DSM en ik: vrienden zullen we nooit worden

Attachment-1-e1447940469709.jpeg

Ik zit sinds kort op Twitter. Na een paar weken twitteren heb ik mijn zelfbeeld aangepast van digibeet naar twitterende digibeet.
Vandaag heb ik een tweet verzonden waar ik achteraf hartkloppingen van kreeg:

Ik dissocieer al bijna 30 jaar op DSM-stoornissen (dit is geen grap) en daar valt goed mee te leven

Mijn hartkloppingen werden veroorzaakt door fantasieën over de hoon en kritiek die hierop zouden volgen van collega’s, bekenden en mede-twitteraars.

Maar ik heb geleerd welke vragen ik mezelf moet stellen als ik de paniekreacties voel opkomen:

  • Welke aanwijzingen zijn er dat ongeveer iedereen je devalueert en zal buitensluiten?
  • Hoe erg is het als een aantal mensen dit daadwerkelijk doet of zal doen?

Wanneer ik enkele antwoorden heb kunnen bedenken voel ik de paniek zakken en kan ik weer achter mijn tweet gaan staan.

Want het is wel waar: in alle jaren waarin ik als psycholoog heb gewerkt was ik er even niet helemaal bij als het ging over DSM-diagnoses. Het viel nooit op omdat er altijd collega’s in de buurt waren die daar geen last van leken te hebben.
Ik weet ook waarom dit gebeurt. DSM-diagnoses triggeren mijn herinneringen aan gebeurtenissen tijdens mijn opname in 1985. Bijvoorbeeld toen mijn gedrag door hulpverleners werd besproken in mijn bijzijn. Onbegrijpelijke woorden werden uitgesproken over mij. Het was voor mij een boodschap dat ik behoorde tot een andere soort.

De eenzaamheid en vervreemding die ik toen voelde, zit nog in een hoekje van mijn geest

Nu – dertig jaar later – kan ik er prima mee omgaan. Het zijn nog maar heel korte momenten dat ik tijdens vergaderingen even afdwaal maar daar ben ik aan gewend. Dat komt ook doordat we in ons factteam steeds minder praten over DSM-diagnoses, al staan ze nog wel op ons fact-bord. Maar er staan ook kwaliteiten en wensen van clienten op. Daar gaat het gelukkig steeds vaker over. Ik denk niet dat mijn professionaliteit wordt afgemeten aan mijn DSM-vaardigheden, anders kom ik belabberd uit de bus.

In gesprekken met clienten praten we soms over de DSM-diagnose. Dan zegt iemand steun te hebben aan zijn of haar diagnose. Omdat het beschermt tegen een oordeel dat je je zou aanstellen. Of dat het je beschermt tegen het idee dat jij je probleem bent.

Met een diagnose kan je zeggen dat je iets hebt in plaats van dat je iets bent

Maar er zijn ook mensen die juist last hebben van hun diagnose. Omdat ze zich er niet in herkennen, zich erdoor vervreemd voelen. Of ze hebben zoveel verschillende diagnoses gehoord dat ze zich afvragen of er nog iets normaal aan hen is. Weer anderen maken zich zorgen over de gevolgen bij het zoeken van werk, een partner of het afsluiten van een verzekering. Of ze tobben met de sombere voorspelling die er is gedaan toen ze de diagnose hoorden en hebben hun persoonlijke wensen opgegeven.

In gesprek met deze mensen treedt mijn tijdelijke afwezigheid niet op.

In deze gesprekken kan ik psycholoog zijn zoals ik wil zijn en kan ik gebruik maken van mijn eigen ervaringen om beter te begrijpen

Zonder uit het oog te verliezen dat mensen verschillen in hoe ze zich verhouden tot hun diagnose. En hoe divers ook hun herinneringen zijn, aan hoe zij hun diagnose te horen kregen. Ze hebben – net als ik – hun eigen redenen om deze te accepteren, af te wijzen, links te laten liggen of te willen veranderen. Onze psychiater heeft hier oog voor en neemt mensen hierin serieus. Ook heeft zij oog voor het feit dat veel mensen getraumatiseerd zijn maar dat de gevolgen daarvan niet als zodanig zijn begrepen. Als dit alsnog gebeurt en een naam krijgt in de vorm van een diagnose, dan kan dit veel betekenen voor iemand.

Met mijn team hebben we laatst gesproken over psycho-educatie

Bijvoorbeeld: wat hebben we vroeger geleerd over psychoses? Wat vertelden we aan mensen als het ging over schizofrenie? In ons team is het veilig genoeg om dit te delen. Ook de dingen die we toen aan clienten vertelden, waarvan we nu zeggen dat het niet klopt. Zoals bijvoorbeeld dat iedere psychose onherstelbare hersenschade geeft. Dat soort dingen. We hebben afgesproken actiever aan mensen te vragen welke informatie ze hebben gehoord. En welke invloed dit had of nog steeds heeft voor hen.

De meeste mensen die ik als psycholoog spreek, weten dat ik schrijf op SBN en PsychoseNet. Sommigen willen meer weten over de discussie over schizofrenie en de DSM en dan vertel ik erover of wijs ze op blogs die erover gaan. Voor anderen is het onderwerp niet van belang.

Ik weet niet hoe het verder zal gaan met de DSM en met mij. Wij hebben het nooit met elkaar kunnen vinden en het zal wel nooit iets worden. Maar in deze tijd kan ik dat gewoon schrijven en daar ben ik dankbaar voor.

november 28, 2015Permalink