Brug tussen woord en begrip

Op zijn nieuwe album verhaalt Glenn de Randamie ( 29 ), alias Typhoon, over de liefde. Is hij meer poëet dan rapper, meer dichter dan .’

De keerzijde van het plotselinge succes uit zich bij Typhoon (Glenn de Randamie) in een lopende snotneus, een hardnekkige keelpijn en een schorre stem. De voorzet kwam van een twee uur durend optreden bij de release van zijn nieuwe album Lobi Da Basi, gevolgd door een uit de hand gelopen show in Zwolle van bijna twee uur. De nekslag kwam gewoon op straat, toen De Randamie een sprintje moest trekken om een tram in te halen.

‘Ik denk dat ik dat niet had moeten doen’, lacht hij. Het gevolg is dat er naast de kop koffie een glas jus d’orange staat, geflankeerd door een grote zak met keelsnoepjes. Ook dat is hiphop.

Het lijkt alsof de tijd er rijp voor was: alsof mensen weer behoefte aan Nederlandse hiphop hebben.
Net kwam hij binnen, met een lach bijna net zo groot als de zonnebril op zijn hoofd. Want hoe hardnekkig de verkoudheid ook, Typhoon zit op een wolk. Zijn nieuwe album is juichend ontvangen en heeft inmiddels bijna net zoveel sterren gezien als een ruimtetelescoop. ‘Verbluffend in muzikale rijkdom, tekstueel sterk, en altijd even toegankelijk als mee­slepend’ schreef muziekjournalist Gijsbert Kamer in de Volkskrant over Lobi Da Basi. ‘Overweldigend’ noemt De Randamie de aandacht.

Tegelijk kan hij het succes wel verklaren. ‘Het lijkt alsof de tijd er rijp voor was: alsof mensen weer behoefte aan Nederlandse hiphop hebben. Een tijd terug vroeg ik me nog af of Nederland er wel al klaar voor was: zeven, acht jaar geleden waren eigenlijk de hoogtijdagen.’ De Randamie doelt onder meer op het rapperscollectief ­Buiten Westen waarvan hij destijds deel van uitmaakte. De ene na de andere zaal verkochten ze uit. ‘We deden echt te gekke dingen.’ Het grote publiek moest er toen nog niet veel van hebben. De Randamie denkt dat het voor een belangrijk deel aan de crisis en de daaruit volgende bezuiniging op muziekzenders- en platformen was te wijten. ‘Tegelijk zag je dat de hiphop-cultuur booming was: het werd uiteindelijk de popcultuur van nu. Van de schoenen die we dragen tot populaire stopwoordjes.’
‘Ik ben muzikaal enorm veel wijzer geworden door mijn projecten met New Cool Collective. Ik was daar als een spons.’ Foto Ivo van der Bent
Hij denkt dat de Nederlandse hiphop toegankelijker is geworden. De Randamie doelt vooral op Great Minds, het Nederlandse hiphop­collectief bestaande uit rappers Sticks, Winne en Jiggy Dje en producer Dr. Moon, dat vorig jaar lof oogste met hun gelijknamige album en daarna werd omarmd door het grote publiek. ‘Zij zijn de beste rappers, zij dragen de vlag van de hiphop. Hun plaat werd heel goed opgepikt en ik denk dat Lobi Da Basi daardoor ook meer mensen bereikt.’

Het is de langverwachte opvolger van Typhoons debuutalbum Tussen licht en lucht uit 2007. Sindsdien sloot De Randamie zich aan bij hiphopgroep Fakkelbrigade, ging hij op theatertournee met rapper Rico en de band Muppetstuff en won hij tussendoor ook nog een Zilveren Harp. Maar de meeste invloed hadden zijn optredens met jazzband New Cool Collective. De muziek die De Randamie samen met ze maakte, ging onder zijn huid zitten. ‘Ik ben muzikaal enorm veel wijzer geworden door mijn projecten met New Cool Collective. Ik was daar als een spons.’

