Is biologisch voedsel echt beter?

We willen goed eten: duurzaam, diervriendelijk, gezond. En lekker. V onderzoekt in een serie de 10 Geboden van Goed Eten. Vandaag het tweede gebod: Gij zult biologisch eten. Maar waarom?

DOOR Mac van Dinther 31 maart 2014

Gij zult biologisch eten

‘Geef ons heden ons dagelijks brood.’ Die opdracht is ingewikkeld geworden. De moderne consument moet zich een weg banen door een mijnenveld dat is bezaaid met meningen, borrelpraat, elkaar tegensprekende onderzoeken, hele en halve waarheden. De voedingsindustrie, de boeren, de milieubeweging, de supermarkten, de klimaatactivisten, Slow Food, ieder heeft zijn eigen agenda. Wie moet je nog geloven en wie niet? Om de consument een weg te wijzen door dit oerwoud onderwerpt V de 10 Geboden van Goed Eten in een onregelmatige serie aan een diepgaand onderzoek.

Ik ga hutspot maken. Eerst ga ik op de fiets naar de biologische winkel om aardappelen te kopen (2,25 euro voor een zak van 2,5 kilo), wortelen (1,75 euro per kilo, met zand) en een netje uien (1,75 euro). Op de terugweg kom ik langs een ­supermarkt waar ik dezelfde ingrediënten koop. Daar kost een zak niet-­biologische aardappelen van 3 kilo 1,99 euro. Voor 1 kilo wortelen betaal ik 99 cent, voor uien hetzelfde. Thuis maak ik twee pannen hutspot. Een ­biologische versie voor 5,75 euro en een pan gangbare stamppot voor 3,97. Dat scheelt 1,78 euro, bijna 45 cent de man. Voor de prijs hoef ik het dus niet te doen, biologische groente kopen. Waarom dan wel? Gelukkig helpt de ­biologische winkel een handje. ‘Eerlijk en voedzaam’, staat op een banier dat aan het plafond hangt. ‘Smakelijk en gezond’, is een leuze die daarnaast hangt.

Nieuwe tijd

De tijd dat je in een biologische winkel zelf granen uit een bak schepte in een bruine papieren zak en afrekende bij een geitenwollensokkenhippiemeisje is voorbij. Ook de biologische wereld is aangeraakt door moderne marketing. Op de pakken melk en yoghurt ­lachen boeren ons tegemoet. Ze staan in een wei, vaak met een koe of geit aan hun zijde, soms met hun echtgenote of een kind. ‘Vers van de boerderij’, wordt ons beloofd. ‘Pure smaak.’ Wie dit koopt is goed bezig, wordt hier uitgestraald. Die boodschap slaat aan. De omzet van biologisch eten is de afgelopen tien jaar bijna verdrievoudigd, van 375 miljoen euro in 2002 tot 934 miljoen in 2012. Vergeleken met gangbaar voedsel is het marktaandeel nog altijd miniem (2,3 procent), maar biologisch zit onmiskenbaar in de lift. Waarom eten mensen biologisch? Als consumenten daarnaar gevraagd wordt, steken drie redenen er bovenuit: 1. Biologisch smaakt beter. 2. Biologisch is gezonder. 3. Biologisch is beter voor het milieu. Klopt dat?

BIOLOGISCH SMAAKT BETER

Terug naar de drie redenen waarom mensen zeggen biologisch te eten. Om met de gemakkelijkste te beginnen: bio­logisch smaakt beter. Biologisch kán beter smaken, maar dat hoeft niet. Voor de goede orde: we beperken ons hier tot onbewerkte groente en fruit. Vlees komt in een later gebod aan de orde (Eet minder vlees), bewerkte producten behandelen we onder de E-nummers. Voor groente en fruit geldt dat smaak vooral afhangt van rijping (fruit), versheid, ras en bodem (terroir, in de wijnbouw). Versheid heeft alles te maken met logistiek en daar leggen de kleine, verspreid liggende biologische winkels het af tegen de grote supermarkten met hun geoliede distributiesysteem. Daar staat tegenover dat in de gangbare teelt soms erg vroeg wordt geoogst, zodat de producten langer meegaan in de winkel. Dat gaat ten koste van de smaak.

