we hebben een schuldenprobleem

Schulden: je komt er zo in, maar kom er maar eens uit. Want wie niet meer kan betalen, wordt verder op kosten gejaagd. En wie daarna van zijn schulden af wil komen, moet een bureaucratische triatlon lopen – ongetraind.

Beste gemeenten van Nederland, we hebben een schuldenprobleem

Correspondent Economie
Jesse FREDERIK
Illustraties door Leon Postma, Kwennie Cheng en Roel van Eekelen

8.000 keer werd vorig jaar een huis ontruimd, 20.000 keer werd de elektriciteit afgesloten, 89.000 keer meldde iemand zich bij de schuldhulpverlening en 3 miljoen keer belde ergens een deurwaarder aan. Een op de vijf huishoudens loopt risico op problematische schulden, meer dan 300.000 mensen hebben een bewindvoerder.

Niemand heeft hier baat bij. Schuldeisers zien hun geld niet terug. De belastingbetaler is miljarden kwijt aan een steeds verder uitdijend bureaucratisch moeras. Hulpverleners raken moedeloos van de protocollen, beslisbomen en zelfredzaamheidsmatrices. En de schuldenaar? Die is het lijdend voorwerp van al deze gekte: hij verliest zijn moed, zijn gezondheid, zijn hoop.

Dat moet veranderen. Als mensen in de schulden komen, moet er veel sneller zicht komen op een oplossing. Een oplossing die recht doet aan de verantwoordelijkheid van alle betrokkenen.

Daarom zijn wij, Jesse Frederik (De Correspondent), Ester Gould en Sarah Sylbing (Schuldig) en Annemarie Gehrels (Annemarie Gehrels Advies | Coaching | Training), de campagne Schuldvrij! begonnen.

Wij willen praktische voorstellen doen voor de verkiezingsprogramma’s voor de gemeenteraadsverkiezingen. Om een einde te maken aan dit geldverslindende systeem dat alleen maar verliezers kent.

1. Experimenteer met het overnemen van schulden

Na drie jaar schuldsanering krijgen schuldeisers vaak nog geen 10 procent van hun geld terug. Als gemeente kun je beter sneller om tafel met schuldeisers: ‘Jullie krijgen nu je 10 procent, dan nemen wij de schuld over.’

Dat is geen liefdadigheid, maar een investering.

Ga maar na: momenteel kost drie jaar een bewindvoerder aanstellen zo’n 5.000 euro. En dan is er aan het eind van de rit vaak bijna niks opgelost. Voor datzelfde geld kun je ongeveer 50.000 euro aan schulden opkopen en oplossen. Mits de schuldeisers, zoals gebruikelijk, akkoord gaan met 10 procent. Zo bespaar je niet alleen op de kosten van de bewindvoering, maar ook op uitkeringen, jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg, schuldhulpverlening, ziekteverzuim en ga zo maar door.

De gemeenten Den Haag en Leiden laten zien dat dit werkt. De verlammende stress valt weg door het schuldopkoopprogramma en er ontstaat ruimte om verder te kijken. Ruimte voor de schuldenaar die gebruikt kan worden om te investeren in het opdoen van financiële kennis om herhaling te voorkomen, in het volgen van een opleiding of het vinden van een baan.

Schuldsanering kan ook collectief geregeld worden. Maak met bijvoorbeeld woningcorporaties een afspraak over alle problematische schulden van inwoners van een gemeente. Zo kan enorm worden bespaard op uitvoeringskosten. Een saneringstraject voor een enkele burger kost de gemeente namelijk zo’n 3.000 euro, terwijl de afloscapaciteit van een schuldenaar met een minimuminkomen maar 1.800 euro is.

2. Geef schuldhulpverleners de mogelijkheid hun werk te doen

Niet alles kun je achter een Haags bureau of op een gemeentehuis voorzien. Toch is het werk van hulpverleners momenteel dichtgetimmerd in protocollen en beslisbomen. Al die regels gaan te veel uit van de zelfredzaamheid van burgers en geven te weinig ruimte aan het inschattingsvermogen van de hulpverlener.

Mensen die diep in de schulden zitten zijn niet zelfredzaam, blijkt keer op keer uit onderzoek. Regels worden te strikt toegepast, waardoor veel mensen uit een hulpverleningstraject vallen. Geef uitvoerders daarom meer ruimte om uitzonderingen te maken, want er is niet één formule. Niet elke schuld is gelijk geboren.

Geef hulpverleners daarnaast een bureaucratievrij budget dat ze naar eigen inzicht kunnen inzetten. Geld dat vrij te besteden is om echt maatwerk te leveren en zo grotere maatschappelijke problemen te voorkomen.

Op gemeentelijk niveau zijn hier al succesvolle pilots mee geweest. Uit de evaluatie van zo’n experiment in Zaanstad, waarbij sociale wijkteams 800.000 euro kregen om naar eigen inzicht te besteden, bleek hoe succesvol dit kan zijn.

3. Voorkom problematische schulden en wijs schuldeisers op
hun verantwoordelijkheid

Veel gemeenten geven meer uit aan bewindvoering dan aan schuldhulpverlening, en meer aan schuldhulpverlening dan aan schuldpreventie. Dat moet anders. Schuld vroeg signaleren is van groot belang. Het duurt vaak jaren voor mensen zich melden bij de schuldhulpverlening. Bovendien is het veel makkelijker om mensen te helpen als de schuldenlast nog klein is.

