Een manier om veroudering te keren.

van het Erasmus MC hebben een manier ontwikkeld om te keren.

Vollere vacht
Door oude muizen een experimenteel, zelfontwikkeld stofje te geven, werden deze fitter en alerter. De muizen kregen ze een vollere vacht terug en hun organen gingen weer beter functioneren.

Terugdraaien
Tot nu toe lukte het onderzoekers al wel om veroudering te vertragen. “Maar de tijd terugdraaien, bleek erg lastig”, zegt dr. Peter de Keizer, verouderingsbioloog van de afdeling Moleculaire Genetica van het Erasmus MC.

Kanker
Deze ontdekking kan helpen bij verdere onderzoek naar hoe mensen gezonder oud kunnen worden en ook hoe ze weer gezonder kunnen worden als ze eenmaal kwalen hebben ontwikkeld. Het nieuwe middel lijkt ook goed te werken tegen bepaalde uitbehandelde vormen van kanker. Mogelijk helpt het in de zoektocht naar therapieën daartegen.

Peptide
Belangrijkste element in het onderzoek is Proxofim. Dit is een peptide, een klein eiwit dat makkelijk in de cellen doordringt. Proxofim pakt cellen aan die een rol spelen bij veroudering. Het gaat om de senescente cellen, dat zijn cellen die zijn gestopt met delen, maar niet echt zijn.

Rennen
Proxofim maakt deze senecente cellen dood. “En het zet de omliggende stamcellen aan om nieuw weefsel te maken”, zegt De Keizer. “Bij de muizen was het effect enorm. Ze gingen na drie weken twee tot drie keer zoveel rennen in hun loopwieltjes, hun orgaanfunctie verbeterde en ze kregen na tien dagen weer meer haargroei.”

Ouderdom
De wetenschappers hebben Proxofim nog alleen getest op muizen. Ze willen hun onderzoek graag naar de kliniek brengen. De Keizer: “We hopen over een jaar of twee het onderzoek uit te breiden naar patiënten met agressieve vormen van kanker en in een nog later stadium onderzoek te doen naar ouderdomskwalen.”

Zonder kwalen
“We streven niet naar het eeuwig “, benadrukt hij, “maar langer leven zonder kwalen en in uitstekende gezondheid, dat zou prachtig zijn.”

 

- einde bericht -
 

Bron: Erasmus MC

maart 26, 2017Permalink

Jongeren wachten lang met het zoeken van hulp

NZG

-
Normal_kind_bang_angst_depressie
Jongeren wachten lang met het zoeken van hulp bij psychiatrische stoornis

Na het ontstaan van een psychiatrische stoornis duurt het vaak vele jaren voordat jongeren hulp zoeken. Hoe vroeger in het leven psychiatrische stoornissen zijn ontstaan, des te langer duurt het voordat jongeren hulp zoeken. Dit blijkt uit onderzoek van socioloog Dennis Raven van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), uitgevoerd in samenwerking met GGZ Friesland. Dat meldt het UMCG.

Psychiatrische stoornissen komen veel voor en ontstaan vaak al in de kindertijd of adolescentie. Slechts een minderheid van de jongeren met een psychiatrische stoornis ontvangt professionele hulp. Eerder onderzoek bij volwassenen heeft aangetoond dat mensen vaak lang wachten, soms wel tientallen jaren, totdat ze professionele hulp zoeken voor een psychiatrische stoornis.

Raven onderzocht voor het eerst hoe lang het duurt voordat jongeren professionele hulp zoeken. Voor zijn onderzoek gebruikte Raven de gegevens van TRAILS, een langlopend onderzoek naar de psychische, sociale en lichamelijke ontwikkeling van adolescenten en jongvolwassenen, waaraan meer dan 2.500 jongeren al vanaf hun elfde jaar meedoen.

Uit het onderzoek van Raven blijkt dat ook jongeren na het ontstaan van een psychiatrische stoornis lang, vaak vele jaren, wachten voordat ze professionele hulp zoeken. Veel TRAILS-deelnemers met een psychiatrische stoornis die al in de kindertijd was ontstaan, hadden daarvoor op 19-jarige leeftijd (nog) geen hulp gezocht. In het algemeen lijkt te gelden: hoe vroeger in het leven een psychiatrische stoornis is ontstaan, des te langer het duurt voordat jongeren hulp zoeken.

Relatief het snelst zochten jongeren hulp voor stemmingsstoornissen, zoals een depressie; maar zelfs voor een depressie zocht slechts een derde van de TRAILS-jongeren binnen een jaar hulp. In zijn onderzoek heeft Raven gekeken naar zowel professionele gezondheidszorg in het algemeen als naar tweedelijns geestelijke gezondheidszorg in het bijzonder. De uitkomsten hiervan zijn vrijwel gelijk.

