Eberhard van der Laan

Deze week schreef aan de Amsterdamse raad dat de bom bij de Pegida-demonstratie in februari wel degelijk echt was. De media doken vervolgens massaal op het opgeklopte nieuwtje over de ‘bom’ – en dat is jammer, want de brief van de Amsterdamse burgemeester bevat wijze woorden die meer aandacht verdienen.

Legden alle politici hun beleid maar zo uit als Eberhard van der Laan

Correspondent Politie & Criminaliteit
Bart DE KONING
Afbeelding van de rookbommen uit het politiedossier van Matt.

Het was een verrassend bericht in Lees hier het Parool-artikel.Het Parool, deze week: ‘Nepbom’ bij Pegida-demonstratie bij Stopera was toch echt. En al snel las je op Het bericht van Nu.nl.Nu.nl, Het bericht op de Telegraafsite.Telegraaf.nl, Het bericht van de NOS.Nos.nl, Dit schreef het AD.AD.nl en Zie hier het bericht op The Post Online.The Post Online berichten van diezelfde strekking.

Het Parool baseerde zich op een Lees hier de brief.brief die Eberhard van der Laan naar de gemeenteraad had gestuurd om de gang van zaken rond de demonstraties van Pegida en de NVU nog eens toe te lichten. En die brief, daar kunnen andere burgemeesters een voorbeeld aan nemen. Daar kom ik zo op terug.

Maar eerst wat Van der Laan over de bom schreef: ‘Voorlopig onderzoek heeft uitgewezen dat het verdachte pakket een vuurwerkbom betrof met eenontstekingsmechanisme dat van afstand kon worden bediend. Een explosie tijdens de demonstratie had verstrekkende gevolgen kunnen hebben.’

Het Parool baseert de ‘nepbom’ op het politiedossier van Matt Cornell. Hij is de Amerikaanse student die in februari werd gearresteerd omdat hij verdacht werd van het plaatsen van de ‘bom.’ Cornell bleek volledig onschuldig en stond anderhalve dag later alweer op straat. Daarover schreef ik in juli een uitgebreide Lees mijn reconstructie hier terug.reconstructie – op basis van het politiedossier. Het vreemde is dat uit dat dossier direct duidelijk wordt dat hetniet om een echte bom ging. Die rookbommen zijn met de beste wil van de wereld niet als een explosief te zien, zoals filmpjes op Zie hier een filmpje van deze rookbommen.YouTube laten zien: ze knallen niet, maar geven een paar minuten flinke rookwolken.

In het eerste verhoor spreekt de recherche dan ook niet over een bom, maar vragen ze alleen naar vuurwerk en rookbommen. De recherche verwachtte ook niet dat Matt Cornell echte explosieven in huis zou hebben. Hij werd ’s ochtends om tien minuten over zes door een team rechercheurs van zijn bed gelicht – een gebruikelijk tijdstip om verdachten in hun slaap te verrassen. Als de politie hem echt gevaarlijk had gevonden was hij door een gespecialiseerd arrestatieteam (AT) opgepakt – midden in de nacht.

Pas in het tweede verhaal van Het Parool volgt onder het tussenkopje ‘Bom of nepbom?’ wat meer nuance. Gemeente en politie erkennen dat het inderdaad geen explosieve bom was, maar dat een rookbom ook ‘flinke paniek’ had kunnen veroorzaken. Tja, dat zou theoretisch inderdaad kunnen. Het is een vergezocht scenario: supporters steken bij voetbalwedstrijden aan de lopende band rookbommen af, zonder dat er paniek ontstaat op de tribunes.

Al die ophef over de nepbom leidt af van twee andere zaken: Matt Cornell heeft nog steeds geen excuses aangeboden gekregen voor zijn arrestatie en geen vergoeding voor zijn ingebeukte voordeur. Zijn advocaat Caroline Buisman heeft daarover een schadeverzoek ingediend bij de rechtbank – de zaak dient op 30 september aanstaande.

Alle verstandige dingen waar het relletje van afleidde

Daarnaast leidt het relletje rond de bom af van alle verstandige dingen die Eberhard van der Laan ook schrijft in zijn brief over het waarborgen van soms tegenstrijdige grondrechten bij demonstraties. Dat is vaak heel lastig. De brief is zeer de moeite waard, omdat Van der Laan niet alleen de principes van botsende grondrechten in een rechtsstaat uiteenzet, maar ook praktisch uitlegt hoe de agent op straat daar in de hitte van het moment mee om moet gaan.