Ras

Wat ras betreft: daar heeft biologisch een nadeel. Omdat biologische telers geen pesticiden gebruiken, zoeken zij naar groente- en fruitrassen die tegen een stootje kunnen en minder vatbaar zijn voor ziekten. Gangbaar telende boeren hebben daar minder boodschap aan, die kunnen altijd nog grijpen naar de spuit en hun keuze meer laten bepalen door andere factoren zoals opbrengst, uiterlijk en – vaak in laatste instantie – smaak.

Foto Lauren Hillebrandt

Foto Lauren Hillebrandt

Soorten met een hoge afweer tegen ziekten en plagen zijn niet altijd de smakelijkste. Een mooi voorbeeld is de santana, een populaire biologische ­appel. Santana is een kruising tussen twee andere rassen: elstar en priscilla. De elstar is een populaire Nederlandse handappel die lekker smaakt, maar ook erg gevoelig is voor schurft, een gevreesde appelziekte. Daarom is er een scheutje priscilla in gekruist die daar beter tegen kan. Het resultaat is een appel die niet bespoten hoeft te worden, maar ook iets minder lekker is dan een ‘echte’ elstar. Wat voor appels geldt, gaat ook op voor aardappelen. De milieuvriendelijkste aardappel van Nederland is Niek’s Witte, die bestand is tegen de fatale schimmelziekte phytophthora. Maar de smaak is niet top, geeft zelfs zijn maker Niek Vos toe. Natuurlijk heeft de biologische boer ook lekkere groente en fruit. De biologische sector heeft oude rassen, die vaak meer smaak hebben, doen opleven. Maar die zouden net zo lekker zijn als ze gangbaar waren geteeld onder dezelfde omstandigheden in dezelfde grond. De smaak zit niet in de manier van telen, die zit vooral tussen de oren.

BIOLOGISCH IS GEZONDER

De tweede reden die mensen noemen waarom ze biologisch eten – biologisch is gezonder – is een ingewikkeldere kwestie. Om te beginnen: het is verschrikkelijk moeilijk om aan te tonen of biologisch eten gezonder is. Hoe zou je dat moeten doen? Twee mensen tien jaar lang opsluiten in een huis en hetzelfde te eten geven, de een biologisch, de ander gangbaar, en dan kijken wie een hartaanval krijgt? Maar wat als die persoon toevallig een aangeboren hartafwijking had? Een andere manier dan: producten vergelijken. Analyseer een biologische en een gewone wortel in het laboratorium en kijk wat erin zit aan vitaminen, mineralen en andere nuttige stoffen. Dat is gedaan, maar de verschillen zijn verwaarloosbaar en meer afhankelijk van het soort (ras) wortel dat werd geteeld en in wat voor grond, dan of de wortel al dan niet biologisch was. Als je zo’n onderzoek echt goed wil doen, zou je alle biologische wortels in Nederland moeten analyseren en afzetten tegen alle gangbare. Dan krijg je een gewogen gemiddelde. Begin daar maar eens aan.

Chemische middelen

Andersom geredeneerd zou je kunnen denken dat gangbaar voedsel ongezonder is door het gebruik van chemische middelen bij de teelt. De angst voor achtergebleven restjes pesticiden op groente en fruit is voor ouders met jonge kinderen vaak reden om over te gaan op biologisch. Op gangbare producten blijven inderdaad vaker restjes pesticiden achter, maar volgens de Nederlandse Voedsel- en Waren Autoriteit is het aantal normoverschrijdingen (dat wil zeggen dat er meer residuen op zitten dan veilig wordt geacht) minimaal. Op minder dan 1 procent van in Nederland geteelde producten blijven meer pesticiden achter dan is toegestaan. Op ingevoerde producten is dat 3 procent. Van de andere kant is er weinig bekend over het effect dat een cocktail van minieme hoeveelheden pesticiden heeft op de gezondheid van kinderen.

