Amsterdam heeft lesje geleerd

Amsterdam is naar eigen zeggen een van de gemeenten die lessen trekken uit het verleden waar het gaat om de integratie van statushouders. Tot voor kort gold in de hoofdstad het adagium: eerst inburgeren; dan aan het werk. Sinds kort is dat andersom. Amsterdam kijkt nu welke vluchtelingen meteen aan de slag kunnen. De inburgering — het leren begrijpen van de Nederlandse taal en cultuur — moeten zij voortaan dan maar naast hun baan doen. Volgens een woordvoerder is de hoofdstad overgegaan tot deze beleidswijziging, omdat een heel groot deel van de vluchtelingen die al langer in Amsterdam wonen, nog altijd afhankelijk is van een bijstanduitkering. ‘Dat is een niet wenselijke en niet houdbare situatie.’ Inburgeren via werk Nu wordt meteen bij binnenkomst gekeken of iemand kan werken. Zo werkt een tamelijk kort geleden gearriveerde Syriër op het populaire stadsstrand bij het Amsterdamse café Roest. Hoop is dat de vluchtelingen juist via werk sneller inburgeren. Jonge statushouders gaan zo veel mogelijk naar school, omdat ze dan later het best integreren en een grotere bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij. En vluchtelingen met trauma’s krijgen eerst . Uit een enquête van Kennisplatform Integratie & Samenleving bleek in juni dat ruim een derde van de gemeenten (36%) pas na afronding van de verplichte inburgering begint met begeleiding naar de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd vinden de gemeenten zelf ook dat hierdoor veel tijd verloren gaat. De 197 geënquêteerde gemeenten gaven verder aan, in te schatten dat nog geen 10% van de statushouders direct bemiddelbaar is naar een baan. Zo’n 60% heeft pas kans op werk na het volgen van een aanvullende opleiding of vrijwilligerswerk, terwijl 30% vermoedelijk helemaal nooit aan de slag komt. Knelpunten zijn de gebrekkige kennis van de Nederlandse taal en arbeidsmarkt, trauma’s en andere gezondheidsproblemen.

 

Maatregelen om beroep op bijstand terug te dringen

Cover publicatie Maatregelen om beroep op bijstand terug te dringen

Hoe zorg je dat mensen zoveel mogelijk op eigen benen staan? Dat ze hun eigen inkomen verdienen en alleen van de bijstand gebruik maken als het echt niet anders kan? Het is een vraagstuk waar gemeenten, als uitvoerders van de Participatiewet, dagelijks mee bezig zijn.

De focus op de bijstand is des te groter omdat deze maar blijft groeien (in 2016 met 6 procent) 1 en de meerderheid van de gemeenten rode cijfers schrijft op het domein van werk & inkomen. Belangrijk dus om goed inzicht te hebben in feiten en cijfers rond de groei en de aanpak ervan.

Voor deze factsheet zijn 163 gemeentelijke analyses bestudeerd die gaan over de manier waarop gemeenten in de praktijk de instroom in de bijstand beperken en de uitstroom bevorderen. In de analyses geven gemeenten aan waarom zij in 2015 een tekort hebben op hun bijstandsbudget en wat zij daar aan gingen doen. Het totaaloverzicht geeft een goed beeld op welke manieren gemeenten proberen het beroep op de bijstand te verminderen.

augustus 6, 2017Permalink