Amsterdam voelt zich ‘existentieel verbonden’ aan de demonstratievrijheid, schrijft Van der Laan. Maar zo’n grondrecht krijgt pas echt betekenis als de inhoud van zo’n demonstratie –bijvoorbeeld tegen de islam en tegen asielbeleid – fundamenteel botst met waar de gemeente Amsterdam voor staat. ‘Dat levert moeilijke afwegingen op, zeker als partijen in Amsterdam het grondrecht gebruiken op een manier die bij andere mensen tot pijn of angst leidt,’ schrijft Van der Laan.

Zo is een expliciete doelstelling dat de persvrijheid moet worden beschermd. De politie heeft op 6 februari een verslaggever van PowNews beschermd tegen een agressieve demonstrant die aan de befaamde microfoon met plopkap stond te rukken. Deze heeft een waarschuwing gekregen en is daarna meteen op vrije voeten gesteld – want de vrijheid van demonstratie is óók een grondrecht. Van der Laan is terecht trots op de manier waarop de politie dit heeft afgehandeld: ‘Het directe optreden door de politie bij dit incident is conform het draaiboek en exemplarisch voor dat beleid.’

Juist omdat er zoveel Joodse Amsterdammers zijn vermoord, is de oorlog in de hoofdstad nog steeds een open zenuw

En wat doe je als mensen met een hakenkruis komen aanzetten – zelfs als dat hakenkruis symbolisch in een prullenbak staat? Hoewel Amsterdam zeer liberaal is, hebben gemeente, Openbaar Ministerie en politie (de driehoek) hier een harde streep getrokken: geen nazi-symbolen: ‘Zo zijn er bij de NVU demonstratie vier personen aangehouden omdat zij de Hitlergroet deden of afbeeldingen bij zich droegen, die duidelijk antisemitisch van aard zijn, zoals een haakneus afgebeeld op een verbodsbord of een logo van een neonazistische organisatie.’

Van der Laan legt omstandig uit waarom alle hakenkruizen verboden zijn – ook als ze antifascistisch bedoeld zijn. Juist omdat er zoveel Joodse Amsterdammers zijn vermoord, is de oorlog in de hoofdstad nog steeds een open zenuw: ‘Het is mede om die reden dat de Amsterdamse driehoek tijdens manifestaties in Amsterdam geen hakenkruizen duldt; niet op spandoeken en zelfs niet als onderdeel van een verbodsbord of prullenbak.’

Ook in dit geval hanteert de jurist Van der Laan weer de mengeling van principiële argumenten en praktische toepasbaarheid: ‘In sommige gevallen is een hakenkruis ook niet eigenstandig strafbaar. Zo kan een situatie ontstaan dat wél opgetreden wordt bij een persoon die tegen Pegida demonstreert met een hakenkruis in een verbodsbord, en tegelijkertijd niet wordt opgetreden tegen een Pegidademonstrant met een hakenkruis in een prullenbak. Dit maakt het handhaven op straat voor de politie complex, met uiteindelijk directe risico’s voor het ontstaan van wanordelijkheden.’

Je zou willen dat alle politici hun beleid zo zouden kunnen uitleggen.

oktober 6, 2017Permalink

we hebben een schuldenprobleem

Schulden: je komt er zo in, maar kom er maar eens uit. Want wie niet meer kan betalen, wordt verder op kosten gejaagd. En wie daarna van zijn schulden af wil komen, moet een bureaucratische triatlon lopen – ongetraind.

Beste gemeenten van Nederland, we hebben een schuldenprobleem

Correspondent Economie
Jesse FREDERIK
Illustraties door Leon Postma, Kwennie Cheng en Roel van Eekelen

8.000 keer werd vorig jaar een huis ontruimd, 20.000 keer werd de elektriciteit afgesloten, 89.000 keer meldde iemand zich bij de schuldhulpverlening en 3 miljoen keer belde ergens een deurwaarder aan. Een op de vijf huishoudens loopt risico op problematische schulden, meer dan 300.000 mensen hebben een bewindvoerder.

Niemand heeft hier baat bij. Schuldeisers zien hun geld niet terug. De belastingbetaler is miljarden kwijt aan een steeds verder uitdijend bureaucratisch moeras. Hulpverleners raken moedeloos van de protocollen, beslisbomen en zelfredzaamheidsmatrices. En de schuldenaar? Die is het lijdend voorwerp van al deze gekte: hij verliest zijn moed, zijn gezondheid, zijn hoop.

Dat moet veranderen. Als mensen in de schulden komen, moet er veel sneller zicht komen op een oplossing. Een oplossing die recht doet aan de verantwoordelijkheid van alle betrokkenen.

Daarom zijn wij, Jesse Frederik (De Correspondent), Ester Gould en Sarah Sylbing (Schuldig) en Annemarie Gehrels (Annemarie Gehrels Advies | Coaching | Training), de campagne Schuldvrij! begonnen.

Wij willen praktische voorstellen doen voor de verkiezingsprogramma’s voor de gemeenteraadsverkiezingen. Om een einde te maken aan dit geldverslindende systeem dat alleen maar verliezers kent.