Als mogelijke verklaring voor zijn bevinding dat het lang kan duren voordat jongeren met problemen hulp zoeken noemt Raven dat symptomen niet altijd worden opgemerkt. Dit kan zijn omdat de omgeving er geen last van heeft, of omdat ze worden ervaren als onderdeel van de identiteit van het kind. Ook is het mogelijk dat jongeren en hun omgeving strategieën ontwikkelen om met de symptomen om te gaan. Jongeren zijn voor toegang tot de afhankelijk van hun ouders en leerkrachten, dus het is belangrijk dat zij de psychische problemen van jongeren (leren) herkennen.

Door: Redactie Nationale Zorggids

maart 17, 2017Permalink

DOKTER, IK GOOGLE HET ZELF WEL EVEN

Beterweters

Goed dat patiënten steeds mondiger zijn, maar sommige slaan door. Ze leggen wetenschappelijke studies naast zich neer en onderbouwen hun met bij elkaar gegoogelde ‘’ om MRI’s te eisen of hun kinderen niet te laten inenten. Een oproep aan het gezond verstand: Wetenschap. Is. Geen. Mening.

TEKST RENATE VAN DER ZEE        , IK HET ZELF WEL EVEN’

‘U bent de dokter, u weet wat het beste voor mij is.’ Dat hoorde emeritus hoogleraar in eurologie Rien Vermeulen zijn patiënten vroeger nog vaak zeggen. Maar hij zag die houding van zijn ­patiënten in de loop der tijd ingrijpend veranderen. Steeds vaker zat er een patiënt tegenover hem die leek te denken dat hij het beter wist. Een voorbeeld uit zijn praktijk: ‘Ik vertelde een patiënt eens dat er twee behandelmogelijkheden waren, waarop hij antwoordde: “Nee, er zijn dríe mogelijkheden; kan ik geen bloedtransfusie krijgen?” Dat was een absurde optie – de man had geen bloedarmoede, maar een neurologisch probleem –, maar toen ik dat uitlegde, reageerde hij: “Maar mijn buurman is enorm opgeknapt van een bloedtransfusie!” Die buurman bleek iets heel anders te hebben dan hij, maar toen ik hem daarop wees, zei hij: “Nou, ik vind het er wel heel erg op lijken.” ’

Vermeulen kwam steeds vaker in dit soort gesprekken terecht. ‘Tegenwoordig aanvaarden veel mensen de deskundigheid van de arts niet meer. En dat zie je overal in de westerse wereld. Ik hoor van collega’s uit Europa en Amerika precies dezelfde verhalen.’

‘OOK MAAR EEN MENING’ ik google het zelf wel

Vroeger hadden mensen heilig ontzag voor artsen, maar tegenwoordig lijken steeds meer mensen te twijfelen aan de medische wetenschap. Als ze ziek zijn, googelen ze hun symptomen en gewapend met die kennis stappen ze de spreekkamer in. En als de arts er anders over denkt, lezen ze hem de les. Natúúrlijk is het goed dat patiënten zich informeren en mondig zijn. Met een kritische houding is niets mis. Maar als die resulteert in de overtuiging dat je het beter weet dan de arts en dat de medische wetenschap ‘ook maar een mening’ is, kan dat ronduit gevaarlijk zijn. Voor je eigen gezondheid, maar ook voor die van anderen.

 

Hoe groot die risico’s zijn, bleek eind vorig jaar toen er een discussie oplaaide over het vaccineren van kinderen. Steeds meer Nederlandse ouders twijfelen eraan of ze hun kinderen wel moeten laten inenten. Een kwalijke ontwikkeling, omdat het succes van het vaccinatieprogramma juist afhangt van zo veel mogelijk ingeënte kinderen. Maar we leven tegenwoordig in een wereld waar ‘alternatieve feiten’ lijken te bestaan. En dus laat presentator Jeroen Pauw in zijn praatprogramma uitgebreid ouders aan het woord die zonder een greintje wetenschappelijke onderbouwing roepen dat gevaccineerde kinderen veel meer gezondheidsproblemen hebben dan kinderen die niet gevaccineerd zijn, dat een vaccin ‘ontzettend veel gifstoffen’ bevat en dat het een ‘mythe’ is dat niet-ingeënte kinderen ziektes doorgeven. En begin dit jaar zagen we hoe presentator Filemon Wesselink voor zijn tv-programma Het is hier autistisch een Amerikaans echtpaar interviewde dat er heilig van overtuigd is dat hun zoon autistisch is geworden door zijn . Ze geloven ook dat ze hem hiervan hebben genezen met een dieet. Toen Filemon de moeder ermee confronteerde dat wetenschappers nooit een verband hebben gevonden tussen en vaccinaties, antwoordde ze vriendelijk lachend: ‘Zij hebben hun mening – en ik de mijne.’

