Ik heb mezelf altijd gezien als actrice

1027_Verbaan‘Ik heb mezelf altijd gezien als actrice, maar niemand vond dat ik dat mocht zeggen.’

Actrice, columniste, comédienne, moeder en controlfreak. Georgina Verbaan (35) heeft zich ontwikkeld tot een schaap met vijf poten.
Door: Julien Althusius 30 mei 2015

Georgina Verbaan praat niet graag over beroemd zijn. Ze vindt het deprimerend om het erover te hebben. Het is nou eenmaal haar leven, voor haar is het gewoon. Ze voelt zich een loser als mensen er steeds maar naar blijven vragen. Alsof het een ziekte is waarvan ze zich niet bewust is.
Ze zit in een nogal oncomfortabele grote leren kuipstoel in de lobby van het Art’otel op de Nieuwezijds Voorburgwal in Amsterdam. Het liefst zou ze de hele dag naar mensen kijken, inspiratie opdoen voor de personages die ze speelt in films of voor de columns die ze schrijft in nrc.next. Maar dat is niet altijd even makkelijk. ‘Ik loop altijd alsof ik haast heb, heel hard. En ik kijk mensen nooit aan, maar altijd naar de grond.’

In de hotellobby is er een constant geroezemoes in het Engels, af en toe schuifelt een toeristenechtpaar voorbij. Twee mensen zitten binnen gehoorsafstand, maar die kijken een film, allebei op hun eigen laptop. ‘We waren op vakantie in Amsterdam’, vult Verbaan hun denkbeeldige anekdote in, ‘en we hebben twee weken lang films gekeken in de lobby’.

Af en toe verbaast ze zich hardop hoe lelijk die lobby is. ‘Het is wonderlijk hè’, merkt ze geamuseerd op. ‘Het heeft geen sfeer. Het is een beetje vinex, maar dan met design. Ik vind het wel prettig, dat onpersoonlijke. voor dit dan.’

Met dit bedoelt ze het eerste gedeelte van het interview. Deel twee is twee dagen later, bij haar thuis. ‘Omdat ik heel vaak na een gesprek onder de douche sta en mezelf afvraag wat voor onzin ik nou weer heb gezegd’. Maar zo veel onzin komt er niet vandaag. Ze is terughoudend, misschien wel wantrouwend. Zo is ze normaal niet. Ze vindt interviews ook iets ongemakkelijks hebben. ‘We kennen elkaar niet, maar ik moet de hele tijd over mezelf praten. Dat is de afspraak: jij zit daar en ik doe dit’.

Je bent op je hoede.
‘Ik ben stiekem de hele tijd van alles níét aan het zeggen’, zegt ze. Haar handen zijn continu in beweging. Het ene moment aait ze met haar ene hand over de binnenkant van haar andere pols, het volgende ogenblik bijt ze op haar nagels. Nee, hoewel ze het al ongeveer twintig jaar doet, vindt ze interviews geven maar niets. Meestal is ze ontevreden met het beeld dat van haar wordt geschetst. ‘Op papier herken ik vaak niets meer van de gesprekken die ik heb gevoerd. Ik word dommer gemaakt, mijn taal wordt versimpeld, lange zinnen worden kort en hier en daar plakken ze er ‘hihihi’ tussen.’ Ze voelt zich daarom genoodzaakt wel eens iets te herschrijven. Dan kruipt ze vloekend achter haar laptop om de boel zo goed en zo kwaad als het kan te repareren. ‘Dat zal ik nu niet doen.’

Samen met Jeroen van Koningsbrugge vertolkt Verbaan de hoofdrol in De Surprise, regisseur Mike van Diems langverwachte film na Karakter. Het verhaal draait om twee mensen die levensmoe zijn en een clandestien bedrijf inhuren om een eind aan hun beider leven te maken. Het is een romantische komedie ja, maar wel een zwarte, bij vlagen macaber, met Verbaan in een dragende rol, de grootste die ze ooit speelde.

Ik heb Mike van Diem vandaag gesproken.
‘Oh. Heb ik hem genoeg betaald?’

Hij was zeer lovend over je. Noemde je een buitengewoon virtuoze actrice en een van de beste comédiennes van Nederland.
‘…’

Dat zit hem in twee dingen, zei hij. In je hoofd zit een razendsnelle processor die nooit stopt met observeren. Alles wat je ziet, van films tot tekenfilms, wordt opgeslagen op een harde schijf, dat internaliseer je en daarna..Word je hier zenuwachtig van?
‘Ja, ik vind dit heel gek. Ik weet niet waarom. Ik snap wel wat hij bedoelt, ik heb alleen niet het idee dat het bijzonder is. Dat is toch gewoon je werk als acteur?’