Het samenwerken met de band van onder andere saxofonist Benjamin Herman was het fundament waarop hij stukje bij beetje zijn nieuwe album ging bouwen. ‘Eerst was er de muziek, toen de verhalen’, zegt De Randamie over het ontstaan van Lobi Da Basi, dat geproduceerd werd door Dries Bijlsma en A.R.T. ‘Ik heb in het begin veel muzikale sferen aangedragen en had een sterk gevoel: dit is het startpunt. Ik dacht in blazerslijnen en wist welk loopje waar moest.’

Als je zo lang aan het uitvoeren bent, heb je ruimte nodig om jezelf te kunnen zijn.
Hij kon niet anders. Het hoofd zat vol, hij dacht niet meer in tekst, maar in geluid. ‘Ik heb de afgelopen jaren zo veel gedaan dat de verhalen niet meer spontaan kwamen. Ik was kapot. Wilde niet meer denken, alleen nog maar voelen. Als je zo lang aan het uitvoeren bent, heb je ruimte nodig om jezelf te kunnen zijn. Ik kon dat niet in dezelfde ruimte waarin ik louter de uitvoerende was.’

Dus je moest weg.

‘Ik ben op reis gegaan. Via Terschelling naar Brazilië en Suriname. Om weer ruimte te creëren. Achteraf kun je zeggen: dat was om inspiratie op te doen voor Lobi Da Basi. Maar fuck dat: soms weet je niet waarom je weg wil, maar moet je weg. Toch kreeg ik daar inspiratie. Door het weg zijn en thuiskomen tegelijk; thuiskomen in Suriname en thuiskomen bij mezelf. Uiteindelijk realiseer je dat je jezelf overal mee naartoe neemt. Dus als je niet oké bent met jezelf, ben je ook niet oké in het paradijs. Het was heerlijk: ik hoefde er helemaal niets, leefde met de zonsopkomst en zonsondergang. Ik woonde in het huisje van mijn oma en stond elke ochtend vroeg op, daarna zat ik in haar schommelstoel, keek ik naar de citroenvlindertjes die voorbij vlogen, las ik een krantje en ontbeet ik wat. En om negen uur ’s avonds lag ik weer in bed.’

Doordat mogen moeten wordt, wordt onafhankelijkheid afhankelijkheid.
Je hoefde helemaal niets.

‘Nee. In Nederland moeten we heel erg veel. Consumeren en absorberen, de hele tijd. Ik ben een gevoelig iemand en er zijn altijd impulsen. Dat is niet normaal. Soms kun je beter kijken naar wat je nodig hebt in plaats van wat er allemaal mogelijk is.’

En hier gaat hij los. De Randamie moet nog 30 worden, maar praat alsof hij er al een leven op heeft zitten. ‘Ik koppel vrijheid aan onafhankelijkheid. Maar doordat mogen moeten wordt, wordt onafhankelijkheid afhankelijkheid. En als je afhankelijk wordt van alles, van al die mogelijkheden, terwijl al die mogelijkheden juist voor vrijheid staan, dan ben je slaaf van de vrijheid. Die vrijheid is ook maar een perceptie van waar we leven. In Suriname – en veel andere landen – heb je die cultuur van het buiten leven, van minder is meer. Dus dan denk je op een gegeven moment: moet ik uit Nederland verhuizen? Ben ik klaar met Nederland?’

Wie naar Lobi Da Basi luistert, denkt misschien even van wel. Het nummer Van de regen naar de zon begint als een lofzang op Nederland.

‘Land van verbonden en afspraken, allianties, aktes, regels, verdragen. Groot in het voorlopen en strategie. Plek voor vrijheidszoekers, mentaal en fysiek. Joden, hugenoten, moslims, filosofen,oorlogsslachtoffers, die aankomen per boot. ­Surinamers, Anti’s, Turken, Marokkanen, Indo’s en Polen. Het geeft ons kleur, het maakt ons groter.’

