Vijf Blinde Mannen en een Olifant

Vijf Blinde Mannen en een Olifant

Aan de oever van de Indus-rivier kwamen iedere dag vijf mannen bijeen in de schaduw van de palmbomen. Deze mannen konden echter noch de statig stromende rivier noch de wuivende groene bladeren zien, want ze waren allemaal blind vanaf hun geboorte. Om de tijd door te komen, probeerden ze elkaar om de beurt het langste verhaal te vertellen. Met elkaar wedijverend, voegden ze allerlei fantastische details aan hun zelfbedachte verhalen toe.

Op een dag zwierf een tamme olifant onder de palmbomen, ook op zoek naar schaduw. Beseffend dat de blinde mannen ongevaarlijk waren, kwam het schepsel naar hen toe en ging vredig aan de rivieroever staan.Omdat de mannen allemaal een uitstekend gehoorvermogen hadden, wisten ze dat zich iets bij hen gevoegd had. Ze kwamen er echter niet uit wat het was. En dus kwamen ze naar het dier toe en raakten allemaal het deel van de olifant aan dat het dichtstbij was.

De buik van de olifant betastend, zei de eerste man: ‘Het is een grote lemen muur die in de zon hard is gebakken. Maar ik heb geen idee hoe die hier is neergezet.’ De tweede man beroerde de slagtanden van de olifant. Hij riep: ‘Nee, het is geen muur. Wat we hier hebben, zijn twee ivoren speren, niet meer en niet minder.’ De derde man streek over de kronkelende slurf. ‘Kom nou! Dit is een grote leerachtige python die uit een boom hangt.’ ‘Nonsens!’ riep de vierde man, die de olifantenstaart met beide handen had vastgegrepen. ‘Het moet ieder zinnig mens duidelijk zijn dat dit niets meer is dan een dik stuk touw.’ De vijfde man, die de olifantenpoot omklemd had, was het met alle anderen oneens. ‘Jullie tastzin deugt niet. Dit is even onverzettelijk als een pilaar. Het kan alleen maar de stam van een palmboom zijn.’

Een klein jongetje kwam voorbij. Hij vroeg de mannen: ‘Waarom houden jullie je allemaal aan die olifant vast’? Voor de eerste keer in hun leven stonden de gevatte mannen met hun mond vol tanden. De jongen dacht bij zichzelf: ‘Misschien zijn ze doofstom.’ En hij vervolgde zijn weg. Zodra hij weg was, kregen de blinde mannen hun tong terug. ‘Naar het schijnt, zijn we niet alleen maar blind maar ook nog dwaas,’ zei de eerste man beschaamd. ‘Ja,’ beaamde de tweede. ‘We waren allemaal erg trots om zo brutaal te spreken.’ ‘Ik moet toegeven dat ik slechts giste,’ bekende de derde man. ‘Misschien is het beter om te zwijgen,’ opperde de vierde. ‘Maar nog beter,’ besloot de vijfde man, ‘is het om de waarheid te horen van iemand die haar rechtstreeks aanschouwt.

december 11, 2016Permalink

Hoe schadelijk is het sinterklaascomplot?

 Hoe schadelijk is het sinterklaascomplot voor kinderen?

Nu eens even een ander Sinterklaasdebat: wat doet het met de tere kinderziel op een dag te ontdekken dat je al die tijd bedrogen bent?

Hoe schadelijk is het sinterklaascomplot voor kinderen?
© Illustratie Johan Kleinjan

Bij mij gebeurde het in de zomer van 1989. Locatie: onze achtertuin. Terloops bracht mijn moeder het ter sprake. Het moment was geregisseerd. Mijn oudere zus had in het voorafgaande jaar het nieuws een week voor pakjesavond te horen gekregen en dat was uitgelopen op een klein drama. Ze was verschrikkelijk boos geworden én gebleven tot 5 december, aldus mijn moeder. Zelf herinnert mijn zus zich enkel haar verdriet. Mijn ouders trokken lering uit dat debacle. In de augustuszon voelde het sinterklaasfeest ver weg en ik verwerkte mijn ontsteltenis ogenschijnlijk snel. Achteraf bezien heeft de onthulling toch behoorlijk wat indruk gemaakt. Ik herinner me elk detail – de zoekende woorden van mijn moeder, de witte tuinstoel waarin ik zat, de aardbeienlimonade die voor me op tafel stond: het staat in mijn geheugen gegrift.