Hij zei ook dat je erg professioneel bent en dat je, toen hij op de laatste draaidag er een eind aan wilde breien, hem tot de orde riep en er op aandrong dat jullie een scène nog twee of drie keer zouden spelen.
‘Ik ben extreem perfectionistisch. Ik houd op de set alles in de gaten, alles. Als we even moeten wachten, hoeft niemand me te vertellen waarom, ik weet het al. Ook of andere acteurs op het juiste moment beginnen met lopen, of wat hun tekst is. Ik heb het gevoel dat als er iets misgaat, ik het eigenlijk moet kunnen redden. Dat heeft te maken met die soapachtergrond. Daar werd weinig gerepeteerd; je werd voor drie camera’s gezet en dat was het dan. Er wordt wel eens op neergekeken, maar ik denk dat de meeste acteurs zich het leplazerus zouden schrikken als je ze daar neerzet, zo snel gaat het allemaal.’

Van Diem noemde ook een scène waarbij jij improviseerde, geïnspireerd op een tekenfilmpersonage dat je ooit ergens hebt gezien.
‘Ja, dat was geïnspireerd op het stinkdier Pepé Le Pew en dat vrouwtje met wie hij altijd is. Ik keek vroeger veel televisie, van tekenfilms tot soaps, daar komt het allemaal vandaan. Ik weet nog dat ik met mijn moeder op woensdagmiddag, voordat de kinderfilms begonnen, naar de soap Sons & Daughters keek en me afvroeg waarom die mensen toch de hele tijd zo kwaad waren op elkaar. Mijn moeder legde toen uit dat ze niet echt kwaad waren, maar deden alsof, dat was hun baan. Sindsdien wilde ik dat ook.’

Verbaan groeide niet alleen op met veel televisie en soaps, ze heeft er ook haar naam aan te danken.

‘Mijn moeder keek vroeger altijd naar Upstairs, Downstairs, daar speelde Lesley Anne Down de rol van Miss Georgina. Mijn moeder vond dat een leuke en mooie vrouw, dus vernoemde ze mij naar haar.’

Nomen est omen. Maar die tijd, van Georgina Verbaan als soapie, ligt inmiddels ver achter haar. Ze is verder; ze is een Gouden Kalf voor haar rol in De Marathon verder, rollen in ‘t Schaep, Lotus en Van God Los verder. Verbaan is een volwaardig acteur en durft dat nu ook te zeggen.

‘Ik heb mezelf altijd als een acteur gezien, maar niet iedereen vond dat ik dat mocht zeggen, omdat ik geen opleiding heb gedaan en uit een soap kom. Dus dan zei ik het ook maar niet.’

Is het nu leuker dan vroeger?
‘Maar ja: ik had er eigenlijk niet zo veel zin meer in totdat De Surprise kwam. Ik vond er geen hol meer aan, al die rollen. In Mannenharten, bijvoorbeeld, speelde ik iemand die nooit uit haar slof schiet. Zo’n lief vrouwtje, bah, zo saai. Ik word ouder, dus ik wil ook rollen die daarbij passen: hoe ouder de vrouw, hoe lastiger het leven.’

Dus als regisseur Johan Nijenhuis je morgen belt, zeg je…
‘Nee. Ik zeg veel nee tegen dingen. Maar ik kan niet de hele tijd nee blijven zeggen; op een gegeven moment kijk ik naar zo’n lege agenda. Ik denk steeds: nu ga ik een statement maken. Dan heb ik drie films afgezegd en dan zit ik een tijdje thuis, maar dan gebeurt er niet zo veel. En dan komt er iets vreselijks langs en dan doe ik dat toch maar gewoon.’

En dan is er nog dat soapie-imago: Verbaan als de springerige, onhandige chaoot. Het is een erfenis uit een ander leven. Een leven van rollen in GTST, Volle Maan, Costa, Pista! en Verliefd op Ibiza. Een leven van feesten. Een leven als het vriendinnetje van journalist Jort Kelder. Een leven van met geld smijten in de Verenigde Staten en blut thuiskomen. Hoewel ze inmiddels 35 is, moeder van een kind, gerespecteerd acteur en columnist, blijft dat beeld nog wat aan haar kleven.

