Anatomie van de ideale speler

Uit welke talenten is de ideale voetballer opgebouwd? En staat die totale voetballer garant voor totaalvoetbal? Bij wijze van experiment een zoektocht naar de perfecte speler voor Oranje op weg naar het WK. Van de gratie van Van Persie tot de longen van Kuijt.

 

Daar is hij dan, de totale voetballer van Oranje. Zijn door de Turkse zon getinte gelaat blinkt onder de Veluwse zon. Blonde kuif. Krachtig lijf. Zijn bedrijf. Parelend zweet drijft langs de slapen na noeste trainingsarbeid.

 

Hij kan koppen en rennen. Hij kan schieten en scoren. Hij heeft een functionele techniek. Hij is de longen van Oranje. Hij is 33, de oudste van allemaal. Hij is niet de beste schutter en ook niet de beste kopper of de grootste pingelaar, maar de optelsom van zijn kwaliteiten is nog steeds ruim voldoende voor selectie, al is hij dan meestal geen basisspeler meer van het Nederlands elftal.

Ik wist dat ik iets in me had dat andere mensen niet hebben. Dat is ook een kwaliteit

Dirk Kuijt 98-voudig international

Hij is de leerling die altijd oplet en louter zessen en zevens heeft op zijn rapport, en een negen voor vlijt. Op het grindpad naast het trainingsveld in Hoenderloo zegt Dirk Kuijt, met 98 interlands zesde op de eeuwige ranglijst van het Nederlands elftal, dat hij nog wel zes jaar wil voetballen. Misschien valt hij vandaag in het oefenduel met Ecuador alweer in.

Wij van de Volkskrant stellen, bij wijze van experiment, de ideale voetballer ­samen, als een soort bouwpakket. Je bent uitverkoren om de longen te leveren aan onze totale voetballer. Ben je dan ­beledigd?
‘Nee hoor. Ik denk dat mentaliteit, fysiek, in het hedendaagse voetbal ontzettend belangrijk is. Als ik naar mezelf kijk: ik heb alle wedstrijden van Fenerbahçe gespeeld dit seizoen. Dat zegt iets op mijn leeftijd. Ik heb een bepaalde fitheid. Dat is een soort wapen. Ik geef nooit op en ik kan als spits, buitenspeler of achter de spitsen spelen.’

In het nieuwe systeem van het Nederlands elftal, 5-3-2, kun jij zelfs op de rechterflank spelen, verdedigend en aanvallend tegelijk.
‘Dat zijn keuzes voor de bondscoach. Maar de bondscoach weet: wat er ook gebeurt, waar hij mij ook nodig heeft, ik zal altijd voor hem klaarstaan.’

* De kopkracht van Ron Vlaar.
* De onbevangenheid van Jean-Paul Boëtius.
* De gratie van Robin van Persie.
* De snelheid van Arjen Robben.
* De tweebenigheid van Wesley Sneijder.
* De kracht van Jeremain Lens.
* De genialiteit van Rafael van der Vaart.
* Het scorend vermogen van Klaas-Jan.
* Het tactisch inzicht van Nigel de Jong.
* De souplesse van Terence Kongolo.
* De longen van Dirk Kuijt.

Hij is de ideale soldaat voor Van Gaal. Alleen de tijd zit Kuijt op de hielen. Zijn voorsprong op de vergankelijkheid slinkt langzaam, maar zeker. ‘Naarmate je ouder wordt, kijk je steeds meer naar wat er nodig is om elke keer weer die topprestatie te leveren. Daarin raak je nooit uitgeleerd. Rust is belangrijk, voeding, trainingsarbeid, verzorging. Als voetballer ben je een klein bedrijf, met een samenstelling van allerlei mensen die je helpen om elke keer weer die topprestatie te leveren.’

Daar moeten we zijn, bij die samenstelling. We proberen dus een ideale voetballer te formeren, als ideaalbeeld, al is het dan een fictief, niet bestaand persoon. Cristiano Ronaldo komt misschien in de buurt van de totale voetballer, maar die kan niet verdedigen. Dus shoppen we uit eigenschappen van de nationale selectie:

Dat is zijn rol; longen zijn. Een dienende rol, niet zo opvallend als  gratie of scorend vermogen. Aan hem derhalve de vraag:

Als je naar al die eigenschappen kijkt, denk je dan nooit: had ik maar iets meer van de gratie van Van Persie, de snelheid van Robben of de genialiteit van Van der Vaart?
Kuijt lacht: ‘Nee, ik ben heel tevreden met wat ik al heb bereikt in mijn loopbaan. Ik ben toch die speler geweest van wie mensen altijd dachten: dit is zijn plafond. Verder zal hij niet komen. Ik heb heel veel mensen kunnen verbazen. Mezelf nog het minst. Ik wist dat ik iets in me had dat andere mensen niet hebben. Dat is ook een kwaliteit.’

