Interview met Edwin Evers

Edwin Evers

 

INTERVIEW Dj Edwin Evers ( 42 ) verlengde onlangs zijn contract met Radio 538 tot en met 2016. Zijn Hazes-cover ‘Ik meen het’ is een hit, met zijn band toert hij langs theaters. Hoe lang staan we nog op met Evers?

DOOR Rob Gollin 18 april 2014

Drummen of zingen?
‘Dat is meteen al een lastige. Jeetje. Drummen. Heerlijk om je even uit te leven. Het was mijn eerste passie. Op zolder bouwde ik het drumstel van Cesar Zuiderwijk na, de drummer van Golden Earring. Hij had zo’n stellage waarbij de bekkens niet op standaards zaten. Mijn bekkens hingen aan de waslijn. En dan maar meespelen. The Beatles, ­Level 42, Bob Marley – Babylon by Bus heb ik honderden keren gedaan, van voor naar achter. Met de Edwin Evers Band begonnen we op bedrijfsfeesten en kleine festivals. Later gingen we artiesten begeleiden, we deden The Voice of Holland. Stonden we ineens met Michael Bublé en Adele te spelen. Klamme handjes, ja. De band bestaat uit topmuzikanten, ze zijn veel beter dan ik.

 

‘O, mijn god. Moet ik kiezen? Dat kan toch niet? Dan zou ik liever stoppen, denk ik. Ik werk al zo lang met ze samen’

‘Toen ik met Berget Lewis in 2007 meedeed aan het tv-programma Just the two of us, was dat stiekem een beetje om de band te laten zien dat ook zingen wel iets voor mij is. We wonnen en toen zei iedereen: dit moet je ook bij ons doen. Zo hoefde ik mezelf niet op te dringen. Dat ik nu een hit heb met Ik meen het, is wel grappig. Alle radiostations draaien ’m. Heel sportief, het is toch een plaatje van de concurrent. De opbrengst gaat naar Stichting Kinderen Kankervrij, Kika. Het moest geen commercieel dingetje worden. De focus blijft radio.’

Rick Romijn of Niels van Baarlen?
‘O, mijn god. Moet ik kiezen? Dat kan toch niet? Dan zou ik liever stoppen, denk ik. Ik werk al zo lang met ze samen. Ze hebben als sidekick ieder hun eigen rol, ze doen de productie en de redactie, ze stellen de lijst nieuwsonderwerpen samen waaruit we een keus maken. Rick Romijn is wat ouder dan ik, hij is 51, Niels van Baarlen is 38, ik zit er met mijn 42 tussenin. Aan Rick merk ik dat we met dezelfde dingen zijn opgegroeid. Voetbal, wielrennen, tv-programma’s – we weten meteen waarover het gaat. Hij draagt het hart op de tong. Hij is volks. Niels is wat intellectueler, als je dat woord kunt gebruiken. Hij kan heel hard zijn, maar is ook in staat om te nuanceren. Ze versterken elkaar in hun gedrag en mening. Voor radio is dat waanzinnig. De vaste luisteraars weten wel wie wie is. Rick klinkt wat donkerder, warmer. Niels’ geluid is scherper, hij heeft niet een typische radiostem.

 

‘Tijdens een ‘rondootje’, zoals we dat noemen, even met zijn drieën het nieuws behandelen, weten we nooit wie wat gaat zeggen. We bereiden de grappen niet voor. Als die niet komen, raken we echt niet in paniek. Niet elk bericht leent zich voor een kwinkslag. Er kan ook een felle discussie ontstaan. Rick komt uit de grote stad, uit Den Haag. Hij is tamelijk uitgesproken. Bij die fataal afgelopen inbraak bij een juwelier in Deurne zegt hij: ja, dat is het risico van het vak, dat je wordt doodgeschoten. Dan ga ik daar honderd procent tegenin. Over de doodstraf botst het ook. Hij zegt, en Niels trouwens ook: zo’n kinderverkrachter moet je gewoon ophangen. Daar denk ik  dus anders over. Dat is mooi: het publiek kan zich bij ons altijd wel identificeren met een mening. Maar als je met meer mensen tegelijk in de studio zit, is er het gevaar dat het incrowd wordt. De luisteraar mag zich nooit buitengesloten voelen. Die moet het idee hebben dat hij erbij zit.’

