Kan voedsel kanker genezen?

REPORTAGE Je kunt jezelf ziek eten, maar kan de zieke zichzelf ook gezond eten? Het zijn niet meer alleen kwakzalvers die dat beweren. Er wordt de laatste tijd ook intrigerend onderzoek naar gedaan.

Door: Ellen de Visser 25 april 2015, 02:00 46
Jaap Schut met zijn supermoes.

Jaap Schut met zijn supermoes. © Adrie Mouthaan
Jaap Schut is acht jaar, hij lijdt aan de levensbedreigende ziekte Cystic Fibrosis (CF) maar hij heeft, zoals zijn moeder zegt, het uiterlijk van ‘een betonblok’. Groot, sterk, iets te zwaar en zo gezond dat de radioloog aan de longarts vroeg of Jaap wel echt taaislijmziekte heeft. Want hij hoest nooit, gebruikt nauwelijks antibiotica en op de scans van zijn longen is geen schade te zien.

Het geheim van Jaap is de supermoes. Vier keer per dag eet hij een paar happen knaloranje appelmoes met daarin alle enzymen die hij zelf niet aanmaakt en twee voedingssupplementen: genistein (een sojaproduct) en curcumine (een bestanddeel uit geelwortel). Zijn moeder Samantha ontdekte de meerwaarde van die twee stoffen na veel speurwerk op internet en dacht: ik probeer het gewoon.

Vier jaar nadat bij Jaap de diagnose werd gesteld, zat Samantha Schut in het Rotterdamse Erasmus MC aan tafel met biochemicus Hugo de Jonge, gespecialiseerd in onderzoek naar CF. Er kwam een nieuw medicijn aan, voor een kleine groep patiënten met een specifieke mutatie, en De Jonge wilde in het lab bekijken of dat dure middel ook voor Jaap geschikt zou zijn.

Minidarmpjes kweken
Dat we onszelf, eenmaal ziek, weer gezond kunnen eten, dat idee is op zijn minst dubieus, het terrein van eetgoeroes en kwakdenkers

Uit nieuwsgierigheid liet hij op stukjes darmweefsel van Jaap ook wat genistein en curcumine los. Hij weet nog hoe verbaasd hij naar de uitslagen van de test keek: het medicijn werkte inderdaad, maar de combinatie van de twee voedingsstoffen bijna net zo goed.

In het Utrechtse Wilhelmina Kinderziekenhuis liet De Jonge minidarmpjes kweken uit weefsel van Jaap en van andere CF-patiënten met dezelfde mutatie. Een microscopische test bevestigde het effect van de voedingsstoffen. Na overleg met alle CF-artsen in Nederland besloot hij tot een bijzonder klinisch onderzoek: de supermoes van Jaap ging uit logeren. Twintig patiënten zouden acht weken lang het effect testen. Deze maand worden de eerste resultaten verwacht.

Met sojabonen en geelwortel kapotte cellen weer aan de praat krijgen – het klinkt ongeloofwaardig. Dat we onszelf ziek kunnen eten, is duidelijk: we eten te vet, te zoet en vooral te veel en daarmee vergroten we het risico op kanker, op hartkwalen, op diabetes. Maar dat we onszelf, eenmaal ziek, weer gezond kunnen eten, dat idee is op zijn minst dubieus, het terrein van eetgoeroes en kwakdenkers die beweren dat een dieet met weinig verzadigd vet de ziekte ms kan genezen en dat acaibessen kanker bestrijden.

Glad ijs
Voeding is onderhoud, geen reparatie. Je kunt er diabetes mee voorkomen en hart- en vaatziekten, maar reuma genezen, of kanker, nee zeg!

Renger Witkamp, hoogleraar voeding en farmacologie in Wageningen
Vraag het aan voedingswetenschappers en ze trappen onmiddellijk vol op de rem: voeding, waarschuwen ze, is géén medicijn. Jogchum Plat, bijzonder hoogleraar fysiologie van de voeding in Maastricht: ‘Gezond eten is heel belangrijk, maar dan preventief, om ziekten te voorkomen. Voldoende calcium voorkomt broze botten maar als je eenmaal broze botten hebt, helpt calcium niet meer.’ Renger Witkamp, hoogleraar voeding en farmacologie in Wageningen: ‘Voeding is onderhoud, geen reparatie. Je kunt er diabetes mee voorkomen en hart- en vaatziekten, maar reuma genezen, of kanker, nee zeg! In voedsel is geen alternatief te vinden voor een chemokuur.’

