Mijn kracht zit tussen mijn oren

Ron Vlaar zingt het volkslied mee voor de aftrap van een interland. Altijd. Dat hoort zo, vindt hij. ‘Het is geen verplichting, maar ik ben trots. Je speelt voor je vaderland. Iedereen kijkt naar jou. Het humeur van veel mensen hangt af van wat wij laten zien. Dat gevoel zit diep.’

 

Ron Vlaar (29). Een mooie, krachtige voetbalnaam die zich leent voor bijnamen: Big Ron, Ron the Rock. Verdediger van Oranje. ­Leider. Perfectionist. Gegrepen door een ­hevig verlangen naar het WK in Brazilië, waar hij zich wil tonen aan de wereld. Hij herhaalt zichzelf geregeld: ‘Ik ben hier zo mee bezig. Twee jaar geleden, voor het EK, had ik nauwelijks meegedaan in de kwalificatie. Nu heb ik veel gespeeld. Ik wil laten zien dat ik stappen heb gezet.’

Leider

Hij zit onder een parasol in het luxueuze resort in het Portugese Lagos, waar het ­Nederlands elftal tot dinsdag trainde. Baard van meer dan een dag. Serieus.

Nadenkend. Vlaar is een gewone jongen uit Hensbroek, Noord-Holland, die vroeger bollen raapte in zijn vrije tijd. Hij is de beoogde leider van de jonge defensie van Oranje en is altijd bezig met beter worden. ‘Ik praat daarover ­weleens met vrienden. Een loodgieter kan ook niet stilstaan. Die moet ook cursussen doen om zich te verbeteren, want er zijn weer nieuwe technieken.’

Dromen

Zo praat hij graag, over ambities en ­doelen. Zijn WK-droom? ‘Je gaat naar het toernooi om te winnen. Ik weet dat wij niet de beste spelers hebben, maar het gaat om het beste team. Je speelt elke wedstrijd om te winnen. Wat moet anders je doelstelling zijn? Winnen. Het gaat om de intentie, om het gevoel dat je met elkaar creëert. Dat ­geloof moet er bij iedereen zijn. Twee jaar ­geleden zijn we in de groepsfase uitge­schakeld. Dat mag niet nog een keer ­gebeuren. Als team moeten we iets ­onoverwinnelijks creëren.’

Na het EK in Polen en Oekraïne stelde hij zich meteen een doel. ‘De laatste twee jaar was mijn doelstelling duidelijk: het WK ­halen. Twee jaar geleden speelde ik mee, als nieuwe speler in die groep. Nu wil ik ­bepalend zijn, dwingender, in een leidersrol. Ik was aanvoerder bij Feyenoord, ik ben bijna twee jaar aanvoerder bij Aston Villa. Blijkbaar zit dat in me.’

Onbewust bekwaam

Vlaar houdt van groepsprocessen. Hij leest het boek Mindset, de weg naar een succesvol leven, van de Amerikaanse psychologe Carol Dweck. ‘Het is een interessant woord, mindset. Daar zit alles in. Hoe je bezig bent met trainingen, met een wedstrijd, met je sport.’ Hij doceert: ‘Je hebt opeenvolgende fasen in denken: onbewust onbekwaam, ­bewust onbekwaam, bewust bekwaam, ­onbewust bekwaam. In die fase hoef je ­ergens niet meer over na te denken.’

Met psychologische aspecten is hij altijd bezig, ook door gesprekken met zijn mentale begeleider Bouke de Boer. ‘Ik moet hard werken om mijn doelen te bereiken. Ik ben geen natuurtalent. Dat is ook niet erg. Dat is juist de uitdaging. Het is geleidelijk gegaan met me. Mijn kwaliteit zit ook tussen mijn oren. Ik ben teruggekomen van zware ­blessures. Daarop ben ik trots. Ik heb twee keer mijn kruisbanden gescheurd, maar ik sta hier wel. Dat geeft me veel voldoening.
‘Toen ik de band voor de eerste scheurde, was ik teleurgesteld, maar je weet dat het kan gebeuren. Toen gebeurde het nog een keer. Paniek, frustratie. Natuurlijk twijfelde ik of ik zou terugkomen, en op welk niveau.

Ik weet dat wij niet de beste spelers hebben, maar het gaat om het beste team

‘Mijn ouders zijn er altijd voor me ­geweest. Nu ook, met mijn kinderen (Vlaar is gescheiden, red.). Die nemen ze dan mee naar Engeland. Het contact is daardoor goed, ik kan ze geregeld zien. Mijn ouders cijferen zich soms volledig weg. Ze doen dat met liefde. Dat vind ik groots.’

Spelsysteem

Mede daardoor is hij in balans. Hij ­hunkert naar het WK. Vlaar is benieuwd naar de werking van het nieuwe spelsysteem, met drie centrale verdedigers. ‘Het is anders. Het is een kwestie van inslijpen. In Engeland heb ik het ook gespeeld, met aanvallende backs. In Nederland worden andere dingen verwacht. We zijn meer bezig met tactiek. ­Tactiek is niet mijn sterkste punt, maar ik kan goed een opdracht invullen. Je moet het niet onderschatten, zo’n nieuw systeem. Dat je met meer personen bent achterin en denkt: ‘O, die tegenstander wordt wel opgepakt.’ Zo werkt het niet.’

Met bondscoach Louis van Gaal beleefde hij ooit een valse start bij AZ, maar dat is ­geweest. ‘Van Gaal is een totaal ander type dan Lambert, de trainer bij mijn club Aston Villa. Ze zitten er allebei kort op, maar in ­Nederland zijn we meer op voetbal gefocust. In Engeland is positiespel meer gericht op inhoud. Hartslag omhoog. Ik heb een goed seizoen achter de rug bij Aston Villa en ik weet wat ik wil: elke dag proberen beter te worden, door bewust om te gaan met alle ­aspecten die bij voetbal horen.

‘Je moet ergens in geloven en structuur aanbrengen. Een voorbeeld is het herstel voor en na een training: in- en uitfietsen. Warming-up. Coolingdown. Als je dat één week doet en dan drie weken niet, heeft het geen zin. In de loop der jaren krijg je ervaring, pik je dingen op, kom je erachter wat goed is voor je en wat niet. Zo heb ik mijn weg gevonden, maar die weg is nog niet ­volledig afgelegd. Je bent pas uitgeleerd als je stopt met voetbal.