Professioneel niksen met Wilfried de Jong

Straks moet Wilfried de Jong weer zes weken lang keihard werken als presentator van Zomergasten. Dus nu kan het nog even: filosoferen over het nut van niks.

 

Wilfried de Jong zit in zijn meniekleurige oude Mercedes en we zijn op weg naar de bruggen van Rotterdam. Nog voordat de eerste kreuk in zijn groene pak is gevallen, zijn we het erover eens. Laten we het over niks hebben, want je kunt het wel overal over hebben.

Je kunt met niks namelijk alle kanten op. Dus zeg niet dat niks tot niks leidt. Hij zat als jongen soms dagen op zo’n kantoorstoel een beetje te draaien, in de huiskamer van het ouderlijk huis. Hij deed geen reet en wist al helemaal niet hoe hij met zijn leven verder moest. Gewoon draaien, lanterfanten, aankloten, hangen, dat werk. Probeer het maar. Komt vanzelf goed man, ja toch, kan ons het rotten.

Jij hebt vast geen tijd om te niksen, hoort hij de mensen vaak zeggen. Ze moesten eens weten, denkt hij dan. Als ze denken dat hij druk bezig is, staat hij in zijn werkkamer achter zijn contrabas mee te spelen met jazzplaten.
Wat ook zo ontzettend mooi kan zijn, van nikserigheid, is fietslegende Joop Zoetemelk die zijn hotelkamer niet in kan. De Jong schrijft erover in zijn nieuwe boek, Solo. Zoetemelk, groot geworden in de tijd dat hotels nog sleutels hadden met een ijzeren balzak, probeert met een elektronisch kaartje zijn hotelkamer in te komen – en het lukt niet.

Dat hij, Joop Zoetemelk, wereldkampioen op de weg, reusachtige tourwinnaar, dan terug moet naar de receptie en één vol uur moet wachten tot-ie zijn kamer in kan. Allejezus moe die Joop, en kwaad ook, als-ie eindelijk mag gaan slapen.

Waardevol
Met Joop kan De Jong alle kanten op, als het om niks gaat. De altijd oplichtende grootheid van Joop gecombineerd met iets alledaags, schijnbaar vanzelfsprekends, daar mag De Jong graag mee klooien. Zeker nu Joop was losser en opener is geworden, nu hij na een lang huwelijk met de dochter van Raymond Poulidor – een buienradar op voeten, een zuipschuit van jewelste – van haar is verlost.

Laten we vooral die prachtige documentaire niet vergeten van De Jong die met Joop in de Alpen op gemzenjacht gaat. Staan ze samen bovenop een echt hoge berg, vraagt hij, terwijl Joop door de verrekijker de omgeving afstruint, ‘Je wordt er wel rustig van hè, van die bergen, vind je niet?

Zegt Joop: ‘Ik vind van wel, ja.’

Dat nikserige, zegt hij, is dan zo waardevol. De acteur die niks doet, de schrijver die een witregel laat vallen, de muzikant die niet speelt. Marco van Basten op een poef. Door niets te doen, kun je iets ongemakkelijks oproepen en dan gebeurt er wat in het hoofd van een ander.

Ingewikkelde solo’s
Laatst zag hij in de Rotterdamse jazzclub Bird de jonge trompettist Ambrose Akinmusire ingewikkelde solo’s spelen. Hij smeerde zijn geluid helemaal dicht. Dan kijkt hij toch liever op YouTube naar dat concert van Miles Davis, ergens jaren tachtig in Italië. Zijn band zet een blues in en Davis buigt voorover, zijn gezicht afgeschermd door een te grote zonnebril. Iedereen houdt de adem in, je ziet hoe zijn vingers over de ventielen dansen – wat gaat-ie doen?

Dan draait Miles zich om en haalt zijn trompet van zijn lippen. Je ziet het publiek elkaar verward aanstoten: Heeft-ie al gespeeld? Welke noten?Hij had niks gedaan, Miles. Je kon de swing lekker zelf invullen.