Biochemicus Hugo de Jonge beseft dat hij zich op glad ijs begeeft met zijn supermoes-onderzoek. ‘Je moet oppassen dat je niet in de hoek wordt gedrukt van de alternatieve genezers’, zegt hij. Over het therapeutische effect van voedsel hoort hij steeds hetzelfde: het is niet bewezen, dus het is niet waar. Maar bij die redenering zet hij grote vraagtekens. ‘Zonder wetenschappelijk bewijs mag je zo’n effect inderdaad niet claimen, maar je mag ook niet zeggen dat er geen effect is.’

Dieet en kanker
Sinaasappels tegen verkoudheid?
Sinaasappels zijn effectief bij een verkoudheid: dat is vermoedelijk het meest wijdverbreide idee over voeding als medicijn. Helpt vitamine C je inderdaad eerder van een snotneus af? Misschien, concludeert de Cochrane Collaboration, de internationale organisatie die medische bewijsvoering tegen het licht houdt. In grote studies is het gemiddelde effect op de duur van de verkoudheid nihil. Toch kan de extra sinaasappel bij u en mij zomaar een therapeutisch effect hebben. Zelf uitzoeken, luidt het advies.

Zo zijn er meer artsen, voor wie ervaringen van individuele patiënten het begin zijn van intrigerend onderzoek. In Rotterdam onderzoekt kinderneuroloog Coriene Catsman het effect van een ketogeen dieet (nauwelijks koolhydraten, veel vet) op een speciaal type hersentumor, in Leiden bestudeert hoogleraar diabetologie Hanno Pijl of diabetes type 2 kan verdwijnen met een ander voedingspatroon.

‘Het gevaar bestaat dat er over de genezende effecten van voeding een zeker cynisme ontstaat’, zegt Pijl. ‘Voeding kan kanker inderdaad niet genezen, maar kan wel bijdragen aan de behandeling van een ziekte.’ Hoog tijd dat er meer aandacht komt voor de aanvullende rol van voeding, zegt ook kinderneuroloog Catsman. ‘De combinatie van een dieet en kanker was heel lang een gevoelig onderwerp. Maar ik zie steeds meer artsen denken: zit er niet toch iets in?’

In zijn Rotterdamse lab heeft De Jonge met eigen ogen gezien wat genistein en curcumine in de cellen van CF-patiënten klaarspelen. Cellen die slijm produceren hebben in hun celwand sluisjes die het transport van water en zout regelen, maar bij CF-patiënten functioneren die niet goed waardoor taai slijm zich ophoopt. De twee voedingsstoffen binden aan het eiwit dat de sluizen maakt en zetten de deur open. ‘De ene duwt, de ander trekt en dat versterkt elkaar enorm.’

Goedkoper
Het medicijn kost ruim twee ton per patiënt per jaar, de supermoes van Jaap 3.000 euro

Jaap heeft een specifieke vorm van de ziekte, een genetische mutatie (S1251N) die in Nederland bij slechts 33 andere patiënten voorkomt, en juist voor die groep komt er deze zomer een medicijn op de markt. Het is een geneesmiddel dat de sluizen in de cellen zodanig repareert dat patiënten geweldig opknappen. Het biedt De Jonge de kans een aantal scenario’s te vergelijken: eerst het effect van de twee supplementen, daarna de uitwerking van alleen het medicijn en tot slot de invloed van het medicijn gecombineerd met genistein. Het Utrechtse onderzoek bij minidarmpjes voorspelt dat de combinatie van het geneesmiddel met die voedingsstof het resultaat nog beter maakt.