Alleenstaande moeder? Gatver, ben ik dat? Het klinkt zo treurig, maar zo ervaar ik het helemaal niet
Hoe ga je daarmee om?
‘Ja, níét eigenlijk. Wat kún je…Sorry, die gordijnen zijn echt vreselijk hier. Er zitten gordijnen op de muren, dat is wat er raar is aan deze plek. Nee, ja, wat kun je ermee? Ik vind er niet zo veel van.’

‘Hoe vond je het zelf gaan?’ Twee dagen later zit Verbaan aan de houten tafel in haar woonkamer. Haar roestbruine, pas geknipte haar valt net over haar schouders uiteen op een bloemetjesjurk. Haar grijsblauwe ogen kijken indringend, en vastberaden. De gespannen zelfbewustheid uit de hotellobby heeft plaatsgemaakt voor meer ontspannenheid: de schaterlach ligt continu op de loer. Soms zegt ze iets tegen haar katten, die nooit ver weg zijn. Sterker, Doctor Laurens, de witte kater, wil nog wel eens over de tafel lopen, onderwijl een halve vacht verliezend. ‘Is dat een haartje of wuif je imaginaire vliegen weg? Ja sorry, ik had ‘m echt even moeten kammen’.

Ze had niet goed geslapen, die nacht na het interview. ‘Het is dat imago. Dat vind ik een stom verhaal. Ik moet me er altijd maar tegen verdedigen, maar ik heb er zo weinig mee te maken. Ik vind het genant erover te praten. De mensen die met mij willen werken, weten wat ik kan. Voor hen maakt een imago niets uit. Het heeft me ook nooit veel kunnen schelen, wat mijn imago was. Er zijn blijkbaar twee versies van mij: wat mensen van mij maken en ikzelf.’

Je bent eraan gewend.
‘Dat heeft wel even geduurd hoor. Maar ik heb altijd wel een imago gehad. Al op de middelbare school. Daar gedroeg ik me dan weer als een clown. Ik kon op dat moment ook niet veel anders, mijn leven was nou eenmaal zo op dat moment.’

Hoe dan?
‘Nou, ik heb wel een beetje een rommelige jeugd gehad. Dat neem je nog wel een tijdje met je mee. Ja.’

Ik vind het verstikkend dat ik precies weet wat ik waar en wanneer moet doen
Even schiet ze weer in de hotellobbymodus. Ze praat niet graag over haar jeugd. Dat is het kleine beetje privé dat ze nog heeft en voor zichzelf wil houden. Haar relatie met haar moeder is ‘rommelig’, ze hebben al vijftien jaar geen contact. Verbaan verliet haar ouderlijk huis toen ze 11 was; ze ging bij haar tante wonen. Vervolgens woonde ze even bij haar vader, voordat ze op haar 15de ging samenwonen met haar toenmalige vriendje. Daarna kwam ze nog even terug bij haar moeder, maar zag haar vervolgens jarenlang niet meer. Totdat.

‘Ik had dit eigenlijk voor een roman willen bewaren, haha. Maar goed. Ik was zwanger en mijn hele huis stond in de steigers, er waren overal werklui. Toen ben ik in een hotel gaan zitten. Daar zat ik dan, met die dikke buik, te staren naar alle wijn die ik niet mocht opdrinken. Op een gegeven moment zat ik televisie te kijken en zapte ik langs AstroTV.’ En daar zag Verbaan haar moeder, die een nieuwe carrière was begonnen als spiritueel hulpverlener. ‘Toen zei ik tegen mijn buik: ah kijk, dat is dus oma. Dat was wel een beetje gek, ja.’

Vijf jaar geleden zocht Verbaans moeder de media. Ze had gelezen dat haar dochter zwanger was en wilde met haar worden verzoend. ‘Ik wil het er eigenlijk niet over hebben. Zij heeft veel via de pers gedaan, maar zo wil ik het niet doen.’

Het heeft te maken met vertrouwen, dat wil ze er nog wel over zeggen. ‘Een gebrek aan basisvertrouwen in mensen en dingen, basisvertrouwen dat je normaal gesproken van je ouders meekrijgt.’ Het leidde ertoe dat ze altijd wantrouwend tegenover anderen is gebleven. Niet alleen jegens drammerige journalisten, maar in eerste instantie ook tegenover vrienden, collega’s en kennissen. ‘Ik heb sinds een jaar of twaalf een groepje vrienden om me heen verzameld, maar dat heb ik altijd erg moeilijk gevonden. Ik vertrouwde eigenlijk alleen mijzelf – en dat niet eens.’

