Allemaal naïef

Naïef en worden vaak in een adem genoemd. Als je eenmaal doorhebt hoe ellendig de is, moet je je daar blijkbaar naar gedragen. Maar hoe langer je erover nadenkt, hoe vreemder het is dat optimisme en naïviteit zo inwisselbaar zijn geworden.

We zijn , laten we ophouden dit elkaar te verwijten
Gastcorrespondent Afhankelijkheid
Rebekkade Wit
Illustratie: Bethany Walrond (voor De Correspondent)

Net na de Amerikaanse verkiezingen zei ik tegen iemand dat ik zin had om mijn brandweerpak aan te trekken.

Hij vroeg wat ik bedoelde. Het was een metafoor, zei ik. Ik had de drang om ‘iets te doen.’ Een vinger in een dijk steken, een brand blussen. Ook die brand was een metafoor.

Aan het einde van het gesprek zei hij dat hij blij was dat hij weer eens een ‘naïef en optimistisch iemand’ had ontmoet.

Ik wist niet wat ik daarvan moest denken, want ik voelde me helemaal niet naïef en optimistisch. Ik weet dat die woorden vaker naast elkaar staan, soms zelfs als synoniemen van elkaar worden gebruikt, maar waarom eigenlijk? Volgens mij omdat we ervan uitgaan dat als je de wereld eenmaal doorziet, je er van wordt. Als je eenmaal doorhebt hoe kut de wereld is, moet je je daar blijkbaar naar gedragen.

Iemand anders zei laatst tegen mij: ‘Soms ben ik bang dat jouw generatie denkt dat alles toch nog goedkomt.’ We keken op dat moment uit op een balkon waar iemand een heel kleine moestuin aan het aanleggen was. Eigenlijk was het een plantenbak, maar toen we vroegen wat hij aan het doen was, zei hij dat hij bezig was aan zijn moestuin. Ik denk niet dat dat naïef en optimistisch was. Ik denk eerder dat het een soort goedgemutste wanhoop was.

Ik heb wel vaker gehoord dat mijn generatie naïef en optimistisch zou zijn. Ik denk het niet. Als je mij kunt betrappen op hoop of een moestuin in mijn zinnen dan kan ik je verzekeren dat die gemaakt is van wanhoop. Optimisme of hoop suggereert wellicht dat je de krant niet leest, maar in mijn geval is hopen het enige wat ik kan doen met de wanhoop waar ik na het lezen van de krant mee achtergelaten word.

En zoals ik het gelul vind dat er na Auschwitz geen gedichten meer geschreven mochten worden, Dat stelde de Duitse filosoof Theodor Adorno. Dat stelde de Duitse filosoof Theodor Adorno. geschreven mochten worden, dat zwijgen de enige legitieme reactie was op de toestand, vind ik het gelul dat pessimisme of wanhoop de enige legitieme reactie is op de toestand van de wereld. Ja, hoe langer je erover nadenkt, hoe vreemder het is dat optimisme en naïviteit zo inwisselbaar zijn geworden.

Als je probeert te begrijpen wat Amerika in Vietnam te zoeken had, kom je al snel bij de dominotheorie uit. Het was het idee dat heel Zuidoost-Azië – nee, de hele wereld! – communistisch zou worden als Vietnam niet binnengevallen zou worden.

Ik stel me voor dat Dwight Eisenhower President van de Verenigde Staten (1953-1961) tijdens de Vietnamoorlog. echt een dominospel had uitgestald op een tafel in het Witte Huis voordat er vergaderd zou worden over de kwestie Vietnam. Dat de president de hele ochtend voorover gebogen had gezeten om de hele wereld in dominosteentjes uit te stallen.

De Amerikanen waren toen op het hoogtepunt van de angst dat het communisme een besmettelijke ziekte was en Eisenhower liet de regering zien wat er met de wereld zou gebeuren als Vietnam zou omvallen. Hij duwde het steentje om dat Vietnam moest voorstellen. Vervolgens vielen alle steentjes, zo had hij ze namelijk opgesteld en uiteindelijk viel ook het steentje dat Amerika moest voorstellen en iedereen aan die tafel was zo geschrokken van het feit dat het lichtgele steentje waarop een de U stond van United (States) dat ze begonnen aan een oorlog die twintig jaar zou duren.

