulp of zorg er over een jaar anders uitziet dan nu, omdat deze meebeweegt met wat mensen willen en doen. Je hoeft daarvoor geen enkel veranderingsproces op te zetten anders dan aandachtig zijn en sensitief in de interactie.

De gewoonten en routines die jij of je organisatie hebben opgebouwd bevatten vanuit zichzelf potentie, daar hoeft niet iets van buiten aan te worden toegevoegd. Als je daar het komende jaar jouw aandacht op richt, wat zou zo’n her-oriëntatie jou en jouw organisatie brengen? En je mensen? Hoeveel tijd levert je dat in je agenda op en waar zou je die dan aan besteden? En wat levert het je op als je je volle aandacht geeft aan de waarde die je creëert in de relatie met je klanten, cliënten of met je collega’s? Denk er eens over na…..

Veranderdruk

Ik denk dat de druk en drukte die we creëren met het continue willen of moeten veranderen van allerlei dingen in organisaties nadelige bij-effecten creëert die, als we er goed naar kijken, de vraag rechtvaardigt of de organisatie er echt iets mee opschiet. Dat is een ethische vraag die managers, voordat ze aan een veranderingsproces beginnen, aan zichzelf zouden moeten stellen.

Een negatief bijeffect dat ik in de praktijk bij veel veranderingen zie is dat de waardeproductie in het primaire proces eronder lijdt en er zelfs permanent op achteruitgaat, simpelweg omdat medewerkers hun aandacht moeten verdelen. De psychoanalyse zegt hierover dat verandering soms onbewust door managers als een organisatorisch defensiemechanisme wordt gebruikt om de spanningen en onzekerheden die het normale dagelijkse werk met zich meebrengt te vermijden. Het is de taak van de manager om die spanningen en onzekerheden op te zoeken, ze samen met de medewerkers aan te gaan en ze óf op te lossen óf te leren verdragen.

In de praktijk je het tegenovergestelde gebeuren. De manager krijgt zijn eigen takenpakket en verdwijnt voor de medewerkers voor een groot deel of zelfs geheel uit beeld.

Uitnodiging

Ik wil je eigenlijk een suggestie meegeven en dat is om de komende tijd iets niet te veranderen, daar ‘nee’ tegen te zeggen en de tijd die dat oplevert te besteden aan iets dat er al is en dat aandacht te geven.

Succes met je experiment!

Robbert Masselink

oktober 16, 2016Permalink

Hoe (on)tevreden is Nederland echt?

Vanuit ontwikkelingsland Amerika zag ik: in weinig landen hebben mensen het zo goed als in Nederland. Toch las ik in het nieuws steeds over de ‘boze Nederlander’. Nu ik terug ben, wil ik op zoek naar een antwoord op de vraag: is Nederland gelukkig? Of is dat schone schijn?

Hoe (on)tevreden is Nederland echt?

Correspondent Klein Nederland

Avatar Arjen van Veelen
Ik zweef in een plezierwiel, zo’n vijftig meter boven zee. Ik droom niet, het is oktober 2016. Scheveningen beschikt sinds kort over een permanent reuzenrad, net als Londen, Tianjin en New York. Mijn gondel heeft airconditioning.Beneden me ligt de pier, die jarenlang oogde als een omgevallen, verwaarloosde Euromast, maar inmiddels is gerestyled tot fraaie foodboulevard waar badgasten, van alle kleuren en talen, smikkelend boven het water kunnen flaneren.Over het strand hobbelen ruiters, in zee dobberen geduldige surfers, langs de vloedlijn zoekt een man met een emmertje naar schaaldieren. De blanke top der duinen schittert, zelfgemaakte vliegers gaan op.Zomaar een maandagmiddag in een volmaakt Nederland.

Nederland welvaartland

Begin deze zomer verhuisden mijn vrouw en ik vanuit het Amerikaanse St. Louis, Missouri Hier kun je al mijn verhalen vanuit Amerika teruglezen. naar het Nederlandse Den Haag. We kenden de stad niet, maar Amsterdam was te duur geworden en Den Haag de enige grote stad met een zee.

‘Nederlanders beseffen niet hoe goed ze het hebben,’ is een dooddoener die je niet vaak genoeg kunt inwrijven.

