Ik houd wel van een samenleving die schuurt

INTERVIEW Ze houdt van het vrije en harde debat. Maar islamitische vrouwen komen zelden aan het woord, zag Femke Halsema. Daarom maakte ze een documentaireserie over hun wereld, Seks en Zonde.

‘Beide voelen niet als een natuurlijke identiteit. Ik ben een generalist die verhalen wil vertellen. Soms doe ik dat door te publiceren, nu is televisie het middel. Het stoort me al langer dat er veel over islamitische vrouwen wordt gepraat, over hoofddoekjes, gescheiden zwemmen, onderdanigheid aan mannen, maar dat zij zelden zelf aan het woord komen. Ook had ik een vraag aan hen: waarom zijn ze trouw aan een geloof dat dikwijls zo hardvochtig voor ze is?

‘Uit schrijven haal ik het meeste genoegen: zinnen maken die ik zelf mooi vind – soms lukt het en soms niet. Mijn politieke memoires, waar ik nu aan werk, moeten indringend zijn. Ik wil geen oud-politicus zijn die een mening op papier kwakt. Hoe ik erbij zit als ik schrijf? Nou, laten we zeggen dat mijn debatjurken tegenwoordig in de kast hangen.

Confronterend

‘Ik vond het eng een televisieprogramma te maken. Als je schrijft, ben je van kaft tot kaft zelf verantwoordelijk. Bij televisie werk je samen, je geeft het uit handen. Ook was het confronterend zelf gefilmd te worden. Mijn huiselijke omgeving komt in beeld. De crew heeft me echt moeten overtuigen. Nu zie ik de functie er wel van: het is een vrij huishouden dat vaak contrasteert met de islamitische vrouwen die centraal staan.’

‘Uit mijn mond zal je nooit harde generalisaties over Marokkanen horen, daar heb ik weerzin tegen. Maar ik loop niet naar de rechter als anderen dat wel doen’

Naaktstrand of niqaab?
‘Naaktstrand natuurlijk, zolang ik er zelf met een niqaab op mag. Hoewel mijn ouders zelf eigenlijk te preuts waren, wilden ze in de jaren zeventig een aantal keer naar het naaktstrand. Dat was een slechte timing voor mij: ik begon net te puberen. De gedachte dat mijn vader me naakt in huis zou zien, vond ik al een drama, laat staan een vol strand. Daarom zat ik daar in mijn Speedo-badpak.

‘Verder zijn de jaren zeventig grotendeels aan mijn ouders voorbij gegaan, hoor. Vaders en moeders van vriendinnetjes zaten op de bank te blowen terwijl The Rolling Stones uit de boxen knalden, mijn ouders zaten naar Bach te luisteren.’

Engagement of ironie?
‘Engagement is alleen effectief als je het met humor lardeert. Dat heb ik moeten leren. Aan het begin van mijn politieke carrière was ik daar te angstig voor. Ik werd gedreven door verontwaardiging, zag boosheid als een vorm van plichtsbetrachting. Terwijl: het is niet effectief, mensen vinden je niet leuk.

‘Het is goed idealen te hebben, maar het mag nooit ten koste gaan van je vermogen opvattingen bij te stellen. Ik verliet Den Haag om weer de baas te zijn over mijn eigen denkbeelden. In de politiek is je weinig twijfel gegund. Veranderen van mening wordt niet als voortschrijdend inzicht gezien, maar als draaien.

Draaikont

‘In 2006 noemde Balkenende Bos een draaikont, in de jaren daarop ging het veel over draaien. Dat is een slecht moment voor het democratische debat geweest. Ik vraag me af of Balkenende zich dat realiseert, zelfreflectie is niet het sterkste punt van Nederlandse politici.

 

Veena Malik: emancipatoire hoop of leeg leven?
‘De tweede aflevering gaat over haar. Ze is een seksbom en actrice in de Bollywoodindustrie. Ze droomt van serieuzere rollen, maar kan in India eigenlijk alleen geld verdienen door sexy te zijn. Tegelijkertijd wordt ze in haar geboorteland Pakistan vanwege die rollen verguisd.

‘Hassnae Bouazza, de eindredacteur van Seks en Zonde, heeft veel kennis van de islamitische popcultuur. Zij liet me drie jaar geleden een fragment zien van een Pakistaanse talkshow waarin een moefti (een islamitische rechtsgeleerde die fatwa’s kan uitvaardigen, red.) Veena aanspreekt op haar zogenaamd onzedelijke gedrag.

Haatbaard

‘Ik ken dat filmpje inmiddels uit mijn hoofd. Het kost me vaak moeite mijn tranen te bedwingen: in haar reactie heeft ze zó gelijk. Ze toont genadeloos de hypocrisie aan van die haatbaard – ja, dat is hij. ‘Pakistan heeft veel om zich voor te schamen’, zegt ze. ‘Maar Veena Malik behoort daar niet toe.’ Ge-wel-dig. Ik vind het een zeldzame vertoning van moed: ze realiseerde zich tijdens die uitzending dat haar uitspraken een vrij leven in Pakistan onmogelijk zouden maken.