In heel veel opzichten is de Vietnamoorlog verschrikkelijk naïef geweest, en over die naïviteit is niemand heel opgetogen

In heel veel opzichten is de Vietnamoorlog verschrikkelijk naïef geweest, en over die naïviteit is geloof ik niemand heel opgetogen. Toch is die oorlog niet als naïef de boeken ingegaan. Wel als een fout, maar niet als naïef. Waarom is naïviteit zo makkelijk aan het goede toe te schrijven, of het onschuldige, maar niet aan bijvoorbeeld oorlogen?

Toen ik op Google naar meer voorbeelden van naïeve oorlogen zocht, kwam op een site Hier kwam ik terecht. Hier kwam ik terecht. een site terecht waar iemand fulmineerde tegen de arrogantie en naïviteit van de westerse oorlogvoering. Dat je niet moet denken dat je zomaar een een democratie in kunt bombarderen. ‘Misschien zijn die landen nog wel eeuwen van een democratie verwijderd.’

Ik geloof niet dat hij doorhad dat de taal waarin hij zijn strijd tegen oorlog voerde, hoe hij sprak over ‘culturen die nog eeuwen verwijderd zijn van onze beschaving,’ dezelfde taal is die oorlogen rechtvaardigt.

Is dat naïef? Ik weet het niet. Ik denk niet dat hij zichzelf naïef vindt. Wat trouwens een heel vreemd neveneffect is van het woord. Zodra je anderen naïef noemt, ben je het per definitie niet zelf. Ik kan me voorstellen dat alle mensen die zeiden dat het wel meeviel met de besmettelijkheid van het communisme naïef werden genoemd en zo van de dominotafel werden gestuurd.

Het is een diskwalificatiemiddel dat heel effectief is.

Ik twijfel zelden aan de autoriteit van de scheidsrechter die mij van tafel stuurt door te zeggen dat ik naïef ben.

Iemand vertelde mij laatst dat zij een oom heeft die rijk is geworden met het vervoer van wapens. Als zij hem daarnaar vraagt zegt hij meestal dat de wereld ‘nu eenmaal corrupt is.’
‘En als je niet corrupt ben, ben je naïef.’ Ze vroeg hem tot welke categorie zij zelf dan behoorde volgens hem, waarop hij zei dat als ze een mening had over zijn werk, ze waarschijnlijk naïef was.

Los van het feit dat ik me schaamde ten aanzien van het hele universum voor die opmerking, werd ik ineens bang dat als mensen mogen kiezen tussen corrupt en naïef, ze dan liever corrupt zijn.

Christoffel Columbus schrijft Hier vind je een Nederlandse versie. Hier vind je een Nederlandse versie. schrijft in zijn scheepsdagboek uitgebreid over de ‘gedweeë en goedgelovige bevolking.’ Ik denk dat Columbus op dezelfde manier naar de inheemse Amerikanen keek als de corrupte oom naar zijn naïeve nichtje. De inheemse Amerikanen begrepen niet wat bezit was en werden door Columbus uitgelachen en naïef genoemd.

In 1854 werd in een Amerikaanse krant een speech gepubliceerd die Chief Seattle Hier vind je meer over die speech van het opperhoofd. Hier vind je meer over die speech van het opperhoofd. Chief Seattle had gehouden toen hij één van de laatste stukken land overdroeg aan ‘de blanke man’ en die beroemd geworden speech eindigde als volgt:

‘Het maakt niet uit waar wij de rest van onze levensdagen slijten. Lang kan het niet meer duren. Maar waarom zou ik rouwen om het ontijdige lot van mijn volk? Stam volgt op stam en natie volgt op natie, als golven van de zee. Het is de natuurlijke orde en verdriet is zinloos. Uw neergang ligt misschien in de verre toekomst maar zal zeker komen. Want zelfs de blanke man, wiens God met hem wandelde en sprak als met een vriend, is niet gevrijwaard van dit gemeenschappelijk lot. Wellicht zijn we dan uiteindelijk toch broeders. We zullen zien.’