Frank of Ronald?
‘Frank. Wat hij nu presteert, is ongelooflijk knap. Na zo’n prachtige ­carrière als voetballer nu zo’n ­succesvolle coach. Hoe hij met beide benen op de grond is blijven staan. Ik geloof wel dat de De Boertjes om mijn imitaties kunnen lachen. Ik doe ze veel minder, nu. Er moet zich een grap aandienen, al telt bij Frank en Ronald meer de toon dan de grap. Ik probeer verder te komen dan de imitatie, het geluid. Je moet het karakter vangen. Bij Frank en Ronald is dat het nuchtere. Boerenslimheid, ook. Of logica zien waar die er niet is. Ik heb geluk met ze, ze zijn al zo lang in the picture. Ik doe ook Harry Mens en Nico Dijkshoorn, ik zit wel eens te denken aan Prem of Ali B. Maar het mag geen imitatieshow worden.’

Ik kies meteen voor Giel ­Beelen

Giel of Sander?
‘De concurrenten? Iedereen die op hetzelfde tijdstip zit, beschouw ik als concurrent. Ook Radio 1, ook Sky ­Radio. Ik kies meteen voor Giel ­Beelen. Hij is mogelijk wat meer naar ons opgeschoven, met telefoontjes en gasten, maar hij doet het in zijn eentje, hij is origineel en gedurfd. Er kan altijd iets onverwachts gebeuren. Je hoort zijn passie voor radio. Sander de Heer op Radio 2 is een beetje saai.’

Curry of Van Inkel?
‘Of hè? Niet en. Absoluut Van Inkel. ­Jeroen is een van de redenen waarom ik in dit vak ben beland. Ik luisterde ­altijd naar Rinkeldekinkel, ook ­goeiemorgen. Ik zette er op vrijdagochtend de wekker voor, om zes uur en ik liep nog met mijn walkman op de klas in. Die snelle manier van radio maken, met jingles ertussendoor; het rolde er allemaal uit. Curry en Van Inkel was in 1984 zo’n beetje het eerste ­keetprogramma op de Nederlandse radio. Later kreeg je Stenders en Van ­Inkel, dat vond ik nog beter. Rob ­Stenders gaf er een randje aan, die kwam van de VARA, die draaide nog wel eens R.E.M..

‘In Hilversum heb ik een appartement, maar als het even kan, rij ik naar Hardenberg. Mijn ouders wonen in Hardenberg, mijn broers, mijn vriendin’

‘Ik vond Adam Curry meer een ­tv-persoonlijkheid, een showman. Hij heeft het een keer wat denigrerend over lachzakkenradio gehad toen hij zelf iets in de ochtend ging doen, ik weet niet eens meer waar (Arrow ­Classic Rock – red.). Lachzakkenradio, dat kende hij nu wel. Laat het eerst maar eens zelf zien, dacht ik. Je moet zo’n programma echt graag ­willen doen en er alles voor opzij ­zetten om er iets van te maken. Dat doe je niet effe. Ik weet niet waar hij nu zit, maar niet meer op de radio in elk geval. Ik weet dat bij ons de lach niet gespeeld is. Als de microfoons dicht staan, gaat het net zo hard verder. Het is vrolijk, ja, maar er zijn ook serieuze items. De chirurg die een schedel van kunststof heeft gemaakt. De advocaat van het juweliersechtpaar uit Deurne. Dan wordt er zeker niet gelachen.’