Het moment dat je te horen krijgt dat Sinterklaas niet bestaat, is zo’n waar-was-jij-toengebeurtenis. Nagenoeg iedereen draagt het met zich mee. Het onthullen van het sinterklaascomplot lijkt een uniek Nederlands volksritueel, maar niets is minder waar. Elk westers land heeft zo zijn eigen variant op deze folklore; de Santa Claus-bestaat-niet-onthulling, ook wel The Big Moment, is verreweg de bekendste. Zo gezegd klinkt het onschuldig, maar is het dat ook? Vanaf het eerste moment dat het sinterklaasfeest in ons land in zwang raakte, is er met deze vraag geworsteld. Want hoe moreel verantwoord is liegen tegen kinderen? Als vader van een zoon van 5 heb ik me die vraag ook gesteld. En ook: schaadt zulk bedrog de kinderziel? Vóór de opkomst van de Zwarte Pietendiscussie hield deze pedagogische kwestie de gemoederen rond Sinterklaas al bezig. En dat doet ze nog steeds, weliswaar in de luwte van dat andere, veel fellere debat.

Als het kind vragen stelt, leg je die het beste bij hen terug. Kritisch denkvermogen prikkelen, heet dat

Liegende ouders brengen liegende kinderen voort, de ‘handleiding voor moeders en aankomende onderwijzers en onderwijzeressen’ van de kweekschool stelde het ruim anderhalve eeuw geleden glashelder. Al die verzinsels over Sinterklaas – dat paard op het dak en die cadeautjes door de schoorsteen – waren pure ‘zotteklap’ en allesbehalve onschuldig. Progressieve ouders en pedagogen vonden het sinterklaasfeest rond 1850 maar weinig verlichtend. Liegen was niet alleen amoreel, ook onverstandig. Want dat was hét recept om kinderen alle vertrouwen in volwassenen te laten verliezen. Daarom kozen deze opvoeders ervoor om van meet af aan eerlijk te zijn: Sinterklaas bestaat niet. Daartegenover stonden ouders die deze bezwaren niet zagen. Voor hen was het kinderfeest onschuldig en vreugdevol.

In de loop van de tijd heeft die laatste kijk op Sinterklaas stevig aan populariteit gewonnen. De meeste pedagogen vinden vandaag de dag dat ouders die hun kinderen in de goedheiligman laten geloven daarmee niks verkeerd doen. Sinterklaas is geen leugen volgens hen, maar een spel dat past bij de fantasie van kinderen. In de leeftijd van 3 tot ongeveer 7 jaar, is de grens tussen fantasiewereld en realiteit er eigenlijk niet. ‘Magisch denken’ heet dit ook wel. Net zoals kinderen overtuigd kunnen zijn dat feeën en kabouters bestaan, geloven ze in Sinterklaas, zeggen deze experts. Ga mee in hun fantasiespel, vinden zij. En als het kind vragen stelt, leg je die het beste bij hen terug – hoe denk jij zélf dat dat paard op het dak komt? Het kritisch denkvermogen prikkelen, heet dat.

Als de twijfel bij het kind zélf heeft postgevat, is het moment daar om eerlijk te zijn. Die gebeurtenis is in deze pedagogische visie een belangrijke stap in het volwassen worden, een heus coming of age-moment. Een kind wordt ingewijd in het complot waarvan alle oudere kinderen en ouders al wisten. Het kind dat van zijn geloof valt, komt terecht in de wereld van de volwassenen. Maar daarmee is de kous niet af, want er ligt een schone taak voor de 7-, 8- of 9-jarige. Van het kind wordt verwacht dat hij of zij het spel meespeelt. Dat is vaak alleen maar leuk, en niet alleen omdat het kind daarmee nog steeds verzekerd is van het feest, de gezelligheid en de cadeaus. ‘Dat ik meer wist dan mijn broertje en mijn klas-genoten die nog wel geloofden, gaf me een lekker gevoel’, vertelde een vriend. ‘Ik waande me superieur, want ik was een flinke stap verder dan zij.’

Méér dan vroeger proberen wij onze kinderen te behoeden voor teleurstellingen en tegenslag

Hoe schadelijk is het sinterklaascomplot voor kinderen?
© Johan Kleinjan

Voor veel kinderen is het moment dat ze te horen krijgen dat Sinterklaas niet bestaat verre van gelukzalig. Dat blijkt uit een onderzoek van emeritus hoogleraar genderstudies Mineke van Essen en intercultureel pedagoog Diana van Bergen. Zij stuitten op een enquête die in 1938 was gehouden onder kinderen door het toen gezaghebbende tijdschrift Het Kind. Geïnspireerd door deze vondst stelde de onderzoekers dezelfde vragen aan huidige kinderen in de leeftijd van 12 tot 18 jaar. Bijna 60 procent van hen zei ‘teleurstelling’, ‘leegte’ of ‘verdriet’ te hebben gevoeld, toen ze te horen kregen dat de goedheiligman een verklede versie was van de buurman/oom/

voetbaltrainer. Mijn zus is daarmee dus in goed gezelschap. Andere uitkomsten: iets meer dan een kwart deed het niet bijster veel, 5 procent was boos en 1 procent was opgelucht. Negatieve gevoelens hebben dus de overhand in de resultaten van deze aselecte steekproef.