Onlangs zat ik in Mexico naast een IT’er uit België de hele dag op een bus te wachten. Ik vermoed dat hij zichzelf niet naïef zou noemen, dat hij de wereld heus wel door had, omdat hij van alles kon doen met internet. Hij wist bijvoorbeeld een netwerk te hacken met zijn Belgische telefoon, om vervolgens via Google Translate een zinnetje te vertalen dat hij op het Instagramaccount postte van de Mexicanen met wie we net op de foto waren gegaan.

En toen ik vroeg of ik de foto mocht zien, ik stond er immers ook op, zag ik het zinnetje dat hij eronder had gezet. Er stond: Fue muy rico de satisfacerte y tus amigos. Wat min of meer betekent dat hij het erg leuk had gevonden om de jongen en zijn vrienden te bevredigen.

Aan het einde van de dag, spelend op zijn telefoon, zei hij verzuchtend dat we in de toekomst steeds minder gingen hebben. Hij doelde op het feit dat je tegenwoordig bijna alle software moet leasen, maar hij zei het op een toon alsof dat het einde van onze beschaving was.

Ik wou toen dat Chief Seattle bij ons op dat bankje zat. Als Chief Seattle nog zou leven, zou hij zien dat Mexico kapotgaat aan het hebben, dat er door alle drugskartels jaarlijks duizenden hoofden worden afgehakt om macht, geld en territorium te hebben. Hij zou denken aan zijn voorouders die werden uitgelachen, omdat ze nooit hadden stilgestaan bij de gedachte dat er iets te hebben valt. Hij wist allang dat het zo zou aflopen.

De jongen die mij naïef en optimistisch noemde was even oud als ik. Misschien zelfs jonger. Na het gesprek vroeg ik me af: wat is er gebeurd, wat heeft hij doorzien, welk licht is er tot hem gekomen, waardoor hij de wereld in haar volle glorie heeft gezien en hij de legitimiteit kreeg om te zeggen dat sommige dingen naïef zijn.

Want bij mijn weten is het woord alleen maar een alibi. Dat is de enige inhoud die het heeft.

Voor de oom is het een alibi om zijn eigen corruptie op de wereld af te schuiven.

Het is een middel dat alle tegenstanders uitschakelt om een oorlog te beginnen.

Het is iets dat je verbeelding gijzelt, iets waardoor je geneigd bent al je zintuigen te wantrouwen.

Iemand heeft wel eens tegen mij gezegd dat het naïef is te denken dat je met woorden mensen kunt overtuigen. Dat je de wereld zou kunnen veranderen met woorden. Die uitspraak suggereert dat er een wereld was voordat er woorden waren. Ik denk dat er veel dingen waren zonder woorden, maar doorgaans niet de dingen waar oorlog om wordt gevoerd.

Ik wist niet wat ik van die uitspraak moest denken, want ik ben altijd te overtuigen met woorden en ik ben toch ook ‘mensen.’

Bovendien had ik destijds net begrepen – via een vak dat ‘overzicht van de late middeleeuwen’ heette – dat de paus die mensen opstookte om op een kruistocht te gaan, paus Urbanus II, dat gedaan had met een adembenemende speech, waarbij hij de mensen een kerk voorstelde in Jeruzalem waarin God zelf gegijzeld was door de Palestijnen. God lag in een hoekje te kniezen in een kerk en wij moesten hem gaan bevrijden.

Het waren woorden die een beeld vormden waardoor iedereen z’n leven op het spel zette.
Het was een dominospel dat werd vergeleken met de wereld. Het was dat beeld dat een oorlog ontketende.

We zijn het allemaal, naïef, tot en met onze

Ik ben geen pleidooi aan het houden voor of tegen naïviteit. Het gaat erom dat we het allemaal zijn, naïef, tot en met onze dood. Wat betekent dat iemand naïef noemen altijd een zeer onrechtmatige greep naar de macht is.