Even later is er kritiek: ‘We zagen zoveel, zijn zo groot, maar als ’t kantelt, zien we massamoord, apartheid, slavernij en de slavenhandel. Zonder donker kan het licht zichzelf niet kennen, vandaar de onwetendheid rond 5 december. De wereld draait door, we deinen mee, houden vast. Verandering is confronterend, ik ervaar het elke dag. Mijn land en mijn haven, zelfs de wind zorgt hier voor korting op stormachtige dagen. ‘Wij’ wordt bepaald door waar we gaan, niet waar we waren. Houd de macht bij het volk, laat de angst varen.’

 

Van de regen naar de zon bij de start van 200 jaar koninkrijk in de Ridderzaal.

Vind je Nederland harder geworden de laatste jaren?

‘Enorm. We zijn de harmonie kwijt en die moeten we met elkaar weer opzoeken. Nederland is een soort van wollen trui op je blote bast. Het is lekker warm, maar het kriebelt als een gek, heel onprettig. Dus je bent beschermd, maar het irriteert ook. Toch zou ik niet willen verhuizen. Want we kunnen die negatieve houding heus wel veranderen. Maar dat gaat niet vanzelf. Je moet er effort voor doen. Net als mediteren, dat moet je ook leren. Als je golft, kom je ook niet zomaar aanlopen en heb je in één keer de perfecte swing.’

De brug tussen woord en begrip, dat is Typhoon.

Jawat, rapper
Haaks op zijn serieuze woorden staat de vorm waarmee hij dat doet: vol aanstekelijk enthousiasme, soms bijna stotterend van de snelheid waarmee hij zijn verhaal wil doen. Zijn handen druk gebarend en de ogen wijd open gesperd, gretig. Een schaterlach ligt continu op de loer. Hij noemt onrust en ongenoegen ‘de aanmaakblokjes’ voor de angst in de Nederlandse maatschappij. Het zijn metaforen die hij achteloos uit de mouw schudt. Misschien is hij meer poëet dan rapper, meer dichter dan zanger. Het komt tot uiting op Lobi Da Basi. Het hele album is een verhaal over liefde. Voor Nederland, voor Suriname, voor zichzelf, maar ook voor anderen. En zijn worsteling daarmee. In het eerlijke, breekbare liefdesliedje Liefste rapt De Randamie:

‘Dat mee met de stroom gaan, is prachtig, maar het blijft een lastig iets. Laat me niet los. Mijn bloed was ijswater. Ben niet bang om alleen te zijn, wel om wat ik koester, kwijt te raken. En dat is het gif voor mijn doen en laten, dames aan mijn tentakels, het was niks. Slaap bij mij vanavond.’
‘Het lijkt alsof zelfs de stoerste mannen zich herkennen in mijn teksten en de muziek.’ Foto Ivo van der Bent
Al een tijd geleden, in de documentaire Buitenwesten, sprak collega-rapper Jawat lovende woorden over de toen pas 21-jarige De Randamie. ‘Hij is een lyrisch wonder. Een poëet. De brug tussen woord en begrip, dat is Typhoon.’

Toen al, in 2005, keek hij met de blik van een volwassene naar zijn eigen leven. ‘Ik wil telkens beseffen waarmee we bezig zijn. Op het moment dat je dat niet doet of het voor lief neemt, raak je een stukje scherpte kwijt’.

Zijn ouders kwam in 1975 naar ­Nederland en een jonge De Randamie genoot van een zorgeloze jeugd in de bossen van de Veluwe, hij ging naar school en studeerde daarna religiestudies.

Zijn verhalen gaan niet over ‘de straat’, maar over zijn leven, onzekerheden en liefdes. Zowel in zijn nummers als daarbuiten durft Glenn De Randamie zich kwetsbaar op te stellen.

Maakt dat je een buitenbeentje in een doorgaans stoere hiphopcultuur?

‘Ja, maar daar was ik al aan gewend. Waar ik vroeger misschien nog twijfels over mezelf had, denk ik nu: dit is wie ik ben. En het lijkt alsof zelfs de stoerste mannen zich herkennen in mijn teksten en de muziek. Ik voel vooral dat mensen uit de Nederlandse hiphop heel erg trots op me zijn. En het publiek ook. Ik zeg serieus: ik heb het mooiste publiek van Nederland. Echt, ik kijk de zaal in en zie generaties: vader en dochter die samen komen, tieners, twintigers, dertigers, veertigers en vijftigers. Prachtig.’

