Meer dan alleen satire

PROFIEL Lange tenen dienen alleen om eens goed op te dansen, is het motto van Charlie Hebdo. Deze Franse nietsontziendheid kent een lange traditie

DOOR Ariejan Korteweg 8 januari 2015

Charlie Hebdo is een verkenner van de grenzen van het toelaatbare. Altijd geweest ook. Het blad staat daarmee in een rijke Franse traditie. Denk aan schrijvers als Rabelais, De Sade, Céline of Houellebecq, aan een blad als Hara-Kiri, aan filmers als Blier of Kechiche, denkers als Foucault, Debord of Artaud. Het wordt gemaakt vanuit een houding die alles op zijn deugdelijkheid wil beproeven, en daarbij een flinke nietsontziendheid aan de dag legt. Lange tenen dienen alleen om eens goed op te dansen.
Decennialang leidt Charlie Hebdo een betrekkelijk rustig bestaan. Het blad wordt in de vroege jaren negentig opgericht als opvolger van het even eerder ter ziel gegane Hara-Kiri, een provocerend tijdschrift met veel fotografie en collages. Bij Charlie Hebdo wordt dat anders: tekenaars maken er de dienst uit. Wolinski en Cabu, twee van de oprichters – ze kwamen beiden bij de aanslag om het leven – noemden hun blad naar Charlie Brown, de Amerikaanse stripfiguur die ze bewonderden. Hebdo – van het Franse hebdomodaire (wekelijks) – completeert de naam.

Om principiële redenen kent Charlie Hebdo geen advertenties
Een vetpot zal Charlie Hebdo nooit worden. Het blad wil om principiële redenen geen advertenties opnemen – ‘adverteerders denken dat je idioot bent’, heeft mede-oprichter Cavanna gedicteerd. Zelfs in Frankrijk, waar de bande dessinée een belangrijke cultuuruiting is en de vrijheid van meningsuiting gekoesterd wordt, is het dan moeilijk het hoofd boven water te houden. De oplage schommelt rond de 50 duizend exemplaren in de losse verkoop, met pieken als er ophef is over de inhoud. De meeste tekenaars van Charlie Hebdo werken ook voor andere bladen; de Nederlander Willem (Bernard Holtrop) publiceert in Libération, zijn collega’s staan in Le Canard Enchaîné, Le Monde of Paris Match.

Maar bij die bladen hebben ze niet de ongelimiteerde vrijheid die ze bij Charlie Hebdo bevochten. Dat Charlie Hebdo de laatste jaren ver over de Franse grenzen bekend raakte, is te danken aan de veelvuldige satire op de islam en aan de opwinding die dat veroorzaakt. De vorige hoofdredacteur, Philippe Val, kreeg jarenlang politiebescherming nadat hij de Deense Mohammed-cartoons had afgedrukt. In november 2011 werd de redactie door een brandbom verwoest; het blad had kort daarvoor aangekondigd met een Sharia Hebdo te komen, met Mohammed als gasthoofdredacteur. De gespannen relatie tussen islam en humor wordt vaker op der proef gesteld. In september 2012 zet Charlie Hebdo opnieuw Mohammed op de omslag, dit keer in een rolstoel die wordt geduwd door een rabbijn. Ondertitel: Intouchables 2, naar de succesfilm van het moment. Op de binnenpagina’s wordt het grover: een naakte Mohammed buigt zich voorover, een ster op de plaats van zijn anus. Bijschrift: ‘Een ster is geboren.’

De redactie ontvangt nu honderden dreigmails. Op televisie komen Franse inwoners van Tunesië en Algerije aan het woord die zich bedreigd voelen door de woede die de tekeningen oproepen. Frankrijk sluit een paar dagen zijn ambassades en scholen in sommige moslimlanden. Hoofdredacteur Charb krijgt net als zijn voorganger permanente beveiliging, bij de nieuwe redactielokalen posten agenten in een busje; wie de redactie bezoekt, wordt ontvangen door vier forse beveiligers.

Toch zou je Charlie Hebdo onrecht doen door het te reduceren tot een anti-islamblad. Kernenergie, feminisme, de paus, dierenleed, het Front National, de Belgische koning – niets is veilig voor de soms botte, ruwe tekenaars van Charlie Hebdo. De heftigheid van de reacties hangt samen met de lengte van de tenen.

Toch zou je Charlie Hebdo onrecht doen door het te reduceren tot een anti-islamblad
En Charlie Hebdo doet meer dan satire bedrijven. Het blad brengt onderzoeksjournalistiek. ‘Grondig onderzoek is het meest subversieve wat je in de journalistiek kunt doen’, vertelde een Charlie-journaliste mij. En er zijn serieuze kronieken, zoals die van de vooraanstaande econoom Bernard Maris, lid van de raad van bestuur van de Banque de France – ook hij kwam bij de aanslag om het leven.

De website van het blad heeft sinds gisteren één tekst: Je suis Charlie (Ik ben Charlie) – eerst in het Frans, daarna ook in het Arabisch. Franse journalisten roepen elkaar sinds gisteren op die leus ter harte te nemen en ervoor te zorgen dat het blad ook de komende tijd blijft verschijnen.S

januari 8, 2015Permalink