Rutger Kopland – psychiater en dichter – heeft ooit een gedicht gemaakt gebaseerd op de speech van Chief Seattle. ‘Het opperhoofd spreekt.’ Kopland was hoogleraar in de psychiatrie, gespecialiseerd in depressie en daarom hoofd van de gesloten afdeling psychiatrie van het academisch ziekenhuis in Groningen. Zeven jaar voor zijn dood kreeg hij een zwaar auto-ongeluk. Hij raakte in een coma en toen hij daaruit ontwaakte, moest hij alles wat hij tot dan toe in zijn leven had geleerd, opnieuw leren. Thuis was hij onhandelbaar, waardoor hij op de gesloten afdeling belandde waar hij zelf ooit het hoofd van was.

In de documentaire De taal van het verlangen Hier vind je de documentaire De taal van het . Hier vind je de documentaire De taal van het verlangen. De taal van het verlangen vertelt hij dat hij werd tegengehouden op het moment dat hij naar buiten wilde. Het drong daar en dan pas tot hem door wat dat betekende. Niet naar buiten kunnen maakte hem zo woedend dat hij op die gesloten afdeling regelmatig dacht: ‘Wat is mij godverdomme overkomen.’

Ik stel me voor dat Kopland toen hij opgesloten zat, alle gezichten van al zijn patiënten ineens voor zich zag en het gevoel had dat hij ze nu pas ontmoette. Dat hij in zijn eentje, in een oneindig zwart gat van wanhoop, begreep wat het betekende om daar te liggen.

Dit verhaal achtervolgt mij, omdat ik soms bang ben dat we alle dingen die iemand maken tot wie hij is moeten meemaken voordat we elkaar kunnen ontmoeten. Echt ontmoeten. En de (schok over de) verkiezingsuitslag lijkt mij onder andere een gevolg van een schrijnend gebrek aan ontmoeting.

Ik dacht namelijk even dat als we elkaar zouden vinden en naar elkaar luisteren dat alles dan in ieder geval een beetje beter zou zijn.

We moeten elkaars worden, dacht ik, omdat je soms zin hebt je familie keihard tegen een muur te duwen, maar je wel samen de voorraadkast gaan uitmesten. Maar denkend aan Kopland geloof ik niet dat dat genoeg is. We moeten elkaar worden. Als we tenminste willen dat onze eenzaamheid de planeet niet vernietigt. En alhoewel ik daar allejezusweinig zin in heb, om ‘elkaar te worden’ bedoel ik, en weinig hoop koester over de bereidwilligheid van alle partijen om daaraan mee te werken, denk ik dat je er toch maar beter aan kunt beginnen. Maar dit zei ik niet tegen de jongen op het feestje, en daar heb ik nu spijt van. Het was naïef van mij om te denken dat hij me zou hebben uitgelachen.

november 27, 2016Permalink

Een pleidooi voor kwetsbaarheid

We nemen constant beslissingen met en over anderen, zonder zeker te weten hoe die zich gaan gedragen. We elkaar maar, of doen alsof we elkaar vertrouwen. En dat gaat verrassend vaak goed. Toch kiezen overheid en bedrijfsleven telkens voor meer controle. Deel vijf van onze Afhankelijkheidsverklaring.
Een voor kwetsbaarheid
Gastcorrespondent Afhankelijkheid
Olav VELTHUIS
Illustratie: Pieter van Eenoge (voor De Correspondent)

Zou jij geld overmaken aan een wildvreemde, in de hoop dat die een treinkaartje voor je koopt? Als je niets meer weet van die persoon dan zijn schermnaam? Onwaarschijnlijk, wellicht, maar vele duizenden treinreizigers, veelal jongeren, doen dat regelmatig: ze maken handig gebruik van het goedkope Hier lees je meer over de groepskorting.groepstarief van de NS (7 euro voor een retourtje naar een willekeurige bestemming). Ze struinen Facebook af op zoek naar reisgenoten met hetzelfde reisdoel. Vinden ze die, dan koopt één het kaartje; de anderen maken het geld aan hem over. Over misbruik hoor je vrijwel niets.

Terwijl we in relaties met vreemden doorgaans streven naar controle, laten zulke Facebook-initiatieven zien dat juist het loslaten van controledrift veel kan opleveren. Daarvan valt te leren, want in de uiteenlopende rollen die we spelen in het dagelijks leven, ontkomen we er niet aan ons, net als deze treinreizigers, van anderen op te stellen. Als consumenten iets aankopen op Marktplaats, als werkgevers nieuwe krachten aannemen zonder die goed te kennen, als ouders hun kind voor het eerst naar de opvang brengen of thuis achterlaten bij de oppas, als bedrijven met nieuwe toeleveranciers in zee gaan, of als de ene vriend de ander uit de brand helpt.

