Insecten en vogels verdwijnen door gif

Het landbouwgif, dat zit in gewassen van kool en andijvie tot bloembol en aardappel, lijkt verantwoordelijk voor wat veel experts omschrijven als een ‘instorting’ van de insectenwereld in Europa. Nederlandse biologen hebben nu voor het eerst tastbaar bewijs gevonden dat ook insecten etende vogels zoals de spreeuw en de boerenzwaluw in hoog tempo verdwijnen op plekken waar het gif wordt gebruikt.

‘We kunnen er niet meer omheen dat dit gif invloed heeft op de natuurlijke leefomgeving, op een manier die we niet eerder hebben gezien’, zegt hoogleraar Hans de Kroon van de Radboud Universiteit. ‘Dit is zeer schrikbarend’, aldus bioloog Ruud Foppen van Sovon Vogelonderzoek Nederland. ‘Er is hier gewoon iets aan onze aandacht ontsnapt.’

De nieuwe cijfers komen nog geen drie maanden nadat staatssecretaris Sharon Dijksma van Economische Zaken een motie van de Tweede Kamer naast zich neerlegde om de neonicotinoïden te verbieden
Ook de Wageningse hoogleraar Paul van den Brink, die onlangs nog veel kritiek had op de opzet van een studie die de schade van neonicotinoïden zou aantonen, is onder de indruk. ‘Er is hier echt iets aan de hand. Eerlijk gezegd denk ik dat het net zich een beetje aan het sluiten is om in elk geval imidacloprid, de meest gebruikte neonicotinoïde.’

De nieuwe cijfers komen nog geen drie maanden nadat staatssecretaris Sharon Dijksma van Economische Zaken een motie van de Tweede Kamer naast zich neerlegde om de neonicotinoïden te verbieden. Er zou nog te weinig wetenschappelijk bewijs zijn dat de insecticiden schade toebrengen aan soorten waartegen ze niet zijn bedoeld, aldus Dijksma.

Bewijs
Dat bewijs is er nu wel: in het internationale vakblad Nature laten De Kroon en collega’s zien dat het aantal insectenetende vogels in Nederland veel sneller afneemt op plekken waar meer imidacloprid in het water zit. ‘Sterk bewijs’ dat ‘het debat over de bijen het grotere plaatje heeft gemist’, schrijft de niet bij de studie betrokken Britse hoogleraar ecologie Dave Goulson in een begeleidend commentaar.
100714 © de Volkskrant – wm. Bron: Nature
Voor hun onderzoek vergeleken Nijmeegse onderzoekers zeven jaar Nederlandse vogelwaarnemingen met meetgegevens over de hoeveelheid imidacloprid in slootjes en andere wateren. Er bleek een duidelijk verband tussen de hoeveelheid gif en de afname van het aantal insecten etende vogels. Waar 20 nanogram imidacloprid in het water zat – een hoeveelheid die op veel plaatsen wordt overschreden – daalde de vogelstand met gemiddeld 3,5 procent per jaar. Onder de getroffen vogels bevinden zich naast de spreeuw en de boerenzwaluw soorten als de grote lijster, de veldleeuwerik, de ringmus, de geelgors en de gele kwikstaart.

In een reactie laat Vogelbescherming Nederland weten ‘geschokt’ te zijn en te pleiten voor een onmiddellijk verbod op imidacloprid
Een ‘sluipende afname’, zegt onderzoeker Foppen. ‘De vogels vallen niet dood neer; de meest aannemelijke verklaring is dat ze niet genoeg voer hebben, in de vorm van mugjes en andere kleine insectjes. Dus zie je de vogelpopulaties overal waar dit gif wordt gebruikt achteruit kachelen.’ Denkbaar is ook dat de vogels lijden onder het eten van vergiftigde insecten of zaad.

In een reactie laat Vogelbescherming Nederland weten ‘geschokt’ te zijn en te pleiten voor een onmiddellijk verbod op imidacloprid. ‘Vogels op het boerenland hebben het al moeilijk: sinds de jaren zestig van de vorige eeuw is het aantal met 60 procent afgenomen. En nu blijkt die achteruitgang in gebieden waar hoge concentraties imidacloprid worden aangetroffen nóg groter.’

