Tot wat voeden we eigenlijk op?

Zeven jaar geleden werd ik voor het eerst geconfronteerd met mijn gebrek aan opvoedidealen. Een gemiste kans: nadenken over de vraag wat je wilt bereiken met opvoeden, vergroot de kans dat je dichter bij die idealen uitkomt.

Tot wat voeden we eigenlijk op?

Correspondent Kinderomgang
Marilse EERKENS

Illustraties: Tsjisse Talsma (voor De Correspondent)

‘Jorrit en Gregor lopen een groot deel van de dag met ijzeren hamers door de crèche. Floor knijpt Ramon en krijgt een blok tegen haar hoofd.’

Welkom op de ‘anti-autoritaire kresj’ Prins Constantijn, door ouders opgericht in het Amsterdam van de jaren Lees hier meer over Onze Kresj, de documentaire van Marije Meerman.zeventig. Nauwkeurig wordt de hele dag bijgehouden wat de kinderen uitspoken. Niet om de ouders in te lichten, maar om later te bespreken of er juist gehandeld is.

‘Juist handelen’ betekent op de kresj dat Floor Ramon gewoon kan knijpen. En je als ouder niets zegt als Ramon een blok naar Floors hoofd gooit. Het idee is dat je kinderen niet moet begrenzen. Alleen zo kunnen ze zich ontplooien tot ‘prachtige kinderen.’

Opvallend: het zijn vooral kinderloze vrijwilligers die uitblinken in het toepassen van deze opvoedstrategieën. Neem Piet de Vries, die ‘niks met kinderen heeft’ en ze vooral ziet als ‘een middel tot een hoger doel.’

Het gaat de opvoeders om niet minder dan het vormen van een nieuw soort mens. Goed ontwikkeld, onafhankelijk, ongevoelig voor autoriteit en niet bang om conflicten aan te gaan. Als dat doel bereikt is, zou de héle samenleving erop vooruitgaan.

Dit alles en meer zie je in de documentaire Onze Kresj. Die vanuit nu bekeken op je lachspieren werkt en tegelijk veel verbazing oproept. De gekozen aanpak – weinig structuur en daardoor weinig veiligheid – brengt kinderen namelijk eerder verder dan dichter bij het soort mens dat de ouders voor ogen hadden.

Toch heb ik ook bewondering voor de ouders en de medeopvoeders. Ze hadden zeer uitgesproken ideeën over wat ze wilden bereiken met de opvoeding van hun kinderen en discussieerden daar vaak (en lang) over.

Ook interessant is dat die opvoeddoelen méér behelsden dan het geluk van het kind zelf. De kresjouders deden een poging hun kinderen te vormen tot mensen die zich zouden inzetten voor een betere wereld. Zoals de vader van filmmaker Marije Meerman zegt: ‘Ik ben vader, ik moet de wereld beter achterlaten.’

Laten we nadenken en praten over onze opvoeddoelen

In dit stuk, de aftrap van een verhalenreeks, wil ik bepleiten dat het goed is idealistischer op te voeden. Voor het kind én de maatschappij is het zinvol na te denken over onze opvoeddoelen. Wat voor een soort burgers willen we dat onze kinderen worden?

Ik begeef me daarmee op glad ijs. Wie ben ik om me met de opvoeding van jullie kinderen te bemoeien? Ik ben zelf ook nooit zo gediend van ongevraagd opvoedadvies.

Voor de duidelijkheid: dit is niets meer dan een oproep meer na te denken over wat je wil bereiken met het opvoeden van je kinderen – en daarbij het maatschappelijk belang niet te vergeten.

Ik ben zelf ook nooit zo gediend van ongevraagd opvoedadvies

Laten we een bepaalde opvoedsleur doorbreken. Want door op een hoger niveau na te denken over opvoeden kun je bijvoorbeeld voorkomen dat je een schooljaar lang tegen je dertienjarige zoon blijft schreeuwen dat hij nu toch echt aan zijn huiswerk moet.

In plaats daarvan, zie je dan dat het roer om moet en je beter op zoek kunt gaan naar manieren om zijn intrinsieke motivatie te verhogen.

Geloof me, daarmee wordt het opvoeden ook veel leuker. Je bent bezig met wat je wél wilt bereiken in plaats van wat je wilt voorkomen. En dat is uiteindelijk ook weer in het belang van de maatschappij.

