Wat doe je als mensen met een doodswens geboren lijken te zijn?

 

a9cbe56a-75fa-4168-8f1c-ac4cb234111b

Gastcolumn Inge Schilperoord

GASTCOLUMNIn de geestelijke gezondheidszorg doen we er alles aan om zelfdoding te voorkomen. En dat moet ook. Maar soms is het lijden van een patiënt haast niet te verdragen, schrijft gastcolumnist Inge Schilperoord.

Inge Schilperoord werkt als forensisch psycholoog bij onder andere het Pieter Baan Centrum. Haar debuutroman Muidhond won de Bronzen Uil 2015 13 december 2015, 07:00
Als eerste bespreken we hetzelfde als we ieder gesprek doen. Zijn suïcidewens

‘Is Jan al klaar met scheren? Hebben we het mesje terug?’ De groepsleidster van Jans afdeling kijkt vragend om zich heen. Een collega verlost haar. ‘Ik heb het hier.’ Zorgvuldig bergt hij het potentiële gevaar voor Jans polsslagader weer op bij de toiletartikelen.

Een paar minuten later zit ik bij Jan ‘op cel’, zoals dat in het Pieter Baan Centrum heet. Aan de andere kant van het raam begint het te schemeren. Uitgeblust zit hij op bed. Zijn slappe lichaam en voorzichtige glimlach lijken haast onverenigbaar met het geweld in zijn dossier. Zijn kruin wordt verlicht door een scherpe cirkel licht van de plafondlamp.

Als eerste bespreken we hetzelfde als we ieder gesprek doen. Zijn suïcidewens. ‘Er een einde aan te maken, eindelijk,’ zoals hij met fluisterstem zegt. Ik vraag naar details, luister, laat hem praten. Doe wat het suïcidepreventieprotocol voorschrijft. Ga na hoe concreet zijn ideeën zijn. En: hoe erg is zijn somberheid? Kan ik afspraken met hem maken? Hoe zit het met zijn antidepressiva? Moet ik de psychiater nog eens bij hem langs sturen?

Uitzichtloosheid
Interieur van een kliniek.
Interieur van een kliniek. © ANP
Alles om te voorkomen dat iemand zich van het leven berooft. Logisch. Heel goed. Maar wezenlijk iets veranderen aan de uitzichtloosheid van Jans situatie doet dit niet. En ik vraag me af hoe dit alles voor hem is. Vindt hij onze zorg prettig? Of vergroot het juist de vervreemding, de afstand? Zelf voel ik paradoxaal genoeg juist in dit soort ‘zorgende’ gesprekken die kloof tussen patiënt, of in Pieter Baan Centrum: observandus, en psycholoog het meest. Ik probeer zijn gedrag te begrijpen, duiden, reguleren. Maar we komen uit zo’n andere wereld. Wanneer ik vraag hoe hij het psychologisch onderzoek beleeft, kijkt hij naar de grond en haalt zijn schouders op.

Laatst hoorde ik psychiater Bram Bakker bij Kunststof praten over suïcide en de tragische dood van zijn vriend Joost Zwagerman. Op dezelfde bevlogen manier als ik hem vaker had horen praten over zelfmoord, en hoe dit te voorkomen. Maar nu klonk hij machtelozer. ‘Waarom heeft hij mij niet gebeld?’ zei hij, doelend op de dagen voorafgaand aan Zwagermans dood. Hiermee implicerend dat hij, of wie dan ook, hier misschien nog iets aan had kunnen veranderen. Immers, zo blijkt uit studies en uit overlevering, aan suïcidaliteit ligt vaak een depressie ten grondslag. En een depressie is te behandelen. Als je geluk hebt.

Donkere jeugd
Zoals te verwachten, was Jans jeugd donker. Een labiele, dronken moeder die hem bij haar in bed dwong

Maar hoe zit dat met die mensen, die met een doodswens geboren lijken te zijn? Die zich niet anders herinneren dan dat ze dood willen? Zoals Jan. Zijn tante vertelde aan de maatschappelijk werker van het Pieter Baan Centrum dat hij als kind al pogingen deed zich te verhangen in de schuur. Tevergeefs. Bij de zwerfkatten uit de buurt lukte het hem overigens wel.

Zoals te verwachten, was Jans jeugd donker. Een labiele, dronken moeder die hem bij haar in bed dwong. Een gewelddadige vader. In een van de psychologische vragenlijsten schrijft hij met een priegelig, naar achter hellend handschrift: Ik voel bij niemand aansluiting. Ben altijd alleen geweest. 25 jaar aan psychologische, psychiatrische en medicamenteuze behandelingen hebben hier geen verandering in gebracht.

De enige gelukkige periode in Jans leven was de lente waarin hij als vrijwilliger in een manege werkte. Tot hij, tot zijn eigen walging, zijn lievelingspaard mishandelde. Niet veel later pleegde hij zijn delict. Op een avond dronk hij twee flessen brandewijn, pakte zijn vleesmes, en wachtte de halve nacht om de hoek van het café om een oud drinkmaatje te verwonden.

Agressie
In de psychoanalyse wordt depressie wel opgevat als een vorm van agressie. Naar binnen gekeerde agressie. Agressie naar jezelf. Moord, en zelf-moord als twee kanten van eenzelfde medaille. Bij Jan lijkt dit te kloppen. Wanneer hij maar genoeg walgt van zijn leven, van het feit dat hij leeft, wil hij het leven beschadigen, doden. Dat van zichzelf, of van een ander. Waarna zijn agressie weer zijn zelf- walging voedt. Sinds hij zijn maatje richting de intensive care hakte, wil hij zeker niet meer leven. ‘Ik ben het niet meer waard.’

Maar nu zal hem gevangenisstraf wachten en een lange, mogelijk eindeloze tbs-behandeling. De paar therapievormen die hij nog niet heeft ondergaan, zullen worden uitgeprobeerd. Misschien krijgt hij andere medicatie. Meer medicatie. En de suïcidecontrole zal blijven. Tot het hem misschien, op een onbewaakt moment, zal lukken.

Wanneer ik aan het einde van de dag naar de bushalte loop is het donker. Er valt een aarzelende motregen. De wind rukt wat aan de laatste bladeren. Vanavond ga ik sporten, eten met vrienden in een nieuw restaurant; morgen een weekend naar Antwerpen. Vlak voor ik mijn eigen leven weer instap, zie in gedachten Jan op zijn cel zitten. Vanavond, morgen, zondag. Zonder scheermesje.

De patiënt ‘Jan’ in deze column is een fictieve patiënt, opgebouwd uit verhalen van echte patiënten.

Inge Schilperoord werkt als forensisch psycholoog bij onder andere het Pieter Baan Centrum. Haar debuutroman Muidhond won de Bronzen Uil 2015. Deze maand is zij gastcolumnist van Volkskrant.nl

 

 

december 13, 2015Permalink