Hoe onze kinderen kleine narcistjes worden

REPORTAGE Positief opvoeden moesten we toch? Onze kinderen overladen met complimenten? Vergeet het maar. Ze worden er kleine narcistjes van.

Door: Francisca Kramer 25 april 2015, 02:00 43
Als je jezelf geweldig vindt, is je kind dat natuurlijk ook

Toen ik laatst met de leerkracht van mijn zoontje een tienminutengesprek voerde, hoorde ik mezelf zeggen: ‘Hij is écht heel bijzonder’, waarna ik hem uitvoerig vertelde over de speciale kwaliteiten van mijn eerstgeborene en welke aanpak hij nodig had om de Citoscores hoog te houden. Opeens zag ik mezelf door de ogen van de meester. ‘Daar heb je er weer zo een. Zo’n moeder die denkt dat haar kind geweldig is.’

Vrijwel iedere ouder vindt zijn of haar kind bijzonder, aldus recent onderzoek van ontwikkelingspsycholoog Eddie Brummelman, die promoveerde aan de Universiteit Utrecht. En dat wordt een probleem als de kinderen zelf ook gaan geloven dat ze geweldig zijn. Kinderen die door hun ouders worden overladen met complimenten, ontwikkelen vaak narcistische trekken, met alle onaangename gevolgen van dien. Narcistische kinderen kunnen niet tegen kritiek, vertonen agressief gedrag als ze gekrenkt worden en vallen ten prooi aan een verlammend gevoel van schaamte als ze ‘afgaan’. Het worden vaak ook onaangename volwassenen. Er is bovendien een correlatie met verslaving, depressie en angststoornissen.

Nog meer slecht nieuws: het zijn er steeds meer. Uit een meta-analyse over alle studies naar narcisme die tussen 1979 en 2006 zijn gedaan onder Amerikaanse studenten, blijkt: hoe recenter de studie, hoe hoger de score op de Narcissistic Personality Inventory, de vragenlijst waarmee narcistische kenmerken worden gemeten. Per vraag kozen respondenten steeds de zin die het beste bij ze past. Eén zin duidt op narcisme, bijvoorbeeld: ‘Ik sta graag in het middelpunt van de belangstelling.’ De andere niet, bijvoorbeeld: ‘Ik val liever niet op’. Het gemiddeld aantal gekozen zinnen die op (trekken van) narcisme kunnen wijzen, lag in de laatste studies liefst 30 procent hoger dan tot 1982. Hoe dat mogelijk is? Onder meer dus doordat we onze kinderen te veel prijzen, blijkt uit Brummelmans onderzoek.

Gedragswetenschapper en universitair hoofddocent Johan Karremans van de Radboud Universiteit Nijmegen vindt het onderzoek ‘zeer interessant’. ‘Het onderzoek dat Brummelmans groep heeft afgerond, laat goed zien wat de consequenties kunnen zijn van al dat overwaarderen.’ De resultaten sluiten bovendien aan bij onderzoek dat Karremans zelf onlangs afrondde. Daaruit blijkt dat als je een groep kinderen vertelt ze dat ze speciaal zijn, deze kinderen vervolgens eerder geneigd zijn wraak te nemen als ze het gevoel hebben dat hen onrecht is aangedaan. De kinderen die niet te horen hebben gekregen dat ze bijzonder zijn, vertonen een veel minder sterke wraakneiging. Karremans: ‘Het lijkt mij waarschijnlijk dat een vergelijkbaar effect optreedt bij kinderen die steeds worden geprezen door hun ouders. Het worden er doorgaans geen leukere mensen op. Bovendien voorspelt een opgeblazen ego later weinig goeds voor het functioneren in een baan of een liefdesrelatie.’ Karremans heeft wel bedenkingen bij hoe groot de rol van het prijzen werkelijk is. ‘Misschien laten kinderen met meer dan gemiddeld narcistische trekken dezelfde scores zien zonder al die loftuitingen, omdat ouders hen al impliciet duidelijk maken hoe geweldig ze zijn. Daarvoor is echter nieuw onderzoek nodig. Er is ieder geval een verband tussen prijzen en narcisme.’