Dit roept natuurlijk vragen op. Is het niet naïef te denken dat je met het opvoeden van kinderen de maatschappij kunt beïnvloeden? En hoe weet je dan dat de huidige opvoeders een gebrek aan maatschappelijk opvoedidealisme hebben?

Kun je met opvoeden de maatschappij veranderen?

Het lastige is dat de invloed van opvoeding op de maatschappij heel moeilijk te onderzoeken is. Er zijn talloze factoren van invloed op hoe een samenleving eruitziet.

Toch ben ik er door pedagogiekhoogleraar Micha de Winter van overtuigd dat je deze link wel kunt leggen. In zijn boek Lees hier meer over De Winters boek.Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding stelt hij dat er een ‘duidelijke relatie is tussen opvoeding en de manier waarop het er in de wereld aan toe gaat.’

Een kind dat slaan als een manier ziet om een ruzie te beslechten, zal later niet veel moeten hebben van ‘polderen,’ geeft hij als voorbeeld. Dat betekent ‘dat het collectief van burgers mee profiteert dan wel mede lijdt onder een al dan niet geslaagde opvoeding, inclusief de kinderen zelf.’

Hoe subtiel die opvoeding maatschappelijk doorwerkt, blijkt uit het werk van Alfie Kohn. In zijn internationale opvoedbestseller Unconditional Parenting zet hij zich af tegen de populaire opvoedstrategie gewenst gedrag te belonen – met stickers of extra aandacht bijvoorbeeld – en ongewenst gedrag te negeren of straffen – denk aan het ‘strafstoeltje’ of ‘geen toetje.’

Hoewel dit volgens Kohn op korte termijn kan leiden tot aanpassingen, is de kans groot dat kinderen op lange termijn hun intrinsieke motivatie verliezen. Vriendelijk zijn, aandacht besteden aan je schoolwerk en je klasgenoten niet pesten worden dan zaken die je niet doet omdat je het echt wilt, maar omdat je er een beloning voor krijgt of straf mee kunt ontlopen.

Maar wat als de beloning of die strafdreiging aan kracht inboet? Het is geen direct gevolg, maar de link met de uit de hand gelopen bonuscultuur in de bankenwereld, de calculerende burger en de overheid die inzet op strenger straffen en méér camerabewaking is dan snel gelegd.

En voor wie nu nog steeds twijfelt over die invloed van opvoeden op de maatschappij: kijk ook eens naar het grote belang van empathie. In zijn boek Lees hier wat ik eerder schreef over Perry’s boek.Born for love – why empathy is essential and endangered schrijft de Amerikaanse neuropsychiater Bruce Perry dat empathie ten grondslag ligt aan zo ongeveer alles wat een maatschappij doet functioneren: vertrouwen, altruïsme, samenwerking, liefde, liefdadigheid. 

En nu komt het opvoeddeel: Perry, maar ook primatoloog Frans de Waal, antropoloog Sarah Hrdy en docent Mary Gordon, stellen dat dit empathisch vermogen weliswaar is aangeboren maar dat het wél gevoed en ontwikkeld moet worden. Met andere woorden: het empathische gehalte van een maatschappij wordt in belangrijke mate bepaald door de opvoeders.

Kortom, wat precies de invloed van opvoeding is op het functioneren van de maatschappij, valt niet te zeggen. Maar dát de invloed er is, valt niet te ontkennen. Voor mij is dat genoeg reden er langer bij stil te staan.

Maar is er wel een gebrek aan opvoedidealisme?

De eerste keer dat ik geconfronteerd werd met mijn eigen gebrek aan opvoedidealisme en concrete opvoeddoelen, was tijdens een opvoedcursus die ik zo’n acht jaar geleden volgde als redacteur van het tijdschrift J/M-ouders.

‘Wat willen jullie bereiken met het opvoeden van jullie kinderen?’ vroeg de cursusleidster. Na een korte stilte begonnen we allemaal te schutteren: ‘Eh.. dat ze gelukkig worden.’ ‘Dat ze het leven kunnen gaan leiden dat zij willen…dat ze later een baan kunnen vinden?’

We deden maar wat. We lieten ons leiden door een onbewust gevoel van wat goed was

Ook met de vragen hoe we dat geluk van onze kinderen dan dachten te bereiken en wat de invloed van onze opvoedaanpak op de maatschappij zou kunnen zijn, hadden we moeite. We deden maar wat. We lieten ons leiden door een onbewust gevoel van wat goed was en door de grotere of kleinere kinderproblemen die ondertussen op ons pad kwamen.

