Pleidooi voor ruimte

Beleid of bureaucratie dichter bij de burger?

De Nederlandse verzorgingsstaat barst uit haar voegen. Collectieve voorzieningen zijn te veel ten dienste komen te staan van onze individuele behoeften-bevrediging. Daardoor consumeren we individueel meer collectieve goederen dan we gezamenlijk willen of kunnen betalen. Het roer moet om. We moeten nut en noodzaak van onze collectieve voorzieningen opnieuw leren definiëren. Getuige de decentralisaties gaat dit voor een belangrijk deel op lokaal niveau gebeuren. Gemeenten staan dicht bij burgers en kunnen maatwerk ontwikkelen.

Ongelijke gevallen behandelen naarmate ze verschillen

Het systeem loopt nu vast omdat hulpverleners te veel ongelijke gevallen gelijk moeten behandelen. Terwijl de kern van maatwerk juist is, dat in diversiteit rechtvaardigheid wordt gezocht in plaats van in gelijkheid. Niet het gelijk behandelen van gelijke gevallen staat dan voorop, maar het ongelijk behandelen van gevallen naarmate ze van elkaar verschillen. Het gaat er dus om dat we in de toekomst leren gelegitimeerd uitzonderingen te maken. Daarvoor is ruimte in de uitvoering nodig.

Dworkin’s Donut

In februari overleed rechtsfilosoof Ronald Dworkin. Hij vergeleek de ruimte die publieke professionals hebben met een donut. De regels, procedures en protocollen vormen het deeg. Maar regels hebben ruimte nodig om effectief te kunnen zijn. Dat is het gat in de donut. Tegelijkertijd bestaat die ruimte niet zonder die regels. Regels en ruimte zijn op die manier een voorwaarde voor legitiem én effectief bestuur.

Ondanks een grote roep om ruimte op lokaal niveau krijgt de ruimte in de donut vooral top-down vorm. Professionals vragen vooral veel ruimte van gemeenten. Gemeenten vragen ruimte van het Rijk. Terwijl op dit moment beleidsmakers van zowel gemeenten als het Rijk vooral beleid ontwikkelen waarbinnen die ruimte beheerst kan bestaan. Op die manier decentraliseren we vooral de bureaucratie van onze verzorgingsstaat. Dit gaat ten koste van de mogelijkheid haar opnieuw in te richten.

Ruimte om te ontwikkelen

De verzorgingsstaat van de toekomst heeft niet zozeer lokale ruimte om te functioneren nodig, maar ruimte om zich lokaal te ontwikkelen. Die ontwikkeling zal eerder permanent dan tijdelijk zijn. Daarom is een dynamische relatie tussen Rijk en gemeenten vereist. Een relatie waarin beide overheden zich inzetten om vanuit de wens om maatwerk in de uitvoering te realiseren, het gelijkheidsbeginsel opnieuw vorm te geven. Alleen vanaf de werkvloer kunnen professionals leren, wanneer het maken van uitzonderingen werkt en wanneer niet. Alleen op de werkvloer kan geleerd worden welke ongelijke gevalleen ongelijk zijn en aldus ongelijk behandeld kunnen worden. Het is vervolgens aan de politiek om deze manier van werken, al dan niet, te legitimeren. Los van de vraag of het werkt. Maar vooral vanuit de vraag wat de politiek wil qua doelmatigheid en solidariteit bijvoorbeeld. Vervolgens kunnen beleidsmakers de politieke legitimatie expliciteren en omzetten in nieuwe doelen, regels procedures en protocollen.

Maatwerk & willekeur: twee kanten van dezelfde medaille

Kortom: alle roep om ruimte is prematuur zolang het geen expliciete roep om ruimte voor ontwikkeling is. Niemand weet nog precies hoe de nieuwe zorgarrangementen er uit gaan zien. Of hoe effectief ze zijn. Of hoe efficiënt. Dat moeten instellingen en overheden gezamenlijk ontwikkelen. Dat kan alleen als het Rijk gemeenten daartoe voldoende ruimte biedt en gemeenten op hun beurt de uitvoerders. Maar daar hoort ook bij dat de weg terug van uitvoerder naar gemeenten en van gemeenten naar Rijk ontwikkeld wordt. Want maatwerk en willekeur zijn twee kanten van dezelfde medaille. En dat vereist politieke legitimatie.

Leren met vallen en opstaan

De Nederlandse verzorgingsstaat is groot geworden doordat maatschappelijke en democratische instituties elkaar de ruimte boden. Die ruimte is opnieuw nodig. Niet zozeer op Rijksniveau of op gemeentelijk niveau. Maar in de interactie tussen politiek, beleid en uitvoering. Dat zal niet in één keer goed gaan. Maar de verzorgingsstaat van het verleden was ook niet van de één op de andere dag klaar. We leerden zorg en sociale zekerheid met vallen en opstaan vormgeven. Dat is nu opnieuw nodig.

Dr. Albert Jan Kruiter, Eelke Blokker en Harry Kruiter werken voor het Instituut voor Publieke Waarden. Op verzoek van de G32 schreven zij “Van 3 decentralisaties naar 3-dimensionaal:
een pleidooi voor ruimte.” Op 10 september 2013 wordt dit pamflet aangeboden aan de Tweede Kamer.

Hier leest u de hele publicatie op tabletformaat. Meer weten? Mail: info@publiekewaarden.nl

Van3Dnaar3D.png

 

december 13, 2013Permalink