Bij Pauw roepen ­ouders ­zonder een greintje weten schappelijke onderbouwing dat vaccins ‘heel veel gifstoffen’ bevatten

ONVERANTWOORDE RISICO’S

Hoe is dit mogelijk? Wat is er aan de hand in onze dat ouders talloze wetenschappelijke studies waaruit blijkt dat deze vaccins veilig zijn naast zich neerleggen en alleen kijken naar de niet- onderbouwde informatie? En dat ze op basis van die informatie vervolgens besluiten hun kinderen niet te laten inenten, met alle onverantwoorde risico’s voor hun kinderen – en die van anderen? Vermeulen: ‘Juist dankzíj de vaccinaties weten mensen niet meer hoe gruwelijk kinderziektes kunnen uitpakken. We maken niet meer mee dat kinderen ­sterven aan de mazelen, we weten niet meer wat polio teweegbrengt. Dus concluderen deze ­mensen dat vaccineren niet nodig is.’

Dat mensen artsen wantrouwen, is de paradox van de geneeskunde, legt Vermeulen uit.

‘De m ­ edische kennis heeft een geweldige ontwikkeling doorgemaakt, maar medici worden steeds vaker gezien als onkundig. Vóór de Tweede Wereldoorlog kon je nog gewoon doodgaan aan ­allerlei infectieziektes, die kans is nu enorm verkleind. Als je vroeger ziek was, dan hoopte je maar dat er iets aan te doen was. Maar mensen die nu een ziekte hebben, verwachten daar onmiddellijk vanaf geholpen te worden. En als dat niet gebeurt, dan is de arts incapabel.’

De geneeskunde is de afgelopen decennia dus enorm verbeterd, maar de waardering voor de arts is juist afgenomen. Dat heeft niet alleen te maken met de hoge verwachtingen die mensen hebben, maar ook met het afbrokkelen van het gezag sinds de ­jaren zestig. Kerken liepen leeg, iedereen kreeg inspraak, actiegroepen als Provo hadden maling aan elke vorm van autoriteit. Mensen zijn sindsdien op alle fronten veel mondiger geworden, en eisen in de spreekkamer tegenwoordig op hoge toon een MRI-scan, en wel onmiddellijk. Vermeulen: ‘Ik heb meegemaakt dat een patiënt vroeg: “Moet er niet een scan van mijn hoofd gemaakt worden? Daar kwam ik eigenlijk voor.” Toen ik antwoordde dat een scan niet nodig was, omdat het mij al duidelijk was wat hij mankeerde, geloofde hij me niet.’

Als je vroeger ziek was, hoopte je dat er iets aan te doen was. Nu verwachten mensen dat ze onmiddellijk worden geholpen

SECOND OPINION

José van Dijck, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van ­Wetenschappen, maakt zich ernstig zorgen over het groeiende wantrouwen in de wetenschap. Ze schreef er onlangs een opiniestuk over in NRC die ze begon met een klinkende quote van de Amerikaanse senator Daniel Moynihan:

‘Iedereen heeft recht op zijn eigen mening, maar niet op zijn eigen feiten.’

Van Dijck: ‘Natuurlijk maken wetenschappers fouten, maar dat is geen reden om het vertrouwen in de hele wetenschap op te zeggen. De wetenschap biedt systemen om tot waarheidsvinding te komen. Als niemand meer waarde hecht aan die systemen, waar praten we dan nog over met elkaar? Als je experts niet meer respecteert en alleen nog uitgaat van wat je zelf gelooft, dan zijn er geen ankerpunten meer. Je ziet dat mensen de wetenschap, de journalistiek en de rechtspraak steeds meer wantrouwen. Geert Wilders heeft het bijvoorbeeld over een “nep-rechtbank”. Maar als we de rechtspraak niet meer vertrouwen, wie accepteren we dan nog wél als scheidsrechter? Artsen verschillen soms inderdaad van mening, en daarom bestaat er zoiets als een second opinion. Maar dan moet de patiënt niet roepen: “O, ze weten er dus niets van!’ Een second opinion is een noodzakelijke afweging, en natuurlijk kost dat tijd. Maar als je ziek bent, ben je ongeduldig.’