Mijn indruk is dat de huidige generatie ouders dat óók doet. Toen ik een tiental basisschoolouders dezelfde vraag voorlegde – ‘wat hoop je te bereiken met het opvoeden van je kinderen?’ – bleken zij dat net zo moeilijk te vinden als de ouders in mijn opvoedcursusgroepje:

  • ‘Ik wil dat mijn kind echt kind kan zijn…dat het een lekkere vrijbuiter wordt…geen eenheidsworst…een levensgenieter.’
  • ‘Ik wil een positief warm kind dat open in het leven staat. Ze moeten een lekker leven hebben. Plezier hebben.’

Net als in mijn cursusgroep draaide de opvoeding bij hen vooral om het individuele geluk van hun kinderen. Geen van de ouders legde een link tussen opvoeding en maatschappij. En als ik ze vroeg naar het belang van opvoeding voor de maatschappij, zeiden ze dat het vooral zaak is om kinderen te leren zich netjes te gedragen: ‘aan de regels houden,’ ‘respect,’ ‘niet altijd alle aandacht opeisen.’

Natuurlijk zijn een cursus en een rondvraag geen bewijs. Maar mijn bevindingen zijn wel in lijn met wat Micha de Winter schrijft: ‘Veel ouders maar ook docenten, politici en tv-programmamakers lijken te denken dat de opvoeding is geslaagd als er zich geen serieuze problemen hebben voorgedaan.’

Natuurlijk is dat een zegen, stelt hij. Ook voor de maatschappij. ‘Maar,’ zo vraagt hij retorisch, ‘is opvoeding een succes als een kind geen crimineel wordt? Of niet ten prooi valt aan loverboys of breezerseks?’

Wat is de definitie van een geslaagde opvoeding?

Wat de definitie van een geslaagde opvoeding dan wél moet zijn, daar kun je over discussiëren. Toch denk ik dat er een aantal opvoeddoelen zijn die voor iedereen – kind én maatschappij – heel belangrijk zijn.

Daarom ga ik die doelen in meerdere verhalen uitdiepen. En wil ik met jullie praten over hoe je idealistisch opvoedt en hoe je die doelen in de praktijk kunt nastreven.

Ik stel de volgende opvoeddoelen voor:

  • Weten wat het betekent om in een democratische samenleving te leven. De Winter ziet dat de democratische gezindheid zijn vanzelfsprekendheid aan het verliezen is: toenemend accent op eigenbelang, calculerend burgerschap, migratie vanuit landen met minder democratische regimes en cultuur, oprukkend fundamentalisme en politieke desinteresse. Het laatste rapport van de onderwijsinspectie lijkt dit verhaal te onderstrepen: ‘Als we de houding van Nederlandse scholieren vergelijken met die van scholieren in andere landen, heeft Nederland verhoudingsgewijs een grote groep die het beginsel van gelijke rechten afwijst.’
  • Een goed ontwikkeld empathisch vermogen. Zowel Perry als Gordon wijzen op Lees meer over dit onderzoek in dit artikel van Scientific American.onderzoek dat empathie bij Amerikaanse studenten een stuk minder is ontwikkeld dan dertig jaar geleden. Of dit ook voor Nederland geldt is de vraag. Maar gezien het eerder genoemde belang van empathie voor het functioneren van een maatschappij, vind ik het niet iets om te lichtzinnig aan voorbij te gaan.
  • Liefde voor de natuur en kennis van milieuproblemen. Recent onderzoek vanUNICEF laat zien dat Nederland behoort tot de groep OESO-landen waar vijftienjarige kinderen het minst weten over milieuproblemen. Ook dat kennistekort verdient aandacht van opvoeders. Zeker als je bedenkt dat ‘het versterken van contact met de natuur’ niet behoort tot de officiële onderwijsleerdoelen, zo leerde ik van documentairemaker Bekijk hier het verhaal dat Winters hier over hield bij TEDx afgelopen juni.Rolf Winters.
  • Het vermogen om kritisch te denken en op te komen voor wat je belangrijk vindt. Ik denk dat Alfie Kohn een punt heeft als hij stelt dat opvoeders, maar ook bestuurders nog erg vaak handelen vanuit de opvatting dat mensen alleen in beweging komen om een straf te ontlopen of een beloning te krijgen. Deze aanname heeft een aantal serieuze consequenties: handelen vanuit dit principe ondermijnt de intrinsieke motivatie van mensen en daarmee het zélf nadenken. In een samenleving waarin duurzaamheid het vaak aflegt tegen kortetermijnwinsten en waarin het moeilijk navigeren is in een zee van informatie, denk ik dat het belangrijk is om je voor dit doel in te zetten.