1. Experimenteer met het overnemen van schulden

Na drie jaar schuldsanering krijgen schuldeisers vaak nog geen 10 procent van hun geld terug. Als gemeente kun je beter sneller om tafel met schuldeisers: ‘Jullie krijgen nu je 10 procent, dan nemen wij de schuld over.’

Dat is geen liefdadigheid, maar een investering.

Ga maar na: momenteel kost drie jaar een bewindvoerder aanstellen zo’n 5.000 euro. En dan is er aan het eind van de rit vaak bijna niks opgelost. Voor datzelfde geld kun je ongeveer 50.000 euro aan schulden opkopen en oplossen. Mits de schuldeisers, zoals gebruikelijk, akkoord gaan met 10 procent. Zo bespaar je niet alleen op de kosten van de bewindvoering, maar ook op uitkeringen, jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg, schuldhulpverlening, ziekteverzuim en ga zo maar door.

De gemeenten Den Haag en Leiden laten zien dat dit werkt. De verlammende stress valt weg door het schuldopkoopprogramma en er ontstaat ruimte om verder te kijken. Ruimte voor de schuldenaar die gebruikt kan worden om te investeren in het opdoen van financiële kennis om herhaling te voorkomen, in het volgen van een opleiding of het vinden van een baan.

Schuldsanering kan ook collectief geregeld worden. Maak met bijvoorbeeld woningcorporaties een afspraak over alle problematische schulden van inwoners van een gemeente. Zo kan enorm worden bespaard op uitvoeringskosten. Een saneringstraject voor een enkele burger kost de gemeente namelijk zo’n 3.000 euro, terwijl de afloscapaciteit van een schuldenaar met een minimuminkomen maar 1.800 euro is.

2. Geef schuldhulpverleners de mogelijkheid hun werk te doen

Niet alles kun je achter een Haags bureau of op een gemeentehuis voorzien. Toch is het werk van hulpverleners momenteel dichtgetimmerd in protocollen en beslisbomen. Al die regels gaan te veel uit van de zelfredzaamheid van burgers en geven te weinig ruimte aan het inschattingsvermogen van de hulpverlener.

Mensen die diep in de schulden zitten zijn niet zelfredzaam, blijkt keer op keer uit onderzoek. Regels worden te strikt toegepast, waardoor veel mensen uit een hulpverleningstraject vallen. Geef uitvoerders daarom meer ruimte om uitzonderingen te maken, want er is niet één formule. Niet elke schuld is gelijk geboren.

Geef hulpverleners daarnaast een bureaucratievrij budget dat ze naar eigen inzicht kunnen inzetten. Geld dat vrij te besteden is om echt maatwerk te leveren en zo grotere maatschappelijke problemen te voorkomen.

Op gemeentelijk niveau zijn hier al succesvolle pilots mee geweest. Uit de evaluatie van zo’n experiment in Zaanstad, waarbij sociale wijkteams 800.000 euro kregen om naar eigen inzicht te besteden, bleek hoe succesvol dit kan zijn.

3. Voorkom problematische schulden en wijs schuldeisers op
hun verantwoordelijkheid

Veel gemeenten geven meer uit aan bewindvoering dan aan schuldhulpverlening, en meer aan schuldhulpverlening dan aan schuldpreventie. Dat moet anders. Schuld vroeg signaleren is van groot belang. Het duurt vaak jaren voor mensen zich melden bij de schuldhulpverlening. Bovendien is het veel makkelijker om mensen te helpen als de schuldenlast nog klein is.

Maak daarom afspraken met woningcorporaties, zorgverzekeraars, energieleveranciers en waterbedrijven dat zij bij twee maanden achterstand melding doen bij de gemeente. De gemeente kan dan zorgen dat hulpverleners contact leggen met de bewoners, om hen te ondersteunen om weer grip te krijgen op hun geld. De gemeente Amsterdam heeft daar met het programma Vroeg Eropaf goede ervaring mee en in de gemeente Nijmegen loopt eveneens een succesvol project, Vindplaats Schulden.

Gemeenten kunnen ook kijken hoe ze nóg vroeger in actie kunnen komen. Door bijvoorbeeld samen met corporaties en nutsbedrijven alert te zijn op ingrijpende levensgebeurtenissen, zoals echtscheiding of verlies van een naaste. Zulke gebeurtenissen kunnen het recht op toeslagen stevig beïnvloeden, terwijl ingewikkelde formulieren invullen het laatste is waar je op zo’n moment aan denkt. Corporaties en andere bedrijven kunnen hun klanten dan in contact brengen met instanties die hen hierbij ondersteunen. De gemeenten Hilversum, Den Haag en Zwolle experimenteren hier al mee.

