Helden toen, schurken nu

COLUMN De Kamer zelf moedigde de woningcorporaties aan een beetje ondeugend te doen.

 

Een maand zijn de openbare verhoren van de parlementaire enquête woningcorporaties nu onderweg. Tijd voor een tussenstand. In het strakke zaaltje aan het Plein zijn de mannen die komen getuigen in twee soorten te verdelen. Degenen die met spijt terugkijken – Marc Calon van de koepel Aedes spande de kroon met zijn rijtje ‘fraude, zelfverrijking, geknoei, megalomaan gedrag’. En degenen – de meerderheid – die nog steeds menen dat zij niet in het beklaagdenbankje horen. Je moet de dingen in hun tijd zien, was het veelgehoorde excuus.

Vrolijk mensbeeld
Aan een vrolijk mensbeeld draagt het toneel niet bij. Directeuren, commissarissen, ambtenaren, vertegenwoordigers van het Waarborgfonds, allemaal vonden ze dat de hete aardappel van de verdwenen miljoenen of idiote salarissen op hun bord niet thuishoorde. Falende toezichthouders verklaarden hun slapheid met het wijzen naar corporatiebazen die ‘zonnekoningen’ waren, ‘geen tegenspraak duldden’ of dat ‘alles moest zoals hij wilde’.

Die laatste typering was voor Martien Kromwijk van het miljoenenschip SS Rotterdam, de zonnekoning was de man van de Maserati. Erik Staal van de Vestia miljarden ‘deed alles in zijn eentje’. Als ik het goed zie, noteerde de onderzoekscommissie de verwijten met een zekere gretigheid, zoals er ook enthousiast werd doorgevraagd naar de salarissen. Die directeuren zijn allicht slechteriken, maar de incidenten benemen wel het zicht op het feit dat de schurken nog niet zolang geleden helden waren. Ik ben bang dat je de dingen inderdaad in hun tijd moet zien.

Een paar jaar voordat dit alles speelde, was ik op stap met een corporatiedirecteur in Den Helder. Hij moest een zogenaamde Antillianenwijk opknappen. Dat deed hij met verve en onconventionele methodes. We reden door Den Helder, hij wees aan waar de straat onveilig werd gemaakt. Hij had een breedgeschouderde conciërge benoemd om daaraan paal en perk te stellen. Dat hoorde niet bij huizen bouwen maar regeltjes waren er om je niet aan te houden. Bureaucratie moest je verslaan.

Eind jaren zeventig waren er tweeduizend ambtenaren die zich met volkshuisvesting bezighielden. Twintig jaar later bedroeg het aantal fte’s op het ministerie tien
Hij was een kind van Jan Schaefer. In geouwehoer kun je niet wonen. Ik herkende zijn branie in het soort mannen dat nu zonnekoning wordt genoemd. Martien Kromwijk zat destijds met zijn SS Rotterdam bij Pauw & Witteman. Hij ging met zijn boot niet alleen afgegleden jongeren op het rechte pad helpen. Maar ook een slechte buurt een opkontje geven. Iedereen vond het prachtig, zeker ook de politiek. Minister Vogelaar van VROM zou eind 2008 struikelen over de 200 miljoen van de SS Rotterdam. In het voor haar fatale debat erkende ze dat de corporatie ‘forse steken’ had laten vallen. Maar zelfs toen onderstreepte ze dat er wel ‘creatieve en vernieuwende dingen’ waren gedaan.

Met marktwerking of neoliberalisme had dit allemaal niet zoveel te maken. Wel met de uitwassen van de verzuiling, door de socioloog J.A.A. van Doorn getypeerd als ‘baas in eigen huis, en het huis ten laste van de gemeenschap’. En met naïef idealisme, slechte regels en een zwak ministerie. Eind jaren zeventig waren er nog tweeduizend ambtenaren die zich met volkshuisvesting bezighielden. Twintig jaar later bedroeg het aantal fte’s op het ministerie nog tien (!), voor een kleine vierhonderd corporaties. Woensdag vertelde een ex-topambtenaar hoe ze niet hadden gedurfd minister Sybilla Dekker te vertellen over de Maserati, uit angst ‘dat ze over de tafel zou klimmen’. Ella Vogelaar beschrijft in het dagboek van haar kortstondige ministerschap hoe ze in de nacht voor het dramatische debat over de SS Rotterdam urenlang met haar ambtenaren moest bellen om de cijfers op orde te krijgen.

De grootste kluit boter ligt op het hoofd van de Kamer zelf
Moedwillige tegenwerking of misverstand, dat blijft ongewis. In elk geval slaagde het ministerie er niet in de eigen bewindsvrouw uit de wind te houden. Maar de grootste kluit boter ligt op het hoofd van de Kamer zelf. Niet alleen werden ‘creativiteit en vernieuwende dingen’gestimuleerd, daarvoor kregen de corporaties zelfs expliciet de opdracht. Het mooie werk van een corporatie was veel meer dan saai huizen verhuren. Jaar in jaar uit werd de kernopdracht van de woningbouwverenigingen verbreed, van leefbaarheid tot het bevorderen van sport en cultuur. Uiteindelijk moesten de corporaties in termen van vandaag omzien naar de totale mens. Alles in het kader van de verheffing, in opdracht van de Kamer.

Hoe de corporaties dat invulden, mochten ze zelf weten. Doe maar een beetje ondeugend, zo vatte ex-SP-Kamerlid Paulus Jansen de aanmoedigende houding donderdag samen. De directeuren gingen aan de slag, wat resulteerde in een verkeerstunnel in Deventer als ook in voorstellen om een olifantenparade te sponsoren. Intussen was er ruimschoots gewaarschuwd. Het eerste rapport van de Rekenkamer over tekortschietend toezicht dateert van 1996. Maar de belangstelling voor controle was bescheiden en de Kamer was allang weer op weg naar nieuwe overwinningen.

Kuddegedrag
Het gevaar is dat de verontwaardiging van de onderzoekscommissie over salarisexcessen de aandacht afleidt van het echte probleem: het kuddegedrag van de politiek zelf. In de jaren ’90 was men met zijn allen in de ban van het afschaffen van dwarszittende regels. Nu slaat de slinger de andere kant uit. Het ministerie van VROM is opgeheven, minister Blok heeft zijn beleidsmatige strafexpeditie klaar – corporaties mogen voortaan alleen maar stenen stapelen.

Wat ik wel in het eindverslag zou willen lezen, is het antwoord op de vraag hoe het toch komt dat de Nederlandse politiek zo vaak ankerloos met allerlei winden meewaait.