Nu is deze lijst natuurlijk verre van compleet. Ik zou nog wel een aantal andere opvoeddoelen kunnen toevoegen. Denk aan het ontwikkelen van creativiteit of van nieuwsgierigheid. Maar ik denk dat de bovengenoemde doelen op dit moment het urgentst zijn.

De vraag is nu natuurlijk: hoe bereik je die doelen? Want bodypainten met kresjvrijwilligers lijkt niet het beoogde effect te hebben gehad. Maar hoe maak je dan wél het verschil?

De Canadese Mary Gordon, docent en oprichter van het internationaal verspreide onderwijsprogramma

november 26, 2017Permalink

40 procent van tijd kwijt aan formulieren

Arts is 40 procent van tijd kwijt aan formulieren

Onderzoek

Door administratieve taken hebben artsen minder tijd voor patiënten.

Het komt regelmatig voor dat artsen dezelfde informatie over patiënten in meerdere systemen moeten verwerken.

Artsen zijn gemiddeld veertig procent van hun werkweek bezig met administratie. Vooral wijkverpleegkundigen (48,5 procent), maag-, darm- en leverspecialisten (43,2 procent) en psychiaters (39,4 procent) moeten veel administratief werk doen, waardoor ze minder tijd hebben voor het contact met patiënten. Medewerkers in de vragen zich bovendien regelmatig af waarom ze formulieren zitten in te vullen. Wekelijks besteden zij zo’n twee uur aan administratieve taken, terwijl ze geen idee hebben voor wie ze dat precies doen.

Dit blijkt uit de conclusies van de denktank ‘(Ont)Regel de Zorg’, die maandenlang onderzoek deed naar de vraag hoeveel tijd zorgprofessionals in hun werkweek besteden aan administratie.

Opdrachtgevers waren actiecomité Het Roer Moet Om, dat eerder met succes vocht voor vermindering van overbodige regels in de huisartsenzorg, en ledenorganisatie en dienstverlener VvAA (120.000 leden in de zorg).

De denktank deed specifiek onderzoek naar maag-darm-leverartsen, ziekenhuisverpleegkundigen, wijkverpleegkundigen, psychiaters, fysiotherapeuten en apothekers. De negen onderzoekers spraken met tientallen deskundigen en meer dan honderd medewerkers in de zorg.

De resultaten worden deze zaterdag of een conferentie in Utrecht voorgelegd aan minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD).

Vijf uur voor intake

Vooral voor wijkverpleegkundigen – het zijn er zo’n 9.300 in Nederland – is de situatie zorgwekkend. Zij besteden gemiddeld 17 uur van een 35-urige werkweek aan het invullen van formulieren. Na het contact met patiënten is de wijkverpleegkundige gemiddelde wekelijks nog 3,5 uur bezig vast te leggen hoe die bezoeken zijn verlopen.

De ‘intake’ van een nieuwe patiënt kost buiten de gesprekken met diegene en familie nog eens meer dan vijf uur aan administratie. De verpleegkundige moet dit doen voor de zorgverzekeraar, voor de eigen organisatie, voor collega’s of voor de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ).

Zorgverleners, schrijven de onderzoekers, snappen wel dat informatie moet worden vastgelegd om de kwaliteit van zorg op peil te houden (bijhouden patiëntendossiers), maar zien zóveel voorbeelden van onnodige bureaucratie, dat ze „gefrustreerd” raken.

Het komt regelmatig voor dat artsen dezelfde informatie over patiënten in meerdere systemen moeten verwerken. „Daarnaast ervaren zorgverleners de verplichte administratie als gebrek aan vertrouwen een aantasting van hun professionele autonomie.”

Overbodige regels

Er leven al langer zorgen over overmatige bureaucratie in de zorg. In augustus bleek uit een onderzoek van beroepsvereniging VvAA nog dat zestig procent van de zorgverleners last heeft van overbodige regels, procedures en voorschriften die hen belemmeren in hun werk. Niet eerder werd gekeken naar hoeveel tijd artsen eigenlijk kwijt zijn aan het invullen van administratie.

