Hoe geven we 9.000 dakloze jongeren zonder hoop hun leven terug?

Ze trekt haar shirt over haar schouder omlaag en wijst naar vier zwarte letters op haar huid. ‘De naam van mijn broertje. Mijn moeder heeft een nieuw gezin gesticht, met een nieuwe man, en ze heeft laatst hun namen op haar arm laten zetten, zonder die van mij en mijn broertje erbij. Dat deed hem zoveel pijn dat ik besloot zelf maar een tatoeage van zijn naam te nemen. Toen ik hem belde om te vertellen wat ik gedaan had, kon hij alleen maar huilen, lief hè?’Laura is 21, dakloos, en staat voor een zaal vol met mensen uit het onderwijs, Kamerleden, mensen van de gemeente, van de reclassering, van de politie, van de schuldhulpverlening en uit de jeugdzorg en doet haar verhaal. Ze legt aan de hand van haar tatoeages uit hoe haar jeugd is geweest, en hoe het komt dat ze op haar negentiende moest gaan zwerven. Ze heeft nog twee andere tatoeages: ‘Pain makes people change’ in sierletters op haar arm, en ‘Forever in my heart’ op haar borst, met een bloem ernaast.

Achter haar op het podium staat groot de tekst ‘Van De Straat’ geprojecteerd. Het is een, op zijn zachtst gezegd, ambitieus meerjarenproject van de Stichting Zwerfjongeren Nederland, de Federatie Opvang, de Stichting Kamers met Kansen en Skanfonds, die op een woensdagmiddag in april een grote groep beleidsmakers bij elkaar hebben gebracht in het atrium van de Vereniging Nederlandse Gemeenten in Den Haag.De boodschap: er moet iets drastisch veranderen aan de begeleiding en opvang van zwerfjongeren. Negenduizend jongeren in Nederland tussen de achttien en de drieëntwintig jaar zitten op dit moment zonder vaste woon- of verblijfplaats. Aan het begin van de bijeenkomst worden er symbolisch ballonnen opgeblazen en kapot geknepen. Presentator: ‘Voel je hoe moeilijk dat is? Om de handen op elkaar te krijgen?’ Daarna mag een aantal zwerfjongeren vertellen over hun situatie. Eentje leest een gedicht voor, een ander rapt en Laura laat haar tatoeages zien.

Verwaarloosd, misbruikt en in de schulden

Doel van de dag en het project in het algemeen: regels afschaffen die de uitsluiting van dakloze jongeren in de hand werken. Jongeren kunnen tot hun achttiende rekenen op bescherming en begeleiding van jeugdzorg, maar zijn vanaf hun achttiende plotseling zelf verantwoordelijk voor hun toekomst. En dat werkt slecht: volgens cijfers van de Stichting Zwerfjongeren heeft 60 procent van alle dakloze jongeren voor hun achttiende al te maken gehad met verwaarlozing, geweld, misbruik, psychiatrische problemen of alcohol en/of drugsproblemen.

Dat verleden verdwijnt niet opeens wanneer ze achttien worden en geacht worden op eigen benen te kunnen staan. Het overgrote deel is met politie en justitie in aanraking geweest, en ongeveer de helft van alle zwerfjongeren heeft niet meer dan basisonderwijs gevolgd. Een groot deel van hen zit in de schulden. Kortom: geen ideale positie van waaruit je zelfstandig aan je toekomst kunt gaan werken.

Een op maat gemaakt plan voor iedere zwerfjongere, dat is wat de initiatiefnemers van Van De Straat graag willen. Het klinkt mooi, logisch zelfs, maar is het haalbaar? Het project is omvangrijk (heel Nederland) en ingewikkeld (alle regelgeving, op alle niveaus, die nu in de weg zit afschaffen of vervangen). Maar als er ooit een tijd gaat zijn waarin de hervormingen een kans zouden maken, dan is het nu wel: per 1 januari 2015 gaat de nieuwe Jeugdwet van kracht, en dat biedt mogelijkheden om nieuwe regels in te voeren en regels die nu gelden en niet werken, af te schaffen.