Wie vanuit een ontwikkelingsland – wat ook Amerika voor een belangrijk deel is – terugkeert, ontkomt niet aan die omgekeerde cultuurschok. Nederland is zo schathemeltjerijk.

‘Nederlanders beseffen niet hoe goed ze het hebben,’ is een dooddoener die je niet vaak genoeg kunt inwrijven

Terwijl ik rondjes draai, heb ik zicht op de historische iconen van de Scheveningse kust. Zoals het Kurhaus, dat prachtige, negentiende-eeuwse badhotel, ooit gebouwd voor de welgestelden.

Op oude reclametekeningen zie je hoe het ooit soeverein te midden van de lege duinen lag. Inmiddels is het hotel ingebouwd met de wanarchitectuur van de jaren zeventig en tachtig. In een recente aflevering Kijk de uitzending ‘Parel aan de Noordzee’ hier terug. van Andere Tijden over Scheveningen klonk verlangen door naar de tijd dat de kust nog leeg was.

En inderdaad: fraai is anders, al die all-you-can-eat-sushi’s, Kruidvats en McDonald’s. Of de casino’s die het Kurhaus van liefst drie kanten omsingelen. Tegelijkertijd is nauwelijks een krachtiger symbool voor onze rijkdom denkbaar dan dit volgebouwde duingebied.

Het Kurhaus raakte in de jaren zestig in verval, juist doordat de groeide: welgestelden namen voortaan het vliegtuig naar de zon. En die zonvlucht lijkt sindsdien een grondrecht voor iedere Nederlander geworden. Zelfs de doorsnee Scheveningse jeugd vliegt in de zomer naar Chersonissos.

En nu ligt de welvaart hier weer voor het oprapen. De snackbars heten ‘fritesatelier’ en in de strandtenten verkopen ze geen kroketten, maar speciaal via een geheim Parijs adresje geïmporteerde sardientjes. Op terrasjes drink je mojito naast boeddhabeelden – tenzij je aan het strandyogaën bent.

Waarom dan zo ontevreden?

Vanuit het reuzenrad zie ik in de verte het standbeeld van de Vissersvrouw bezorgd over zee turen. Even verder staat een monument met namen van omgekomen vissers erop. De laatste visser verdronk jaren geleden. En de Vissersvrouw is nu een museumstuk uit een tijd dat de steenrijken aan het pootjebaden waren in dezelfde zee waar het plebs verdronk.

De beelden die de huidige tijd typeren, zijn de reusachtige boeddha’s die bij talloze strandtenten staan opgesteld – op de plek waar vroeger de vissersboten lagen. Ze stralen een intens behagen uit.

Vanuit de gondel zie ik ook de zuidboulevard. Prachtig vernieuwd, met als vertrouwde ijkpunten de gietijzeren rode vuurtoren en de hardstenen gedenknaald. Die naald werd in 1865 geplaatst om de plek te markeren waar een halve eeuw eerder Willem I Frederik aan land kwam, een rijkeluiszoontje dat dankzij een coup van drie opportunistische heren tot koning van Nederland werd gekroond. Dit is de plek waar de mythe van Nederland is geboren.

Als we inzoomen op de naald zien we goudkleurige teksten aan vier zijden: GOD REDDE NEDERLAND — 30 NOVEMBER 1813 — HET DANKBARE VOLK — 24 AUGUSTUS 1865.

Ruim tweehonderd jaar later is dat dankbare volk zo weldoorvoed en welgesteld als de koning toen. Je zou verwachten dat het nog dankbaarder is geworden.

Het omgekeerde is het geval — als de berichten kloppen die ik in Amerika meekreeg.‘Mensen zijn boos en ze hebben gelijk,’ Het stuk op Joop.nl: ‘Mensen zijn boos en ze hebben gelijk.’ had ik gelezen. En: ‘Boze burgers na referendum nog bozer.’ Het stuk op Ad.nl: ‘Boze burgers na referendum nog bozer.’ En laatst nog, bij de aankondiging van een debat in De Balie: ‘Iedereen is boos.’ Kijk hier het debat tussen Bas Heijne en Tom Lanoye terug.

Zelfs de koning begon er onlangs in de Troonrede weer over. Want de economie draait wel weer als een tierelier, ‘tegelijkertijd zijn in de maalstroom van alledag onrust en onbehagen kenmerken van deze tijd.’