Natuurlijk willen alle ouders voor hun kinderen het nieuwe geneesmiddel hebben, zegt Samantha Schut. Zij ook. Maar als straks blijkt dat de voedingssupplementen het net zo goed doen als het medicijn, ontstaat een interessant dilemma: het medicijn kost ruim twee ton per patiënt per jaar, de supermoes van Jaap 3.000 euro.

Scheurbuik

© Adrie Mouthaan
En scheurbuik dan? Al in de 18de eeuw genazen zieke zeelui in een paar dagen tijd van hun onderhuidse bloedingen toen ze citrusvruchten te eten kregen. Dat is toch een prachtig voorbeeld van voeding-op-recept? Of neem de darmaandoening coeliakie, die met een glutenvrij dieet kan worden aangepakt. Ook een vorm van therapeutisch eten, nietwaar?

Nou nee, zegt hoogleraar Plat: als je lichaam gebrek heeft aan een voedingsstof en je vult dat tekort aan, als je niet tegen bepaalde voeding kunt en je laat dat staan of als je te veel eet en je mindert, en je klachten verdwijnen, dan is geen sprake van genezende voeding. Dan los je slechts een probleem op dat door voedsel is ontstaan.

Echt genezen doet voeding bijna nooit, zeggen voedingswetenschappers. Constipatie kan verdwijnen met pruimen, zuurbranden vermindert met melk of vla en zwangerschapsmisselijkheid kan de kop in worden gedrukt met gember. Maar verder gaat het niet. Het grote verschil tussen voeding en medicatie is het aangrijpingspunt, legt Plat uit: een geneesmiddel is zo ontwikkeld dat een bepaald enzym inactief wordt gemaakt of een receptor wordt geblokkeerd waardoor je heel snel krachtige effecten ziet.

Gezondheidsclaims
Antidiarreekruid
Krisanaklan heet het kruidenextract dat de Amerikaanse hoogleraar geneeskunde Alan Verkman ontdekte in het land van zijn Thaise vrouw, een middel dat door de plaatselijke bevolking al decennia met succes wordt gebruikt tegen diarree. Hij onderzocht het effect bij muizen en beschreef vorig jaar in het vakblad Plos wat hij zag gebeuren: de kruiden voorkwamen dat vocht uit cellen in de darmen liep en beletten de samentrekking van de spieren die de ontlasting transporteren. Verkman pleitte voor klinisch onderzoek. Want diarree is een belangrijke doodsoorzaak bij kinderen in de derde wereld. Dat onderzoek is er nog niet gekomen.

Maar voeding bestaat uit honderden stoffen die, als ze al wat in ons lichaam teweegbrengen, dat meestal minimaal doen: ze remmen een heel klein beetje een paar enzymen, ze blokkeren heel voorzichtig een receptor. Het totale effect van al die stofjes bij elkaar is van wezenlijk belang voor het behoud van een goede gezondheid, zegt Plat, maar de uitwerking van individuele stofjes op de gezondheid is lastig aan te tonen.

Niet voor niets is het aantal toegestane gezondheidsclaims op voedingsmiddelen zeer gering. Zo mag van bèta-glucaan uit haver worden gezegd dat het de hoeveelheid ldl-cholesterol verlaagt, heeft chocola een gunstig effect op de vaatwand en is calcium goed voor de botten. Praktisch alle goedgekeurde claims zijn preventief, ze kunnen gezondheidsklachten voorkomen. Een keihard voedingsmedicijn zit er niet tussen.

Maar die behoedzame boodschap is lastig over te brengen, verzucht hoogleraar Plat. Samen met zijn collega-voedingwetenschappers is hij steeds meer tijd kwijt om alle fabels te ontkrachten. ‘Er lijkt elke week wel een nieuwe hype te zijn.’ Voorbeelden genoeg op de landelijke gezondheidsbeurs, die onlangs in Utrecht werd georganiseerd. Van tarwegras dat lever en bloed zou zuiveren, tot magnesium tegen hartritmestoornissen en depressie, de bezoeker kon er voor tal van kwalen een voedingsadvies ontvangen. En alles was ‘bewezen effectief’. Kritische vragen werden weggewimpeld: ‘Joh, die wetenschappers zeggen elke keer wat anders’, aldus een standhouder. ‘Daar moet je je niks van aantrekken.’