Klinisch onderzoek

Klinisch onderzoek op mensen is onmogelijk, maar met kippen is het wel gedaan. Wetenschappers van het Louis Bolk Instituut hebben in 2007 twee groepen genetisch identieke kippen opgevoed: de ene groep op biologisch voer, de andere op gewoon voer. De gangbare kippen groeiden sneller, de biologische bleven iets kleiner. Echte verschillen traden pas op toen er een ziekmakertje op de kippen werd losgelaten. De biologische kippen herstelden zich sneller en waren dus weerbaarder dan de gangbare. Dat is een belangrijke aanwijzing, vinden de onderzoekers, maar nog geen bewijs. Kippen zijn geen mensen. Wat je wel kunt doen, is mensen over langere tijd volgen. In het zogenaamde KOALA-onderzoek wordt een doorsneegroep kinderen vanaf de geboorte in 2000 gemonitord. Daaruit blijkt dat kinderen die veel biologische zuivel gebruiken 30 procent minder eczeem hebben dan de kinderen die alleen gangbare zuivel consumeren.

Foto: Lauren Hillebrandt

Foto: Lauren Hillebrandt

Ook zijn er vragenlijsten rondgestuurd, waarop mensen die biologisch eten schrijven dat ze zich beter voelen. De vraag is of dat komt doordat ze biologisch eten of dat ze sowieso gezonder leven (minder roken en drinken). Daarbij past biologisch eten.

Geld

Al met al zijn er wel aanwijzingen dat biologisch gezonder zou kunnen zijn, maar de kwestie is complex, erkent Lucy van de Vijver van het Louis Bolk Instituut. Zij is al jaren betrokken bij onderzoek naar de gezondheidseffecten van biologisch voedsel. Van de Vijver denkt dat onderzoekers wel meer zouden vinden als ze beter zochten, maar daar zijn moeilijk financiers voor te vinden. Grote bedrijven steken liever geld in het zoeken naar een nieuw stofje dat ze in de margarine of de yoghurt kunnen stoppen – ‘verlaagt het cholesterol!’, ‘verbetert de darmflora!’ – dan in onderzoek om aan te tonen dat biologische broccoli gezonder is. Want daar kan niemand patent op aanvragen.

BIOLOGISCH IS BETER VOOR HET MILIEU

Nu wordt het pas echt ingewikkeld. Mensen zeggen biologisch te eten omdat dat beter zou zijn voor het milieu. Het lijkt zo simpel: kunstmest en zeker pesticiden zijn niet goed voor het milieu. Die opvatting is tamelijk onomstreden, dus een landbouw die deze middelen niet gebruikt, is schoner en beter. Discussie gesloten. Was het maar zo, want tegen de biologische landbouw is een machtige lobby op gang gekomen van vooraanstaande landbouwwetenschappers. Zij brengen een ander argument in stelling, namelijk: biologisch kan de wereld niet voeden.

We hebben niks aan een landbouw die alleen de happy few in de wereld kan voeden en de grote massa laat hongeren.

Helemaal zuiver is dat niet. Je zou immers eerst de vraag moeten beantwoorden of biologisch beter is en zo ja: hoe gaan we dan ervoor zorgen dat de opbrengst hoger wordt? Maar het is ook geen argument dat je zomaar terzijde kunt schuiven. We hebben niks aan een landbouw die alleen de happy few in de wereld kan voeden en de grote massa laat hongeren. Dat laatste is precies wat de critici zeggen, aangevoerd door Louise Fresco, de nieuwe voorzitter van de raad van bestuur van Wageningen Universiteit en haar voorganger Aalt Dijkhuizen. Volgens hen is biologisch een speeltje van een westerse elite die het verleden romantiseert. Fresco en de haren prijzen juist de gangbare landbouw, die kan bogen op een indrukwekkende palmares: dankzij nieuwe landbouwtechnieken, kunstmest en pesticiden hebben gangbaar telende boeren de afgelopen eeuw hun productie verzesvoudigd.