Als ze nu een standbeeld zouden plaatsen, dan was het eerder zo’n weldoorvoede boeddha met een middelvinger omhoog en de tekst: VAN HET ONDANKBARE VOLK.

De problemen van deze tijd

Begin deze zomer, ik was net verhuisd en ging een plant kopen om het balkonnetje mee op te luisteren. Om de hoek zit een snoezige winkelstraat met groentejuweliers, ijscozaken sedert negentienzoveel en een pas geopende Poolse supermarkt.

In de bloemenzaak zocht ik een wijnrank uit. Het was zaterdag, de zon scheen — een meteorologische meevaller na een paar dagen kwakkelend weer. ‘Lekker weertje,’ zei ik dus tegen de verkoopster. Die beaamde dat met een glimlach, maar een andere klant zei, met haar hoofd tussen de flora: ‘Ja, maar dat hadden ze anders níet voorspeld!’

De nijdigheid waarmee de vrouw het zei, bracht me even van mijn stuk: dus toch, de beruchte boze burger bestaat. Ze bleek zelfs ontstemd over de zon, omdat ‘ze’ het weerbericht fout hadden. Had ze haar dag niet? Was ze van dat onverbeterlijke pessimistische soort dat ik wel ken uit de Rotterdamse volkswijk waar ik opgroeide — het type dat loterijen aanklaagt omdat ze weer niets gewonnen hebben?

In ieder geval leek de vrouw een uitzondering. De meerderheid van de Nederlanders die ik trof, straalde van . En ik zag ook geen reden waarom ze hier níet vrolijk zouden zijn. Het leven leek hier een feest. Elke dag is een festival gaande. Vuurwerkfestival, Vliegerfestival, Foodtruckfestival.

De meerderheid van de Nederlanders die ik trof, straalde van geluk

Zelfs de problemen waarover de media berichtten, kwamen eerder komisch over dan tragisch. Zo werd de Scheveningse kust deze zomer geteisterd door een ‘tsunami’ aan golfsurfers, berichtte de NOS. Hier het nieuwsbericht over de tsunami aan golfsurfers. Ik las ook over een afgrijselijke meeuwenoverlast. De Telegraaf: ‘Meeuw verslaat Den Haag.’ En er is sprake van hevige onrust Aldus de NOS: ‘Pokémon-hoofdstad Kijkduin kan overlast Pokémon Go niet meer aan.’ door jongelingen die met hun mobiel door de natuur van Kijkduin struinen op zoek naar Pokémons.

Waren er dan helemaal geen boze burgers? Ik bezocht twee demonstraties, eentje tégen en eentje vóór boerkini’s. Beide trokken slechts een handjevol demonstranten, en zelfs daar leek men niet echt boos. De demonstraties leken eerder verkleedfeesten, eerder verzetjes dan .

Foto's: Arjen van Veelen
Foto’s: Arjen van Veelen

En dus bekroop me het gevoel dat die zorgen van de Nederlanders even virtueel – dat wil zeggen: niet bestaand – zijn als de Pokémonfiguurtjes in de duinen. En dacht ik: de eerste politicus die zegt ‘zanik niet zo, kijk nou hoe fokking rijk we zijn, ga toch stand-uppeddelen’ heeft mijn onverbiddelijke stem.

Maar in Scheveningen is de grootste partij de meeuwenlogopartij. De PVV wil minder moslims. Die moslims zijn niet virtueel, je ziet inderdaad veel moslims op het strand van Scheveningen. Sterker, je ziet er alles door elkaar zitten; barbecueënd, frisbeeënd – het lijkt soms verdomd wel een gelukte samenleving, dat strand.

Nu zijn hier ook best zaken om van te huilen. Bijna één op de vier kinderen in Den Haag groeit op in armoede. Dit meldt Omroep West over armoede in Den Haag. En één op de tien is werkloos. Daarmee zit de stad in de top drie Lees hier wat het AD schrijft over werklozen in Den Haag. van Nederland. En het aantal dakloze Hagenezen groeit explosief. Dit schrijft het AD over daklozen in Den Haag.

Net als in St. Louis waren er hier rellen tegen politiegeweld, bijvoorbeeld toen Mitch Henriquez door agenten werd gedood. En net als St. Louis is Den Haag een van de gesegregeerdste steden van het land. Ook hier het scherpe contrast tussen villa’s en verval.