4. Het is tijd voor nieuwe ideeën

Helaas is de overheid vaak zelf onderdeel van het probleem. De Belastingdienst, het Centraal Justitieel Incassobureau, de zorgverzekeraars: veel schulden worden veroorzaakt door wet- en regelgeving uit Den Haag.

Schuldvrij! zal nog voorstellen presenteren om de landelijke politiek te verbeteren. Ondertussen kunnen gemeenten al veel doen om mensen te helpen. Door de decentralisaties wordt de toekomst van de verzorgingsstaat steeds meer lokaal bepaald. Er is ruimte om iets nieuws te proberen. En iets nieuws, dat is hard nodig

augustus 20, 2017Permalink

Deurwaardersleed: ontslagen en geen skybox meer

augustus 8, 2017Permalink

Amsterdam heeft lesje geleerd

Amsterdam is naar eigen zeggen een van de gemeenten die lessen trekken uit het verleden waar het gaat om de integratie van statushouders. Tot voor kort gold in de hoofdstad het adagium: eerst inburgeren; dan aan het werk. Sinds kort is dat andersom. Amsterdam kijkt nu welke vluchtelingen meteen aan de slag kunnen. De inburgering — het leren begrijpen van de Nederlandse taal en cultuur — moeten zij voortaan dan maar naast hun baan doen. Volgens een woordvoerder is de hoofdstad overgegaan tot deze beleidswijziging, omdat een heel groot deel van de vluchtelingen die al langer in Amsterdam wonen, nog altijd afhankelijk is van een bijstanduitkering. ‘Dat is een niet wenselijke en niet houdbare situatie.’ Inburgeren via werk Nu wordt meteen bij binnenkomst gekeken of iemand kan werken. Zo werkt een tamelijk kort geleden gearriveerde Syriër op het populaire stadsstrand bij het Amsterdamse café Roest. Hoop is dat de vluchtelingen juist via werk sneller inburgeren. Jonge statushouders gaan zo veel mogelijk naar school, omdat ze dan later het best integreren en een grotere bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij. En vluchtelingen met trauma’s krijgen eerst . Uit een enquête van Kennisplatform Integratie & Samenleving bleek in juni dat ruim een derde van de gemeenten (36%) pas na afronding van de verplichte inburgering begint met begeleiding naar de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd vinden de gemeenten zelf ook dat hierdoor veel tijd verloren gaat. De 197 geënquêteerde gemeenten gaven verder aan, in te schatten dat nog geen 10% van de statushouders direct bemiddelbaar is naar een baan. Zo’n 60% heeft pas kans op werk na het volgen van een aanvullende opleiding of vrijwilligerswerk, terwijl 30% vermoedelijk helemaal nooit aan de slag komt. Knelpunten zijn de gebrekkige kennis van de Nederlandse taal en arbeidsmarkt, trauma’s en andere gezondheidsproblemen.

 

Maatregelen om beroep op bijstand terug te dringen

Cover publicatie Maatregelen om beroep op bijstand terug te dringen

Hoe zorg je dat mensen zoveel mogelijk op eigen benen staan? Dat ze hun eigen inkomen verdienen en alleen van de bijstand gebruik maken als het echt niet anders kan? Het is een vraagstuk waar gemeenten, als uitvoerders van de Participatiewet, dagelijks mee bezig zijn.

De focus op de bijstand is des te groter omdat deze maar blijft groeien (in 2016 met 6 procent) 1 en de meerderheid van de gemeenten rode cijfers schrijft op het domein van werk & inkomen. Belangrijk dus om goed inzicht te hebben in feiten en cijfers rond de groei en de aanpak ervan.

Voor deze factsheet zijn 163 gemeentelijke analyses bestudeerd die gaan over de manier waarop gemeenten in de praktijk de instroom in de bijstand beperken en de uitstroom bevorderen. In de analyses geven gemeenten aan waarom zij in 2015 een tekort hebben op hun bijstandsbudget en wat zij daar aan gingen doen. Het totaaloverzicht geeft een goed beeld op welke manieren gemeenten proberen het beroep op de bijstand te verminderen.

augustus 6, 2017Permalink

Sociale gevolgen van een handicap

Meer aandacht nodig voor sociale gevolgen van een handicap

Op 26 juli 2017 geplaatst door

en ondersteuning richten zich te weinig op de van ziekte en beperkingen. Vooral mensen jonger dan 65 jaar ervaren veel negatieve gevolgen van hun ziekte of handicap. Dit blijkt uit het vierde rapport van MijnKwaliteitvanLeven.nl met resultaten van ruim 27.000 deelnemers.