Laura mag niet naar school

De nieuwe Jeugdwet roept in het zorgveld vooralsnog vooral frustratie en woede op. De wet, ingevoerd om te bezuiningen en om het Nederlandse zorgsysteem overzichtelijker te maken, houdt in dat het inkopen en verdelen van zorg voortaan op gemeentelijk niveau gebeurt, in plaats van dat het centraal geregeld wordt. Dat betekent dat gemeenteambtenaren moeten gaan bepalen welke zorg er wordt ingekocht. En bestaat er dus een kans dat de kwaliteit en aanwezigheid van bepaalde vormen van zorg per gemeente nogal van elkaar kan gaan verschillen.

De komende maanden blijf ik Van De Straat volgen, om te zien of het gaat lukken het huidige systeem te hervormen. Ze zijn net begonnen met het vinden van oplossingen rondom een eerste obstructieve regel: ‘Wie in de schuldhulpverlening zit, mag geen studiefinanciering aanvragen.’ En dat is nou precies Laura’s probleem.

‘De gevangenis voelde meer als vakantie dan als straf; vriendelijke bewakers, prima eten, en niemand zeurde aan mijn kop’

Twee jaar geleden zat Laura in de gevangenis, waar ze het stiekem best relaxed vond. ‘Het voelde meer als vakantie dan als straf; vriendelijke bewakers, prima eten en niemand die aan mijn kop zeurde.’ Ze was negentien toen ze vast kwam te zitten, nadat ze was veroordeeld voor medeplichtigheid aan een aantal inbraken die haar toenmalige vriend gepleegd had. Hij had al een tijd geen werk kunnen vinden en was goud gaan jatten bij mensen thuis, zodat hij Laura ook eens een cadeautje kon geven. Ze vond het lief van hem, maar maakte zich ook zorgen om zijn roekeloosheid. Hij verborg zijn praktijken zo slecht dat zijn criminele carrière welgeteld twee weken duurde. Toen deed de politie een inval in het appartement waar Laura met haar vriend woonde.

 

Van de opvang in de schulden

Twee maanden moest Laura uiteindelijk zitten. Ze genoot ervan dat ze in die tijd alleen maar voor zichzelf hoefde te zorgen. De jaren daarvoor hadden in het teken gestaan van de zorg voor haar acht jaar jongere broertje. Moeder was verslaafd aan chatsites en zat hele dagen achter de computer. Vader hield er een ander gezin op na en vertrok om bij hen te gaan wonen. En dus zorgde Laura vanaf haar twaalfde in haar eentje voor haar broertje. Dat hij op tijd op school kwam, dat hij at, dat hij douchte, dat hij zich gedroeg. Op haar zeventiende werd Laura verliefd op de jongen door wie ze later in de gevangenis terecht zou komen.

Om rond te kunnen komen begon ze leningen af te sluiten, spullen op krediet te kopen en rekeningen te negeren; ze raakte diep in de schulden

Laura is inmiddels dus alweer twee jaar vrij. Toen ze vrijkwam kon ze niet meer terug naar haar moeder, die een gezin aan het opbouwen was met een nieuwe man en vond dat Laura daar niet meer bij paste. Laura verbleef een tijd bij vrienden en familie, maar niemand kon haar een vaste woonplaats bieden. Aan het werk kwam ze niet zonder opleiding, en terug naar school gaan bleek vrijwel onmogelijk zonder vaste verblijfplaats.

Uiteindelijk kwam ze op haar twintigste in een opvang voor dakloze jongeren terecht, van waaruit ze probeerde haar leven weer op de rails te krijgen. Ze begon aan een aantal opleidingen: eentje tot banketbakker, eentje tot kapster. Maar de constante geldzorgen en het niet kunnen vinden van een woning speelden haar parten en ze haakte af. Om rond te kunnen komen begon ze leningen af te sluiten, spullen op krediet te kopen en rekeningen te negeren; ze raakte diep in de schulden.

Nu is Laura 21. Sinds drie weken woont ze niet meer in de opvang, maar tijdelijk bij haar nieuwe vriend in een containerwoning voor studenten. Ze wil een baan zodat ze geld kan verdienen en haar schulden kan afbetalen, maar omdat ze nooit een opleiding heeft afgerond is werk vinden moeilijk. Terug naar school is voorlopig geen optie: ze krijgt geen verklaring van goed gedrag in verband met haar strafblad, waardoor ze zich niet mag inschrijven voor de opleiding die ze wil gaan doen. Mocht ze die verklaring op den duur wel krijgen, dan is er nog een ander struikelblok: Laura zit in de schuldsanering, en wie in zo’n traject zit, mag geen studiefinanciering aanvragen. Zonder financiering geen studie, zonder studie geen baan, zonder baan geen geld, en zo kan ze voorlopig geen kant op.