Maar zelfs in de wijken waar het Lebarablauw domineert, zagen de straten en de mensen er vele malen vrolijker uit dan in de getto’s in St. Louis. Ter illustratie: de graffiti die ik hier aantrof is niet alleen van professioneel niveau – zoals een Haagse Harry op een afbraakpand – maar ook gesubsidieerd en aangebracht om een oude wijk op te fleuren voor die gesloopt wordt voor nieuwbouw.

Het is natuurlijk een dooddoener om te zeggen: ‘Vroeger was het pas erg.’ Of ‘in Afrika, daar hebben ze pas honger.’ En misschien leef ik met mijn hoofd nog te veel in mijn vorige land. Maar ik ben zeer benieuwd: misschien zijn de Nederlanders wel helemaal niet boos. En misschien zijn ze ook helemaal niet verwend.

Begin van een verhalenreeks

Die vragen kan ik natuurlijk niet beantwoorden terwijl ik rondjes draai in mijn ivoren reuzenrad. Dat moet ik aan de Nederlanders zelf vragen. Dat ga ik de komende maanden dus doen. Te beginnen door wandelingen te maken in Den Haag.

Den Haag is Nederland natuurlijk niet, maar staat wel symbool voor Nederland – en niet vanwege de microkosmos Madurodam. De koning werkt er én Barbie. Het is de stad van vlaggetjesdag, van Koninklijke Shell én van de Hofstadgroep. Internationaal én lokaal.

Heel Nederlands, kortom, dus ik hoop dat de verhalen ook inzichtelijk zijn voor de rest van het land — zo niet, dan hoor ik het graag.

Foto's: Arjen van Veelen
Foto’s: Arjen van Veelen

Ik begin mijn wandelingen bij de hardstenen, afgeknotte gedenknaald met de gouden bol, van het Dankbare Volk, naast de halte waar Tram 11 omkeert. Vanaf daar ga ik grofweg de route van die tram volgen, de stad door, door alle bevolkingslagen, naar Hollands Spoor.

Ofwel: van de plek waar de mythe van Nederland geboren is, naar de wijken waar Nederland — volgens sommigen — Nederland niet meer is.

Mijn werkhypothese luidt voorlopig: Nederland is het gelukkigste land op aarde.

Kijken hoe lang die standhoudt.

oktober 9, 2016Permalink

Het simpele recept voor beter onderwijs

Consultant Jaap Versfelt zegde zijn baan op met een simpel idee: het kan leren van het bedrijfsleven. En leraren kunnen beter maken door samen te werken. Vier jaar later gebruiken bijna 500 zijn methode. Die is onwaarschijnlijk eenvoudig.

Het onwaarschijnlijk simpele recept voor beter onderwijs: leraren die samenwerken

Correspondent Onderwijs

Avatar Johannes Visser
Een 'bordsessie' volgens de leerKRACHT-methode. Foto: Florian Braakman (voor De Correspondent)

Een ‘bordsessie’ volgens de -methode. Foto: Florian Braakman (voor De Correspondent)

Wie hoort dat Jaap Versfelt (52) vier jaar geleden nog senior partner was bijMcKinsey en nu een lerarensalaris verdient, zal niet geloven dat de komende 2.500 woorden een succesverhaal beschrijven. Toch is dat het.Ga maar na: in 2012 begon hij met vijftien pilotscholen Stichting leerKRACHT. Nu, vier jaar later, is die stichting actief op bijna 500 scholen. Eén op de acht middelbare scholen doet mee, net als honderden basisscholen en zes pabo’s. 40 procent van de mbo’s heeft meerdere teams die meedoen. 200.000 leerlingen zitten op een school die werkt met de methode-leerKRACHT.Die scholen zijn enthousiast. 80 procent van de leraren op scholen die met leerKRACHT werken, zou de methode aanraden aan collega’s. Onderzoek Hier kan je een samenvatting lezen en het hele onderzoek downloaden.van de Universiteit Utrecht concludeert dat de methode vooralsnog kleine, maar positieve consequenties heeft voor het functioneren van leraren.Drie teams van de Onderwijsinspectie werken inmiddels ook met leerKRACHT, evenals een team op de afdeling primair onderwijs van het ministerie van Onderwijs.En aan het roer staat Jaap Versfelt – de man die in zijn eentje meer betekent voor de kwaliteit van het onderwijs dan tigduizend bestuurders en ambtenaren die nooit in de klas kijken. Hoe? Het antwoord is van een beschamende eenvoudigheid: door ervoor te zorgen dat leraren het hebben over de kwaliteit van hun lessen, opdat ze die samen verbeteren.Toch volgen er nu nog 2.000 woorden.