Maandag demonstreren ziekenhuis- en wijkverpleegkundigen én verzorgenden tegen de administratielast in hun werk. Ze zullen alle administratie die zij zelf overbodig achten, achterwege laten. Ze hopen zo aan te tonen dat ze meer tijd overhouden voor de patiënt en de klant.

november 18, 2017Permalink

Nederlanders met een migratieachtergrond

Het is oud nieuws dat mensen ouder dan ooit worden. Dat een bepaalde groep zo langzamerhand óók oud en kwetsbaar wordt, valt dus bijna niet op.

Nederlanders met een migratieachtergrond

Ik heb het over Nederlanders met een migratieachtergrond. Zij die in de jaren zestig, zeventig en tachtig hun vaderland verlieten om hier een nieuw leven te beginnen.

Voor de hand ligt dat oudere eerstegeneratiemigranten meegaan in het zorgsysteem als zij zorgbehoeftig worden. Dat is helaas makkelijker gezegd dan gedaan.

Zo zijn er aanwijzingen dat deze groep te laat de weg naar de dokter vindt. Als mensen dementie krijgen bijvoorbeeld. Onder anderen Philip Scheltens vertelde me dit.

‘De hoeveelheid mensen van Turkse of Marokkaanse afkomst met dementie is per jaar op de vingers van een paar handen te tellen. Die komen vrijwel nooit naar de dokter.’ Niet omdat ze er niet zijn, denkt de directeur van het Alzheimercentrum, maar omdat ze niet durven.

Er zijn meer tekenen aan de wand dat we een probleem over het hoofd zien. In ouderenzorginstellingen als verpleeghuizen kom je doorgaans bar weinig Nederlanders met een migratieachtergrond tegen.

De verklaringen? Oudere eerstegeneratiemigranten leunen doorgaans meer op hun kinderen en zijn dikwijls hulpbehoevender. Dat eerste is soms cultureel bepaald, dat tweede heeft met het gigantische verschil tussen laag- en hoogopgeleiden in Nederland te maken.

Hoe groot zijn de gezondheidsverschillen?

Want laagopgeleiden, waar veel eerstegeneratiemigranten onder vallen, leven maar liefst 19 jaar langer in ongezondheid dan hoogopgeleiden. Twintig jaar leven met aandoeningen als hartklachten, zere knieën, suikerziekte, rugklachten en andere ellende.

Dit gigantische verschil heeft niet zozeer met het verschil in kennis te maken, maar met het verschil in financiële mogelijkheden om gezondere keuzes te maken. En ongetwijfeld maakt de levensstijl van mensen uit de sociale omgeving ook uit, liet verouderingsprofessor David van Bodegom mij weten.

Het is extra zorgwekkend dat onder oudere migranten meer vraag moet zijn naar ouderenzorg, maar die zorgvraag vaker uitblijft. Hoe dat komt?

Het is zorgwekkend dat onder oudere migranten meer vraag moet zijn naar ouderenzorg, maar die zorgvraag dikwijls uitblijft

Het lijkt erop dat de ouderenzorg niet migrantbestendig is. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een uitzending van Bekijk hier de Nieuwsuur-uitzending over oudere migranten in de zorg.Nieuwsuur én het boek Yemma van Mohammed Benzakour. De roman gaat over zijn moeder, een eerstegeneratiemigrant, die na een beroerte afhankelijk wordt van verpleeghuiszorg.

Benzakour schrijft dat zijn moeder geen Hollandse hap wil eten en zij met haar zoon in de kelder – want dat mag niet op haar kamer of in de kantine – de meegebrachte Marokkaanse gerechten moet nuttigen.

Nu is dat wat mager om conclusies te trekken, dus zal ik in het onderzoek moeten duiken. Ik ben op de hoogte van het werk van Bekijk hier onderzoek door Pharos op dit gebied.expertisecentrum Pharos, dat zich specialiseert in gezondheidsverschillen. Maar er zullen ongetwijfeld meer onderzoekers of kenniscentra zijn die zich hierin verdiepen. Iemand tips?

november 12, 2017Permalink

Spijt van het moederschap

Spijt van het moederschap

Lynn BERGER
Correspondent Technologie en Cultuur

Toen mijn vriendinnen en ik een jaar of veertien waren had een van ons, ergens uit de ether of van de straat of uit een tijdschrift, een belangrijke wijsheid opgepikt. Die ging zo: ‘Het is beter om spijt te hebben van dingen die je wél hebt gedaan, dan van dingen die je hebt gelaten.’