Een miljoen of een Marconi-award?
‘Laat ik zeggen dat erkenning voor wat je doet belangrijker is dan wat je aan inkomen krijgt. Ik realiseer me heel goed dat zoiets makkelijk is om te zeggen als je geld genoeg hebt. Maar ik ben niet met radio begonnen om er heel rijk van te worden of ­prijzen mee te halen. Ik wilde ervan kunnen leven. Is mijn salaris normaal voor wat ik doe? Nee, dat slaat ­natuurlijk nergens op. Maar geldt dat wel voor een voetballer of een ­tennisser? Ik verdien veel geld, ja. Maar met mijn programma verdient het station waarvoor ik werk ook veel geld. Het is een kosten-batenanalyse, zeg maar. De ultieme beloning voor mij is dat het programma dat ik maak al zo lang zo goed scoort.’

Toen het te koop stond, kon ik de verleiding niet weerstaan. Het was een klederdrachtmuseum

Huis Nijenstede in Hardenberg of pied-à-terre in Hilversum?
‘Huis Nijenstede. Natuurlijk. In ­Hilversum heb ik een appartement waar ik kan overnachten als het zo uitkomt, maar als het even kan, rij ik naar Hardenberg. Mijn ouders wonen in Hardenberg, mijn broers, mijn vriendin. Hardenberg is mijn thuis. Nijenstede is er een van de oudste panden – het is niet eens zo groot – op een geweldige plek, met veel grond en oude bomen eromheen. Toen het te koop stond, kon ik de verleiding niet weerstaan. Het was een klederdrachtmuseum. Ik was er in 2000 al binnen geweest voor een rondleiding. Ik dacht alleen maar: hier kan de bank staan, daar kan de keuken komen. Sinds 2007 ben ik de eigenaar, ik woon er pas een jaar. Ik heb er een nieuw stuk met een studio tegenaan laten zetten. ’

Na 2016: stoppen of doorgaan?
‘Zoals ik me nu voel: doorgaan. Als er dan tenminste nog wordt geluisterd. Ik voel nog dezelfde energie en heb hetzelfde plezier als in het begin. De ochtend is voor radio zo’n mooi ­moment. Iedereen is nog een beetje blanco, zet de radio aan en hoort dan wat er leeft en speelt in de wereld. Je maakt deel uit van het ritueel, het ontbijt, de file. Wij zijn het verse broodje, de pratende krant. Nee, ik heb geen moeite met opstaan. De wekker gaat om 10 over 4, ik probeer om half 5 in de auto te zitten en dan rij ik op mijn gemak naar de studio. Een uur en een kwartier. Bakkie koffie mee in de auto. Heerlijk rustig. De ochtend heeft iets magisch, bijna. ­Zeker nu. In de buurt van Harderwijk of Amersfoort komt de zon op. Dat is echt heel gaaf. Geen reden om er ­speciaal voor op te staan, natuurlijk, maar het is wel mooi meegenomen. ’s Avonds lig ik om 20 uur in bed. Ik slaap meteen. In deze periode heb ik wel donkere gordijnen nodig en in de zomer een airco. Als iets me in de ­toekomst zal opbreken, dan zal dat eerder het vroege naar bed gaan zijn – het idee dat je veel leuks mist – dan het vroege opstaan.’

Edwin Evers

Edwin Evers (Hardenberg, 1971) deed zijn eerste ervaring als dj op bij ­lokale omroepen (de Hardenbergse Ziekenomroep en de Amsterdamse zender Extra 108) en in discotheken. Hij beëindigde voortijdig de meao. In 1991 lijfde Power FM hem in en was hij ook te horen bij Radio 10 Gold.
Lex Harding haalde hem naar Veronica, waar hij op Radio 3 Evers in het wild presenteerde. Eind 1997 begon hij voor de KRO op 3FM met het programma Evers staat op. In april 2000 volgde de overstap naar Radio 538. Evers ontving zes keer een Marconi-award, drie Zilveren Radiosterren en in 2006 won hij de Gouden Radioring.

april 18, 2014Permalink