Wat er mis was met het onderwijs

Het verhaal van leerKRACHT begint in 2012, wanneer Versfelts vrouw op 46-jarige leeftijd besluit dat ze juf wil worden. Versfelt werkt op dat moment bij adviesbureau McKinsey, en vliegt de hele wereld over om bedrijven te helpen problemen op te lossen en een cultuur te creëren van ‘elke dag een beetje beter.’

Versfelt: ‘Mijn vrouw vertelde over Nadine, die haar rekenen gaf en een held was. Maar ook over de man die we thuis ‘video-Piet’ noemen: die zette een video op en die dacht dat dat lesgeven was. En dan zette-ie de week daarop per ongeluk dezelfde video op.’

Zijn vier zoons kwamen jaren geleden al thuis met kritische berichten

Die verhalen kende hij van zijn vier zoons. Die kwamen jaren geleden al thuis met dezelfde, kritische berichten. Maar daarvan dacht hij: ach, ’t zal de puberteit wezen, gewoon je best doen op school en het komt helemaal goed. Nu hoorde hij hetzelfde voor het eerst vanuit het perspectief van een volwassene.

Op een dag vroeg Versfelt aan zijn vrouw: ‘Zullen we die pabo beter gaan maken?’ Ze besloten een enquête te houden onder veertig zij-instromers en presenteerden de resultaten aan een teamleider. Maar die teamleider zei: ‘We herkennen ons totáál niet in dit beeld! Piet is onze topdocent!’ Versfelt: ‘Als ze eens bij Piet in de les was gaan kijken, dan was haar misschien opgevallen dat de helft van de groep tijdens de les de krant zat te lezen omdat ze gedwongen werden aanwezig te zijn. Piet interesseerde het allemaal geen ruk meer.’

Door naar de directie. Die nam een +1 mee.

‘Ik vraag: ‘En wie bent u?’’

Zegt die man: ‘Ik ben de advocaat.’

Versfelt was woedend. Hij kwam in zijn ogen met het grootste cadeau, de van leerlingen, en de directie kon alleen maar aan imagoschade denken. Hij vond het zó erg dat volgende generaties ook van deze mensen les zouden krijgen dat hij besloot ‘iedereen in het onderwijs te mobiliseren die gelooft dat we leraren op een podium moeten zetten – niet om ze te bewonderen, maar omdat we enorm hoge verwachtingen van ze hebben. Dat was de oprichtingsdag, het uur en de minuut van Stichting leerKRACHT.’

Hij zegde zijn baan bij McKinsey op.

Waarom leerKRACHT de leraar centraal zet

In de eerste maanden constateerde hij dat het Nederlandse onderwijs al best goed is. Maar hij constateerde ook dat het Nederlandse onderwijs al dertig jaar best goed was, en ondanks vele pogingen om het onderwijs te verbeteren niet nóg beter, excellent, werd.

Hoe kwam dat toch? Twee jaar eerder, in 2010, hadden buitenlandse oud-collega’s van McKinsey een rapport Hier kan je het onderzoek van McKinsey lezen.geschreven over manieren om het onderwijs te verbeteren. Voor hun onderzoek bezochten ze dertig landen met de vraag hoe ze hun onderwijs verbeterden. De studie concludeert dat landen die al goed onderwijs hadden en excellent zijn geworden, dat allemaal hebben gedaan door te investeren in de kwaliteit van de leraar.

In een praatje in De Balie Vanaf 32:40 is Jaap Versfelt aan het woord in deze videoregistratie.zegt Versfelt: ‘We hebben ons ziek geanalyseerd of er nog iets anders toe doet. Curriculum? Geld? De structuur van het onderwijs? Niets kunnen vinden. Oké, ik moet eerlijk zijn. We hebben één ding kunnen vinden dat er ook toe deed: de kwaliteit van de schoolleider. Wij helemaal blij, er is een tweede reden gevonden. Als je dan het doosje ‘schoolleider’ opendoet en je kijkt naar wat nu een goede schoolleider maakt? Die zorgt voor goede leraren.’