Weinig energie om te doen wat je wil
De onderstaande resultaten laten zien dat er nog veel winst te behalen valt in de zorgsector en het sociale domein:

  • Meer dan de helft (58%) van de deelnemers geeft hun kwaliteit van leven een 6 of lager.
  • Ruim de helft (56%) van mensen jonger dan 65 jaar ontbreekt het aan energie om te doen wat zij willen.
  • Een aanzienlijk deel voelt zich weinig nuttig (30%) en heeft het gevoel weinig tot niets voor anderen te kunnen betekenen (23%).
  • 33,3 % met een ziekte of handicap heeft een gevoel van zorg en onzekerheid over de nabije toekomst.

Herziene versie Handreiking vroegsignalering van een LVB

Op 25 juli 2017 geplaatst door

Voor professionals in het sociale domein is het belangrijk dat zij een licht verstandelijke beperking of zwakbegaafdheid niet alleen bij kinderen en jongeren, maar ook bij (jong)volwassenen, zo vroeg mogelijk herkennen om overvraging te voorkomen. Deze herziene versie van de Handreiking vroegsignalering van een LVB en zwakbegaafdheid beschrijft de mogelijkheden voor vroegsignalering.

Slideshow
Bij mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) en zwakbegaafdheid is er veelal sprake van leerachterstanden, van problemen met het begrijpen van taal, met sociale vaardigheden en met alledaagse praktische vaardigheden, zoals het regelen van bankzaken.

Kans op overvraging
Aan het uiterlijk kun je echter niet zien dat iemand licht verstandelijk beperkt of zwakbegaafd is. Mede hierdoor worden ze vaker overvraagd op school, op het werk en in het alledaagse contact. Er wordt meer van hen gevraagd dan ze kunnen of aankunnen. Dit kan leiden tot faalervaringen, gevoelens van frustratie en een negatief zelfbeeld. Deze negatieve gevoelens kunnen zich op hun beurt uiten in o.a. opstandig gedrag. Ze worden dan gezien als lastig, terwijl het niet zozeer gaat om niet willen, als wel om niet kunnen.

Vroegtijdige signalering
Uit bovenstaande blijkt het belang van vroegtijdige signalering van een LVB/zwakbegaafdheid en het vervolgens aansluiten op de mogelijkheden van een persoon. Doordat het niet aan het uiterlijk te zien is dat iemand een LVB heeft of zwakbegaafd is, wordt het vroegtijdig herkennen ervan lastiger. Toch zijn er signalen in het kind, jongere of (jong)volwassene die direct kunnen wijzen op een LVB/zwakbegaafdheid. Maar ook andere kenmerken, zoals probleemgedrag van een jeugdige of problemen in de gezinssituatie, kunnen indirect wijzen op een mogelijke LVB/zwakbegaafdheid in een jeugdige of (jong)volwassene.

Herziene versie
De herziene versie van de Handreiking vroegsignalering van een LVB en zwakbegaafdheid beschrijft de mogelijkheden voor vroegsignalering bij (jonge) kinderen en jongeren, maar ook bij (jong)volwassenen, door professionals in het sociale domein. Zij zijn immers degenen die veelal als eerste met mensen met een LVB/zwakbegaafdheid te maken krijgen.

In de bijlage vindt u de handreiking

Bron: Landelijk Kenniscentrum LVB
Bron: Kennisplein gehandicaptensector

Kwetsbare gezinnen

Inspectie: wijkteams hebben kwetsbare gezinnen niet in de gaten

ANP

Kwetsbare gezinnen blijven te lang onopgemerkt en krijgen vervolgens niet de juiste hulp. Dat schrijven vijf rijksinspecties van het ministerie van Volksgezondheid in een rapport over de aanpak van gezinnen met meervoudige problemen.

De voor die gezinnen ligt sinds twee jaar bij de gemeenten, die voor die taak wijkteams hebben ingesteld. Maar die teams hebben geen gerichte aanpak en kunnen de ingewikkelde problematiek van de gezinnen niet aan, concluderen de inspecties die samenwerken onder de naam Toezicht Sociaal Domein.

Veiligheidsrisico’s

Op basis van onderzoek in zes gemeenten is gebleken dat de kwetsbare gezinnen niet tijdig gesignaleerd worden, en dat de teams vaak geen goed beeld hebben van alle problemen die er spelen. Daardoor kunnen ook de veiligheidsrisico’s voor de kinderen uit die gezinnen niet goed worden ingeschat, schrijven de onderzoekers.

Door beter samen te werken met andere instanties krijgen hulpverleners een completere indruk van de situatie in het gezin, luidt een van de conclusies van het rapport.

De inspecties stellen vast dat de hulpverleners in de wijkteams hoogopgeleid en zeer gemotiveerd zijn, maar dat hun taken duidelijker omschreven moeten worden. Ook moeten ze van de gemeenten meer tijd en geld krijgen.