Van Essen en Van Bergen wijzen op de verschillen met de resultaten uit 1938. Van alle vooroorlogse kinderen zei 39 procent ‘verdriet’ te hebben gevoeld; een stuk minder – 20 procent – dan hun moderne leeftijdsgenootjes. ‘Het kinderfeest was in 1938 heel wat minder zoet dan nu’, zegt Van Bergen. ‘Destijds werd echt geloofd dat je werd meegenomen in de zak naar Spanje. Die angst kan verklaren waarom beduidend minder kinderen verdrietig waren toen ze hoorden dat Sinterklaas niet bestond.’ Bovendien zijn de zieltjes van onze kinderen teerder dan die van hun vooroorlogse leeftijdgenootjes. Van Essen: ‘Méér dan toen proberen wij onze kinderen te behoeden voor teleurstellingen en tegenslag. In 1938 was dat anders, het leven was harder.’

Een beetje extra eelt op de kinderziel is misschien juist goed

De hamvraag: hoe schadelijk is dit alles? Volgens hoogleraar ontwikkelingspsychologie Willem Koops zijn de gevoelens die kinderen ervaren als ze worden toegelaten tot het sinterklaasgeheim niet bijster problematisch. Kinderen moeten leren omgaan met verdriet en teleurstellingen, vindt hij. ‘In de rest van hun leven zullen ze daar ook door worden opgeschrikt.’ Ook lijkt het hem onwaarschijnlijk dat het sinterklaasbedrog de vertrouwensrelatie tussen ouder en kind op de langere termijn negatief beïnvloedt. ‘Alleen als ouders veel vaker liegen, ook over andere zaken, kan de sinterklaasleugen schadelijk zijn. Maar dat staat dan nooit op zichzelf.’ De conclusie van Koops: er is geen gevaar voor blijvende schade. Een beetje extra eelt op de kinderziel is misschien juist goed.

Maar ondanks de relativerende woorden van Koops en andere deskundigen zijn er genoeg ouders die er heel anders over denken. Er knaagt bij hen iets, zoals ook het geval moet zijn geweest bij die vooruitstrevende ouders uit 1850.

Kindercommunicatietrainer Heleen Bos is een van hen. Met rustige stem vertelt ze dat ze overtuigd is dat de sinterklaasleugen wél schadelijk kan zijn voor de band tussen ouder en kind. Toen Bos hier onlangs over schreef op de oudersite kroost.org vond haar artikel veel weerklank. Ze was niet de enige die er zo over dacht. Natuurlijk, kinderen moeten leren omgaan met tegenslag en verdriet, zegt Bos. ‘Maar die momenten komen ze toch wel tegen, op het sportveld en op school. Als ouder kun je je kind er niet tegen niet behoeden, maar de teleurstelling over de Sint is onnodig. En: niet ongevaarlijk.’

Een sinterklaastrauma ligt altijd wel ergens op de loer

Bos baseert zich op de Canadese psychologe Jan Hunt, die onderzoek deed naar vertrouwen en zelfvertrouwen bij jonge kinderen. Zij schreef een artikel over het effect dat de onthulling van de Santa Claus-leugen had op haar eigen zoon. Die leugen, concludeert ze, kan een gevaar vormen voor het vertrouwen tussen kind en ouder. Koops ziet het volgens haar dus verkeerd. Dat beetje extra eelt op de tere kinderziel kan Hunt bovendien gestolen worden. De psychologe staat niet alleen in haar oordeel, blijkt uit de reacties op kroost.org.

Moet je als bezorgde ouder dan maar de stekker uit het sinterklaasfeest trekken en de blik voor de zekerheid alvast strak op de Kerstdagen richten? Er is altijd de optie om de mythe van Sinterklaas ook als een mythe te vertellen, stelt Anita Borst van website kiind.nl gerust. ‘Sinterklaas bestaat niet’ wordt dan ‘Sinterklaas bestond ooit’. Borst legt uit hoe ze het haar eigen kinderen vertelde. ‘Op de verjaardag van Sinterklaas was het altijd groot feest. Ter nagedachtenis van hem vieren we die dag nog steeds met snoep en cadeautjes.’ Een ‘rustige optie’ die geen afbreuk doet aan het bestaande sinterklaasverhaal, noemt Borst haar benadering.

Voor twijfelende ouders heeft hoogleraar Koops nog een anekdote, als geruststelling bedoeld. ‘Een vriendin van me was lerares op een basisschool. Jonge kinderen dus, die nog geloven’, vertelt de psycholoog. ‘Zij heeft ooit bij wijze van experiment zich voor de klas verkleed als Sinterklaas. Die kinderen zagen haar dus een mantel aantrekken en die mijter op doen, alles d’r op en d’r an. Toen ze klaar was, stond daar niet meer de juf, maar écht de goedheiligman. Als je het zo openlijk doet, is van bedrog geen sprake meer.’ Om vervolgens hard lachend vast te stellen: ‘Maar báng dat sommige kinderen desalniettemin waren, báng!’