Zo hoort bondscoach Louis van Gaal zijn spelers graag spreken, in termen van dienstbaarheid of fixatie op een doel. Van Gaal heeft trouwens ook een ideale speler, zo gaf hij meermaals aan: Andres Iniesta van Barcelona. ‘Hij ziet het spel en kan op diverse posities spelen’, zei hij eens over de spelmaker. Met zelfspot voegde hij toe dat hijzelf als voetballer een soort Iniesta was, in een oneindig mindere versie wel te verstaan.

Totaal mens

Kuijt, Iniesta. Ideale pionnen voor een teambuilder als Van Gaal. In zekere zin zijn ze totale voetballers, ieder op zijn eigen niveau. Nog één stap verder en de totale voetballer verheft zich tot totaal mens. Het volgende zei Louis van Gaal in 2009 in de Volkskrant over de totale mens, toen hij op weg was naar de landstitel met AZ.

Van Gaal, destijds: ‘Ik kijk naar de totale mens. Het gaat er niet alleen om de bal van A naar B te verplaatsen. Dat is wel belangrijk, maar niet het allerbelangrijkste. Dat is: wie ben jij als persoon? Wil je in dienst spelen van het elftal? Hoe doe je dat? Hoe loop je dan vrij? Loop je alleen voor jezelf vrij, of ook voor anderen?’ Het is alsof hij het type Kuijt in gedachten had toen hij de zinnen uitsprak.

‘We maakten ook profielschetsen van de spelers, om ze beter te leren benaderen. Ik deed het eigenlijk al mijn hele leven zo, maar Van der Burg benoemde dat.’

Van Gaal sprak over een cursus van een jaar van wijlen Leo van der Burg, een bedrijfseconoom en psycholoog. ‘We maakten ook profielschetsen van de spelers, om ze beter te leren benaderen. Ik deed het eigenlijk al mijn hele leven zo, maar Van der Burg benoemde dat.’

Een hedendaagse trainer, zo doceerde Van Gaal, is een manager van specialisten. Samen proberen die het beste uit een ploeg te halen, met al hun energie. Het is een proces van gezamenlijkheid. Misschien is Kuijt niet de ­beste voetballer in dat proces – dat is eigenlijk wel zeker –  maar op de schaal Van Gaal is hij toch bijna onmisbaar. Hij is een optelsom van elementen, met een bevredigend resultaat als uitkomst. Hij is de totale voetballer met een goede profielschets. Hij is zelfs meer dan alleen een voetballer. Hij is gelouterd en vergevorderd als totaal mens.

Longen van Oranje

Die totale voetballer en totale mens Kuijt arriveerde deze week boordevol energie in Hoenderloo. Dirk Kuijt behaalde met zijn Turkse club Fenerbahçe  de eerste landstitel sinds zijn jeugdjaren bij Quick Boys. Het was dus feest aan de Bosporus. Het niveau van trainingen en wedstrijden daalde in de weken daarna, en dus vroeg Kuijt aan zijn club of hij de laatste competitiewedstrijd (dit weekeinde) mocht overslaan. Hij belde Van Gaal of hij eerder naar Hoenderloo mocht komen dan de bedoeling was.

Dirk Kuijt tijdens trainingskamp in aanloop naar WK in Brazilië. Foto ANP

Dirk Kuijt tijdens trainingskamp in aanloop naar WK in Brazilië. Foto ANP

Dirk Kuijt tijdens trainingskamp in aanloop naar WK in Brazilië. Foto ANP

Uitslover, zou menigeen zeggen. Slijmbal. Maar Kuijt wil fit zijn. Hij is immers de longen van Oranje, zelfs als hij niet speelt. Dan verspreidt hij energie of legt een arm om een schouder. Hij vindt het leuk jonge voetballers wegwijs te maken in de grotemensenwereld van het spel, zoals hij zelf tien jaar geleden steun kreeg van Van der Sar of Cocu. ‘Ik denk nooit aan het negatieve. Ik ben altijd positief.’