Maak daarom afspraken met woningcorporaties, zorgverzekeraars, energieleveranciers en waterbedrijven dat zij bij twee maanden achterstand melding doen bij de gemeente. De gemeente kan dan zorgen dat hulpverleners contact leggen met de bewoners, om hen te ondersteunen om weer grip te krijgen op hun geld. De gemeente Amsterdam heeft daar met het programma Vroeg Eropaf goede ervaring mee en in de gemeente Nijmegen loopt eveneens een succesvol project, Vindplaats Schulden.

Gemeenten kunnen ook kijken hoe ze nóg vroeger in actie kunnen komen. Door bijvoorbeeld samen met corporaties en nutsbedrijven alert te zijn op ingrijpende levensgebeurtenissen, zoals echtscheiding of verlies van een naaste. Zulke gebeurtenissen kunnen het recht op toeslagen stevig beïnvloeden, terwijl ingewikkelde formulieren invullen het laatste is waar je op zo’n moment aan denkt. Corporaties en andere bedrijven kunnen hun klanten dan in contact brengen met instanties die hen hierbij ondersteunen. De gemeenten Hilversum, Den Haag en Zwolle experimenteren hier al mee.

4. Het is tijd voor nieuwe ideeën

Helaas is de overheid vaak zelf onderdeel van het probleem. De Belastingdienst, het Centraal Justitieel Incassobureau, de zorgverzekeraars: veel schulden worden veroorzaakt door wet- en regelgeving uit Den Haag.

Schuldvrij! zal nog voorstellen presenteren om de landelijke politiek te verbeteren. Ondertussen kunnen gemeenten al veel doen om mensen te helpen. Door de decentralisaties wordt de toekomst van de verzorgingsstaat steeds meer lokaal bepaald. Er is ruimte om iets nieuws te proberen. En iets nieuws, dat is hard nodig

augustus 20, 2017Permalink

Deurwaardersleed: ontslagen en geen skybox meer

augustus 8, 2017Permalink

Amsterdam heeft lesje geleerd

Amsterdam is naar eigen zeggen een van de gemeenten die lessen trekken uit het verleden waar het gaat om de integratie van statushouders. Tot voor kort gold in de hoofdstad het adagium: eerst inburgeren; dan aan het werk. Sinds kort is dat andersom. Amsterdam kijkt nu welke vluchtelingen meteen aan de slag kunnen. De inburgering — het leren begrijpen van de Nederlandse taal en cultuur — moeten zij voortaan dan maar naast hun baan doen. Volgens een woordvoerder is de hoofdstad overgegaan tot deze beleidswijziging, omdat een heel groot deel van de vluchtelingen die al langer in Amsterdam wonen, nog altijd afhankelijk is van een bijstanduitkering. ‘Dat is een niet wenselijke en niet houdbare situatie.’ Inburgeren via werk Nu wordt meteen bij binnenkomst gekeken of iemand kan werken. Zo werkt een tamelijk kort geleden gearriveerde Syriër op het populaire stadsstrand bij het Amsterdamse café Roest. Hoop is dat de vluchtelingen juist via werk sneller inburgeren. Jonge statushouders gaan zo veel mogelijk naar school, omdat ze dan later het best integreren en een grotere bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij. En vluchtelingen met trauma’s krijgen eerst . Uit een enquête van Kennisplatform Integratie & Samenleving bleek in juni dat ruim een derde van de gemeenten (36%) pas na afronding van de verplichte inburgering begint met begeleiding naar de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd vinden de gemeenten zelf ook dat hierdoor veel tijd verloren gaat. De 197 geënquêteerde gemeenten gaven verder aan, in te schatten dat nog geen 10% van de statushouders direct bemiddelbaar is naar een baan. Zo’n 60% heeft pas kans op werk na het volgen van een aanvullende opleiding of vrijwilligerswerk, terwijl 30% vermoedelijk helemaal nooit aan de slag komt. Knelpunten zijn de gebrekkige kennis van de Nederlandse taal en arbeidsmarkt, trauma’s en andere gezondheidsproblemen.

 

Maatregelen om beroep op bijstand terug te dringen

Cover publicatie Maatregelen om beroep op bijstand terug te dringen

Hoe zorg je dat mensen zoveel mogelijk op eigen benen staan? Dat ze hun eigen inkomen verdienen en alleen van de bijstand gebruik maken als het echt niet anders kan? Het is een vraagstuk waar gemeenten, als uitvoerders van de Participatiewet, dagelijks mee bezig zijn.

De focus op de bijstand is des te groter omdat deze maar blijft groeien (in 2016 met 6 procent) 1 en de meerderheid van de gemeenten rode cijfers schrijft op het domein van werk & inkomen. Belangrijk dus om goed inzicht te hebben in feiten en cijfers rond de groei en de aanpak ervan.

Voor deze factsheet zijn 163 gemeentelijke analyses bestudeerd die gaan over de manier waarop gemeenten in de praktijk de instroom in de bijstand beperken en de uitstroom bevorderen. In de analyses geven gemeenten aan waarom zij in 2015 een tekort hebben op hun bijstandsbudget en wat zij daar aan gingen doen. Het totaaloverzicht geeft een goed beeld op welke manieren gemeenten proberen het beroep op de bijstand te verminderen.

augustus 6, 2017Permalink