Project Hype

 

ACHTERGROND Maandagavond begint Project P, een tv-programma over pesten. Dat fenomeen kan al langer rekenen op grote belangstelling van de media. Twee wetenschappers leggen uit hoe dat niet zelden leidt tot dubieuze hypes.

DOOR Haro Kraak 28 april 2014

Op donderdag 13 maart, vlak voor vier uur ’s middags, springt een 12-jarig meisje uit het Brabantse Maarheeze voor de trein. Een dag later vertelt een verslaggever van Omroep Brabant, met de bewuste spoorwegovergang op de achtergrond, dat haar geruchten hebben bereikt dat het meisje jarenlang gepest is. ‘Al op de lagere school gebeurde dat’, zegt een buurtbewoner. ‘Ze heeft dit gedaan omdat ze werd gepest en het niet langer kon verdragen.’

En zo was de oorzaak van de zelfmoord gevonden. Zaak gesloten. Of niet?

Geruchten

De dagen erna wordt het nieuws, inclusief het causale verband, op veel plekken overgenomen. De Telegraaf, AD, The Post Online en PowNedmelden het incident, alle berichten noemen de pesterijen, de meeste al in de kop. Intussen spreken steeds meer bronnen de geruchten tegen. De school zegt de pestverhalen niet te herkennen, klasgenoten beweren hetzelfde en in de afscheidsbrief stond niets over pesten.

Zes dagen na het overlijden schrijft de oom van het meisje in een open brief in het Eindhovens Dagblad dat van pesten geen sprake was. Omroep Brabant heeft weliswaar op zijn aandringen de artikelen aangepast, maar, zegt de oom, ‘het kwaad is al geschied’. Landelijke media verbeteren hun berichtgeving niet.

Kort geding

Om 20.30 uur begint op RTL 5 het programma Project P, waarin gepeste kinderen met verborgen camera’s opnames maken van hun pestkoppen. Later worden de pestkoppen en de rest van de klas door presentatoren Dennis Weening en Johnny de Mol geconfronteerd met de beelden. Ook de schoolleiding krijgt de beelden te zien en gaat in gesprek met Weening en De Mol. De pesters komen onherkenbaar in beeld. Twee scholen toonden zich ontevreden met de werkwijze van Project P en het Einstein College in Hoogvliet spande een kort geding aan om de privacy van de kinderen te beschermen. Ook ouders van leerlingen stapten naar de rechter. Maandag 12 mei komt de zaak voor in de rechtbank van Lelystad.

Conclusies

Deze zaak is kenmerkend voor de manier waarop pesten in de media wordt behandeld, zegt Peter Vasterman, mediasocioloog van de Universiteit van Amsterdam. ‘Als een kinderzelfmoord in de media opduikt, worden al snel conclusies getrokken. Zodra er een signaal van pesten wordt gevonden, is het onderzoek afgerond. Niet gek, want het is een aantrekkelijk beeld voor de media. Je hebt duidelijke bad guys en good guys, een emotioneel verhaal en een urgent maatschappelijk probleem.’

Pesten staat met de reeks pestprogramma’s op tv in de belangstelling. Maar of dat helpt, is de vraag

In de beelden die tot nu toe zijn vrijgegeven van Project P, het controver­siële pestprogramma dat vandaag op RTL 5 begint, wordt ook gesuggereerd dat pesten vaak tot zelfmoord leidt. Maar het causale verband tussen pesten en zelfmoord is nooit aangetoond. Wel concludeerden Leidse wetenschappers onlangs op basis van 34 studies dat er een relatie is tussen gepest worden en gedachten aan zelfdoding. ‘Maar bij zelfmoord is er altijd zo veel meer aan de hand’, zegt Vasterman. ‘Door te stellen dat pesten de enige oorzaak is, simplificeer je de zaak. En daarmee verklein je het publieke begrip van zowel pesten als zelfmoord.’

Pesten staat met de reeks pestprogramma’s op tv (Dag tegen pesten, ­Project P, Over de streep, Gepest) in de belangstelling. Maar of dat helpt, is de vraag. Linda Duits, sociaal wetenschapper gespecialiseerd in jeugdcultuur, weet het antwoord wel. ‘Al die bewustwordingsprogramma’s op tv brengen niets teweeg’, zegt de UvA-­docent. ‘Dat pesten slecht is, vindt iedereen. Ook de pestkoppen. Doordat die programma’s zich concentreren op de extreme gevallen herkennen de pesters zich niet en komen ze niet tot ­inkeer.’

Hartjes winnen

De programma’s zijn volgens Duits vooral een veilige manier voor omroepen om hun maatschappelijke betrokkenheid te tonen. ‘Hartjes winnen’, zoals zij het noemt. Het liefst ziet zij dat de aandacht wordt gericht op het kleine alledaagse pesten. Duits: ‘Het werkt net als met racisme. Bij dat woord denk je aan mensen uitschelden of in elkaar slaan. Bijna niemand voelt zich aangesproken als die praktijken worden aangekaart. Juist het alledaagse racisme – naar je portemonnee grijpen als er een donkere man langs­loopt in de tram – zou moeten worden benoemd.’

Maar dat kleine pesten levert natuurlijk geen spannende tv-programma’s op, realiseert Duits zich. ‘Dat is het lastige van sociale problemen, die los je niet op met een tv-programma.’ Zij maakt zich zorgen over de verschillende ‘petten’ die de tv-maker opzet. ‘Op tv zie je steeds vaker dat de journalist ook therapeut is. De vraag waarom dat eigenlijk op tv moet, wordt zelden beantwoord. Er is ook geen goede reden voor te bedenken. Behalve dat het scoort.’