Wilfried de Jong stapt uit zijn meniekleurige Mercedes bij de eerste brug, ja Rotterdamse brug, want dat kwam dus op: een gesprek op de brug. Jazzsaxofonist Sonny Rollins, zijn grote held, trok zich in 1959 terug, voor drie jaar. Omdat hij in zijn appartement in Manhattan niet rustig kon spelen, bedacht hij dat hij op een brug ging oefenen, de Williamsburg Bridge, maanden achter elkaar. Niemand mocht de beroemde tenorist zien, totdat jazzschrijver Ralph Berton hem toevallig tegenkwam en daar een geromantiseerd klassiek verhaal van maakte: Conversations on a bridge – gesprekken op de brug.

‘Je kunt wel zeggen, het is niks, zo’n toevallige ontmoeting. Maar je kunt er ook van alles bij bedenken’
En nu loopt hij door het plantsoen naar De Hef, de oude spoorbrug in ruste, en veranderen zijn benen spoorslag in wiebelende entiteiten. Hij kan zijn ogen NIET geloven: op een bank zit een man die met zijn grote witte baard op Sonny Rollins lijkt. Daar zit-ie gewoon, krijg nou wat. Ze schudden elkaar de hand en de man vertelt een Pakistaan te zijn. Hij verfde dertig jaar olietankers in de haven – en van Sonny Rollins heeft-ie nog nooit gehoord.

Je kunt wel zeggen, zegt hij, het is niks, zo’n toevallige ontmoeting. Maar je kunt er ook van alles bij bedenken. Want kijk, er huppelt nu ook nog een konijntje in zijn buurt, er rijdt een gele motor voorbij. Begrijp maar eens, waar je naar zit te kijken.

Net reden we over de Willemsbrug en vertelde hij bij de opening te zijn geweest, in 1981. Want hij is een jongen van de wederopbouw, zo gaat-ie verder op een bankje bij De Hef. Als er wat nieuws is in de stad – een brug of een gebouw – wil hij het zien, vol trots. Dat heeft hij van zijn ouders. Die kwamen vanuit Hazerswoude naar Rotterdam om een diepvriesgroothandel te beginnen. En als er nieuwbouw te zien was in de stad, gingen ze kijken, met de BMW van zijn vader.

Kathedraal
De Hef is onze kathedraal, zegt-ie. Het is onze Notre-Dame of de Dom van Milaan. Zon monument dat altijd in de steigers staat en waar altijd wat mee moet gebeuren. Als je klaar bent, moet je opnieuw beginnen.

De rottig aan zijn einde gekomen Rotterdamse cultschrijver Cor Vaandrager schreef een boek getiteld De Hef. De Jong maakte voor Radio Rijnmond een programma over Vaandrager. Hij ging met Cor op pad, in een motor met zijspan. Eerst wilde de altijd armlastige Cor hem tien lege platenhoezen verkopen, maar toen had-ie een beter idee: hij ging de eerste druk van zijn boek De Hef jatten bij De Slegte, live in de uitzending.

Hoezo moet je altijd alles maar snappen of duiden. Soms zijn de dingen gewoon zo, dan moet je het ermee doen
Begrijpen deed-ie ze nooit helemaal, die lijpe boeken van Vaandrager. Maar maakt het wat uit? Hoezo moet je altijd alles maar snappen of duiden. Soms zijn de dingen gewoon zo, dan moet je het ermee doen. Begrijp je het niet? Nou jammer dan.

Wacht – zie je dat bootje. Doet hem denken aan Ponton 010, een door Rotterdam varend theater. Daarop speelde een keer Frank Wright, een freejazzsaxofonist, die nog in Rotterdam heeft gewoond. Die begon toch te spelen, op dat vlot! Een pokkeherrie man, hij blies iedereen van z‘n sokken.

Hij gaat erbij staan, om met een paar geëxalteerde bewegingen een verderop zijn tekkels uitlatende man te laten schrikken.
Foto No Candy
Wat De Jong vooral zegt: hij begreep er geen reet van, maar snapte het wel. Het was een orgie van geluid, en dat voortglijdend door de stad. Nu, dacht hij, nu zijn we volkomen los van de wereld. We zijn vrij, het is nu voor altijd anders.

En echt, naar dat moment is hij eigenlijk altijd op zoek. Naar die spaarzame momenten in een televisieprogramma, het theater, de schrijverij of wat dan ook. Dat alles klopt, en alles samenkomt. Dat je opeens een sound hebt en alles durft los te laten en met elkaar al associërend ergens durft uit komen. Dat het gaat swingen, op de beat, na de beat, en het er niet om gaat of de informatie wordt overgedragen, maar dat je je overgeeft aan een gezamenlijke zoektocht. Begrijp je wat ik vraag, dan begrijp ik wat je gaat antwoorden.