Tekort aan grond

Met het oog op een groeiende wereldbevolking, die ook nog meer (vlees) zal eten, is doorgaan op die weg volgens hen de meest logische oplossing. Dus juist meer intensivering in plaats van minder. Om met biologische landbouw dezelfde productie te halen als met conventionele technieken is zes keer zo veel grond nodig, zei Fresco vorig jaar nog in een interview met de Volkskrant. Gevraagd naar een onderbouwing van deze stelling verwees ze losjes naar een quickscan van de VN-landbouworganisatie FAO en een beschrijving van de landbouw op de Drentse heidegronden, waar, voor de uitvinding van kunstmest, boeren waren aangewezen op mest uit potstallen om hun akkers te bemesten. Je ziet het moderne biologische boeren met hun gps-gestuurde zaaimachines niet doen, maar Fresco had niet zo ver hoeven zoeken. Op haar eigen universiteit is prima onderzoek gedaan naar de opbrengstverschillen tussen biologisch en gangbaar.

Klein verschil 

Met een aantal collega’s nam Martin van Ittersum, hoogleraar in plant production systems, 362 studies die wereldwijd zijn gedaan onder de loep. Het gemiddelde verschil in opbrengst tussen biologisch en gangbaar dat ze vonden was 20 tot 25 procent. Met andere woorden: een biologisch geteeld gewas brengt 75 tot 80 procent op van een gangbaar gewas. Het verschil is het grootst in moderne westerse landbouwlanden zoals Nederland. In ontwikkelingslanden waar veel kleine boeren zitten, is het verschil kleiner, soms maar 10 procent.

Selectief shoppen 

Dat was minder dan hij had verwacht, zegt Van Ittersum, die naar eigen zeggen onbevooroordeeld aan het onderzoek begon. Een reden om eraan te beginnen was juist dat hij zich ergerde aan collega’s die selectief winkelen in studies. Al plaatst hij wel een kanttekening. De cijfers gelden voor individuele gewassen, niet voor het hele systeem. Er is bijvoorbeeld geen rekening gehouden met de aanvoer van dierlijke mest in de biologische landbouw; de beesten die dat produceren moeten ook ergens lopen. Verder wordt in de biologische landbouw gebruikgemaakt van wisselteelt: om de zoveel tijd worden groenbemesters ingezaaid om de grond vruchtbaar te houden. Die grond brengt dan natuurlijk geen eten op. Het verschil zal dus voor een heel bedrijf of een heel gebied groter zijn dan 20 procent, misschien wel 50 procent, maar dat is nog steeds ver weg van zes keer zo weinig.

Aardgas

Van de andere kant komen de hulpbronnen voor de gangbare landbouw natuurlijk ook niet uit de lucht vallen. Kunstmest wordt gemaakt met aardgas. Voor een kilo kunstmest is 0,75 kuub gas nodig. Nederlandse boeren gooien jaarlijks 213 miljoen kilo kunstmest op het land, want neerkomt op het aardgasverbruik van ruim honderdduizend Nederlandse huishoudens. Poetin zal er blij mee zijn.

In de VS wordt jaarlijks voor 10 miljard dollar aan chemische bestrijdingsmiddelen op het land gespoten.

