Ik had het helemaal gehad met die Turken.

INTERVIEW Als kind dacht journaliste Fidan Ekiz vaak met heimwee aan Turkije: het land van haar ouders, vakantieland. Uit nieuwsgierigheid ging ze er werken als correspondent. Totdat ze Nederland begon te missen. ‘Ik had het helemaal gehad met die Turken.’

DOOR Greta Riemersma 10 januari 2015

CV Fidan Ekiz
Geboren 10 december 1976 in Rozenburg.
Loopbaan
2000 School voor Journalistiek in Utrecht.
2001-2003 Verslaggeefster bij het Rotterdams Dagblad.
2004-2007 Correspondent in Turkije voor de kranten van de Geassocieerde Pers Diensten, RTL Nieuws en andere media.
2007-2010 Redacteur bij Pauw & Witteman.
2010-2013 Programmamaker en presentator bij de VARA.
2011 Documentaire Veerboot naar Holland, samen met journalist Kees Schaap. Kreeg de Erasmus EuroMedia Award en de Rotterdamse Persprijs.
2012 Documentaire Ik zie een verre reis.
2012-nu Tafeldame in De Wereld Draait Door.
2013-nu Freelance journalist en presentator.
2014-nu Columnist bij tijdschrift Jij&je kinderen.
Getrouwd met journalist Wierd Duk, samen hebben ze een zoon, Ferran (1).
Op een avond in Istanbul zat Fidan Ekiz (38) te luisteren naar Frank Boeijen. Ze had er al wat jaren opzitten als Turkije-correspondent, ze had heimwee. Ze miste haar ouders in Rozenburg en Rozenburg zelf ook, ja, ze miste heel Nederland. Toen hoorde ze het liedje Vaderland, waarin Boeijen precies beschrijft wat zij voelde: ‘Laagland, haringland, duinenland, zuinig land, koffieland, kaasland, Amsterdam, Rotterdam.’ Ze zong mee en toen ze bij ‘Rotterdam’ kwam, toch bijna Rozenburg, haalde ze flink uit. Daarna begon ze te huilen. Ze dacht: ‘Dit had Wilders moeten zien: een Turk die in Turkije huilt om Nederland.’

Ekiz werkte in Turkije van 2003 tot 2007, als correspondent voor de regionale kranten van de Geassocieerde Pers Diensten en RTL Nieuws en ze hielp ook buitenlandse media als The Wall Street Journal, BBC en CNN. Eerst zat ze drie maanden aan de Turks-Iraakse grens om de Irak-oorlog te verslaan, daarna jarenlang in Istanbul. Ze leefde in het geboorteland van haar ouders en dat beviel haar de eerste jaren prima. Ze ging op in haar werk, maar gaandeweg begon ze meer dan normaal aan Nederland te denken en als ze even terug was in Rozenburg dacht ze: ‘Hè, lekker hier, rustig.’

Voelde je je in Turkije Nederlands?

‘Jaaaaaa.’

Dacht je: ik ben niet Turks zoals de anderen om mij heen?

‘Constant. En zij zagen het ook. Ik hoefde maar in een taxi te stappen en nog voor ik een woord had gezegd, was het: ‘Kom jij uit Europa?’ Ik weet niet waar dat aan lag, misschien lachte ik meer dan anderen, Europeanen zijn meestal wat opener.’

Je Europese kleding?

‘Ja, en het kwam ook door mijn lengte. In Turkije hebben Turken uit West-Europa de reputatie lang te zijn. Mensen zeggen daar altijd: ‘Jullie hebben meer vitamines in het eten.’
Foto Jouk Oosterhof
Ekiz kan nu lachen om die avond in Istanbul. Ze zit aan de verse jus in een café in de Amsterdamse nieuwbouwwijk IJburg, waar ze woont met echtgenoot en zoontje Ferran van 14 maanden. Alles om haar heen is zo Nederlands als maar kan: het jachthaventje dat door de natte ramen nog net is te zien, het IJ dat in de verte oplost in een laaghangende grijze lucht. Je zou kunnen zeggen dat de situatie nu omgekeerd is. Ze mist Turkije, vooral als ze Turkse muziek hoort. ‘Of als ik denk aan de nachten dat ik niet kon slapen, een taxi nam en langs de Bosporus reed.’