Tot voor kort werd aangenomen dat narcisme vooral het gevolg is van ouders die te weinig warmte geven

ROTJOCH
‘MIJN KIND VERDIENT HET’
Ontwikkelingspsycholoog Eddie Brummelman promoveerde onlangs aan de Universiteit Utrecht op het verband tussen overwaardering en narcisme bij kinderen. Hij ontwikkelde de Parental Overvaluation Scale (POS), waarin ouders stellingen krijgen voorgelegd als: ‘Mijn kind verdient het om op een speciale manier te worden behandeld.’

In één onderzoek vinkten Amerikaanse ouders van kinderen tussen de 8 en 12 jaar op een lijst aan van welke historische gebeurtenissen hun kind volgens hen zeker kennis had. De lijst bevatte echter ook niet-bestaande gebeurtenissen. Overwaarderende ouders kruisten vaker de ‘gebeurtenissen’ aan die nooit hadden plaatsgevonden. Deze ouders bleken niet alleen hun kind een stuk vaker dan gemiddeld te prijzen, maar ook zelf hoog te scoren op narcistische trekken. Bij IQ-scores was het van hetzelfde laken een pak. Overwaarderende ouders bleken voorafgaand aan een IQ-test hun kind een hogere intelligentie toe te dichten dan diezelfde kinderen na de test bleken te hebben.

Het jongste zoontje van een vriendin is een slimmerik. En dat weet hij zelf helaas ook. Zijn moeder: ‘We waren er in het begin nogal van onder de indruk. Hij praatte op zijn 2de al in volzinnen, kende razendsnel alle kleuren en kon zelfs al in categorieën denken: ‘Dit is een plant, dit is een dier, dit is een ding.’ Iedereen juichte, klapte en prees hem de hemel in. Hij straalde en vertelde aan iedereen die het wilde horen: dat kán ik, ik ben heel slim voor mijn leeftijd.’

Toen ik op een avond met zijn moeder uit eten was, barstte ze uit: ‘Eigenlijk is het af en toe een strontvervelend rotjoch.’ Het arme kind, inmiddels 6, was zelf gaan geloven dat hij uitzonderlijk was en had de hele zomervakantie verpest door aan tafel continu in discussie te gaan met zijn oudere zus. Die zat in de klas 4 van het gymnasium en was daar uiteraard niet van gediend.

Inmiddels wordt het mannetje aan alle kanten gecorrigeerd, maar niet alle ouders weten de boel op tijd recht te trekken. Vooral niet als die ouders zelf ook kenmerken vertonen van narcisme, iets wat volgens het onderzoek van Brummelman vaak het geval is bij narcistische kinderen. Logisch natuurlijk: als je jezelf geweldig vindt, is je kind dat natuurlijk ook. Hij of zij is toch voortgekomen uit jouw superieure genen? Ook voor je eigen imago is het wel zo fijn is als je kind het goed doet op school of het voetbalveld. Hoe kweek je een narcistisch kind? Door hem continu te laten weten hoe geweldig hij is.

Bij zo’n uniek exemplaar hoort ook een bijzondere voornaam. Brummelman turfde hoe vaak kindernamen voorkwamen in hetzelfde geboortejaar en wat bleek: ouders die hun kind overwaardeerden, gaven hun kind vaak een naam die op zijn minst niet doorsnee is te noemen. Denk aan het kroost van veel Hollywoodsterren: North West (van Kim Kardashian en Kanye West) en Apple, dochter van de consciously uncoupled Gwyneth Paltrow en Chris Martin. In Nederland kunnen we er ook wat van. Ouders die hun kind willen onderscheiden, noemen het Zinxten of Tarzan-Lollipop.

Met de redelijk gangbare naam van mijn zoon heb ik het dus niet zo gek gedaan. Dat het kind al op zijn 3de op tennisles werd gedropt, vind ik een wat beschamender feitje. Ik was ervan overtuigd dat hij over uitzonderlijk talent moest beschikken, aangezien hij iedereen die bij ons over de vloer kwam een vliegenmepper, paraplu of bezem in handen drukte met de dwingende boodschap: ‘Tenne!’ Tennissen wilde hij, de hele dag door. Inmiddels is hij 11 en kan hij best een bal over het net slaan, maar een Krajicek zal het nooit worden.