De gangbare landbouw gebruikt gemiddeld 20 procent meer energie per eenheid product dan de biologische. Het grootste deel van dit verschil komt voor rekening van kunstmest, al zijn de variaties groot. Onlangs publiceerden Wageningse onderzoekers een rapport waarin zij schreven dat ‘intensieve’ biologische boeren in Nederland juist meer energie gebruiken door mechanisatie (wieden in plaats van spuiten) en lagere opbrengst. Pesticiden, die andere hoeksteen van de gangbare landbouw, zijn ook niet zonder problemen. Ze vervuilen land, lucht en water en brengen schade toe aan de gezondheid. Dat is moeilijk in geld uit te drukken, maar David ­Pimentel, entomoloog en professor in de ecologie aan de Amerikaanse ­Cornell University, deed daar in 2005 toch een poging toe. In de VS wordt jaarlijks voor 10 miljard dollar aan chemische bestrijdingsmiddelen op het land gespoten. Daardoor is de opbrengst drie tot vier keer zo groot. Maar elke dollar aan bestrijdingsmiddelen, becijfert Pimentel, veroorzaakt minstens een dollar maatschappelijke schade in de vorm van bijen- en vogelsterfte, grondwatervervuiling en gezondheidskosten.

De 10 geboden van Goed Eten zijn

1 Eet lokaal. 2 Eet biologisch of in elk geval producten waarvoor geen of zo min mogelijk bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt. 3 Eet minder en alleen diervriendelijk geproduceerd vlees. 4 Eet producten waaraan geen E-nummers of andere vreemde stoffen zijn toegevoegd. 5 Betaal meer. 6 Kook zelf. Besteed dagelijks minimaal anderhalf uur aan uw eten. 7 Eet aan tafel, samen met anderen. 8 Probeer een deel van uw eten zelf te verbouwen, hoe klein dat deel ook is. 9 Verspil geen eten. 10 Eet lekker. De 10 Geboden van Goed Eten kunnen naar hartelust worden geamendeerd. Reacties, aanvullingen en ideeën zijn welkom op: 10geboden@volkskrant.nl Het eerste deel van deze serie (Eet lokaal) stond op 11 februari in de Volkskrant. Het is terug te lezen op:volkskrant.nl/de10geboden

De kosten van een mensenleven

Dat is nog maar een benadering, want hoe bereken je de kosten van een mensenleven? Op basis van cijfers van de VN-gezondheidsorganisatie WHO schat Pimentel dat jaarlijks wereldwijd 220 duizend mensen sterven aan klachten veroorzaakt door pesticiden, waarvan kanker er een is. Vooral landarbeiders zijn het slachtoffer. Deze kosten komen niet terug in de prijs van een kilo aardappelen in de supermarkt; ze worden afgewenteld op de maatschappij. Het zijn cijfers waar je de voorstanders van gangbare landbouw zelden over hoort. In Hamburgers in het Paradijs, Fresco’s vijfhonderd pagina’s dikke magnum opus over eten en landbouw in de wereld staat het woord pesticiden niet in het register. Bovendien, zegt Thijs Geerse, een jonge biologische boer in de Flevopolder: ‘We zijn het gat aan het dichten.’ Hij schat het verschil in opbrengst tussen hem en zijn gangbare buurman nog maar op eenvijfde. Er komen steeds meer ziekteresistente rassen op de markt die het biologische boeren gemakkelijker maken.

5 miljoen naar onderzoek

Daar lijkt veel te halen, want het onderzoek naar biologische landbouw staat nog in de kinderschoenen. Nederland trekt jaarlijks 5 miljoen euro uit voor onderzoek naar biologische landbouw. Dat is eentiende van het totale budget dat naar landbouwonderzoek gaat. En het is een fractie van de miljarden die bedrijven als Monsanto en Syngenta steken in onderzoek naar genetische gemodificeerde gewassen. Daarmee is meer geld te verdienen.

Kan gangbare landbouw de wereld voeden?

Tot slot de vraag of gangbare landbouw de wereld kan voeden. Je kunt de vraag ook omdraaien, zegt Pablo Tittonell, Argentijn en sinds vorig jaar hoogleraar farming systems ecology in ­Wageningen: kan het huidige voedselsysteem de wereld wel voeden? Ondanks de spectaculair gestegen opbrengsten zijn er nog altijd 870 miljoen hongerenden in de wereld, een aantal dat sinds de jaren negentig met slechts 3 miljoen is afgenomen. Veel van de extra productie gaat in veevoer en in mensen die al genoeg hebben: 1,3 miljard mensen zijn te dik.