Of denk aan de deeleconomie, dat wondermiddel dat klimaatverandering moet tegengaan door consumptie en bezit te ontmoedigen en gemeenschapszin op te wekken. Afgelopen zomer leende ik mijn auto via een autodeelplatform uit aan een jonge vrouw, die er drie weken mee door Europa wilde toeren. Toen ik haar huurverzoek ontving, sloeg de twijfel toe: ik ben zuinig op mijn auto. Zou zij dit ook zijn?

Ik probeerde mijn twijfel weg te nemen door beoordelingen van andere autodelers te lezen, maar voor deze vrouw was het de eerste keer. Bovendien: hoeveel zegt of iemand op tijd komt en aardig doet bij de sleuteloverdracht, over hoe zij je auto behandelt? Het enige wat ik zeker van haar wist was, via haar profiel, haar adres (een kleine provinciestad), en via Google, dat een ambulance enkele jaren geleden ‘met grote spoed’ naar dat adres was gereden. Uit haar profielfoto, haar reisbestemming, haar taalgebruik en spelfouten in de berichtjes die zij stuurde, meende ik – vergeef me de vooroordelen en de clichés – op te maken dat wij niet uit dezelfde sociale klasse kwamen. Verleid door het huurgeld, besloot ik het erop te wagen.

Waarom we doen alsof we de ander vertrouwen

Het punt is: Bij al dit soort transacties nemen we risico, want we weten nooit helemaal zeker of we niet bedrogen worden waar we bij staan. We maken onszelf wijs dat we die risico’s op een rationele manier afdekken door een web aan controlemechanismen, met informatiesystemen, huisregels, garantiebepalingen, contracten, geschillencommissies en reputatiescores als draden.

Er zit dus niet veel anders op dan de ander te vertrouwen. Of beter gezegd: te doen alsof

De waarheid is dat het web gebrekkig functioneert: de informatie die we inwinnen over anderen is altijd onvolledig. En sinds wanneer zijn, als het om menselijk gedrag gaat, ervaringen uit het verleden een belofte voor de toekomst? Reputatiesystemen op het internet bieden weinig soelaas omdat ze zo gemakkelijk te manipuleren zijn – dat roept dan weer nieuwe controlesystemen in het leven, zoals op Amazon, dat onlangs aankondigde valse recensies op te sporen en te verwijderen. Zelfs de rechterlijke macht helpt weinig als je je tegen risico’s wilt indekken, want wat heb je aan een stap naar de rechter als het om echt belangrijke zaken gaat – de mogelijkheid dat een nieuwe oppas je kind mishandelt, bijvoorbeeld? En bij minder belangrijke zaken is het probleem juist dat die stap naar de rechter alleen maar gedoe oplevert, en weinig genoegdoening. Dat weet jij, en dat weet de tegenpartij ook.

Er zit dus niet veel anders op dan de ander te vertrouwen. Of beter gezegd, te Het idee van vertrouwen ‘alsof,’ ontleen ik aan de Italiaanse maffia-expert en vertrouwenssocioloog Diego Gambetta. Lees hier zijn werk Can we trust trust?doen alsof we de ander vertrouwen, want we weten juist te weinig van die ander om van echt vertrouwen te kunnen spreken. Met al die kleine sprongen in het diepe stellen we ons afhankelijk en dus kwetsbaar op, met alle risico’s van dien. Vertrouwen is daarvan het bijproduct.

De samenleving heeft dat vertrouwen nodig

Dit onafscheidelijke trio – afhankelijkheid, risico, vertrouwen – wil ik graag in de Hier werken we aan de Afhankelijkheidsverkla-ring.Afhankelijkheidsverklaring van De Correspondent opgenomen zien. Het belang ervan overstijgt het individuele niveau: zonder het lef om ons afhankelijk van anderen op te stellen, zouden we zelf niet alleen slechter af zijn, maar ook de samenleving. Al die kleine sprongen in het diepe houden de samenleving misschien niet bij elkaar, ze vormen wel belangrijke vingeroefeningen voor maatschappelijk vertrouwen. Als je die vingeroefeningen nooit doet, zul je ook op cruciale momenten niet in het diepe durven te springen.