Om tafel om jeugd te beschermen in Achterhoek

© Jeugdbescherming Regio Amsterdam

Om tafel om jeugd te beschermen in Achterhoek

DOETINCHEM – De acht Achterhoekse gemeenten krijgen een zogeheten jeugdbeschermingstafel. In kritieke situaties gaat een onafhankelijk voorzitter samen met hulpverleners, ouders en eventueel kinderen overleggen wat de beste oplossing is.

 Doel is om escalaties in gezinnen die onder meer leiden tot uithuisplaatsing te voorkomen. In de acht gemeenten komen gemiddeld drie keer per twee weken situaties voor waarbij de jeugdbeschermingstafel kan worden gebruikt.

,,Het gaat om situaties in een gezin die onveilig zijn voor een kind”, zegt Maureen Sluiter, wethouder van de gemeente Doetinchem. ,,Maar het kunnen ook onveilige situaties zijn die worden veroorzaakt door het kind zelf, zoals bijvoorbeeld drugsgebruik of verslaving. Ook kan het gaan om een kind met aangeboren gedragsstoornissen waarmee de ouders niet kunnen omgaan.”

Kinderbescherming

De jeugdbeschermingstafel verschilt voortdurend van samenstelling. Er is een onafhankelijk voorzitter en daarnaast zullen per geval de betrokken ouders aanschuiven. Kinderen om wie het gaat die boven de twaalf jaar zijn, kunnen ook aan tafel zitten als ze dat willen. Daarnaast kunnen bijvoorbeeld de kinderbescherming of andere hulpverleners meepraten en oplossingen aandragen.

,,Niet met als doel op zich om een uithuisplaatsing te voorkomen”, zegt Sluiter. ,,Maar wel om het beste plan voor een kind en de ouders te maken. Bijvoorbeeld bij een 16-jarige die wegloopt en thuis niet is te handhaven een veilige plek zoeken, maar tegelijk ook een behandelplan starten.”

De acht gemeenten (inclusief Montferland) slaan de handen ineen. ,,Dit soort casussen komt te weinig voor om per gemeente in de Achterhoek een beschermingstafel op te zetten”, zegt Sluiter. ,,Door als acht gemeenten op te trekken wordt de schaal groter en is de expertise waarop een beroep wordt gedaan ook breder.”

Onafhankelijk

De jeugdbeschermingstafel in de Achterhoek wordt opgetuigd naar Apeldoorns model. Op meerdere plaatsen in Nederland wordt al gewerkt met een jeugdbeschermingstafel. De onafhankelijk voorzitter komt in dienst van de gemeente Doetinchem.

De acht Achterhoekse raden moeten nog akkoord gaan met het voorstel. De bedoeling is dat de jeugdbeschermingstafel in de Achterhoek in november 2017 in werking is.

POLITIEK WIL STRENGER TOEZICHT

POLITIEK WIL STRENGER TOEZICHT OP INSTELLINGEN VOOR BESCHERMD WONEN

-

Normal_depressief

De politiek wil dat de kwaliteit van bij beschermd wonen wordt aangepakt. Zo moeten er onaangekondigde inspectiebezoeken plaatsvinden en dienen individuele zorgklachten serieus genomen te worden. Hiermee reageert de politiek op een individueel geval: een 21-jarige jongen met autisme en gedragsproblemen die niet de zorg krijgt die hij nodig heeft. Dat meldt Omroep Gelderland.

De 21-jarige autistische Bart Bruil woonde beschermd bij Woonzorgnet. Hij werd volgens de instelling te agressief en moest weg. Woonzorgnet stelt enkel goede zorg te hebben geleverd aan de jongen. Volgens zijn ouders kreeg hij echter nauwelijks dagbesteding, geen begeleiding en werd er niet aan zijn doelen gewerkt. Diverse deskundigen hebben het zorgdossier van de jongen bekeken en concluderen hetzelfde: Bruil kreeg niet de zorg die hij nodig had.

“Dit soort situaties komen veel te vaak voor. Marktwerking heeft ervoor gezorgd dat er positieve zorginitiatieven zijn ontstaan, maar heeft er ook voor gezorgd dat zorgaanbieders geld verdienen belangrijker vinden dan de juiste zorg bieden”, zegt 50-Plusser Leonie Sazias. Volgens haar worden ouders bovendien monddood gemaakt. Ze pleit dan ook voor onderzoek op individueel klachtenniveau, wat niet bij Bruil is gebeurd.

De Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) kwam aangekondigd op bezoek bij Woonzorgnet. Iets wat Lea Manders, politicus in Arnhem, een verkeerde keuze noemt. Aangekondigde controles zijn gemakkelijker te doorstaan dan onaangekondigde bezoeken.