TEGENSTRIJDIGE ADVIEZEN

Op internet worden we overspoeld met informatie. Sterker nog, we hebben nog nooit zo veel informatie tot onze beschikking gehad, en dat is volgens Van Dijck een belangrijke oorzaak voor het wantrouwen. ‘Niet het krijgen van informatie is moeilijk, maar het op waarde schatten ervan. Op internet lijken alle bronnen gelijk. Het is voor veel mensen onmogelijk te bepalen welke informatie zinnig is en welke niet. Zo ontstaat er wantrouwen.’

Ook Vermeulen noemt die overload aan informatie verwarrend. ‘De ene dag lees je op internet: “Koffie is ongezond, je kunt er blaaskanker van krijgen.” Een paar dagen later blijkt uit een ander “onderzoek” dat koffie juist gunstig is voor dit of dat. Of neem alle adviezen die we de afgelopen jaren over alcohol hebben gehad. Er was een periode waarin gold: het is goed om elke dag een glas wijn te drinken. En nu wordt geadviseerd juist helemaal niet te drinken. Die tegenstrijdige adviezen leiden bepaald niet tot vertrouwen in de wetenschap.’ Als lid van de Vereniging tegen Kwakzalverij zag Vermeulen ook vaak genoeg dat mensen zich uit radeloosheid afkeerden van de reguliere geneeskunde. Hij kent de aangrijpende verhalen van mensen die hun heil zochten bij alternatieve genezers, want die stelden hen gerust: het was geen kanker, maar alleen een kwestie van, zeg, negatieve energie. Genezers die zelfs zo ver gingen patiënten te beloven dat ze een operatie door buitenaardse wezens konden ondergaan. Dat mensen daar intrappen, is natuurlijk niet alleen een kwestie van denken dat je het beter weet dan de arts, maar vaak ook van wanhoop.

WÉG VERTROUWENSBAND

Wantrouwen jegens artsen heeft, naast het voornoemde autoriteitsprobleem, de overvloed aan informatie en de hoge verwachtingen van patiënten, nog een andere oorzaak, en die ligt bij de medische wereld zelf. Vroeger had je je leven lang dezelfde huisarts en die kende je heel goed. Tegenwoordig zijn er groepspraktijken en is jouw arts er vaak niet als jij hem wilt bezoeken. Hoe bouw je dan een band met elkaar op? Wisselende artsen in ziekenhuizen vormen een nog groter probleem, en dat is slecht voor de vertrouwensrelatie tussen ­patiënt en arts. Want van je vaste arts die je al zo lang kent, neem je nu eenmaal meer aan dan van iemand die je net hebt ontmoet.

Ook Vermeulen steekt de hand in eigen boezem.

‘Er is een groot gebrek aan empathie in de medische wereld. Als mijn patiënt zegt dat hij net als zijn buurman een bloedtransfusie wil, dan zegt hij eigenlijk: “Ik wil net als mijn buurman beter worden.” Als ik dan reageer met: “Maar u heeft niet dezelfde ziekte als uw buurman”, komt die boodschap niet aan. Wat helpt, is een langer gesprek over de angsten en verwachtingen van de patiënt. Maar daar is in de huidige medische wereld geen tijd voor. Ik hoor tegenwoordig van collega’s dat ze hun kinderen afraden geneeskunde te gaan studeren. Omdat ze patiënten als lastig ervaren, inderdaad. Maar ook omdat de geneeskunde een soort massaproductie is geworden.’

ZIEKE SAMENLEVING

Toegang houden

Hoe moet dit verder met het groeiende wantrouwen jegens de wetenschap? Welke risico’s loopt onze gezondheid als mensen massaal denken dat ze op internet en sociale media betere informatie kunnen vinden dan in de spreekkamer? Hoogleraar evolutionaire psychologie Mark van Vugt riep onlangs op om de sociale normen te beïnvloeden, zodat niet vaccineren, net als roken of pesten, voortaan als ‘moreel verwerpelijk’ wordt gezien. José van Dijck vindt dat we heel alert moeten zijn. Omdat het wantrouwen in de wetenschap niet alleen mensen, maar ook onze samenleving ziek kan maken. ‘Als we de kennis van experts die al heel lang met bepaalde materie bezig zijn van tafel vegen, verdwijnt de bodem uit de maatschappij. Dan krijg je een samenleving waarin iedereen zijn eigen mening onderbouwt met zijn eigen alternatieve feiten. En dan leven we niet meer in een democratie, maar in een emocratie.’

maart 13, 2017Permalink