Oftewel: wat je ook doet, de kinderfantasie is standvastig. En ook: een sinterklaastrauma ligt altijd wel ergens op de loer.

december 4, 2016Permalink

Wie vertrouw je je kind toe?

'Wie vertrouw je je kind toe?'© Robin de Puy

‘Wie vertrouw je je kind toe?’

‘Al leg je van tevoren een briefje neer op de keukentafel’

Carolien Spaans

Hebben jullie eigenlijk een testament?’ vroeg mijn vriendin Carolien terwijl ze in een kop thee blies. Het was donderdagmiddag, Leonard Cohen was en ik had net verteld dat we tickets naar Israël hadden geboekt, onze eerste vakantie zonder de Dochter, onze laatste met z’n tweeën voor we voorgoed met z’n vieren zullen zijn.

‘Nee’, zei ik. ‘Niet eens. Zou wel moeten, hè?’

Carolien haalde haar schouders op. ‘Het is wel handig, ja. Je kan nooit weten.’

Je kan nooit weten, nee, daar waren we wel achtergekomen nadat haar man Jean zeven maanden geleden tijdens een skivakantie in een gletsjer was verdwenen. De schok was enorm en het leed van de lange adem, maar één ding: zijn zaakjes had hij tenminste goed geregeld. ‘Al leg je van tevoren een briefje neer op de keukentafel’, zei Carolien. ‘Dan is er in elk geval íéts duidelijk.’

Ik knikte en keek naar buiten. Het regende, de hele dag al, zelfs de poes verveelde zich. Wat had ik zin in zon. Wat had ik zin in avontuur. Wat had ik zin in een week niks moeten en alles mogen en lang leve de relatie, vooral dat laatste was er nogal eens bij ingeschoten, afgelopen jaar. Maar Israël is geen Ibiza en de gedachte aan een verkeerde plek op de verkeerde tijd was bij mij natuurlijk ook door het hoofd gegaan – één gek en je was er geweest.

‘Hoe heb jij dat eigenlijk geregeld?’, vroeg ik. ‘Waar gaat Lucas naartoe als jij doodgaat?’

‘Naar Jeans broer en zijn vrouw’, zei Carolien. ‘Dat hebben Jean en ik destijds zo besloten.’ Mooi besluit: Jeans broer en zijn vrouw woonden met hun twee dochtertjes vlak achter Carolien, steegje in, poortje door en je was er, dichter bij de bron kon Lucas later niet komen. Mocht Onze Lieve Heer inderdaad zo gek zijn ook Carolien naar huis te halen, zouden haar ouders in dat van haar gaan wonen en zo een huiselijke haag om het jongetje heen vormen – van alle slechte scenario’s was dit beslist de beste.

Terwijl de poes klagelijk miauwde, dacht ik na over wat wij zouden doen.

Familie en vrienden zat, maar wie vertrouwde je je kind toe? Ouders werden oud, vaders waren dood, broers en zussen hadden hun handen vol aan eigen gezinnen. En daarbij: het luisterde nauw, héél nauw. Een groot hart was het belangrijkst, gezond verstand stond op twee en je was spek-koper als je kind enigszins in jouw geest werd opgevoed, maar verder? Had diegene ook genoeg ruimte in huis? Zou je kind later kunnen studeren? Of mocht je dat soort banaliteiten helemaal niet mee laten tellen? En al mocht het wel: de spaarzame keren dat de Man en ik het erover hadden gehad, terloops, tussen het ontbijt en de boodschappen door, was er eigenlijk maar één naam naar voren gekomen, en dat was die van Carolien.

Wie vertrouwde je je kind toe

Eva Hoeke

Maar ja.

‘Hoezo: dat kan nu niet meer?’ Carolien keek me vragend aan.

Ik zuchtte. ‘Omdat je nu in je eentje bent. Dat zou ik nooit van je vragen, om er dan ook nog de voor een ander bij te nemen.’

Ze schudde haar hoofd. ‘Moet je horen: ik zou álles uit mijn handen laten vallen, meteen. Juist mooi toch? Heeft Lukie meteen een zusje en krijg ik alsnog een groot gezin.’

Ik mompelde iets, liep naar de keuken, de poes miauwde nog steeds. ‘Alleen dat malle beest van jullie, die neem ik niet hoor’, hoorde ik haar roepen terwijl ze die jankerd op schoot trok. ‘Die is niet helemaal honderd procent.’

Morgen vertrekken we, dit is mijn briefje, jullie de keukentafel.

eva.hoeke@volkskrant.nl

december 3, 2016Permalink