Los laten
Dus kom dan niet aan met, hallo kan Wilfried van tevoren een vragenlijst sturen. Nee nee, gewoon beginnen, ook al ben je minister. Je moet het podium oplopen en spelen. Oké, hij begrijpt dat er kaders moeten zijn – hij zit nu ook bij een brug te lullen – en in de jazz hou je je ook vast aan standards, maar daarna moet je het los laten en los blijven, zelfs als je nergens uitkomt.

Bij Holland Sport interviewde hij een stuurvrouw van een roeiteam, je weet wel, met zo’n roeptoeter. Zag je haar telkens voor de camera heen en weer gaan, net echt, alsof ze in een boot zat, en hij gooide waterplantjes in haar gezicht, en water. Alles en iedereen was gefocust, we waren los, zo moet het. Medepresentator Matthijs van Nieuwkerk zei: ‘Beter wordt het niet.’

Toen-ie nog met Martin van Waardenberg theater maakte, was er altijd niks, in het begin. En dan opeens liep hij zogenaamd met een stapel dozen te sjouwen en begon Martin als een idioot wartaal in z’n oor te ratelen, en was er een bevrijdende lach, of eigenlijk: alleen maar hard hard lachen, op de grond liggen lachen lachen.

Één keer had zijn vader het erover gehad, of hij de zaak kon overnemen, als oudste zoon. Hij moest er niet aan denken
De gitarist van Ocobar, de band waarmee hij optreedt, die hem op de bezwete rug slaat en zegt: het was een trip. Dat is de magie. Het gevoel te zweven, alles komt organisch uit je brein – en waar het dan was, misschien wel in Edam?, dat doet er niet toe.

Het moment is niet te vangen, daar moet je je bij neerleggen. Denk aan de jazzmuzikant die opeens de sound heeft, maar zodra het in de lucht is, is het weg, ben je het kwijt. Het publiek heeft het misschien nooit gehoord. Weg is het, en er blijft niks over.

Wilfried de Jong zit in zijn meniekleurige oude Mercedes, en hij zat net op de zevende verdieping van De Rotterdam, op de Wilhelminapier, met uitzicht op de Erasmusbrug. We zijn op weg naar de Pieter de Hoochbrug, vlakbij waar De Jong Diepvries was begonnen, het bedrijf van zijn vader.

Tikketikketakkketakkke
Één keer had zijn vader het erover gehad, of hij de zaak kon overnemen, als oudste zoon. Hij moest er niet aan denken, dat-ie dan economie moest gaan studeren. Zou hij in een kantoor moeten zitten, net als zijn vader, met in zijn hand de hoorn van een bakelieten telefoon, en dan opschrijven wat de mensen willen hebben, aan dozen diepvries.

Jaaa, zegt u het maar: 18 doperwten, 6 sjaslieks, 4 patat en 9 room-ijs.

Dan tikketikketakkketakkke, en hup daar rolt de bon eruit. Naar de vrachtwagenchauffeur en die haalt de dozen uit de koelcel, en rijden maar, naar de sportclubs, de Vivo, en naar het Dijkzigt ziekenhuis dertigduizend toetjes brengen. Niks voor hem, nee joh.

Het pand staat nu leeg. De Jong Diepvries, nog wel in familiebezit, is jaren geleden eruit gegroeid en de stad uitgetrokken. Zijn vader heeft nog op hoge leeftijd in de zaak gewerkt.

Het waren lieve mensen, zijn ouders. Eigenlijk kon alles, en al waren ze katholiek van gezindte, benauwend kerkelijk was het allerminst. Toen hij met Van Waardenberg zijn heftige en toch vooral fysieke theatershows deed, kwamen zijn vader en moeder altijd kijken. Natuurlijk zaten ze hoofdschuddend in de zaal als Van Waardenberg op zoek naar een microfoon opeens in de broek zat van De Jong. ‘Ik vond het goed, maar niet alles’, zei zijn vader altijd, heel subtiel.