Hoe maak je leraren beter?

Maar hoe maak je leraren beter? Het motto van Stichting leerKRACHT is: ‘Iedere dag samen een beetje beter.’ Versfelt: ‘De effectiviteit daarvan is in talloze bedrijfstakken onderzocht, en talloze bedrijven werken op deze manier. De gekke Henkie hier heet het onderwijs.’ De Onderwijsraad adviseerde het ministerie gisteren nog Hier kan je het advies van de Onderwijsraad teruglezen.om samenwerking beter in te bedden in de dagelijkse onderwijspraktijk.

Want daar is samenwerken inderdaad niet de norm. De OESO concludeerde in maart van dit jaarHet onderzoek van de OESO is hier te downloaden.dat Nederlandse leraren in vergelijking met collega’s uit het buitenland veel in hun eentje werken. Dat is ook wat ik ervaar op mijn eigen school. Zodra het lesuur begint, gaan de meeste deuren dicht. Eens per jaar komt er iemand van de schoolleiding in mijn les kijken. Een bestuurder van de koepel zal je in m’n les helemaal nooit zien.

Versfelt komt die bestuurders regelmatig tegen. Tegen een van hen zei hij eens: ‘Ik heb een púúr hypothetisch voorbeeld: je hebt een uur vrij in je agenda. Ik snap dat het hypothetisch is want je hebt het natuurlijk héél druk, maar waar ga je dat uur aan besteden? Ik geef je twee opties. Je ziet er heel intelligent uit, dus je gaat heel veel verbeteringen bedenken die je scholen dan hopelijk gaan uitvoeren. Of je besteedt het uur aan het creëren van een cultuur waarin leraren zelf hun lessen verbeteren. Hoeveel scholen heb je?’

Ze had er 27.

‘Hoeveel leraren werken daar gemiddeld?’

Dat waren er dertig. Ruim 800 leraren in totaal dus.

Toen zei Versfelt: ‘Stel je voor dat je het voor elkaar krijgt dat elk van die leraren één keer per week één keer iets verbetert aan z’n lessen. Dat betekent 800 maal veertig schoolweken, is 32.000 verbeteringen. Ik ga je niet eens meer vragen hoe jij je uur moet besteden.’

Concreet betekent het dat leraren op eenleerKRACHT-school vier dingen doen: bij elkaar in de les kijken, samen lessen voorbereiden, feedback vragen aan leerlingen en ‘bordsessies’ houden. Versfelt: ‘Het is allemaal heel eenvoudig uit te leggen. Totdat je je realiseert dat je dit niet met een paar leraren doet die altijd enthousiast zijn, maar met iedereen. Niet af en toe, maar elke week. Niet omdat het moet van de schoolleider, maar omdat je het zelf wilt.’

Op het Adelbert College werken docenten iedere dinsdagochtend samen

Op het Adelbert College in Wassenaar (ruim 1.200 leerlingen van vmbo-t tot en met gymnasium) zijn leraren al een jaar bezig met de leerKRACHT-methode. Iedere dinsdag beginnen de lessen pas om 10 voor 10 en duren ze maar veertig minuten, zodat er ’s ochtends tijd is voor leraren om gezamenlijk lessen voor te bereiden en ‘een bordsessie te doen.’

Zo’n bordsessie is een wekelijks overleg van maximaal 15 minuten waarin – staand voor het bord en altijd in dezelfde volgorde – successen worden besproken, worden opgesteld, ‘leraaracties’ worden bedacht om die doelen te bereiken en lesbezoeken worden ingepland. Zo’n sessie begint altijd met de vraag hoe iedereen zich voelt. Leraren geven dat aan door middel van een blije, neutrale of droevige smiley – daar wordt dan kort bij stilgestaan.

‘Dat klinkt kinderachtig, maar is wel goed,’ vindt Martijn de Prenter (32), die sinds 2009 docent biologie en NLT is op de school. ‘De sfeer is namelijk allesbepalend. In sommige secties liepen dingen al jaren niet lekker, merken we nu op. Dat moet eerst worden opgelost voor je verder kan.’ Daarom deelt een docent wiskunde eerst met zijn collega’s dat zijn dochter in het weekend een knieband heeft gescheurd.