Grote nevenschade
Het Nijmeegse Nature-artikel maakt deel uit van een tsunami van studies die de afgelopen weken rondom de neonicotinoïden op gang is gekomen. Zo brengt een internationale ‘task force’ van vogel- en insectenwetenschappers net deze maanden een reeks papers uit die in totaal ruim 800 wetenschappelijke onderzoeken naar neonicotinoïden samenvatten. Conclusie: haast overal waar ze worden gebruikt, zitten de insecticiden in een grote hoeveelheid in het milieu en zijn er sterke aanwijzingen voor nevenschade aan allerlei soorten insecten, waterdiertjes en bodemorganismen.

Er kunnen grote verschillen bestaan tussen de verschillende neonicotinoïden, tekent Van den Brink daarbij aan. ‘Maar ook wij vinden in het lab dat sommige insectenlarven gewoon ontzettend gevoelig zijn voor deze stoffen. Als wetenschapper zeg ik: er is zoveel aan de hand met die neonicotinoïden; misschien moeten we er even mee stoppen, zodat we rustig een goede herevaluatie kunnen doen.’

Het middel is zo dodelijk dat er maar weinig van nodig is
Jo Ottenheim van de brancheorganisatie voor de gewasbeschermingsmiddelenindustrie Nefyto is minder onder de indruk. Hij wijst erop dat het verband dat de vogelstudie laat zien nog niet automatisch betekent dat er een oorzakelijk verband is. ‘Als er nieuwe feiten zijn, zal dat opnieuw in de markttoelating voor het product betrokken worden. Ik verwacht dat dat nu ook zal gebeuren. Dan moet blijken of er consequenties zijn.’

Neonicotinoïden werden eind jaren negentig binnengehaald als wondermiddel tegen onder meer bladluis. Het middel is zo dodelijk dat er maar weinig van nodig is; het is relatief onschadelijk voor mensen en het is ‘systemisch’: het wordt opgenomen door de zaailing, die dan giftig wordt voor insecten die ervan eten.

Stervende bijenvolkeren
Keerzijde is echter dat neonicotinoïden langzaam afbreken, dat ze ook in de bloemen en het nectar belanden en insecten zenuwschade toebrengen die zich langzaam ophoopt. Al in de jaren negentig sloegen bijenexperts daarom alarm: het insectengif zou bijenkolonies verzwakken en ten minste gedeeltelijk bijdragen aan de geheimzinnige sterfte onder bijenvolkeren.

Vorig jaar besloot Brussel daarom tot een moratorium op drie van de vijf bekendste neonicotinoïden. Dat tijdelijke verbod is echter afgestemd op de bijen; 85 procent van de neonicotinoïden in ons land is nog gewoon toegestaan.

Het doet veel wetenschappers denken aan de DDT-gifcrisis uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Dat was een heel ander soort gif, beklemtoont De Kroon. ‘Maar een pesticide dat een soort lawine-effect lijkt te hebben, dat lijkt sterk op wat we in het verleden hebben meegemaakt met DDT. Als we niet snel iets doen, kan het effect van neonicotinoïden hetzelfde zijn: dat de hele voedselketen wordt aangetast.’

In cijfers: neonicotinoïden
– Er zijn 8 neonicotinoïden, waarvan 5 breed verkrijgbaar: imidacloprid, thiamethoxam, clothianidine, acetamiprid en thiacloprid. Het nauw verwante insecticide fipronil wordt vaak ook meegerekend. Het gif verstoort bij insecten de communicatie tussen de hersencellen.
– In Nederland zijn 44 producten gebaseerd op neonicotinoïden toegelaten, in Europa meer dan 200.
– Naar schatting wordt jaarlijks 13.000 kilogram imidacloprid, 5.000 kilogram thiamethoxam en 1.500 kilogram clothianidine gebruikt i Nederland.