Je zou het ook anders kunnen zeggen: ze houdt van allebei, Nederland en Turkije, en het heeft tijd gekost om te ontdekken dat ze niet hoeft te kiezen. Haar werk heeft haar daarbij geholpen. Ze maakte twee documentaires over de relatie van haar familie met beide landen: Veerboot naar Holland (2011) en Ik zie een verre reis (2012). Nu is ze bezig met een boek over haar Turkse afkomst en hoe die doorwerkt in haar huwelijk met een autochtone Nederlander. In discussiebijeenkomsten schuift ze steeds vaker aan als ‘Turkije-deskundige’. Lange tijd verzette ze zich tegen dat stempel, ze wilde een ‘allround journalist’ zijn, maar ze begint het leuk te vinden. ‘Waarom zou ik geen Turkije-kenner kunnen zijn? Ik weet er veel van.’

Laten we bij het begin beginnen. Wat betekende Turkije voor jou als kind?

‘Vakantieland én het land van mijn ouders. Elke zomer gingen we naar Samsun aan de Zwarte-Zeekust, waar de familie van mijn ouders woont. Als wij er midden in de nacht aankwamen, rende mijn oom in pyjama de straat op, schreeuwend, huilend: ‘Mijn zus is er!’ Dan sloten ze elkaar in de armen – als kind raakte ik er erg van onder de indruk. Ik was in Turkije altijd gelukkig, het was gezellig, avontuurlijk, heel anders dan in Nederland. Ik groeide op met het idee: Nederland is koel en saai, een klein landje.’

Hadden je ouders heimwee naar Turkije?

‘Heel erg. Mijn moeder is een levendige vrouw, maar er is een tijd geweest waarin zij teruggetrokken was. Later kon ik er pas de vinger op leggen: ze moet depressief zijn geweest. Het was de periode waarin haar moeder ziek was en overleed.’

Je moeder dacht toch dat haar moeder is overleden omdat zij in Nederland is gaan wonen?

‘Ja, toen mijn moeder in 1973 naar mijn vader in Nederland ging, heeft haar moeder haar vrolijk uitgezwaaid, maar daarna is ze huilend de hazelnootvelden ingelopen, terwijl ze de naam van mijn moeder schreeuwde: ‘Muazzez!’. Als daarna vliegtuigen overkwamen, zei ze: ‘Zou dat Muazzez zijn?’ Toen mijn oma ziek werd, is mijn moeder gekomen en heeft mijn oma verteld dat je ziek kunt worden van verdriet.’

Mijn vader had het idee: wij zijn gastarbeiders, je kunt maar beter niet te moeilijk doen, want dan word je het land uitgezet
Toen je moeder net weer in Nederland zat, is je oma overleden.

‘Ja. En haar familie in Turkije heeft dat pas drie maanden later verteld. Haar broers dachten: Muazzez zit daar alleen in Nederland, ze trekt het niet. Ze hebben het uitgesteld. En toen mijn moeder het eindelijk wist, is ze twee jaar niet naar Turkije geweest, zo boos was ze. Toen ze er weer kwam, is ze naar het graf van haar moeder gegaan en dacht ze: oké, dit is mijn moeders huis, hier kan ik haar altijd opzoeken. Het maakte haar rustiger.’

En hoe zat het met je vader?

‘Hij was ook niet bij het overlijden van zijn vader. Hij wist wel dat zijn vader ziek was, maar ging niet. Mijn vader werkte als lasser bij scheepswerf Verolme, hij was een echte workaholic. Hij had het idee: wij zijn gastarbeiders, je kunt maar beter niet te moeilijk doen, want dan word je het land uitgezet.’

Hoe was jullie opvoeding?

‘Ik ben erg Turks opgevoed. Ik sprak geen woord Nederlands tot ik naar de kleuterschool ging. Later bracht mijn vader ladingen Turkse films op VHS-band mee van de Turkse vereniging, we hadden veel Turkse boeken thuis en we hadden Turkse les op school. Als kind was ik dus erg Turks.’