Wat is gezond?
Vraag iemand wat gezond eten is en je krijgt van 99 van de 100 mensen een krachtig, duidelijk antwoord. Die ene die het niet zeker weet, is voedingswetenschapper

Emeritus hoogleraar voedingsleer Martijn Katan
In zijn boek Wat is nu gezond? verwoordt emeritus hoogleraar voedingsleer Martijn Katan het als volgt: ‘Vraag iemand wat gezond eten is en je krijgt van 99 van de 100 mensen een krachtig, duidelijk antwoord. Die ene die het niet zeker weet, is voedingswetenschapper.’

Waarom de wetenschapper zo terughoudend is? Omdat zijn vakgebied weinig zekerheden geeft. Onderzoek naar voeding is een lastige vorm van wetenschap. Appels zijn gezond, noten ook, maar consumeren appeleters misschien ook vaker broccoli? En gaan noteneters wellicht vaker naar de sportschool? En welk stofje in de appel of de walnoot is het dan precies? Bij zieke mensen is een effect nog lastiger aan te tonen, want wat doet de voeding en wat het geneesmiddel?

Toen Ellen Kampman, hoogleraar kanker en voeding in Wageningen en Amsterdam, een jaar geleden samen met een groep deskundigen een website begon over de rol van voeding bij kanker, kwamen er in korte tijd vijfhonderd vragen binnen.

Gigantische klus

© Thinkstock
Het is een gigantische klus om alles uit te zoeken, zegt ze. Nergens op de site staat dat acaibessen helemaal niet werken en dat rauwe melk en groene thee onzin zijn. Er staat dat het bewijs ontbreekt of dat er onvoldoende onderzoek is gedaan.

Is de kritiek van biochemicus Hugo de Jonge dan toch terecht? Heeft voeding soms heus geneeskracht maar is dat vooral lastig om aan te tonen? Bijna alle middelen uit de medicijnen top-10 hebben hun oorsprong in de natuur, zegt Renger Witkamp, hoogleraar voeding en farmacie. Zo is het prototype van de statines (cholesterolverlagers) afkomstig uit rode rijst en is aspirine een chemische nabootsing van een component van wilgenbast. ‘Daarmee is het geneesmiddel allang geen voeding meer. In een aspirientje zit zoveel van die werkzame stof, je zou de hele dag wilgenbast moeten eten om je hoofdpijn weg te krijgen. Maar ergens zit wel een overgang tussen voeding en farmacie.’

Het klinkt logisch om vooral darmziekten aan te pakken met voeding, zegt Witkamp. De darmen zijn immers de plek waar voedsel wordt opgenomen. Maar na decennia van onderzoek is nog altijd geen medicinaal dieet ontdekt. Het is helemaal niet ondenkbaar, zegt ook zijn Wageningse collega Sander Kersten, hoogleraar moleculaire voedingswetenschappen, dat bepaalde voedingsstoffen kunnen genezen, maar wetenschappers kunnen dat niet bewijzen. ‘Ik durf te beweren dat voeding een medicijn kan zijn’, zegt ook biochemicus Peter Voshol, fysioloog aan de universiteit van Cambridge en het Louis Bolk Instituut, ‘maar dat is bijna niet uit te zoeken.’

‘Bij mij werkt het wél’
Tientallen organen en miljoenen lichaamscellen gaan iedere dag een interactie aan met de vele duizenden voedingsstoffen die we binnenkrijgen, zegt Voshol, maar hoe dat subtiele samenspel verloopt is nog maar voor een klein deel bekend. Bovendien is elk lichaam uniek: de gevoeligheid voor een voedingsmiddel is genetisch bepaald en daardoor kan iedereen net even anders reageren op precies dezelfde maaltijd.

Maar de wetenschapper kan met dat individuele onderscheid niets aanvangen, die onderzoekt een grote groep en neemt vervolgens een gemiddelde. Voshol: ‘Dat reduceert het effect van een voedingsstof vaak tot praktisch nul, en dat is, denk ik, onterecht.’

