Kleine mensen

Elkaar vasthouden, niet bang zijn – even, heel even, leek het alsof de terreur in Parijs op een mislukking was uitgedraaid. Ja, een groot deel van de redactie van Charlie Hebdo was vermoord, maar het blad kwam een week later gewoon uit, in een oplage honderd keer groter dan gewoonlijk. Ja, de profeet was gewroken, maar in Europa en daarbuiten stonden moslims op die trots hun geloof terugeisten van religieuze gangsters. Ja, redacties van kranten moesten beveiligd worden, maar de meeste aarzelden geen moment met het publiceren van de spotprenten die het mikpunt van terreur waren. In plaats van angst en tweespalt was er vastberadenheid en eenheid.

Een dag of drie. De eerste barst zag je toen zoveel regeringsleiders arm in arm door Parijs marcheerden, vrijwel allemaal met kilo’s boter op hun hoofd als het ging om het beschermen van de vrijheid van meningsuiting. Daarna ging het snel. Met de minuut stilte wilde het op sommige Franse scholen niet lukken. Vervolgens werd de komiek Dieudonné aangehouden omdat hij op Facebook ‘Je me sens Charlie Coulibaly’ had gezet, wat toch onder de vrijheid van meningsuiting valt. Hypocriet!

Ook in Nederland hield de eenheid geen stand. Als je elkaar de maat niet meer kunt nemen, waar moet je dan over twitteren? Waarom ik geen Charlie ben, waarom jij al helemaal geen Charlie bent, waarom wij nooit Charlie kunnen zijn, de aanvallen op onze nationale hypocrisie waren al snel niet meer te tellen. In de Tweede Kamer volgde, als op afroep, de ‘botsing’ tussen Wilders en Samsom. Sybrand Buma van het CDA, hongerig naar de zetels van de PVV, eiste dat moslims feller afstand zouden nemen van hun extreme geloofsgenoten. Op televisie en in kranten verklaarden moslims weer dat ze er doodziek van werden almaar te moeten verklaren dat ze afstand namen van islamitische terreur.

Hans Teeuwen sla ik even over.

Dan de paranoia. Een verder gezellige Amsterdamse moslim verklaarde tegen mij dat IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi een Jood was, dat wist toch iedereen? In mijn mailbox belandden verklaringen over de aanslagen in Parijs: een inside job, net als 9/11. En Charlie Hebdo was in handen van zionisten die een oorlog tegen moslims willen ontketenen. Nee, het zijn de Amerikanen. Het is perverse mediawijsheid: achter de vreselijke werkelijkheid gaat een gruwelijker waarheid schuil, the truth is out there, maar die wordt ons onthouden door mensen met belangen. Na de aanslag op vlucht MH17 hebben verdwaasden een nieuwe kluif.

„Het venijnige van terreur is de ontwrichting van de samenleving door het zaaien van angst”, zei PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch tegen het AD. „Meisjes die achter de kassa hard zitten te werken voor hun brood en opeens te horen krijgen. ‘Schaam jij je niet dat je hier nog steeds met je hoofddoekje zit?’ Dat is precies wat die terroristen willen: dat we zo met elkaar omgaan.”

Ik heb respect voor Marcouch, maar wat hij beschrijft is geen angst. Ik zou zeggen: terreur wil onze samenleving ontwrichten door het zaaien van woede.

En ik heb de indruk dat dat aardig lukt. De terroristen in Parijs en Jemen waren behalve slecht ook slim; door de aanslag op Charlie Hebdo moet de vrijheid van meningsuiting verdedigd worden door het keer op keer tonen van spotprenten die door veel gelovige moslims als krenkend worden ervaren. Nu dat in een miljoenenoplage gebeurt, waarvoor duizenden mensen in de rij gaan staan, wordt wat bedoeld is als het verdedigen van vrijheid voor iedereen, breed opgevat als het ongeremd bashen van een minderheid. Onvermijdelijk, maar leg het maar eens uit. Het resultaat: meer woede.

In de Volkskrant toonde Luz, de tekenaar van de mooie prent voorop de Charlie Hebdo van deze week, zich bewust van deze valstrik. De tekeningen in zijn blad hebben nu een symbolische lading „die niet in onze tekeningen zit en die ons enigszins overstijgt”. Dat is niet Charlie Hebdo, zegt hij, en dan volgt het meest zinnige dat ik de afgelopen week las: „Het is onze taak als cartoonist om het kleine van de mens centraal te stellen, het idee te vertolken dat we allemaal kleine mensjes zijn en dat we het daarmee moeten doen.”

Wie heeft nu de moed om klein te zijn?

GEPLAATST IN: BAS HEIJNE

januari 18, 2015Permalink