Rap & familie
Rapper Typhoon (Glenn de Randamie) werd op 6 augustus 1984 geboren in Zwolle en groeide op in het Veluwse dorp ’t Harde. In het begin van zijn carrière maakte hij deel uit van hiphopformatie Rudeteenz, met leden van Opgezwolle en zijn oudere broer Blaxtar (Kevin de Randamie). Zijn andere broer, Earl, rapt ook, onder de naam O-Dog en zijn zus Sharon (Dinopha) zingt. In 2004 won Typhoon de Grote Prijs van Nederland in de categorie hiphop / r&b. Zijn debuutalbum Tussen lucht en licht verscheen in 2007. Zijn huis staat in Zwolle, maar hij woont, zo zegt hij zelf, ‘op verschillende plekken’.
Dan is er nog dat verhaal van Watch Out For This (Bumaye), het nummer van de Amerikaanse Major Lazer en de Nederlanders The Flexican en FS Green dat onlangs wereldwijd een gigantische hit werd. Bijna tien jaar geleden stond De Randamie aan de wieg van dat succes. Samen met producer The Flexican (Thomás Goethals) maakte hij het nummer ­Bumaye. De titel was een verwijzing naar de boksdocumentaire When We Were Kings over het legendarische gevecht tussen Mohammed Ali en ­George Foreman. Fans van Ali riepen tijdens de wedstrijd: ‘Bomaye!’ (vermoord hem!). Met een o dus. ‘Ik heb er per ongeluk bumaye van gemaakt.’

Nu roepen dus wereldwijd miljoenen mensen het verkeerd, dankzij jou.

‘Precies! Dat is heel grappig. Maar los daarvan: ik vind het prachtig voor The Flexican en FS Green dat ze met Major Lazer zo’n hit hebben gescoord. Ik speel ’m zelf nog steeds live. Ik denk dat dit altijd mijn grootste en bekendste nummer zal blijven. Op een gegeven moment, bij de Fakkelbrigade, had ik een tijd dat ik ’m even zat was en ’m niet meer speelde. Dat was een fase en ik vind het te gek dat mensen er zo enthousiast van worden en er zo veel liefde uit de zaal komt.’

Toch wilde je destijds geen videoclip voor Bumaye opnemen.

‘Toen Flexican en ik Bumaye maakten, wisten we meteen dat het een hit zou worden. Alleen werd er gekozen om voor Flinke Namen een videoclip te maken. Toen heb ik het maar gelaten en ben verder gaan werken aan mijn debuutplaat. Een jaar later sprong iedereen opeens op Bumaye. Maar ik was ook een jaar verder en wilde me volledig focussen op mijn plaat die er aan moest komen. En ja, ik was een beetje huiverig voor succes. Dat klinkt zo stom. Maar ik was huiverig voor iets dat populair was. Ik zag mijn publiek veranderen naar jonge meisjes en wilde niet die kant op. Ik kon toen twee kanten op: of ik zou populairdere muziek kunnen maken of heel erg hiphop. Ik zat er altijd een beetje tussen. Daarom dacht ik: nee, ik wil niet met mijn bek op tv en ik wil underground blijven.’

En dan sta je jaren later in de Ridderzaal en treed je op voor de koning en de koningin.

‘Mijn moeder zegt nooit dat ze trots op me is. Ze laat het zien, maar ze zegt het nooit. Maar toen ik in de Ridderzaal stond, zei ze dat ze echt zo trots en geëmotioneerd was. Ja dat, dat is zo … ik word even …

Mijn moeder is mijn alles.’

Zit zij nog ergens in je muziek?

‘Het feit dat ik in Hemel Valt God een vrouw noem, zegt genoeg.’

Typhoon, Lobi Da Basi,
Topnotch, 15, 99 euro.