‘Achter de seksbom gaat een wereld van eloquentie schuil. Wat ik bevrijdend vind: ze strijdt voor het recht om lol te maken en van entertainment te houden. Of zij wat voor islamitische vrouwen kan betekenen? Dat denk ik wel. Ze vertelde me dat ze ooit de Pakistaanse politiek in wil. Ik volg nog altijd alle roddelrubrieken over haar en er gaan geruchten dat ze daar inmiddels mee bezig is.’

Ik lees niets liever dan goede journalistieke stukken. Tegelijkertijd ben ik zelf regelmatig onderwerp van media. Je wordt in sjablonen geperst, dat vind ik lastig

Veena’s gouden paillettenjurk of jouw zomerjurkje?
Lacht: ‘Ja, toch mijn zomerjurkje. Ik zat daar als een typisch Hollandse vrouw, heel praktisch. Ik had snel zelf een lijntje onder mijn ogen gezet, terwijl haar benen werden gepoederd. Heerlijk om naar te kijken, maar ik zou er zelf geen geduld voor hebben.’

Nederland voor of Nederland na Fortuyn?
‘Na Fortuyn. Ik houd wel van een samenleving die schuurt; bij een ­modern en dichtbevolkt land horen conflicten. Ik ben voor het vrije en harde debat. Uit mijn mond zul je nooit harde generalisaties over Marokkanen horen, daar heb ik weerzin tegen. Maar ik loop niet naar de rechter als anderen dat wel doen.

‘Al voor Fortuyn had ik een hekel aan die zogenaamd politiek correcte omgangsvormen. De VVD’er Hans van Baalen en ik zouden eind jaren negentig tegelijk Kamerlid worden. Hij raakte in opspraak wegens geruchten over extreem-rechtse sympathieën tijdens zijn school- en studententijd, die niet waar bleken te zijn. Sommige linkse Kamerleden wilden hem geen hand geven toen hij een jaar later alsnog werd geïnstalleerd. Dat vond ik stuitend. Natúúrlijk geef je hem een hand.’

Media: last of liefde?
‘Beide. Ik lees niets liever dan goede journalistieke stukken. Tegelijkertijd ben ik zelf regelmatig onderwerp van media. Je wordt in sjablonen geperst, dat vind ik lastig.

‘Vorige week kopte de Volkskrant dat voormalig Commandant der Strijdkrachten Van Uhm ‘respect voor Syriëgangers’ had. Iedereen viel over hem heen omdat hij de jihad zou vergoelijken. Maar dat heeft hij niet gezegd. Hij vond dat er respect moest zijn voor jonge mensen die met gevaar voor eigen leven tegen onderdrukking vechten.

CV

1966 geboren in Haarlem
1988 studie criminologie en rechtssociologie aan de Universiteit Utrecht
1998 Tweede Kamerlid GroenLinks
2002 fractievoorzitter GroenLinks
2010 Thorbeckeprijs voor politieke welsprekendheid
2011 bijzonder hoogleraar Tilburg, bijzonder hoogleraar Utrecht
2011 president-commissaris WPG
2012 voorzitter Stichting Vluchteling
2012 voorzitter van de raad van advies van ASN Bank
2013 voorzitter staatscommissies Amarantis en Behoorlijk bestuur in de semi-publieke sector
2013 columnist de Correspondent

Van Mierlo of Pechtold?
‘Twee totaal verschillende mensen, om wie ik allebei geef. Alexander Pechtold ken ik beter dan ik Hans van Mierlo kende. Die was meer een inspirator op afstand: ruimdenkend, plezierig, een man met een grote geest. In de laatste vijf jaar van zijn leven ging ik af en toe een gebakje bij hem eten. We leerden elkaar kennen bij een debat in Groningen. Die nacht zijn we ontzettend doorgezakt in de bar van het hotel. Waar we over spraken? De stand van het land, de omgang met populisme, over wat politiek is.

Concurrentie

‘Later ging het veel over de toekomst van progressieve politiek. In de laatste periode streefde ik naar een nauwere samenwerking tussen GroenLinks en D66. Daarover spraken we niet in formele zin, meer filosoferend: dat het jammer is dat progressieve partijen in onderlinge concurrentie zijn verwikkeld.

‘Met Pechtold heb ik echt vriendschap in de politiek gesloten. We gunden elkaar veel, roddelden nooit over elkaar. Ik vond het leuk als hij het goed deed en als we jaloers op elkaar waren zeiden we dat ook gewoon. Dat hij met die stapel rapporten bij de interruptiemicrofoon stond en vroeg: ‘Moet ik er anders een nietje doorheen slaan?’ Dat had ik zelf willen bedenken. We hebben loyaal aan elkaar geopereerd en vooral ontzettend gelachen. Dat maakt een politiek bestaan draaglijk.’