Je hoort nu veel over Turks nationalisme, hadden jouw ouders daar ook last van?

‘Nee, mijn ouders hebben ons altijd gestimuleerd ons aan te passen aan Nederland, ons hier te gedragen, ons niet af te zetten. We moesten van mijn vader zelfs nog de reclamefolders beantwoorden. Ik zei: ‘Pa, dit hoeft allemaal niet.’ ‘Doe nou maar’, zei hij dan.’

Was hij echt bang dat hij anders zo over de grens kon worden gezet?

‘Dat was de interpretatie die ik er als kind aan gaf. Maar het zat ook in onze opvoeding: gehoorzaam zijn, discipline. Mijn ouders hadden allebei zoiets: wij blijven hier voor jullie, want hier heb je kansen, grijp ze dan ook.’

Hoe ben je op het idee gekomen om in 2003 als journalist naar Turkije te gaan?

‘Ik werkte bij het Rotterdams Dagblad en toen de Irak-oorlog uitbrak, zochten ze iemand die Turks sprak. Het was mijn droom. Ik wilde altijd al oorlogscorrespondent worden, Oriana Fallaci was mijn grote voorbeeld. Ik heb drie maanden in Silopi gezeten, in Koerdisch gebied aan de Iraakse grens. Het was precies het leven dat ik wilde: avonturen, mensen ontmoeten, onderweg zijn, verhalen maken.’

Ging je ook naar Turkije om je roots te onderzoeken?

‘Ik was rond die tijd juist heel erg bezig met Nederland, ik begon aan mijn journalistieke carrière. Ik ging naar Turkije uit journalistieke ambitie, maar het is wel zo dat de liefde voor Turkije terugkwam omdat ik zo bezig was met dat land. Ik was nieuwsgierig: eens kijken wat mijn ouders hadden achtergelaten.’

Hoe kwam je terecht in Istanbul?

‘Ik was daar al voor de krant toen ik een telefoontje kreeg, ik stond op het Taksimplein: ‘Zoek maar een woning, want je mag blijven.’ Ik was blij, maar ik dacht ook: shit. Ik maakte me zorgen hoe ik het thuis moest brengen. Ik wist dat mijn moeder zou denken: niet nog een keer zo’n grote afstand, niet met mijn kinderen.’
Foto Jouk Oosterhof
De geschiedenis zou zich herhalen.

‘Ja. Ik heb het nieuws gemaild naar mijn oudere zus en toen ik thuiskwam in Rozenburg was het al geland. Mijn vader vond het wel stoer, maar mijn moeder had zitten huilen. Ze was bang dat ik nooit meer terug zou komen en dat idee had ik zelf trouwens ook: waarschijnlijk blijf ik er wel. Toen ik vertrok, reageerde ze net als haar moeder toen zij Turkije verliet. Ze liet niets merken, later hoorde ik hoe ze me miste.’

Hoe beviel Istanbul?

‘In het begin was het gewéldig. Ik heb het hele uitgaansleven uitgetest. Ik weet niet hoe ik het met mijn werk voor elkaar heb gekregen, want ik zat regelmatig met een kater thuis. Ik maakte alles mee wat ik altijd al van Istanbul had gedacht: smartlappen luisteren, raki drinken, meezingen, huilen. Ken je dat? Die smartlappen gaan bijvoorbeeld over familie die je uit het oog bent verloren, nou ja, ik was misschien twee maanden van huis, maar alle emoties kwamen boven.’

In Turkije is het the survival of the fittest
Je begon je familie meteen al te missen?

‘Ja, maar dit was mooi! Ik kwam terecht in die mysterieuze wereld van dat enorme Istanbul. Het was zó avontuurlijk, het raakte mijn ziel. Ik maakte ook een transformatie door. Iedereen zei tegen mij: ‘Fidan, je gaat er steeds Turkser uitzien.’ En Turkser betekende dan gek genoeg: je haar blonderen en strak föhnen. Ik werd superdun, ik ging naar de hamam, liet pedicure en manicure doen, het was de normaalste zaak van de wereld, net als plastische chirurgie.’