Verbaan staat op. ‘Wil je iets drinken? Iets eten?’ Ze trekt een fles witte wijn open en zet wat brood, dadels, chips en makreelsalade op tafel. Als ze bij het aanrecht staat om de wijn te ontkurken, wordt ze zich ergens van bewust. ‘Oh, je zit richting de rommelige kant van mijn huis, waar alle teringzooi ligt. Ga je zeker opschrijven hè?’

Haar ingebakken wantrouwen richt zich niet alleen op mensen, ook op het leven in het algemeen. Pleinvrees, angst voor post, smetvrees, hypochondrie; Verbaan is een wandelende encyclopedie voor fobieën. Of, zoals haar beste vriend Patrick tijdens een voorgesprek liet weten: ‘een beetje angstig? Hahaha!’

Ze haalt haar schouders er over op. ‘Ik ben al honderd jaar in therapie hoor, dat is ook wel fijn. Meestal gaat het goed, maar ik heb wel het idee dat mijn angsten erger en groter worden. Ik moet echt actief eraan werken om het een beetje te beteugelen, anders wordt het zo ongezellig.’

Het komt in periodes, de angst werkt verlammend. Ze keert erdoor naar binnen. ‘Dan hoor je niets van me. Mijn vrienden denken dat ik heel druk ben, maar dat is dan helemaal niet zo. Zit ik gewoon thuis.’

Waar ben je dan bang voor?
‘Uiteindelijk om dood te gaan natuurlijk. Vroeger was ik daar helemaal niet bang voor. Ik speelde ermee, het interesseerde me echt geen fuck.’

Maar die fobieën dan, die waren er toch al wel een tijdje?
‘Ja. Nou ja.. Ja…’

Schaam je je ervoor?
‘Nou, het voelt toch als iets zwaks. Het is iets dat ik niet onder controle heb en dat vind ik irritant. Ik wil graag dingen onder controle hebben. Controle is een beetje een dingetje. Echt een beetje een dingetje, hahaha!’

Is het niet juist doordat je angstig bent, dat je die controle wilt?
‘Ik weet niet waar het begint, ik wil er gewoon vanaf.’

Dat gaat toch niet zomaar?
‘Nou, mijn cocaïneverslaving was ook moeilijk om van af te komen, maar dat is ook gelukt. Ik heb gewoon geen zin om het te accepteren. Het zit me in de weg. Ik denk dat ik meer zou aankunnen als ik niet zo angstig was.’

Nog meer?
‘Ik heb goede rollen verkloot door zenuwen op de auditie. Welke? Ga ik niet zeggen, dat vind ik stom. Nee, dat ga ik echt niet zeggen. Het is toch stom als je iets niet hebt gered, als je ergens niet goed genoeg voor was?’

Maar je schrijft ook en bent moeder.
‘Gelukkig zei je niet ‘alleenstaande moeder’. Mensen vragen me dat wel eens: hoe is het nu, om alleenstaande moeder te zijn? Gatver, ben ik dat? Het klinkt zo treurig, maar zo ervaar ik het helemaal niet. Ik denk wel dat de echt leuke mannen die bij mij zouden passen dun zijn gezaaid. Dus moet ik me ondertussen maar gewoon vermaken met mindere goden.’

Bij het uitspreken van die laatste zin, moet Verbaan, net als bij haar eerdere conclusie dat ze misschien een klein beetje een controlfreak is, lachen. Het is een lach van opluchting, van zelfspot, een prettig tegenwicht bij de wat zwaardere onderwerpen. Die lach, dat tegenwicht, is alom aanwezig bij Verbaan. Die lichtheid zit hem niet alleen in de vrolijke kleuren van haar Amsterdamse etagewoning, haar opgewekte, Audrey Hepburn-achtige voorkomen of haar droge observaties. Die uit zich ook in een haast obsessieve belangstelling voor katten. Tijdens het eerste gesprek, in de hotellobby, staakte Verbaan midden in een zin haar verhaal om met ogen als schoteltjes te kijken naar iemand die een T-shirt aanhad met een print van drie kattenhoofden. Haar eigen katten, Doctor Laurens en de Sasaman alias ‘De Kat met de Korte Pootjes’, zijn de absolute sterren van Verbaans Instagramaccount.

‘Oh, dat heb je bekeken, mijn Instagramaccount’.

Nou ja zeg, mag ik?
‘Genant! Dat vind ik wel gek ja.’

Je weet dat je 28.500 volgers hebt?
‘Ja, maar dat voelt niet zo. Het is maar een getal, dat voelt niet echt.’