 

Toch naar school

Het verhaal van Laura staat niet op zichzelf. ‘Precieze cijfers zijn er niet omdat er nooit onderzoek naar is gedaan, maar verreweg de meeste jongeren in de daklozenzorg kampen met schulden,’ zo meent Hella Masuger, directeur van Stichting Zwerfjongeren. Vanuit het oogpunt van de schuldhulpverlening lijkt het logisch dat het aanvragen van studiefinanciering niet mag; het aangaan van een nieuwe lening staat natuurlijk bovenaan de lijst dingen die niet de bedoeling zijn als je probeert úit de schulden te komen.

Laura probeert nu werk te vinden dat ze ook zonder opleiding kan doen, zodat ze zover uit de schulden kan komen dat studeren weer een optie wordt. De hoop is wel dat ze daar op tijd mee klaar is, want er is nog een andere regel die veel (ex-)dakloze jongeren tegenwerkt: studiefinanciering aanvragen mag maar tot je dertigste.

Stephanie, ex-dakloos, nu 26 jaar, is ook een van de jongeren die meewerkt aan Van de Straat. Ze wil graag een hbo-opleiding Communicatie gaan doen. Op haar veertiende werd ze uit huis geplaatst en onder toezicht van de Kinderbescherming geplaatst. Ze kreeg een voogd, ging van pleeggezin naar pleeggezin. Op haar achttiende liep die begeleiding op haar eind, Stephanie kwam in de problemen met drugs en had tot haar vierentwintigste geen vaste woon- of verblijfplaats. Ze zocht uiteindelijk hulp, haar situatie verbeterde en sindsdien heeft ze het doel gehad terug naar school te gaan. Inmiddels woont ze al twee jaar op zichzelf en is ze bezig haar schulden af te betalen. Dat gaat duren tot ze net dertig jaar is. Een studiebeurs aanvragen zit er voor haar dus niet meer in.

Maar hoe kun je dan naar school?

In een vergaderzaal, een halfuur nadat Laura in het atrium vertelde over haar tatoeages, staat precies die vraag centraal. Professionals uit allerlei verschillende hoeken, van jeugdwerkers tot reclasseringsambtenaren, zijn bij elkaar gezet om in een zogenoemde ‘regelvrije’ ruimte te discussiëren over een mogelijke oplossing.

‘Wat nou als je een deel van je bijstandsuitkering in zou kunnen zetten als collegegeld?’

Een man die werkt in de maatschappelijke opvang oppert: ‘Wat nou als je een deel van je bijstandsuitkering in zou kunnen zetten als collegegeld?’ Een vrouw van de gemeente pleit voor het afschaffen van de bovengrens van dertig jaar voor het aanvragen van studiefinanciering. Weer een ander, een man met een privéfonds voor kansarme jongeren, biedt Stephanie aan geld bij hem te lenen. Hij zou haar collegegeld dan direct aan de school betalen, waardoor het geld dat zij van hem leent wordt gezien als gift en niet als inkomen. Op die manier zou de schuldhulpverlening er niet ‘bij’ kunnen.

Ook het crowdfunden van opleidingsgeld voor dakloze jongeren wordt genoemd. Allemaal dingen die ineens een mogelijkheid zouden kunnen worden bij het invoeren van de nieuwe Jeugdwet. Nieuwe ronde, nieuwe kansen? De Stichting wil erachter komen. Want als je daadwerkelijk een regel wilt veranderen of omzeilen, langs welke instanties moet je dan allemaal? Waar loop je tegenaan? Wie werkt er mee en wie niet? En waarom?

Laura speelt met de sigaret tussen haar vingers. ‘Wel eng hoor, praten voor zo’n grote zaal. Maar misschien dat ze er nu eindelijk iets aan gaan doen, ik wil onderhand echt weer gaan studeren. Maatschappelijk werk, want dan kan ik mensen helpen met dezelfde problemen als ik. Hulpverleners zeggen altijd: ‘Ik weet hoe het voelt’, maar dat is meestal helemaal niet waar. Als ik straks hulpverlener ben en ik zeg tegen een mishandeld, dakloos meisje dat ik weet hoe het voelt, dan is het ook écht zo.’