Kiezen met de kennis van nu en later.

Mensen die stemmen, doen dat nog maar zelden in de overtuiging dat hun stem enig verschil maakt. Dat geldt zeker voor de verkiezingen van vandaag. In Brussel zal op geen enkele wijze rekening worden gehouden met de uitslag. Neem het waanzinnige pendelen van het Europees Parlement tussen Brussel en Straatsburg. Alle Nederlandse leden van het Europees Parlement, behalve die van de PVV, hebben samen met de grote meerderheid in dat parlement voor een motie gestemd om aan die geldverspilling een eind te maken. Toch gebeurt het niet omdat Frankrijk ertegen is.

 Dan zou je verwachten dat die grote meerderheid aan die ergerniswekkende onredelijkheid een eind maakt door gewoon niet meer naar Straatsburg te gaan. Dat zou het parlement in één klap ontdoen van het imago van een nogal kostbare schijnvertoning. Het zal niet gebeuren en ik durf de stelling aan dat daarbij meespeelt dat de parlementariërs aan dat pendelen een aardig zakcentje overhouden.

Technocraten

Het hele Europese project is vanaf het begin een zaak geweest van de politiek-bestuurlijke elite. Pas in het laatste decennium heeft de geëmancipeerde kiezer in de gaten gekregen dat hij mede wordt bestuurd door een aantal technocraten in Brussel op wie hij minder invloed kan uitoefenen dan de Nederlandse kiezer van vóór 1848.

Ook nationaal voert de grote meerderheid van de politiek-bestuurlijke elite consequent een beleid dat op belangrijke punten door een grote meerderheid van het electoraat wordt afgewezen. Zo blijkt keer op keer uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat de meeste Nederlanders tegen de afbraak van de verzorgingsstaat zijn, met name tegen bezuinigingen op de gezondheidszorg. Toch gaat de afbraak door.

Zo blijkt keer op keer uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat de meeste Nederlanders tegen de afbraak van de verzorgingsstaat zijn, met name tegen bezuinigingen op de gezondheidszorg. Toch gaat de afbraak door

De besturende elite wordt daarbij gevoed door een conglomeraat van adviesorganen die in lijn met het CPB verkondigen dat die afbraak noodzakelijk is om te voorkomen dat de collectieve uitgaven en de belastingdruk stijgen en ons concurrentievermogen wordt aangetast. Dat in Europese landen waar de belastingdruk en collectieve uitgaven het hoogst zijn de armoede geringer is, ouderen en mensen met een gebrek beter worden verzorgd, minderheden minder worden gediscrimineerd, gezondheidszorg en onderwijs op een hoger peil staan, de bevolking gelukkiger en de concurrentie-kracht groter is, wordt kennelijk niet als relevant beschouwd. Als de feiten in strijd zijn met de ideologie, des te erger voor de feiten.

Toekomstscenario’s

Hoe sterk de ideologie van de afbraak kan zijn las ik in het meest recente advies van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg onder de titel Met de kennis van later. Naar een toekomstgericht zorgbeleid. Daarin worden twee toekomstscenario’s geschetst. Het ene is een scenario van een gesloten economie met geen of nauwelijks economische groei, een vertraagde technologische ontwikkeling en een hoge werkloosheid. Een natie van sufferds. Het andere scenario gaat uit van hoge economische groei, een snelle technologische ontwikkeling en lage werkloosheid. Een natie van doorpakkers.

Om de efficiency te vergroten verdient het aanbeveling de ‘collectieve zorg te beperken tot noodzakelijke zorg; zorg met hoge kosten en relatief weinig winst in kwaliteit van leven wordt niet meer vergoed.’

Tussen de regels lees je dat de opstellers van het rapport vanzelfsprekend opteren voor het tweede scenario, hoewel dat nergens wordt gezegd. Verondersteld wordt een aantal ‘autonome’ ontwikkelingen: ontwikkelingen die sowieso zullen plaatsvinden, of we dat nu willen of niet. Een daarvan is dat mensen voor een groot deel voor hun eigen zorg gaan zorgen en daar zelf voor gaan betalen. De zelfzorg komt bijvoorbeeld tot uitdrukking in het verdwijnen van de huisarts. Er moet levenslang geïnvesteerd worden in zorgvaardigheden zodat mensen via ict-technologie en een huisarts in ‘the cloud’ die de diagnoses stelt, een behandeling kunnen kiezen. Er zal minder zorg collectief kunnen worden verzekerd, waardoor de toegankelijkheid vermindert. Mensen met slechte leefgewoonten (vooral laagopgeleiden) moeten de gevolgen daarvan zelf bekostigen. Om de efficiency te vergroten verdient het aanbeveling de ‘collectieve zorg te beperken tot noodzakelijke zorg; zorg met hoge kosten en relatief weinig winst in kwaliteit van leven wordt niet meer vergoed’. Lees: Mensen die dat niet zelf kunnen betalen, moeten in dat geval maar dood.

Hoe lang zou ‘met de kennis van later’ art. 289 van het Wetboek van Strafrecht overeind blijven? Daarin wordt ‘hij die opzettelijk en met voorbedachten rade anderen van het leven berooft’ levenslange gevangenisstraf in het vooruitzicht gesteld. Met de kennis van later moet natuurlijk worden geregeld dat het opzettelijk en met voorbedachten rade nalaten van een levensreddende behandeling niet onder dat artikel valt. Doe die artsen-eed ook maar gelijk weg.

Marcel van Dam is socioloog.