Een goede high van eigen makelij

Steeds meer mensen beginnen een eigen kwekerij voor nederwiet. Fotograaf Gabriel Eisenmeier volgde een jaar lang de wereld aan de achterkant van de coffeeshop.

Het begon op zijn 16de. Toen kreeg de inmiddels 36-jarige Chris zaadjes. ‘Die plantte ik in het voorjaar in de tuin. Mijn ouders vonden het prima, zolang het binnen de perken bleef.’ Een paar maanden moest hij wachten en toen was het zover: hij kon zijn zelfgekweekte wiet roken.

Sindsdien kweekt Chris zelf. Met zijn vijf planten is hij een kleine kweker. Eentje die binnen de grenzen van het gedoogbeleid opereert, want de Hoge Raad oordeelde in 2011 dat kleine kwekers met vijf planten of minder niet vervolgd worden. Mits ze de planten meteen overhandigen aan de politie als die bij hen aanklopt.

Iedereen kan dit doen: als je nu wat zaait in je tuin, kun je in september of oktober al oogsten

Chris Wietkweker (vijf planten)
Toch is Chris – niet zijn echte naam – zeer voorzichtig als het om zijn hobby gaat. Met het zwabberende Nederlandse wietbeleid weet je het immers nooit, vindt hij. En zijn planten zijn geen kleintjes, maar flinke bossen van naar schatting 1,5 meter hoog en 1,5 meter breed. Een jaar lang volgde fotograaf Gabriel Eisenmeier onder anderen Chris, om een beeld te krijgen van de wereld aan de achterkant van de coffeeshop.

Die wereld bestaat uit mensen zoals Chris. Kleine kwekers die de wiet deels voor eigen gebruik en deels voor de verkoop kweken. Hoe vaak Chris oogst, hangt af van de kweekmethode. Soms oogst hij zes-, soms tweemaal per jaar. ‘En de ene keer ga ik na de verkoop naar huis met een paar honderd euro, de andere keer met een paar duizend.’ Echt bang om ontdekt te worden is hij niet. ‘Veel kwekerijen worden opgedoekt omdat buren er last van hebben. Of omdat het energiebedrijf ontdekt dat er veel stroom afgetapt wordt. Zolang je voorzichtig bent en zorgt dat er geen ongelukken gebeuren, heb je weinig te vrezen.’

Eigen kwekerij
Hoeveel kleine kwekers zoals Chris er zijn, is onduidelijk. ‘Maar ik hoor van veel mensen dat zij in deze tijden wel wat extra’s kunnen gebruiken en daarom een kwekerij beginnen.’ In een recent onderzoek van IPol wordt dezelfde trend gesignaleerd. De pakkans is overigens klein. Volgens de informatiedienst van de politie is de kans op ontdekking zo’n 4 tot 21 procent.

Naast de kleine kweker zijn er de grote, criminele samenwerkingsverbanden die deze markt – met een jaarlijkse omzet van naar schatting 2,4 miljard euro – domineren. Het grootste deel van de hennepproductie komt voor hun rekening. De omvang daarvan is ook een schatting: die varieert tussen 187 en 1.196 ton. Datzelfde geldt voor het aantal kwekers. De politie – die jaarlijks zo’n 5.000 kwekerijen ontmantelt – houdt het op 25 duizend kwekers.

Chris houdt zich verre van die grote kwekers. ‘Ze weten niet van mijn bestaan, en dat wil ik graag zo houden.’ Wat hem betreft is het kweken een sport. ‘Want een goede high van eigen makelij is zo fijn. En het is zo makkelijk te bereiken. Iedereen kan dit doen: als je nu wat zaait in je tuin, kun je in september of oktober al oogsten. ’