Verbaan is prominent aanwezig op sociale media. Niet alleen op Instagram, waar ze inmiddels vijfhonderd foto’s plaatste van – behalve katten – haar vrienden, glazen wijn en filmsets. Ze is zeer actief op Twitter, waar ze haar ‘eigen stem kan laten horen’. Haar aanwezigheid op sociale media zorgt voor een ‘fijn nepgevoel van verbondheid’ met andere mensen. Bovendien kan ze zelf zorgvuldig regisseren wat ze wel, en vooral niet laat zien.

Haar dochter Odilia bijvoorbeeld. Op Instagram zijn geen herkenbare foto’s van haar te vinden en op Twitter refereert Verbaan steevast aan haar als ‘Die Korte’. Zo goed en zo kwaad als het kan, probeert Verbaan haar dochter te behoeden voor haar erfenis als BN’er. ‘Ze heeft alles veranderd’, zegt Verbaan over haar.

‘Als ik mijn dochter iets beloof, dan zal dat ook gebeuren. Als ik zeg dat ik ergens ben, ben ik er ook echt en laat ik niet de oppas opdraven. Ik vind het ook erg dat ze de helft van de tijd bij haar vader is. Begrijp me niet verkeerd: ze heeft een lieve, goede vader hoor, dat zit wel goed. Toch is het pijnlijk dat we niet altijd bij elkaar zijn. Het is vreselijk. In het begin, toen ze voor het eerst naar haar vader ging, kon ik haar kamertje niet in als ze er niet was. En dan deed ik, voor de buren, de gordijnen dicht, alsof ze er wel sliep. Zo stom. Gelukkig wordt dat wel wat makkelijker nu.’

De servetjes die aan het begin van de avond op tafel lagen, zijn inmiddels in tientallen stukjes versnipperd. Net als de kurk van de bijna lege fles witte wijn. Het is een gewoonte, dat pielen, doet ze altijd. Geen slecht teken hoor. ‘Ik ben nu wel redelijk relaxt. Denk ik. Relaxter. Iets.’

Die Korte is ook de reden dat Verbaan wat schouderophalend doet over haar ambities als actrice. Niet dat het haar niet interesseert, integendeel; ze is enorm trots op De Surprise. Haar personage Anne spreekt af en toe Engels. Dat doet ze met een keurig, hogeschoolaccent Brits. Aan acteertalent ook geen gebrek; regisseur Mike van Diem noemt haar zelfs ‘een fenomeen’. Waarom zou ze moeten onderdoen voor bijvoorbeeld Carice van Houten? Als zij in het buitenland kan doorbreken, waarom Verbaan niet?

‘Dat wil iedere acteur wel. Maar ja. Ik weet niet. Ik vind het altijd zo treurig om acteurs dat te horen zeggen. Natuurlijk wil ik het, maar waarschijnlijk gaat het niet gebeuren. Ik heb een kind hier, haar vader woont hier; emigreren zit er voorlopig niet in. Bovendien: als ik er iets over zeg, komt het weer in die die stomme knipselmap terecht. Krijg ik over vijf jaar weer de opmerking dat het mooi allemaal niet gelukt is, dat buitenlandplannetje.’

Vroeger vloog ze wel eens zomaar naar New York als ze even een week vrij was. Dat is er nu, met een dochter, niet meer bij. ‘Ik moet nu berusten in de omgangsregeling van mijn dochter met haar vader. Dat benauwt me wel eens. Ik was gewend dat niets vastligt: dat alles op elk moment kan ontstaan. Dat is nu niet meer zo en dat mis ik soms wel. Ik vind het verstikkend dat ik precies weet wat ik waar en wanneer moet doen.’

Maar is die regelmaat juist niet goed voor een mens als jij?
‘Daar ben ik nog niet helemaal uit. Ik denk van wel.’

Een sms, de volgende ochtend: ‘Je gaat er toch wel een vrolijk stuk van maken hé? Kon er niet van in slaap komen. Zo deprimerend, zo’n gesprek. Moet ik je anders mijn favoriete dierenplaatjes opsturen? Dat het niet een verhaal wordt van een vrouw die servetten verpulvert. Want dat doet ze wel, maar verder gaat het prima. Beter dan ooit wel, durf ik te zeggen.’

Je lijkt banger voor een neerslachtig verhaal dan dat je weer wordt afgeschilderd als die vrolijke huppel.
‘Klopt. Ik weet ook niet waarom. Ik wil niet als zwak worden gezien en ik heb een hekel aan medelijden.’

Komt goed.
‘O ja. Als ik mijn ambities heb gebagatelliseerd, was dat puur uit zelfbescherming. Zodat jij me niet ineens was gaan uitlachen. Maar ik ben heel erg ambitieus.’