Niet iedere ouder langs de tennislijn is op tijd ontnuchterd. Daar zit ze, de blonde übermoeder, terwijl eerst haar dochter, dan haar ene en vervolgens haar andere zoon les heeft. In keurig gesteven poloshirtjes en met blinkend witte tennisschoenen draven ze over het rode gravel. ‘Goed zo IJsbrand! Je doet het echt ge-wel-dig!’ Als de les is afgelopen en haar zoon naar de kant loopt, terwijl hij een hand door zijn haar haalt, hoor ik hem zeggen: ‘Wéér alles gewonnen.’ Zijn moeder: ‘Je bent ook zo ontzettend goed, schat.’

OUDERLIJKE WARMTE
Tot voor kort werd aangenomen dat narcisme vooral het gevolg is van ouders die te weinig warmte geven. Het kind zou daardoor noodgedwongen een opgeblazen ego ontwikkelen om zo het negatieve gevoel te compenseren. ‘Kijk, zie mij, ik ben echt wel geweldig’. Brummelman toont echter aan dat een gebrek aan ouderlijke warmte weinig te maken heeft met narcisme. Kinderen ontwikkelen die irritante trekjes juist doordat ze de opgeblazen mening van hun ouders over hen overnemen en internaliseren.Ze raken ervan overtuigd dat ze recht hebben op het allerbeste.

Overigens gaat het hier niet om de officiële (en ernstige) diagnose ‘narcistische persoonlijkheidsstoornis’. Brummelman: ‘Die wordt gekenmerkt door een hardnekkig patroon van grandiositeit: extreme behoefte aan bewondering en gebrek aan empathie voor andere mensen. Deze stoornis is zeldzaam, maar narcistische persoonlijkheidskenmerken komen wel veel voor.’ Die liggen dicht in de buurt: het gevoel dat je superieur bent, recht hebt op een voorkeursbehandeling en het logisch vinden dat je fans hebt. Waarbij hier ook geldt dat hoewel narcisten zich vaak superieur achten, dit niet betekent dat ze tevreden zijn met zichzelf. Dat laatste heet een normale zelfwaardering en houdt in dat je goed over jezelf denkt, terwijl narcisten juist hartstochtelijk graag goed over zichzelf willen denken. Een gezonde dosis zelfwaardering is alleen maar prettig in het latere leven, terwijl narcistische trekken, juist door de verkramptheid, vaak angst en depressie voorspellen.

ALTIJD LEUK ZIJN
Omdat de nadruk steeds maar wordt gelegd op wat er zo goed gaat, leert het kind dat geweldig zijn de norm is

Enige terughoudendheid in het complimenteren van je kind is dus aan te bevelen. Een andere vriendin over haar dochter: ‘Ik heb niet anders gedaan dan mijn kind de hemel in prijzen. Het gevolg: ze kan niet meer tegen kritiek en schaamt zich dood als iets niet perfect gaat. Sowieso heeft ze een perfectionistisch karakter, maar onze goedbedoelde complimenten hebben haar waarschijnlijk het gevoel gegeven dat ze niks meer waard is als ze het eens wat minder goed zou doen. Ze zei een keer: mama, ik vind het zo moeilijk om altijd maar leuk te zijn. Ze heeft ook last gehad van een angststoornis, nadat onze poes was overleden.’

Deze vriendin legt de link naar haar eigen narcistische trekken. ‘Ik ben calvinistisch opgevoed, het adagium gold: doe gewoon, dan doe je al gek genoeg. Met mijn magere lijf voelde ik me ook niet het mooiste meisje van de klas. Ik was erg onzeker. Dat heb ik gecompenseerd door te laten zien dat ik wel degelijk bijzonder ben. Als ik over mijn baan vertel, zeg ik er altijd bij dat ik honderden mensen onder me heb en een budget van tientallen miljoenen euro. Toch voel ik me van binnen onzeker. Toen ik vorig jaar was geselecteerd voor deze baan en een positief assesment had afgelegd, vroeg mijn man: geloof je zélf ook dat je het kan?’

Psychiater Bram Bakker zegt: ‘De meeste mensen hebben in mindere of meerdere mate narcistische trekken. Vrijwel altijd is dat terug te voeren op een gebrekkig zelfbeeld, dat je overschreeuwt. Als je dat ook richting je kind doet en hem of haar aldoor overlaadt met complimenten, kan dat averechts werken. Een kind is enorm sensitief en vangt die onzekerheid van de ouders toch wel op. Maar omdat de nadruk steeds maar wordt gelegd op wat er zo goed gaat, leert het kind dat geweldig zijn de norm is. Wat je dan vaak ziet, is dat kinderen hun onzekerheid op een andere manier etaleren. Ze worden bijvoorbeeld perfec-tionistisch en krijgen faalangst.’