Heb jij nog iets laten doen?

‘Ja, mijn neus.’ Ze wijst op haar neusbot, dat eerst dikker was. ‘In Nederland vroeg iedereen: ‘Waarom doe je dat?’ In Turkije zeiden ze: ‘Wanneer laat je je neus doen?’ Ik werd besmet. Ik ging helemaal op in dat Turkse – tot ik op een dag zonder stroom zat omdat ik de rekening een dag te laat had betaald.’ Ze schiet in de lach. ‘Je moest in de rij staan om je elektriciteit te betalen, maar daar had ik niet altijd tijd voor. En als ik dan belde of er een monteur kon langskomen, kwam er niemand. Je bent in Nederland gewend dat alles soepel loopt, hè? In Turkije is het the survival of the fittest.’

Wat is er zo hard aan het leven daar?

‘Mijn salaris kwam vooral uit Nederland, maar als je wél je geld in Turkije moet verdienen, is dat zwaar. Het is hard werken en je kunt makkelijk worden belazerd. Dat tekent je, je wordt er hard van.’

Ik heb een nichtje dat vrij vroom is, zij zei in het begin wel: ‘Is deze rok niet een beetje te kort in deze wijk?’
In jouw documentaire Ik zie een verre reis zeg je dat Istanbul een cultuurshock voor je was.

‘Ja, héél erg. Ik had moeite om vriendschappen te sluiten, vooral met vrouwen, dat lukte me gewoon niet. Ze hielden op een of andere manier de deur voor mij dicht.’

Een Turkse Nederlander zegt in die documentaire dat in Istanbul vriendschappen met locals onmogelijk zijn.

‘Jaaaaa, ik had permanent discussies. Alles wat je zegt, wordt opgevat als kritiek. Dat had ik ook als journalist. Vaak zeiden geïnterviewden tegen mij: ‘Wat schrijf je toch allemaal op? Je hangt de vuile was niet buiten, hè?’ Iemand zei ook: ‘Als wij niet bij de Europese Unie komen, is het jouw schuld.’

Hoe was het voor jou als vrouw alleen?

‘Ik heb een nichtje dat vrij vroom is, zij zei in het begin wel: ‘Is deze rok niet een beetje te kort in deze wijk?’ In de wijk waar zij woont, lopen mensen er vrij traditioneel bij. En omdat ik lang ben voor een Turkse, zie je bij mij meteen veel bloot. Op vakanties had ik altijd zo weinig mogelijk kleren aan omdat het er bloedheet was, maar ik ging er nu toch op letten.’

De geschiedenis van je ouders herhaalde zich inderdaad: je kreeg heimwee.

‘Een tijdlang had ik mijn draai gevonden, maar na een jaar of drie merkte ik dat ik in een isolement zat. Ik had geen zin meer in die oppervlakkige vriendschappen die me toch niet lukten. Ik begon mijn vrienden in Nederland te missen. Ik vond Nederland ineens liever, rustiger. Als ik in Rozenburg aankwam, was alles overzichtelijk. In Turkije voeren emoties de boventoon en die lopen snel hoog op. Je hebt er snel ruzieachtige discussies. Het is chaos. Ik werd er overspannen van.’

Letterlijk?

‘Nee, dat niet. Maar Nederland is een land van consensus, Nederlanders zijn al die drukte niet gewend. Ik had gewoon rust nodig.’

Je vond een baan als redacteur bij Pauw & Witteman. Dacht je vaak terug aan Turkije?

Lachend: ‘Ik wilde er niets meer mee te maken hebben. Ik had het gehad met de Turken, ik kon geen Turk meer zien.’

Waarom zo extreem?

