Blikje

DOOR Loes Reijmer 7 augustus 2014

Ik probeerde net te bedenken hoe ik mijn buurt zou omschrijven toen een man met aangepaste schoenen en een rood rugzakje stilhield op de stoep, zijn armen uitstrekte naar de grijze lucht en een hard, brommend geluid begon te maken.

Een buurt waar je, kortom, bij een dagelijkse tocht naar de Albert Heijn met meer vragen dan Eftelingzegels thuiskomt. Is een hoofddoek met luipaardprint niet sexier dan loshangend haar, bijvoorbeeld. Heeft Pizzeria Michelangelo niet stiekem elke dag pizzadag? En ja, toch ook wel: kan ik in een volgend leven met die nieuwe Turkse groenteboer trouwen? Het verwonderingsniveau is permanent hoog, maar de antwoorden blijven uit. We vragen elkaar weinig.

Jarenlang werd ik wakker met het geluid van een blikje dat wordt geopend. ‘Tssk’, ging het dagelijks rond zeven uur. Als ik een kwartier later gapend in een bak cruesli stond te roeren werd er buiten hard gehoest. Het was een hoestbui als een krater, het diepe en schelle type dat je ook wel hoort bij de ingang van ziekenhuizen, waar longpatiënten op een rijtje stug zitten door te roken.

De dynamiek was voortaan: ’s ochtends opende ik de slaapkamerdeur voorzichtig om te zien of hij er zat, hij keek in een reflex naar het raam omdat hij iets zag bewegen, vervolgens tijgerde ik door de keuken om bij de badkamer te komen
Het geluid kwam van dezelfde plek als het blikje – het balkon dat haaks op mijn balkon staat – maar een verwaarloosde walnotenboom in de tuin van de onderburen ontnam het zicht op de producent ervan. Tot op een dag vier tuinmannen de boom stonden te snoeien en de hoestende buurman en ik in elkaars leven kwamen.

Hij bleek een oudere Spanjaard te zijn met een gelooide huid en een paar lange, zwarte compensatieplukken over de kruin. Voor acht uur ’s ochtends zette hij al drie halve liters Heineken weg, ondertussen stevig doorpaffend. Zijn vrouw zwaaide soms verlegen als ze weer een nieuwe lading was buiten hing, vaak dekbedhoezen in de kleuren geel, oranje en roze.

De dynamiek was voortaan: ’s ochtends opende ik de slaapkamerdeur voorzichtig om te zien of hij er zat (ja, was het antwoord altijd), hij keek in een reflex naar het raam omdat hij iets zag bewegen, vervolgens tijgerde ik door de keuken om bij de badkamer te komen. Het was, zo zag ik ook aan zijn gezicht, voor beiden niet leuk. We verdwenen weer even uit elkaars leven toen ik de oplossing bij IKEA vond, in de vorm van rolgordijn ENJE.

Ik had al lang geen blikje meer gehoord, besefte ik toen dit voorjaar het rolgordijn weer eens omhoog ging. Sterker: de groene blikjes Heineken die altijd over zijn balkon verspreid lagen, bleken verruild voor het groen in vijftien plantenbakken.

Nu schuifelt hij elke dag met een klein geel gietertje langs zijn planten. Soms hurkt hij even, om te zien hoe het blad erbij hangt. Aan de waslijn heeft hij tegenwoordig hangplanten, die hij trouw besproeit.

Met de hoezen lijkt ook zijn vrouw te zijn verdwenen. Hoe gaat het met haar, wil ik eigenlijk weten. Maar ja, vragen doen we hier weinig.

augustus 7, 2014Permalink