Diverse Kamerleden stellen bovendien het inkomen van enkele bestuurders van Woonzorgnet aan de kaak. Drie directeuren verdienden vorig jaar samen bijna 500.000 euro. SP-Kamerlid Lilian Marijnissen en VVD’er Sophie Hermans willen het probleem aan de kaak stellen. Waar Marijnissen vindt dat geld voor de zorg enkel naar de zorg moet, vindt Hermans dat er in ieder geval grenzen gesteld moeten worden. “Als de bedragen die in het artikel genoemd worden kloppen dan vraag ik mij af hoe de directie dat kan rechtvaardigen”, aldus D66-Kamerlid Vera Bergkamp.

Door: Redactie Nationale Zorggids

Basisinkomen een succes

Fins experiment basisinkomen succes: deelnemers zijn minder gestrest en meer gemotiveerd

Finland experimenteert sinds vijf maanden met het basisinkomen. Deelnemers zien nu al veel voordelen: ze hebben minder stress, een grotere prikkel om werk te vinden en meer tijd om een eigen bedrijf op te starten.

Het is het grootste experiment van Europa. Tweeduizend Finnen krijgen twee jaar lang 560 euro per maand. Deelnemers hoeven niet aan te tonen dat ze werk zoeken en ze hoeven ook geen bewijs aan te leveren dat ze de uitkering nog nodig hebben. Ze kunnen het geld naar eigen inzicht uitgeven.

Als werklozen werk vinden mogen ze het basisinkomen houden, zodat het nut heeft om te gaan werken, zelfs voor een beperkt aantal uren. De centrum-rechtse regering van Finland hoopt zo het werkloosheidsprobleem in het land op te lossen.

De werkloze vader Juha Jarvinen is een van de tweeduizend deelnemers. Hij vertelt The Economist dat hij nu veel meer gemotiveerd is om werk te zoeken dan toen hij nog een gewone werkloosheidsuitkering kreeg. Eerder kreeg hij wel parttime functies aangeboden, maar daarmee zou hij zijn uitkering verliezen en er op achteruit gaan. “Dat is bizar, dus niemand zal een beetje werk aannemen”, zegt hij.

Jarvinen is nu bezig met een eigen bedrijf en voelt zich veel minder gestrest.

Toen hij een uitkering kreeg ging hij niet actief op zoek naar werk, maar nu wel, zo vertelde hij aan The Economist.

Hij kreeg enkele parttime baantjes aangeboden, maar als hij die had aangenomen zou hij gekort zijn op zijn uitkering. “Het is gestoord, er is niemand die zoiets zou doen,” zei hij.

Hij is blij dat hij niet meer mee hoeft te doen aan het toneelstukje van formulieren invullen en sollicitatiegesprekken voeren voor kansloze banen. Maar niet iedereen is het met hem eens. De grootste vakbond SAK, waarvan een vijfde van alle Finnen lid is, noemt het basisinkomen “onmogelijk duur” en stelt dat het overheidstekort met vijf procent van het bnp zal toenemen.

De Finse overheid heeft 2000 inwoners van het land de afgelopen vijf maanden een onvoorwaardelijk basisinkomen gegeven en nu al werpt het project zijn vruchten af.

Ontvangers hebben minder last van stress, meer zin om op zoek te gaan naar werk en meer tijd om zakenideeën uit te werken.

Deelnemers van het project, dat uniek is in Europa, krijgen twee jaar lang iedere maand 560 euro op hun bankrekening gestort.

Werkloosheidsprobleem

Ze hoeven niet aan te tonen dat ze werkzoekende zijn of dat ze het nodig hebben. Ze kunnen het geld besteden zoals ze willen.

Als deelnemers werk vinden blijven ze het basisinkomen ontvangen. Een uitkering zou in zo’n geval worden stopgezet.

De Finse overheid hoopt op deze manier het werkloosheidsprobleem in het land aan te pakken.

Canada

In maart kondigde Ontario, de grootste provincie van Canada, aan te gaan experimenteren met een onvoorwaardelijk basisinkomen.

Premier Kathleen Wynne van Ontario zei dat de proef noodzakelijk is om het hoofd te kunnen bieden aan ‘nieuwe uitdagingen’ die de moderne economie met zich meebrengt.

Meer tijd besteden aan de mensen waar het om gaat

Wees daar waar de nood is

‘Sociaal werkers: probeer jullie administratieve werk tot een uiterst minimum te beperken zodat jullie meer tijd kunnen besteden aan de mensen waar het om gaat’, die oproep doet Cornel Vader, voorzitter van de Raad van Bestuur van de professionele zorgtak van het Leger des Heils.

Vader heeft het aantal hulpvragen en hulpvragers bij het Leger des Heils de afgelopen jaren flink zien stijgen. In 2016 kwamen er bijvoorbeeld 37.500 unieke hulpvragen binnen bij zijn organisatie, 3000 meer dan in het jaar ervoor. ‘Dit is echt een forse toename en deze trend is al een paar jaar aan de gang. Al sinds de aanloop naar de transities wordt er meer en meer een beroep op ons gedaan.’