Hoogleraar Kampman hoort het regelmatig van kankerpatiënten die enthousiast zijn over een voedingsmiddel: ‘Bij mij werkt het wél.’ Best mogelijk, zegt ze. Kennen we niet allemaal een 90-jarige straffe roker die toch geen longkanker heeft gekregen? Misschien werkt het andersom net zo.

McDonald’s
Kanker heeft zwaar geschut nodig, voedsel kan dat echt niet evenaren

Maar hoogleraren Witkamp en Kersten zetten de feiten nuchter op een rijtje: als wetenschappelijk onderzoek niet kan aantonen dat voeding effect heeft, dan houdt het op. Zonder bewijs kan iedereen wel wat roepen. De kritische Amerikaanse epidemioloog John Ioannidis schreef anderhalf jaar geleden in het British Medical Journal dat praktisch elke voedingsstof nu door wetenschappers is onderzocht en in verband is gebracht met zo’n beetje elk denkbaar resultaat. Hij telde eind 2013 alleen al 34 duizend studies over cafeïne en bijna 13 duizend wetenschappelijke publicaties over de effecten van soja. Literatuur van epidemische proporties, concludeerde hij, waarbij heel veel uitkomsten ‘totaal ongeloofwaardig’ zijn.

Maakt het dan niet uit wat je eet als je ziek bent? Heeft een zieke net zoveel baat bij een dieet van McDonald’s als bij een dagelijkse portie groente en fruit? Voeding kan nooit een recept vervangen, zegt Kampman, en bij kanker, haar vakgebied, al helemaal niet. ‘Kanker heeft zwaar geschut nodig, voedsel kan dat echt niet evenaren.’ Maar dat betekent nog niet dat het eetpatroon geen enkel effect heeft, benadrukt ze. Voeding heeft een bijrol, en soms een belangrijke ook. Steeds meer onderzoek wijst uit dat bepaalde voedingsstoffen het effect van een geneesmiddel kunnen ondersteunen, of juist tegenwerken.

Chemo
Zo bleek begin deze maand uit een Nederlandse studie dat visolie het effect van een chemokuur afremt. Andersom wordt steeds duidelijker dat een vetrijke maaltijd chemotherapie juist versterkt. Bij een aantal vormen van kanker verbetert een gezond voedingspatroon de prognose. ‘Ons lichaam beschikt over een zeer verfijnd systeem dat schade aan weefsels kan herstellen’, zegt diabetoloog Hanno Pijl, ‘en de benodigde bouwstenen voor dat systeem komen allemaal uit onze voeding. Goede voeding geneest geen ziekte, maar stelt onze reparatiesystemen in staat om schade zo efficiënt mogelijk op te ruimen.’

Het Rotterdamse supermoes-onderzoek kent twee meevallers: er is een zeldzaam, overduidelijk effect en er is onderzoeksgeld. ZonMw en de Nederlandse CF Stichting betalen de studie en dat is hard nodig, zegt De Jonge, want de farmaceutische industrie was niet geïnteresseerd. Geelwortel en soja zijn immers niet te patenteren. Klinisch onderzoek is duur, legt hij uit. Mocht hij resultaat boeken, dan ligt internationaal vervolgonderzoek voor de hand, met veel patiënten. Om definitief bewijs te vergaren is zo’n fase-3-studie noodzakelijk. Maar daarvoor zijn miljoenen euro’s nodig. De Jonge beseft dat die er niet komen: ‘We moeten onze ambitie klein houden.’

Zweettest

© Adrie Mouthaan
Vorig jaar is het zweet van Jaap opnieuw onderzocht. Een zweettest levert bij CF onomstotelijk bewijs, legt De Jonge uit: de uitslag maakt duidelijk hoe de sluisjes in de cellen functioneren. ‘Hoe zouter het zweet, hoe ernstiger de ziekte. Dat kun je niet simuleren.’ Zes jaar nadat Jaap was begonnen aan de supermoes, was de zoutconcentratie in zijn zweet gedaald van 118 mmol per liter naar 59. Daarmee veranderde zijn diagnose van ernstige naar milde CF en zijn levensverwachting veranderde mee. De ziekte is voor hem nu niet meer dodelijk, zijn verwachte levensduur is vermoedelijk normaal.