‘Ik weet niet, het is zo’n collectieve maatschappij, alles is Turks. De tv is héél eenvormig en vooral gericht op Turkije. Ik dacht: even niet. Achteraf denk ik dat ik me ook zo heb opgesteld om geen spijt te krijgen van mijn keuze. Want dat dacht ik wel de hele tijd: heb ik hier nou goed aan gedaan?’
Foto Jouk Oosterhof
Na drie jaar Pauw & Witteman vertrok ze, om zich toe te kunnen leggen op haar eigen werk. De allereerste gedachte aan Veerboot naar Holland, haar eerste documentaire, had ze gekregen tijdens die avond in Istanbul met Frank Boeijen. Ze had beseft dat zij in precies dezelfde situatie zat als haar ouders in Nederland, maar dat ze maar weinig details kende. Als kind had ze hun emoties gevoeld, maar haar ouders hadden nooit veel over zichzelf verteld. Ze besloot het emigratieverhaal van haar ouders en hun Turkse vrienden in Rozenburg vast te leggen.

Haar moeder praatte meteen honderduit, maar haar vader vormde een probleem. Altijd was hij een raadsel voor haar geweest, omdat hij of aan het werk was bij Verolme of met zijn Turkse vrienden zat te drinken in het café. Nu vluchtte hij weg zodra ze met de camera in de buurt was. Pas na eindeloos zeuren, stemde hij toe en vertelde hij hoe zijn emigratie naar Nederland meteen al was tegengevallen. Nederland was niet het paradijs waarvoor veel Turken het hadden gehouden. Hij deed smerig werk, maar verdiende niet eens zo veel meer dan in Turkije. En Nederland was zo anders, zo stil, in vergelijking met het warme, levendige Turkije. Hij wilde terug, maar het kwam er niet van.

In Veerboot naar Holland zegt jouw vader: ‘Het leven is niet gelukt.’ Vond je dat niet verschrikkelijk om te horen?

‘Hij bedoelde: het leven dat ik wilde opbouwen, is niet gelukt. Hij is naar Nederland gekomen om rijk te worden.’

Maar vond je het geen schokkende ontdekking dat hij er zo over denkt?

‘Ik vond het heel verdrietig.’

Wat heeft deze documentaire voor je veranderd?

‘Heel veel. Ik had behoefte al die emoties rond mijn ouders een plek te geven. Ik wilde begrijpen waarom ik zoveel respect heb voor mijn ouders. Mijn vader moest bij Verolme vieze tankers schoonmaken. Nederlanders weigerden het, maar de buitenlanders waren bang ontslagen te worden, dus deden ze het. Tegen ons, mijn broer en twee zussen, zei mijn vader altijd: ‘Werk hard, klaag niet.’

Snap jij dat je ouders nooit zijn teruggegaan naar Turkije? Het zou een afgang zijn tegenover de familie in Turkije, de economie in Turkije was niet goed, maar toch: ze vonden het hier niet leuk.

‘Ze zijn gebleven voor onze toekomst. Daarom voelen veel gastarbeiderkinderen nu de druk om hun ouders te verdedigen. Nederland is verhard, maar mensen als mijn ouders verdienen dat niet. Ze hebben meegeholpen de economie op te bouwen. En vergeet niet: er wordt nu steeds gepraat over IS, zijn de moslims voor of tegen, maar deze mensen hebben toch een enorme liefde opgebouwd voor Nederland. Als mijn ouders in Turkije zijn, willen ze na een tijdje terug. Als ze Rozenburg binnenkomen hebben ze het gevoel: lekker.’

De generatie van mijn zusje kwam net in de puberteit toen Nederland veranderde in die fase na 9/11 en dat heeft ze onzeker en in de war gemaakt
Je tweede documentaire, Ik zie een verre reis, gaat over je zusje Ferian en haar vriendinnen die een paar jaar geleden naar Turkije wilden verhuizen.

‘Ik wilde onderzoeken waarom er tegenwoordig zo veel jonge Turkse Nederlanders naar Turkije willen emigreren. Ik ken de cijfers niet, maar ze zijn allemaal bezig met een toekomst in Turkije. Ik heb mijn zusje gevraagd omdat je bij familie gemakkelijk dichtbij kunt komen. Zij was bezig met Turkije, maar ze was niet eens het beste voorbeeld.’

Ben je erachter gekomen waarom zovelen weg willen?