Als politici zich over vertrouwen uitspreken, dan bedienen zij zich vrijwel zonder uitzondering van clichés. Ze wijzen er bijvoorbeeld op dat het vertrouwen onder druk staat omdat belangrijke maatschappelijke instituties niet meer functioneren, omdat we door individualisering elkaar niet meer tegenkomen op de buurtborrel of de bowlingbaan, omdat we door migratie omringd worden Vind hier een interview met politicoloog Robert Putnam die dit onderzocht.door vreemdelingen, of, zoals de laatste tijd weer van links tot rechts te horen is in de Tweede Kamer, omdat normen en waarden teloor zijn Dat valt overigens wel mee, CBS-cijfers suggereren althans dat het vertrouwen in medeburgers stabiel is.gegaan.

Als je deze gedachtegang volgt, is het niet meer dan logisch dat we voorzichtig zijn met vreemden, en dat web aan controlemechanismen hebben gesponnen. Maar wat als we die gedachtegang eens omdraaien: zou het ook mogelijk zijn dat vertrouwen onder druk staat juist door dat web?

Uit onderzoek blijkt: de mens is goed

Die gedachtegang is met fraaie sociologische experimenten Vind hier hun onderzoek.onderzocht. Een voorbeeld. Drie onderzoekers, Molm, Takahashi en Peterson, gaven 140 studenten in twee groepen de opdracht om een som geld te verdelen. Bij de ene groep ging dat door te onderhandelen en onderlinge overeenkomsten te sluiten over de verdeling, dus door middel van een ‘contract’; bij de andere moesten studenten het geld verdelen door het over en weer aan elkaar te schenken (‘reciprociteit’). Na afloop moesten de studenten aangeven in welke mate zij hun tegenspelers vertrouwden. Voor de groep die elkaar geld had gegeven, bleek dat vertrouwen veel hoger te liggen.

Mensen hebben er belang bij het goede voor elkaar te doen: verlicht eigenbelang

Het mensbeeld dat uit dit experiment komt bovendrijven, verschilt radicaal van het neoliberale mensbeeld dat de afgelopen decennia zo dominant is geworden: niet dat van onafhankelijke individuen die, ieder voor zich, hun eigenbelang nastreven; die zonder duidelijke regels en een interveniërende overheid, dreigen te vervallen in een Hobbes is een van de eerste filosofen die over sociale contracten schreef – hier vind je er meer over.Hobbesiaanse strijd van ieder tegen allen. In plaats daarvan komt een relationeel mensbeeld met als premisse dat mensen diep afhankelijk van elkaar zijn en er wederzijds belang bij hebben het goede voor elkaar te doen. Geen strikt eigenbelang, maar verlicht eigenbelang.

Natuurlijk, dat vermogen om je afhankelijk van anderen op te stellen wordt deels gevormd door grotere maatschappelijke processen. Hoe beter je bekend bent met iemand, hoe makkelijker je je afhankelijk opstelt, dus individualisering of migratie zijn zeker van invloed. Ook speelt culturele achtergrond een rol. Klassiek sociaal-psychologisch van Dat onderzoek vind je hier.Markus, Hazel en Shinobu Kitayama laat zien dat mensen in veel Aziatische landen een fundamenteel ander beeld hebben van zichzelf dan in Europa en de Verenigde Staten. Ze zien zichzelf als wederzijds afhankelijk van anderen, waar onafhankelijkheid het zelfbeeld bepaalt.

De Nederlandse overheid heeft wantrouwen geïnstitutionaliseerd

Dat neemt niet weg dat het vermogen om de ander te vertrouwen gecultiveerd kan worden of juist afgestompt. Dertig jaar neoliberaal overheidsbeleid heeft in Nederland op zeker twee manieren bijgedragen aan het laatste: de institutionalisering van .