Onze hele middelbareschooltijd lang diende die uitspraak als levensmotto. Het was een balsem, een bezwerende formule waar we elkaar geregeld aan herinnerden, wanneer een van ons weer eens in tranen was, omdat we in die tijd nu eenmaal voortdurend dingen deden waar we vrijwel onmiddellijk spijt van hadden.

Zoals de keer dat we onze haren drie uur lang in de waterstofperoxide hadden gehangen. (Dat was ik.) Of het soort spijt dat we met ons hele lichaam voelden, zoals na een weekend doorhalen op een dieet van Bacardi Breezer en Smirnoff Ice.

Er was seks met studenten die veel te oud en veel te fout voor ons waren. Soms was die seks ook nog eens onveilig. Een keer raakte een van ons zwanger.

Abortus.

Maar hé, zeiden we dan, kop op: ‘Je kan beter spijt hebben van dingen die je wél hebt gedaan…’ et cetera.

Spijt is een emotie die komt opzetten wanneer we denken dat onze huidige situatie beter was geweest als we bepaalde dingen in het verleden anders hadden gedaan. Het is per definitie een rotgevoel maar kan, zoals andere rotgevoelens als pijn en honger, ook nuttig zijn. Wie ergens spijt van heeft, zal in de toekomst waken voor het maken van dezelfde fout: niet nog een keer je partner bedriegen, niet weer ruzie zoeken met iemand die groter en sterker is dan jij.

Spijt is hoe we leren.

Een paar jaar geleden vroegen onderzoekers van de University of Illinois en Northwestern University aan Amerikanen uit alle gelederen van de samenleving Lees meer over de studie op de website van Northwestern.waar ze zoal spijt van hadden. De liefde bleek een belangrijke bron van spijt, gevolgd door onder meer familie-interacties, carrière, financiën, en de opvoeding.

De ondervraagden hadden evenveel spijt van dingen die ze wél hadden gedaan als van dingen die ze juist hadden gelaten – maar de tweede categorie spijt, spijt van wat ze níét hadden gedaan, bleek wel veel langer aan te houden dan de eerste.

Dat cliché waarmee mijn vriendinnen en ik elkaar om de oren sloegen was dus niet eens helemaal uit de lucht gegrepen – hoe gratuit ik het achteraf ook vind klinken.

We deden eindexamen, gingen studeren, betrokken kamers in andere steden. Een van ons trok backpackend door Australië, een ander studeerde Frans in Frankrijk. We begonnen met werken, er werden huizen gehuurd, soms zelfs gekocht. (Dat was ik niet.) De eerste baby’s werden geboren. We hadden de troostende woorden over het betere soort spijt steeds minder vaak nodig. Ze zakten weg.

Jarenlang heb ik er niet meer aan gedacht.

Tot ik een poosje geleden het boek Lees meer over het boek op de website van de uitgever.Regretting Motherhood las van de Israëlische socioloog Orna Donath. Het is een boek over spijt van iets wat je wél hebt gedaan, spijt ook van misschien wel het allernaarste soort: spijt van het moederschap.

(Voor wie ongewenst geen kinderen heeft is dit wellicht ook nog eens een kwetsende vorm van spijt. De emoties die daarbij komen kijken verdienen zeker ook een boek, maar daarover gaat deze column niet.)

Donath interviewde 23 vrouwen in verschillende leeftijden die allemaal één ding gemeen hadden: ze hadden kinderen gekregen, en daar hadden ze spijt van.

En dan ook echt spijt: deze vrouwen waren niet ambivalent, ze hadden geen ‘enerzijds, anderzijds’-achtige gevoelens, vonden het moederschap niet alleen maar ‘zwaarder dan gedacht.’ Nee, ze hadden spijt: ze vonden de nadelen niet opwegen tegen de voordelen, en als ze terug konden reizen in de tijd, dan hadden ze het anders gedaan.

Dan hadden ze het niet gedaan.