Cijfers

Het grootste deel van de hulpvragen kwam in 2015 voor de rekening van de laagdrempelige dag- en nachtopvang van het Leger des Heils. En ondanks dat de transities het mogelijk moeten maken dat mensen langer thuis kunnen blijven, hulp krijgen uit hun eigen netwerk en wijkteams de problemen zoveel mogelijk ondervangen en oplossen, neemt ook de vraag naar ambulante hulp bij het Leger des Heils toe. Vader: ‘De druk op onze capaciteit is fors. Het aantal bedden dat we hebben is beperkt en het aantal uren ambulant werk dat we kunnen bieden is gelimiteerd. Ondanks dat we vaak goede afspraken met bijvoorbeeld gemeenten, zorgverzekeraars en rijk kunnen maken over opvang en in- en verkoop, zal er wel iets moeten veranderen.’

Teken aan de wand

In 2016 had het Leger des Heils 4000 bedden beschikbaar, 300 meer dan een jaar eerder. Toch waren al deze bedden volgens Vader ook in 2016 allemaal meer dan honderd procent bezet. ‘Dit is een teken aan de wand. De mensen die bij ons aankloppen, hebben stevige indicaties en redden het niet zelfstandig, terwijl dat wel de bedoeling van de transities was.’

Mismatch

De bestuurder van de organisatie heeft ook wel een idee hoe dat komt. ‘De opbouw van buurtnetwerken en vangnetwerken gaat niet snel genoeg en het afbouwen van intramurale capaciteit gaat niet gelijk op met de opbouw van intensieve ambulante vormen van zorg. Er is echt een mismatch en nu moeten de wijkteams ineens allerlei multicomplexe en intensieve zorgvragen oplossen. Dat is absoluut onmogelijk gezien de caseload waar ze al mee te maken hebben.’

Goedkope woningen

Een ander probleem dat ervoor zorgt dat steeds meer mensen voor steeds langere tijd gebruik maken van de nachtopvang van het Leger des Heils, is het gebrek aan goedkope woningen. ‘Met goedkope woningen bedoel ik woningen voor 350 euro per maand. Dat prijsniveau is prima voor mensen die gestrand zijn en een doorstart willen maken. Maar die woningen zijn vrijwel niet beschikbaar.’ Vader vertelt dat het Leger des Heils daarom in gesprek is met corporaties en koepels om op korte termijn meer goedkope woningen te realiseren.

Ondersteuning

‘Maar daarmee zijn we er nog niet. Mensen stranden niet voor niets, er is altijd meer aan de hand. Alleen een goed huis is niet genoeg. Er moet ook voldoende ondersteuning voor deze mensen zijn, zodat ze leren omgaan met hun buren, hun schulden kunnen wegwerken en een plekje in de maatschappij krijgen. Intensieve begeleiding voor hen is gewoon nodig.’

Daar waar de eerste contacten met dak- en thuislozen worden gelegd, is het handig de meest ervaren hulpverleners in te zetten. Dat schrijft de Nederlandse Straatdokters Groep in een ‘boodschappenlijst’ voor gemeenten, politiek en hulpinstellingen. Lees meer >>

Verantwoordelijkheid

De bestuurder van het Leger des Heils verwacht dat het aantal mensen dat op straat terecht komt de komende anderhalf tot twee jaar nog verder toe zal nemen. ‘Ik hoop dat we daarna, als alle gemeenten gewend zijn aan hun verantwoordelijkheid, ook die mensen een goede plek en ondersteuning kunnen bieden. Natuurlijk doen we ons best om dat ook nu al te doen, maar gemeenten moeten wennen aan hun nieuwe verantwoordelijkheid en inzien dat ze meer moeten inzetten op het voorkomen van problemen dan op het oplossen als het al te laat is.’

Outreachend

In de tussentijd doen Vader en zijn collega’s hun uiterste best om iedereen die hulp nodig heeft, deze hulp te geven. Sociaal werkers kunnen hem hierin bijstaan. Hoe? Door outreachend te werken. ‘Wees daar waar de nood is in plaats van achter je bureau. Probeer je administratieve werk tot een uiterst minimum te beperken zodat je meer tijd kunt besteden aan de mensen waar het om gaat. Zorg daarnaast dat je goed op de hoogte bent van het lokale zorgaanbod en probeer met lokale zorgaanbieders in contact te komen om het aanbod nauw te laten aansluiten op wat de behoefte is van mensen die in de problemen zijn geraakt. Wijkteams kunnen daar een signalerende, en mede vormende, invloed op uitoefenen.’

Sophie van Hogendorp