”Jij bent echt maar een mavo-kind’, zei de leraar’

© ANP.

OPINIE Docent Lianne de Ree pleit voor een experiment aan het begin van het schooljaar. ‘Laten we niet meer naar de cijfers kijken en de leerlingen bemoedigend toespreken.’
Het gaat op Nederlandse scholen te veel over de gebreken en te weinig over de talenten

© anp.
Als 11-jarig meisje wou ik graag naar de havo, maar volgens mijn leerkracht van de laatste klas op het basisonderwijs was ik ‘echt maar een mavo-kind’. Mijn leerkracht typeerde mij als druk, chaotisch, snel afgeleid en slecht in rekenen. Mijn resultaten waren gemiddeld en uit mijn Cito-score kwam een havo-advies. Ik had interesse in taal en daar was ik ook goed in, maar de oudergesprekken op school gingen toch vooral over het ontbreken van mijn rekenkwaliteiten. Rekenen ‘zat niet in me’ en de havo zou ik absoluut niet aankunnen, vanwege het ontbreken van een wiskundig inzicht.

Op de mavo zat ik in een brugklas waar ik me niet prettig voelde. Mijn oplossing was studeren. Na drie maanden had ik op mijn eerste rapport alleen maar 8’en, 9’s en 10’en (zelfs voor het gehate wiskunde) en mocht ik in januari alsnog naar de havo/vwo groep. Uiteindelijk bereikte ik de universiteit, waar ik met 23 jaar met goede cijfers mijn masterdiploma behaalde. Mijn afstudeerrichting was toegepaste taalkunde, dus zelfs de wiskundige statistieken, noodzakelijk voor mijn onderzoekswerk, heb ik succesvol getrotseerd.

‘Echt een mavo-kind’
De dubieuze titel van ‘echt maar een mavo-kind’ hoor ik, tot op de dag van vandaag, af en toe nog in mijn hoofd. Niet omdat mensen dat tegen mij zeggen, of omdat ik in mijn huidige functie op mijn tenen moet lopen. Ook niet omdat ik een slechte jeugd heb gehad, weinig zelfvertrouwen heb, slecht in m’n vel zit of omdat ik het vroegere mavo-onderwijs als inferieur beschouw. Allemaal niet het geval. De enige reden waarom ik dit nog wel eens in mijn hoofd hoor, is omdat de leerkracht dit toen tegen mij zei op een manier waardoor ik het gevoel kreeg dat ik iets niet kon en ik ook niet de kans kreeg om het tegendeel te bewijzen. Ieder mens kent wel momenten en situaties van onzekerheid en op die momenten hoor ik dat nonchalant geuite zinnetje van mijn leerkracht.

Onverklaarbaar, maar het geeft me hetzelfde onbestemde gevoel als toen ik 11 jaar was. Ik ben nu 31 jaar, ik ken ondertussen mijn kwaliteiten en mijn zwaktes, maar dat weegt blijkbaar niet op tegen de impact die het heeft als een docent tegen een kind zegt dat het iets niet kan.

Deze gebeurtenis is lang geleden. Ons onderwijs is altijd in beweging en de afgelopen decennia erg veranderd. Toch focussen we ons in het Nederlandse onderwijs nog altijd veel op de zaken die leerlingen niet kunnen. Tijdens vergaderingen op scholen gaat het nog veel over de slechte resultaten en te weinig over de goede resultaten. Te veel over de gebreken en te weinig over de talenten. Ik maak me er zelf net zo goed schuldig aan.
Ik denk dat we als docenten ons bewust moeten zijn van de invloed die wij op een kind hebben

© anp.
Wat zegt een cijfertje?
Als ik de cijferlijst van een mentorleerling zie, blijven mijn ogen toch sneller hangen bij de onvoldoendes dan bij de voldoendes. Daar zit het probleem, daar moet iets gebeuren. Meten is weten, dus zo’n cijfertje zegt veel. Of toch niet? Ik vraag me af wat het resultaat zou zijn als ik dat eens niet zou doen.

Als ik me nu alleen nog maar zou focussen op alles wat goed gaat en alleen dit nog maar bij mijn leerling benadruk, zou dit dan ook niet positieve gevolgen hebben voor de onderdelen die op dat moment wat minder gaan? Misschien te simplistisch gesteld, maar kan positiviteit niet een groot aandeel vormen in de oplossing voor vele onderwijskundige vraagstukken zoals motivatieproblemen, faalangst en 6’jes-scultuur?

Invloed
Ik denk dat we als docenten ons bewust moeten zijn van de invloed die wij op een kind hebben. Ook al lijkt het misschien niet altijd zo (vooral als je met pubers werkt die alles ‘lekker belangrijk’ vinden), onze woorden hebben meer gewicht dan we zelf realiseren.

Ik stel een experiment voor, zo aan het begin van dit schooljaar. Laten we gewoon niet meer naar de cijfertjes kijken. Niet meer naar de overgangseisen, rapport gemiddelden, diagnostische toetsen en Cito-scores. Tot nu toe lijkt het analyseren van al deze cijfertjes nog niet veel goeds te brengen voor onze leerlingen.

Idealistisch
Misschien niet realistisch en waarschijnlijk belachelijk idealistisch, maar laten we nu eens gewoon naar het kind kijken. Laten we zo veel mogelijk in bemoedigende en positieve taal met en over leerlingen spreken, zodat de leerling over een jaar of twintig zich deze woorden herinnert en er daadwerkelijk nog iets aan heeft.

Al is het alleen maar omdat een mens op vele momenten in zijn leven tot zaken in staat is die hij zelf niet altijd voor mogelijk houdt. Wat zou het fantastisch zijn als een leerling op dat moment eventjes een stem hoort die het zelfvertrouwen vergroot waardoor niets onmogelijk is…zelfs dat verschrikkelijke wiskunde niet!

Lianne de Ree is docent Engels in het voortgezet onderwijs.

 

augustus 21, 2014Permalink