Toen Donath de eerste bevindingen uit haar onderzoek publiceerde, leidde dit tot mediahypes in onder meer Israël, Duitsland, Engeland en Australië. Donath en de vrouwen waar ze over schreef werden afgebrand, soms zelfs bedreigd. ‘Alle kinderen in de stad moeten worden opgesteld, zodat ze één voor één met een mes een stuk van d’r kunnen afsnijden,’ was een typische reactie.

De spijtmoeders werden ervan beschuldigd sléchte moeders te zijn; hun kinderen viel vooral medelijden ten deel.

was geboren, en ging viraal

Maar er waren ook vrouwen die zich aangemoedigd voelden om als spijtmoeder uit de kast te komen: ze schreven ingezonden brieven, begonnen blogs, lieten zich interviewen. De hashtag #regrettingmotherhood was geboren en ging viraal. Het boek werd een bestseller en in meerdere talen vertaald. Het is, dat is wel helder, Lees er meer over in bijvoorbeeld dit artikel op The Guardian.geen marginaal fenomeen.

Voor de duidelijkheid: deze vrouwen hielden over het algemeen ontzettend veel van hun kinderen. Ze zorgden er ook voor, naar hun beste kunnen en met alle liefde.

Maar ze hadden wel spijt.

Spijt omdat de moederrol hun niet paste. Spijt omdat ze de beperkingen die het moederschap met zich meebracht, onverdraaglijk vonden. Spijt omdat ze het idee hadden dat sociale en culturele normen hen een weg op hadden geduwd die ze eigenlijk niet hadden willen bewandelen.

Spijt, kortom, van iets dat ze wél hadden gedaan, en achteraf gezien beter hadden kunnen laten.

Donath is een academicus van het geëngageerde, activistische soort. Het verhaal van spijtmoeders moet verteld worden, stelt zij, omdat er op deze vorm van spijt zo’n groot taboe rust.

Het is een emotie die moeders eigenlijk niet mogen voelen, een onderwerp dat vrijwel onbespreekbaar is: de samenleving ziet het moederschap als zo’n natuurlijk onderdeel van het leven van een vrouw, de moederliefde als zodanig van het type dat alles overwint, dat wie géén kinderen wil al heel wat heeft uit te leggen.

Laat staan dat er ruimte is voor wie wél kinderen krijgt, maar het vervolgens betreurt.

Soms kregen moeders die voor hun spijt uitkwamen het label ‘postnatale depressie’ opgeplakt, zo vertelden ze aan Donath – ook wanneer ze helemaal niet depressief waren. Dat label is een manier om emoties te ondermijnen door ze te medicaliseren, en maakt het bespreken van een andere optie, de optie van spijt, vrijwel onmogelijk.

Met haar boek wil Donath het taboe op spijt helpen doorbreken, en de wrok die ze daarmee over zichzelf en haar geïnterviewden afroept, neemt ze op de koop toe.

Eerlijk: ik geloof niet dat het ooit bij mij was opgekomen, vóór ik Regretting Motherhood had gelezen, dat je spijt zou kunnen hebben van het moederschap. Ik vind het vaak zwaar, loodzwaar; doodvermoeiend, vreemd ook.

Er zijn weken waarin alle nachten gebroken zijn, en als er dan in mijn tijdlijn The Guardian: ‘Sleep should be prescribed’: what those late nights out could be costing you.’een veelgedeeld interview verschijnt met een wetenschapper die slaapgebrek koppelt aan een groter risico op Alzheimer, kanker, suikerziekte, obesitas en ‘een slechte mentale gezondheid,’ dan vraag ik me weleens af of we er wel zo verstandig aan hebben gedaan.

Diezelfde vraag dringt zich op wanneer ik lees dat Lees er meer over in het boek ‘Solitude’ van Michael Harris.‘geregeld alleen zijn’ een belangrijke voorwaarde is voor inspiratie, levensvreugde en creativiteit. Of wanneer kinderloze vrienden lange wereldreizen maken, emigreren naar Amerika, of in deze overspannen huizenmarkt gewoon nog iets kunnen kopen omdat ze aan één slaapkamer genoeg hebben.

Maar dat zijn nooit échte twijfels, en het is ook nooit spijt. Hoewel het me ergens te berekenend voorkomt om in termen van ‘voor- en nadelen’ te denken, staat er voor mij in elk geval genoeg tegenover het slaapgebrek en het getetter, de rotzooi en de beklemming.