‘Heel lang zag ik de reden niet, ik had mezelf opgesloten in de bubble van de journalistiek en dacht: speel toch niet zo het slachtoffer, vecht voor je plek in Nederland. Maar ik ben het beter gaan begrijpen. De generatie van mijn zusje kwam net in de puberteit toen Nederland veranderde in die fase na 9/11 en dat heeft ze onzeker en in de war gemaakt.’

Ik heb eens een jonge Turkse Nederlander horen zeggen: ‘Ik voel mij gekwetst door de manier waarop in Nederland over de islam wordt gepraat.’

‘Dat kan. Een van de vriendinnen van mijn zus gaf als reden om weg te willen, en die reden hebben veel jonge Turken: wij voelen ons hier niet meer welkom. Ze zei: ‘Als ik in de trein een telefoongesprek voer in het Turks, wordt er veel gemakkelijker dan vroeger gezegd: ‘Spreek Nederlands.’ Terwijl: als ik Engels zou spreken, zou niemand iets zeggen.’’

Volgens onderzoeksbureau Motivaction is 80 procent van de jonge Turkse Nederlanders voor IS.

‘Ik had meteen zoiets: het klopt niet, dat onderzoek. Ik ken Turken, ik volg ze op Facebook en Twitter en kan me dit niet voorstellen. Turkse jongeren hebben via sociale media, persberichten en ingezonden stukken massaal kritiek geuit op de gehanteerde onderzoeksmethode.’

Ook als maar een fractie van het onderzoek klopt, is het ernstig, toch?

‘Absoluut. Ik vind dat die sympathieën moeten worden aangepakt. En ik vind ook dat de moslimgemeenschap IS uitdrukkelijk moet veroordelen, zoals bijvoorbeeld burgermeester Aboutaleb bepleit. Als jou als moslim wordt gevraagd wat je van IS vindt, kun je toch gewoon zeggen dat al dat geweld niets te maken heeft met jouw religie?’

Nadat ik uit Istanbul was teruggekomen, heb ik mij jarenlang afgesloten voor mijn liefde voor Turkije
Er is bovendien veel nationalisme onder jonge Turkse Nederlanders en dat staat de integratie in de weg.

‘Ze zitten te veel in een Turkse bubble, met Turkse vrienden en Turkse media. Daardoor sluiten ze zich af voor wat er speelt in Nederland.’

Het is gek, want iedereen waarschuwt deze jongeren voor een emigratie naar Turkije. Ze kunnen daar niet aarden.

‘Ja, raar hè? De meerderheid komt dus ook terug. Ik sprak een Turkse Nederlander die in Istanbul een reclamebureau heeft opgebouwd en ook hij had heimwee. Hij is net teruggekomen in Amsterdam, hij heeft een kind gekregen en vindt het onderwijs in Nederland beter.’

Je zusje is uiteindelijk in Nederland gebleven, net als al haar vriendinnen. Heeft jouw documentaire daarmee te maken?

‘Ik denk dat ze zijn genezen. Door mijn documentaire hadden ze het voor het eerst over hun Turkije-fascinatie, het werd bespreekbaar. Zij zagen zelf niet in wat voor wereld zij leefden, ze hadden niet door dat zij in Nederland volledig Turks waren geworden.’

Hadden ze dat niet door?

‘Nee. Het was ook een manier om zich af te sluiten voor alle negativiteit. Een van die vriendinnen zegt in de documentaire: ‘Ik voel me teleurgesteld, een outcast.’ Het was een soort rebelsheid dat ze zich zo op hun Turks-zijn hebben gestort.’

Wat heeft deze documentaire jou gebracht?

‘Nadat ik uit Istanbul was teruggekomen, heb ik mij jarenlang afgesloten voor mijn liefde voor Turkije. Maar toen ik met mijn zusje en haar vriendinnen praatte, dacht ik: waarom doe ik dat? Turkije is een gewéldig land. Ik dacht ineens hetzelfde als mijn moeder bij het graf van haar moeder: het is oké, ik ben te streng voor mezelf geweest door mezelf een poos zo af te sluiten voor Turkije. Ik kan er altijd naartoe.’

januari 10, 2015Permalink