Vier jaar geleden ging zijn moeder dood en een jaar later zijn vader. Hij is blij dat ze allebei amper een ziekbed hebben gehad, ze waren zomaar dood. Zijn moeders laatste woorden waren: ‘Ik heb zo’n droge keel. Zijn vader bleef alleen over en als Wilfried dan vroeg: ‘Gaat het een beetje, pa?’ ‘Ja, best hoor, best’, zei zijn vader. Maar stil.

‘Je moest eens weten wat er komt kijken bij Zomergasten. Het begint al in de winter’
Wilfried de Jong parkeert zijn meniekleurige oude Mercedes bij De Hoerenloper, een nieuwe brug tussen de Wilhelminakade en Katendrecht. Gek eigenlijk, zegt hij. Als hij korte verhalen schrijft, gaat het altijd over een man die niks meemaakt. Een beetje als die Pakistaanse man die alleen op een bankje zit en naar een huppelend konijntje zit te staren, terwijl een gele brommer voorbijsjeest.

Je moest eens weten wat er komt kijken bij Zomergasten, dat hij dit jaar voor de tweede keer presenteert. Het begint al in de winter, er wordt vergaderd, gefocust met de redactie, gasten gezocht, beeld verzameld, en ga zo maar door, een heel minutieus bouwwerk wordt in elkaar gezet.

Een eer
Het associatieve, het vrij zijn, jezelf een zetje geven in een zoektocht naar niks, dat geldt hier niet. In dit programma moet de gast gloriëren, en niet hij. Het lijkt alsof het een lang interview is, maar het meeste van de tijd ligt vast, door beelden of door uitleg over de beelden. Hij kan geen moment verslappen op die avonden. Daarom is het zeker dat-ie als een sperwer naar zijn gast loert, je kunt niks missen, je hebt maar even.

Een eer…, een eer… om Zomergasten te presenteren. Hij staat op De Hoerenloper en kijkt naar het water. Het is nooit een doel van hem geweest, of zo. Het is mooi werk, maar dat is het werk van die Pakistaan ook, om dertig jaar lang containerboten met menie te verven.

Wat echt een eer was, was toen hij werd gevraagd Sonny Rollins in het Amsterdamse Concertgebouw aan te kondigen, tien jaar geleden. Hij hoorde ‘m inblazen, terwijl hij in de benedenverdieping op ‘m wachtte. Toen-ie de kleed-kamer uitkwam, zag-ie er indrukwekkend imposant uit: gelooide huid, pommade in het haar, goed overhemd. Later zou hij ‘m vragen of hij de kinderschoenen van zijn zoon Sonny wilde signeren.

Het was geen nummer, maar voor hem het mooiste nummer ooit. Alsof Rollins in die luttele minuten een privéconcert gaf
Ze moesten samen in de lift, van min 1 naar 0, een lift van niks, en héél langzaam ging-ie omhoog, zo lang kan het niet hebben geduurd. Rollins was met zijn mondstuk aan het spelen. Hij blies een beetje en je hoorde het geklooi op de kleppen, pok-pok-pok. Hij hoorde loze lucht. Het was geen nummer, maar voor hem het mooiste nummer ooit. Alsof Rollins in die luttele minuten voor hem een privéconcert gaf, zonder muziek te maken.

Het leek niks. Maar het was alles.

CV Wilfried de Jong
Geboren op 30 september 1957, Rotterdam.
1976 Studeert aan de Sociale Academie in Den Haag.
1986 – 1996 Theatershows als duo Waardenberg en De Jong.
1998 – 2001 TV-programma Pakhuis De Jong.
2003 – 2011 Presentator Holland Sport
2003 – heden Columnist NRC Handelsblad en Next.
2005 De linkerbil van Bettini, verhalen en columns.
2006 Speelt rol in tv-serie Evelien; literair debuut Aal, genomineerd voor de Debutantenprijs.
2007 Oprichting productiebedrijf De Magere Aap.
2008 – 2013 Presentator 24 Uur Met…
2009 Bundel van wielerverhalen: De man en zijn fiets.
2012 Kop in de wind wordt verkozen als beste sportboek van het jaar.
2013 Theaterprogramma (met Ocobar) Non stop New York.
2013 – heden Presentator Zomergasten.
2014 Wielercolumns verzameld in Solo; Presentator van Fotostudio De Jong.
Wilfried de Jong heeft samen met zijn vrouw Anneloek Sollart een zoon en een dochter