Zoals, bijvoorbeeld, de veel te wijze opmerkingen uit de mond van een driejarige. Of het warme gevoel van een babyhoofd op je schouder. De haast buitenaardse schoonheid van hun gezichten, waarin ik die van hun vader en mijzelf zie, maar dan gefilterd, getransformeerd tot iets waar ik urenlang naar zou kunnen kijken (als ze maar wat langer stil zouden zitten).

Het moederschap is extreem lastig ongedaan te maken

Daar komt bij dat ik ergens geloof dat er bepaalde dingen zijn waarbij het hebben van spijt écht geen zin heeft. En dat het op de wereld zetten van kleine wezentjes die volledig van jou afhankelijk zijn, er daar een van is. Het is tenslotte extreem lastig ongedaan te maken, dat moederschap – en hoewel spijt je misschien zal behoeden voor het krijgen van een tweede of derde kind, word je daar niet minder moeder van.

Maar spijt ís natuurlijk niet altijd zinvol, en al helemaal niet altijd rationeel. Ik twijfel er niet aan dat de spijt in Regretting Motherhood oprecht is. We weten al, schrijft Donath, dat het moederschap vervulling, vreugde, liefde, comfort, trots en bevrediging kan bieden, net als hulpeloosheid, frustratie, schuldgevoelens en woede.

Waarom zou het niet ook gevoelens van spijt met zich mee kunnen brengen? En zou het niet beter zijn, als die laatste emotie nu eenmaal bestaat, om die te erkennen, er woorden aan te geven, het erover te hebben?

Want zolang spijt een taboe is zullen talloze jonge vrouwen blijven denken dat moeder worden het meest natuurlijke is wat je als vrouw kan doen – ook wanneer ze dat eigenlijk niet willen. Ze zullen blijven geloven dat die moedergevoelens vanzelf wel komen; ze zullen, aangemoedigd door partners en ouders en vriendinnen, zwanger blijven raken; en ze zullen spijt blijven hebben.

En dat zal voor altijd een van de meest verdrietige vormen van spijt zijn die er bestaat – zelfs, of misschien wel juist, in combinatie met de liefde die je voelt voor de kinderen die je liever niet had gehad. Spijt is hoe we leren, maar dit is wel een hele wrede les.

Een paar weken terug zaten mijn vriendinnen en ik in zo’n kindvriendelijk café waarvan we tot een paar jaar geleden het bestaan niet kenden.

Een van ons, dat was ik, had haar oudste dochter meegenomen. Een van ons hoopte binnenkort zwanger te raken. Een ander gaf haar baby van twee maanden de borst, en weer een ander had de kinderwagen met daarin haar slapende zoontje in een hoek geparkeerd.

‘We hebben het over je gehad,’ zei de voedende moeder tegen mij: ‘Je hebt ons niet goed genoeg gewaarschuwd. Het is veel zwaarder dan we hadden gedacht.’

Het was niet echt een boze beschuldiging. Ik geloof niet dat ze me iets kwalijk nam, en ook niet dat ze spijt had van het moederschap. Evenwel is het mogelijk dat ik in mijn verhalen vooral het tweede deel, dat deel waarin ik zei dat het moederschap ‘ook heel mooi’ was, had benadrukt.

Omdat ik nooit had overwogen dat het voor iemand echt heel anders uit zou kunnen pakken.

Voor sommige moeders zal het lezen van Regretting Motherhood erkenning bieden, troost ook, de wetenschap dat ze niet alleen zijn. Voor anderen kan het boek een correctie vormen op onbewuste aannames. Met als gevolg, misschien, een voortaan wat omzichtiger antwoord op de vraag hoe het nu is, dat moederschap.

Niet meer alleen het mooie benadrukken. De lastige kanten niet langer wegwuiven. De optie van spijt expliciet benoemen.

Mijn dochter kroop bij me op schoot, haar krullen kriebelden in mijn neus. De baby was klaar met drinken, haar moeder hield haar overeind. Met één hand ondersteunde ze haar dochter. Ze zag er zo jong uit. Wij allemaal, misschien wel.

‘Sorry,’ zei ik voor de zekerheid. ‘Dat spijt me.’

Deze column las ik voor op 30 oktober, tijdens de boekpresentatie van Lees meer over het boek op de site van Uitgeverij Cossee.Het Groeit! Het Leeft!, waarin de columns zijn verzameld die Lees meer over Marjolijn van Heemstra op haar website.Marjolijn van Heemstra voor Trouw schreef over moederschap.

 

november 5, 2017Permalink