Er zijn ook successen. Er zijn veel aanmeldingen voor de personeelsbarbecue en het is iedereen gelukt met Bettermarks te werken. Op één docent na.

‘Daar kijken we straks naar, maar nu wil ik door.’ Tegen mij: ‘Normaal zetten we altijd een wekker.’

Overal in de school zijn vaksecties aan het werk. De docenten Nederlands hebben hun bordsessie al gehad en bereiden nu hun lessen voor. Bij de kunstvakken – zes blije smileys – zitten de sfeer en het tempo er goed in.

‘Vind je het leuk als ik bij jou kom kijken?’

‘Ik heb misschien nog wel iets om ze actiever te krijgen.’

‘Zullen we verder gaan? Even snel naar de acties. Heeft iedereen het materiaal gelezen over differentiatie?’

Dat heeft iedereen.

‘Zullen we al onze ideeën samenvoegen tot de perfecte les?’

‘Dan nemen we gewoon mijn lessen.’

Foto's: Florian Braakman
Foto’s: Florian Braakman

‘Het is taboe om er iets van te zeggen als iemand al vijf jaar slecht lesgeeft’

Tijdens de gezamenlijke sessie van de secties natuur- en scheikunde – vijf mannen, twee blije en drie neutrale smileys – worden ideeën gedeeld om meer aandacht te besteden aan verschillen tussen leerlingen in de les. Een gebrek daaraan was het voornaamste kritiekpunt van de Onderwijsinspectie, toen de school vorig jaar ondanks prima eindexamenresultaten het predicaat ‘zwak’ kreeg.

Michiel Wagter (44) is een van de docenten die zijn ideeën deelt. Hij werkt sinds acht jaar op het Adelbert College. Hij is blij met de aanpak van Stichting leerKRACHT, die zijn sectie naar eigen zeggen faciliteert in wat ze al jaren buiten al hun reguliere werk om moesten organiseren. ‘Voorheen kwam je minder vaak bij elkaar, maar dan wel twee uur lang. Dan kwam je twee maanden later weer bij elkaar en was 90 procent niet gebeurd.’

Daar kon je dan eenvoudig mee wegkomen. Wagter: ‘We spreken elkaar in het onderwijs niet aan op gedrag. Het is taboe om er iets van te zeggen als iemand al vijf jaar slecht lesgeeft.’ Voor hij leraar scheikunde en NLT werd, werkte hij op de afdeling sales van een reclamebureau. ‘Daar was de cultuur compleet anders. Sales was spijkerhard, dan flikkerde je er gewoon uit.’

Ook dat was niet goed, vindt hij, maar leerKRACHT probeert juist de middenweg te vinden. ‘Ik denk dat we meer opschuiven naar meer samenwerken en elkaar meer aanspreken. Nu gebeurt het meeste wel in plaats van niet. Maar we zijn er nog lang niet.’

Het Kandinsky College probeert nóg excellenter te worden

Op het Kandinsky College in Nijmegen, een school met 1.500 leerlingen voor vmbo, havo, vwo en gymnasium, leert het docententeam vandaag voor het eerst kennismaken met Stichting leerKRACHT. Vorig schooljaar zijn veertig docenten getraind om ‘aanjager’ te worden op hun eigen school. De komende acht weken trainen de aanjagers op hun beurt collega’s, zodat iedereen over twee maanden bekend is met de methode van leerKRACHT.

Niet dat het slecht gaat. De school kreeg in januari 2016 voor het vierde achtereenvolgende jaar het predicaat Excellente School toegewezen. Toch kan leerKRACHT de school helpen om nog net een stapje beter te worden, denkt afdelingsleider havo Angélique Vermeulen. Zij haalde de methode de school binnen, al was dat niet gemakkelijk. Ze moest met collega’s lobbyen bij de directie en kreeg met veel moeite voor elkaar dat er tijd werd vrijgemaakt. Toen collega’s voor de vakantie hoorden over de nieuwe plannen, was ook niet iedereen gelijk enthousiast. Vermeulen: ‘Mensen hadden zoiets van: er wordt ons weer iets opgelegd. En terecht. De afgelopen jaren zijn er allerlei onderwijsontwikkelingen van bovenaf de scholen ingegooid. Dat werkt niet.’