Ten eerste omdat de overheid impliciet het idee uitdroeg dat we allemaal, onafhankelijk van elkaar, ons eigenbelang moeten nastreven en dat het dus oppassen geblazen is als we iets van elkaar nodig hebben. Denk aan de marktwerking in de zorgsector: uit Lees bij de Volkskrant meer over dit onderzoek.promotieonderzoek van Fleur Hasaart aan de Universiteit van Maastricht bleek in 2011 dat artsen vaak duurdere behandelingen voorschrijven dan medisch noodzakelijk is. Waarom? Financieel aantrekkelijk voor de arts. De patiënt, die althans een deel van de kosten vanwege het eigen risico zelf moet betalen, moet dus extra op zijn tellen passen.

Ten tweede omdat de verzakelijking van de publieke sector, vooral doorgevoerd onder twee kabinetten-Paars, dat web van controlemechanismen fors heeft doen groeien. Professionals ervaren dat als een vorm van wantrouwen. Zo worden alle opleidingen in het hoger onderwijs iedere vijf jaar beoordeeld door een visitatiecommissie. Daarvoor moeten die opleidingen een dikke zelfstudie schrijven, de commissie komt bij iedere opleiding een dag langs, waarbij gesprekken met een paar dozijn docenten en studenten staan ingepland, op grond waarvan de commissie uiteindelijk weer een net zo dik eindrapport schrijft.

Wat je voor je afhankelijkheid terugkrijgt

Vandaar dat een organisatie zoals Lees daar Rutgers verhaal over: Waarom de baas van Buurtzorg de baas van Nederland zou moeten zijn.Buurtzorg, de vernieuwende thuiszorginstelling uit Twente, zo verfrissend werkt in de huidige, door wantrouwen gedomineerde publieke sector. Wat directeur Jos de Blok feitelijk doet, is controlemechanismen inruilen voor vertrouwen. Hij stelt zich dus afhankelijk op, en krijgt daar veel voor terug: hoge tevredenheid bij zowel werknemers als klanten.

Het bedrijfsleven heeft als het om de cultivering van vertrouwen gaat een dubbele houding. Enerzijds is de meerwaarde van afhankelijkheid ook diep in kapitalistische markten terug te vinden. Om bijvoorbeeld te voorkomen dat bedrijven, onafhankelijk van elkaar, hard op prijs moeten concurreren, proberen ze afhankelijkheidsrelaties met hun klanten op te bouwen, en als ze bang zijn dat hun toeleveranciers zich niet aan de afspraak te houden, doen ze hetzelfde.

Hoe? Onder meer via de route van reciprociteit, dat wil zeggen door elkaar giften te geven, uiteenlopend van relatiegeschenken en kerstpakketten, tips om de winstgevendheid te verhogen, aanbevelingen aan nieuwe klanten, voorrang bij het afwikkelen van een spoed-order, of als het een keer tegenzit, Vele empirische studies hebben deze rol van giftrelaties in het bedrijfsleven aangetoond. Zie bijvoorbeeld dit onderzoek van Brian Uzzi.financiële noodhulp. Marktruil is doorspekt met giftruil, dus met een vorm van ruil waarbij je niet zeker weet dat je iets terug ontvangt. Want ook de vrije markt heeft sociaal cement nodig, en dat cement ontstaat zoals gezegd als we ons afhankelijk opstellen.

Anderzijds lijkt op de werkvloer van veel bedrijven wantrouwen en angst voor afhankelijkheid de boventoon te voeren. Vandaar dat werknemers worden gevangen in targets, zogeheten key performance indicators en monitorsystemen die door het internet steeds invasievere vormen aannemen. Jammer, want de intrinsieke werkmotivatie komt daardoor in de verdrukking, en wellicht ook de productiviteit.

En mijn auto? Zekerheid of de jonge vrouw mijn auto goed behandelde, zal ik nooit hebben. Maar in ieder geval stond mijn auto bij terugkomst in de boenwas en was hij van binnen beter gezogen dan ik zelf in jaren had gedaan. We raakten prettig met elkaar in gesprek over zaken die met autodelen weinig te maken hadden. Een volgende keer dat zij mijn auto wil lenen, geef ik hem meteen mee, liefst buiten het autodeelplatform en zijn reputatiesystemen om.

november 13, 2016Permalink