‘Het was ongelooflijk. Ik zal het nooit vergeten. We hebben drie dagen ceremonies en feest gehad.’

Nu hij eindelijk kampioen is, straalt hij nog meer energie uit dan normaal. Hij zal in twee alinea’s eens even vertellen hoe mooi dat was, kampioen worden.

‘Het was ongelooflijk. Ik zal het nooit vergeten. We hebben drie dagen ceremonies en feest gehad. Het is gebruikelijk dat de bekeruitreiking na de laatste thuiswedstrijd van het seizoen plaatsvindt. Nu hadden ze besloten vrijdag te spelen en zondag eerst met een open bus vanaf het trainingscomplex naar het stadion te rijden, om daar de beker uit te reiken.

‘De rit met de bus duurt normaal twintig minuten. We vertrokken om half vier. Om half tien waren we binnen. Honderdduizenden mensen vulden de straten aan de Aziatische kant van Istanbul. Als ik er nu over praat, krijg ik weer kippevel. Ik keek vanaf die bus in de menigte en zag zo veel emotie, of het nu bij een kind van drie was, een vader, een moeder, of bij een oude man van tachtig jaar. Ik heb nog nooit zo veel blijdschap bij elkaar gezien. En daarvan krijg ik ongelooflijk veel positieve energie.’

Totaalvoetbal

Daar draait het in feite om, straks bij het WK in Brazilië: vreugde verschaffen. Helpen bij de verwezenlijking van een paar weken van onbekommerd geluk. Liefst met puik voetbal. Wie weet, om stap drie te zetten in de zoektocht, met een vleugje totaalvoetbal.

Dat laatste zal niet meevallen, in een defensiever systeem dan 4-3-3, met zijn bijna perfecte ruimtelijke indeling op het veld. Totaalvoetbal, wat was dat trouwens ook alweer? Ja, het is een Nederlandse uitvinding, zo benoemd op het WK van 1974, alweer veerig jaar geleden.

Het is al opmerkelijk genoeg dat hij zijn bijna een levenlang gehanteerde spelsysteem opzijschuift voor iets nieuws, iets oud-Duits in feite

We citeren uit het onlangs verschenen boek Koning Voetbal,  een lexicon van het Nederlandse voetbal. Achter Totaalvoetbal staat onder meer: ‘Volgens een andere betrokkene (Willem van Hanegen, red) komt het totaalvoetbal van Michels en Cruijff, waarbij spelers continu van positie wisselen, bij toeval tot stand. ‘Michels was eerst van plan om Mansveld, Israel of Hulshoff op te stellen in het hart van de defensie’, aldus Willem van Hanegem. ‘Genoodzaakt door blessures zette hij daar Arie Haan en Wim Rijsbergen neer. Toevalliger kan bijna niet.’

Een vergelijking met 2014 gaat niet op. Nederland heeft geen Cruijff meer en ook geen Van Hanegem. Bovendien houdt Van Gaal niet van toeval.

Het is al opmerkelijk genoeg dat hij zijn bijna een levenlang gehanteerde spelsysteem opzijschuift voor iets nieuws, iets oud-Duits in feite. Maar wie weet brengt ook de nieuwe formatie 5-3-2  sprankjes totaalvoetbal. Het is een systeem van veel beweging, van positiewisselingen, van nauwe communicatie, van saamhorigheid.

‘Als ik dan toch weleens jaloers ben, is het op een persoon als Ryan Giggs van Manchester United, die het nu al tot zijn 40ste heeft uitgehouden.’

Aan de rand van het trainingsveld legt Van Gaal aan Engelse journalisten uit dat zijn nieuwe systeem niet per se defensiever hoeft uit te pakken dan 4-3-3. Hij spreidt zijn armen met enig pathos als hij zegt: ‘We zullen de principes van de Hollandse school nooit laten vallen.’

In het weglopen merkt Dirk Kuijt op dat hij toch een lichte vorm van afgunst voelt. Nee, het is niet op de gratie van Van Persie of de genialiteit van Van der Vaart. Hij zou graag winnen van de vergankelijkheid.  ‘Ik ben ervan overtuigd dat voetballen het allerleukste is. Als ik dan toch weleens jaloers ben, is het op een persoon als Ryan Giggs van Manchester United, die het nu al tot zijn 40ste heeft uitgehouden.’