Werkt leerKRACHT wel?

In lokaal 27 is het allemaal nog even wennen. Een deel van de docenten staat rond het digibord, maar een enkeling is er toch bij gaan zitten. De successen staan op het bord. De ecologiedag ging ‘top,’ een van de docenten roemt haar mentorklas, een ander heeft een goed mentorgesprek gevoerd.

Een van de aanjagers vat samen: ‘En dit is dus hoe we voortaan doelen bespreken.’

Aarzeling in de groep. ‘Wat zijn die doelen dan?’

Vermeulen grijpt in. ‘Het idee is juist dat de doelen vanuit de docenten komen. Jullie zijn de experts.’

Foto's: Florian Braakman
Foto’s: Florian Braakman

In lokaal 18 zijn de doelen net in groepjes besproken. Op de lange termijn wil groep 1 inzetten op de zelfredzaamheid van leerlingen. Komende week zullen ze hun leerlingen vaker dingen zélf laten opzoeken. Groep 2 wil op zoek naar ‘effectieve didactiek’ om leerlingen woordjes te laten leren. Groep 3 wil dat leerlingen beter om leren gaan met ICT. ‘We vragen op dat gebied heel veel van ze, maar we leren het ze nooit.’

Elf blije, een neutrale en één droevige smiley: de middag was een succes

Er wordt afgesproken dat iedereen volgende week nadenkt over zijn eigen expertise op dat gebied. Aan het eind van de middag staan de successen op het bord, zijn de doelen besproken, zijn er leraaracties afgesproken en is er een planning gemaakt om bij elkaar in de les te kijken.

Tegen vijven komen alle aanjagers bij elkaar. Elf blije, één neutrale en één droevige smiley: de middag was een succes.

‘Iedereen deed mee.’

‘Ja. Het was constructief.’

‘Hmm. Mja.’

‘Jij gebruikte daar een mooi woord voor net.’

‘Onderzoekend leren?’

‘Nee, nee… Saamhorigheid!’

‘Rob, hoe is jouw smiley?’ Een twaalfde blije smiley.

Er komt nog iemand binnen. ‘Pff… neutraal.’ De neutrale smiley op het digibord telt op naar twee.

‘Niet alles hoeft ook in één keer hè?’

Foto's: Florian Braakman
Foto’s: Florian Braakman

Het doel van leerKRACHT: overbodig zijn

Wat mij opvalt tijdens de schoolbezoeken is dat de kwaliteit van de samenwerking per team sterk verschilt. De ene groep is zichtbaar nog niet op zijn gemak met de methode, terwijl een andere groep in een kwartier tijd veel afspraken weet te maken. Maar al die docenten hebben het wél over wat er in hun lessen gebeurt en zoeken samen naar oplossingen – en dat is winst.

Op de een of twee scholen die met leerKRACHT werken die Versfelt per week bezoekt, ziet hij wat hij ook ziet in alle bedrijven waar hij bij McKinsey mee werkte: dat het hartstikke zwaar en moeilijk is om zo’n cultuur te creëren.

‘Maar ik zie ook dat het lukt. Niet meteen, maar daarom hebben we ook een programma dat scholen twee jaar lang begeleidt.’ Op het Adelbert College schatten ze dat het nog vier tot zeven jaar kan duren voor het vanzelfsprekend is dat leraren gezamenlijk doelen stellen en elkaar daarop aanspreken. Als een nieuwe rector zou besluiten het wekelijkse overlegmoment uit de roosters te schrappen, zou alles in no-time terug bij het oude zijn.

Versfelt is daar niet bang voor. ‘Ik zie aankomen dat wat wij gestart zijn niet meer gestopt kan worden. Als dat tipping point bereikt is dan kunnen wij ons opheffen. Over een jaar komen de eerste studenten van pabo’s die gewend zijn om te werken in een cultuur van ‘samen elke dag een beetje beter.’ Dat soort pabo-studenten zal beweging willen krijgen in de huidige schoolcultuur.’

‘Dat had het ministerie ook kunnen doen, ja. Dat was denk ik heel slim geweest.’

oktober 2, 2016Permalink