Drie jaar geleden had de fabrikant van de curcumine opeens de verpakking veranderd en bestelde zijn moeder per ongeluk de verkeerde variant. Om curcumine goed in de darmen te laten opnemen moet het worden gecombineerd met zwarte peper en zonder die extra peper ging het snel slechter met Jaap. Meer bewijs heeft Samantha Schut niet nodig. Ze raakt nerveus nu de studieresultaten eraan komen maar ze beseft: zelfs als het onderzoek niets oplevert, dan nog zal haar zoon zijn eetpatroon niet veranderen. Bij Jaap werkt de supermoes.

Vanaf volgende week in Sir Edmund de wekelijkse rubriek Beter/Eten, waarvoor u uw vragen over voeding en gezondheid kunt insturen: voeding@volkskrant.nl

Koolhydraten in de ban om hersentumor te bestrijden
Kinderneuroloog Coriene Catsman van het Erasmus MC onderzoekt of een specifiek dieet werkt tegen een zeldzame vorm van kanker.

Een agressieve hersentumor aanpakken door die uit te hongeren: dat is het fascinerende studie-object van een Rotterdamse onderzoeksgroep. In het Erasmus MC bestudeert kinderneuroloog Coriene Catsman samen met een diëtiste en een kinderoncoloog of een ketogeen dieet effect heeft op een ponsglioom, een zeldzame maar zeer kwaadaardige tumor die ontstaat in de hersenstam van kinderen. Uitgangspunt is een theorie die tachtig jaar geleden al door de Duitse arts en Nobelprijswinnaar Otto Warburg werd verkondigd over de energiehuishouding van kankercellen.

Een ketogeen dieet bevat nauwelijks koolhydraten en vooral vet. Dat is voor normale hersencellen geen probleem. Die cellen halen hun energie graag uit koolhydraten maar als die suikers er niet zijn, kunnen ze een alternatieve energiebron gebruiken, in de vorm van ketonen, die ontstaan door de afbraak van vetten.

Cellen van snelgroeiende hersentumoren, zoals een ponsglioom, zijn daar veel minder toe in staat. Zij hebben vooral glucose nodig voor hun overleving. In theorie moeten de tumorcellen te gronde gaan als de toevoer van glucose wordt stilgelegd.

Bijna vijfduizend studies zijn de afgelopen decennia gedaan naar dat zogeheten Warburg-effect. Bij proefdieren en in celkweken blijkt het effect bij tal van kankervormen zichtbaar, maar bij patiënten is er slechts voorzichtig resultaat mee geboekt. In het Erasmus MC zijn de afgelopen vijf jaar een handvol kinderen met een ponsglioom aan een ketogeen dieet begonnen, allemaal kinderen die zijn uitbehandeld. Over de resultaten kan Catsman nog niets zeggen.

Ze noemt de deelnemende kinderen en hun ouders ‘erg dapper’. Kinderen met een ponsglioom hebben meestal een levensverwachting van hooguit twee jaar. ‘Ze worden bestraald, knappen dan tijdelijk wat op en hebben een redelijk onbezorgde tijd. Om dan, in hun laatste levensfase, een strikt dieet te geven, dat is voor ouders heel erg moeilijk. Een kind dat zo ziek is, wil je lekker verwennen.’

Toch waren de Rotterdamse onderzoekers zo overtuigd van de mogelijkheden dat ze het dieet zijn gaan aanbieden, aldus Catsman. Sinds kort wordt het ook onderzocht bij volwassen patiënten met een glioblastoom, een ander type agressieve hersenkanker.

Het Erasmus MC heeft veel ervaring met het ketogeen dieet, vertelt Catsman, omdat het eetschema al jaren met succes wordt ingezet bij jonge kinderen met een ernstige vorm van epilepsie die onvoldoende reageren op de medicatie. Ketonen blijken het aantal en de ernst van de aanvallen te kunnen verminderen. Waarom dat zo is, en of het louter de ketonen zijn, is onduidelijk, aldus Catsman.

april 25, 2015Permalink