Dat het een groeiend probleem is, is een suggestie die wordt gewekt door de toenemende media-aandacht

Peter Vasterman, mediasocioloog van de Universiteit van Amsterdam

De reden dát het zo scoort, is natuurlijk dat het pesten een groot maatschappelijk probleem is. Een probleem dat bovendien groter wordt. Toch? Vasterman: ‘Het is een veelgehoorde aanname dat er steeds meer wordt gepest. Maar daarvan zijn geen harde cijfers bekend. Dat het een groeiend probleem is, is een suggestie die wordt gewekt door de toenemende media-aandacht. Pesten staat nu op de agenda, zoals in de jaren tachtig kindermisbruik binnen de familie dat stond. Nu hoor je daarover niets meer, maar dat betekent niet dat het is verminderd.’

Neiging

Media hebben de neiging problemen uit te vergroten, volgens Vasterman, die promoveerde op media­hypes. ‘Een incident duikt op in de media, vaak gaat dat gepaard met halve waarheden of verkeerde interpretaties. Vervolgens wordt het een maatschappelijk thema, wat weer een reden is voor journalisten om er nieuwe vergelijkbare incidenten bij te zoeken. De definities van het probleem worden opgerekt, waardoor er steeds meer onder dezelfde noemer valt.’

Als voorbeeld noemt hij de zaak van Amanda Todd, de Canadese tiener die in 2012 zelfmoord pleegde en vorige week weer in het nieuws was omdat er een Nederlandse verdachte is aangehouden die haar digitaal zou hebben gestalkt.

Vasterman: ‘Dit gaat maar zeer zijdelings over pesten, maar toch is het vaak gebracht als een pestverhaal.’ In het stuk over Todd in de Volkskrantvan 19 april werd nog een duidelijk onderscheid gemaakt tussen pesten en digitaal stalken, maar die nuance verdween toen hetzelfde verhaal werd geplaatst in de Belgische krant De Morgen. De kop luidde: ‘Nederlander pestte Amanda Todd dood.’

Als wetenschapper heb je er niets aan om verschillende fenomenen onder één noemer te brengen. Als journalist heb je wel baat bij dat sneeuwbaleffect, dat geeft je stuk urgentie

Linda Duits, sociaal wetenschapper

‘Naast cyberpesten heb je tegenwoordig ook pesten op het werk en pesten onder ouderen’, zegt Vasterman. ‘Door telkens nieuwe vormen van pesten te benoemen, wordt het probleem uitvergroot.’ Duits herkent dit ook. ‘Homofobie en racisme worden vaak onder pesten geschaard. Als wetenschapper heb je er niets aan om verschillende fenomenen onder één noemer te brengen. Als journalist heb je wel baat bij dat sneeuwbaleffect, dat geeft je stuk urgentie.’

De journalisten die wel kritische vragen stellen, lopen het risico te worden verguisd, volgens Vasterman. Toen Tim Ribberink in november 2012 zichzelf van het leven beroofde, publiceerden zijn ouders zijn afscheidsbrief in TC Tubantia. ‘Lieve pap en mam, ik ben mijn hele leven bespot, getreiterd, gepest en buitengesloten. Jullie zijn fantastisch. Ik hoop dat jullie niet boos zijn.’ Het was het startschot van een pestdebat in de media.

Twijfel

VARA-journalist Bert Molenaar ging op onderzoek uit en kon de verhalen over pesten nergens geverifieerd krijgen. Uiteindelijk bleek dat de brief eigenlijk een niet-verstuurde sms was op de telefoon van Ribberink. Maar ook dat trok Molenaar in twijfel. ‘Misschien is er wel geen sms’, zei hij inNRC Handelsblad. ‘Ik sluit niks uit. Een kind is dood, dat is niet te verdragen. De ouders schamen zich. Met zo’n brief is dan alles opgelost. Dan heb je een externe vijand: het pesten.’

De suggestie dat de brief verzonnen was, kwam Molenaar op zo veel kritiek te staan dat hij niet anders kon dan inbinden. De VARA stelde een onderzoek in, waarvan de uitkomsten intern bleven. Of Molenaar integer heeft gehandeld, is nog steeds niet bekend. Toch is het goed dat hij het ware verhaal achter deze mediahype probeerde te achterhalen, vindt Vasterman. ‘Pesten is nooit de enige aanleiding. Dat doet geen recht aan de complexe aard van zelfmoord.’

Geen verband

Ook in het geval van de 15-jarige Fleur Bloemen, die op 11 december 2012 voor de trein sprong in Staphorst, blijft er onduidelijkheid over de rol van pesten. Direct na haar overlijden wees alles erop dat pesten de oorzaak was. In een afscheidsbrief zou ze hebben geschreven dat ze werd gepest. Maar een half jaar later concludeerde een onderzoekscommissie dat Fleur niet chronisch werd gepest en er geen rechtstreeks verband was met haar dood.

Een goede vriend van het meisje zat twee weken geleden in de studio van het BNN-programma Dag tegen pesten. ‘Dit is het laatste wat ik voor Fleur kan doen’, zei hij. ‘Wat doe je dan nu?’, vroeg presentator Arie Boomsma. ‘Proberen ervoor te zorgen dat er zo min mogelijk wordt gepest. Dat mensen die nu kijken denken: dit is echt heftig. Ook al maak ik maar één iemand bewust, dan heb ik een goed gevoel.’ 

Dat er twijfels zijn over de oorzaak van haar zelfmoord werd niet gemeld. 

Project P: Stop Het Pesten. Vanaf vanavond elke maandag 20.30 uur, RTL 5.

april 29, 2014Permalink