Het is ook aan de leerkrachten om de ouders te vertellen dat hun fraaie pauw misschien een gewoon musje is

Als duidelijkste voorbeeld noemt Bakker jonge voetbalsterretjes en viooltalentjes. ‘Omdat hen van jongs af aan wordt ingeprent hoe uitzonderlijk het is wat ze kunnen, gaan ze denken dat dit op alle vlakken geldt. Ze denken dat ze een uitzonderlijk mens zijn in plaats van een getalenteerde voetballer.’

Wat moeten we dan? Door tv-nanny Jo Frost en consorten is ons steeds ingeprent juist zo positief mogelijk te zijn tegen onze kinderen. Nadruk leggen op wat goed gaat en niet focussen op wat slecht gaat, pardon, beter kan.

Wat ouders kunnen doen, is leren de juiste complimenten te geven. Want je kind helemaal niet prijzen is ook niet de oplossing. En hoe je dat dan doet? Nou, daar komt binnenkort een cursus voor. Toeval of niet, opvoedkundige Marina van der Wal start volgende maand de e-cursus: ‘Hoe geef je je kinderen de juiste complimenten’. De tijd is er rijp voor, ouders hebben handvatten nodig. Van der Wal: ‘Ik ken het onderzoek van Brummelman en ben blij dat dit onderwerp eindelijk onder de aandacht komt. Vaak geven ouders met hun complimenten waardeoordelen. Als een kind een doelpunt scoort, zeggen we: wat ben je goed, als het zijn broertje helpt: wat ben je lief, en bij een goed rapport: wat ben je slim. Onbewust verbinden we zo voorwaarden aan onze liefde en leren we het kind dat het alleen goed is als het presteert. Bovendien zijn complimenten verslavend; kinderen eisen uiteindelijk continu applaus en dat maakt ze dominant en veeleisend. De Facebookcultuur, Instagram en al die vlogs waar kinderen nu naar kijken dragen hieraan bij – daar gaat het steeds om publiek hebben en in de belangstelling staan. Waardering wordt zo een behoefte die van buitenaf moet worden vervuld.’

GEWOON MUSJE
Volgens Van der Wal is het beter om gewenst gedrag te benoemen en dat te koppelen aan het positieve effect dat erdoor ontstaat. Dus niet: wat ben je lief, als een kind zijn broertje helpt, maar: ik zie dat je je broertje helpt, wat werk je goed mee aan de sfeer. Of: ik zie dat je goede cijfers hebt, wat werk je hard op school. Van der Wal: ‘Dan snappen kinderen dat ze zelf invloed hebben; voor hard werken op school kun je kiezen.’ Nog niet zo makkelijk, want probeer je gewone complimenten maar eens volgens de juiste formule om te buigen. Kwestie van oefenen: benoem het gedrag, niet het kind. Een andere tip die Van de Wal geeft, is minimaal eens per dag zeggen dat je van je kind houdt. Los van welk gedrag dan ook. ‘Daarmee kweek je zelfvertrouwen.’ Daarnaast adviseert ze ouders om als het nodig is een luid en duidelijk nee te laten horen. ‘Kinderen moeten leren incasseren en gevoel krijgen voor oorzaak en gevolg. Als het kleedgeld is opgegaan aan games, dan geen nieuwe spijkerbroek. Of als er onvoldoendes zijn gehaald, dan niet naar de film.’

Benoem het gedrag, niet het kind

Van der Wal wijt de toename van narcistische kinderen ook aan ouders die vriendjes willen zijn met hun kinderen. ‘Opvoeden moet vooral leuk zijn en ouders voelen zich vaak ongemakkelijk als ze consequenties van ongewenst gedrag moeten uitvoeren. Toch is dat nodig, anders kweek je vreselijke mensen.’ Ze ziet hierin een uitdaging voor het onderwijs. ‘Het is ook aan de leerkrachten om de ouders te vertellen dat hun fraaie pauw misschien een gewoon musje is.’

Ik zet me alvast schrap voor het volgende tienminutengesprek.

april 25, 2015Permalink