Verspilling

Het is ook een systeem van verspilling: 30 tot 50 procent van de geproduceerde calorieën bereikt nooit het bord omdat het onderweg al wordt vermorst. De gangbare landbouw steunt zwaar op de inzet van fossiele brandstoffen, waarvan de voorraden niet oneindig zijn. Volgens Tittonell zou juist Nederland met zijn hoogopgeleide boeren er verstandig aan doen nu al over te schakelen op biologisch. ‘Tegen de tijd dat het nodig is, heb je kennis vergaard die de wereld kan redden.’

Foto Lauren Hillebrandt

Foto Lauren Hillebrandt

Kant kiezen

Misschien wordt de keuze voor de consument om wel of niet biologisch te eten uiteindelijk vooral bepaald door de vraag waar je wilt bij horen. Bij een technocratisch systeem dat steunt op megastallen en multinationals, dat zijn hoop heeft gevestigd op technologieën als genetische manipulatie, dat massaal geproduceerd goedkoop voedsel voor iedereen belooft en dat gedreven wordt door efficiëntie en winstmaximalisatie. Of bij een systeem dat gelooft in een schonere wereld, dat kwaliteit boven kwantiteit stelt, dat de verbinding tussen consumenten en boeren wil herstellen en dat wellicht ooit offers (minder vlees eten) van ons zal vragen? Ik denk dat ik nog maar een pannetje biologische hutspot maak. Hoeveel is 45 cent nou helemaal? Ik zou subsidie moeten krijgen.

De geschiedenis van biologisch voedsel

De tegenstelling tussen biologische en gangbare landbouw is nog niet zo oud. Na de Tweede Wereldoorlog kwam op grote schaal de productie van ­chemische pesticiden en kunstmest op gang. Die kwam voort uit de oorlogsindus­trie. Voor die tijd was alle landbouw ­biologisch, om de simpele reden dat er geen andere manier was. Nu nog zijn veel kleine boeren in de ontwikkelingslanden biologisch omdat ze geen geld hebben voor kunstmest en pesticiden. Biologisch als een westerse tegenbeweging van boeren die zich afzetten tegen de gangbare landbouwmethoden, met kunstmest en bestrijdingsmiddelen, dateert uit de vorige eeuw. Rudolf Steiner legde in 1924 de grondbeginselen vast voor de biologisch-dynamische landbouw.

Intellectuelen en actievoerders

In Nederland kwam in de jaren zestig en zeventig een hippiecultuur rond onbespoten voedsel op gang, schrijft Simone van den Ham in Wens & Werkelijkheid – een studie naar de geschiedenis van biologische voeding in Nederland. De eerste biologische boeren zijn vooral stadsmensen: intellectuelen en actievoerders. Aan het begin van de 21ste eeuw is biologisch uitgegroeid tot een professionele bedrijfstak met een eigen (Eko) keurmerk, winkelketens (Ekoplaza, ­Estafette) en een heuse belangenorganisatie (Bionext). Gidsland zijn wij niet als het om ­biologisch gaat. In Nederland wordt biologische landbouw bedreven op ruim 55 duizend hectare. Dan gaat het vooral om grasland (melkkoeien). Dit is 3 procent van het totale landbouw­areaal en dat ligt ruim onder het Europese gemiddelde van 5,4 procent. Nederland is wel kampioen spuiten van Europa. Nederlandse boeren gebruiken 11 kilo chemische bestrijdingsmiddelen per hectare, bijna drie keer zo veel als het ­Europees gemiddelde. Bloembollen- en aardappeltelers zijn grootverbruikers.

maart 31, 2014Permalink