Psychiatrie in de media

ANALYSE Psychiaters moeten op tv en in de krant hun mond houden. Of snakt het publiek juist naar duiding van psycho-drama? Het schisma tussen bevindelijken en liberalen blijkt springlevend. ‘Ik heb het opgegeven.’

DOOR Loes Reijmer 24 maart 2014

Op een dinsdagmiddag in ­februari verschijnt een ronkend persbericht in de inbox van honderden journalisten. De mail is afkomstig van Erik Noomen, hoofdredacteur van Nieuwe Revu. Hij stuurt elke week een vooruitblik op het blad dat de volgende dag in de winkel ligt.

Vaak moeten seks, drugs en vrouwen de lezer naar de kiosk lokken. ‘Heroïne is helemaal niet zo kwaadaardig’, luidt het onderwerp dan. Of: ‘Kwart heteromannen experimenteert met kerels’. Nu mailt Noomen: ‘Bij elke Eredivisieclub een verslaafde voetballer.’

Nieuwe Revu brengt het als een uitspraak van Bram Bakker. De psychiater en publicist heeft meer gezegd volgens het persbericht. Dat sporters die veel behoefte hebben aan aandacht tot de risicogroep behoren, bijvoorbeeld. Valt de bewondering weg na de profcarrière, dan zoeken ze compensatie. ‘Het is daarom niet lastig te voorspellen dat Sneijder op zijn 50ste alcoholist zal zijn’, citeert Nieuwe Revu Bakker.

Diezelfde middag krijgt de psychiater een telefoontje van RTL Late Night. Of hij wil komen praten over zijn uitspraken. Bakker is zich niet bewust van het verschijnen van het artikel. Ja, een tijd geleden belde een journalist over sporters en verslaving, maar daar had hij niets meer van gehoord. Hij heeft de tekst ook niet gezien voor publicatie.

De psychiater is er nog steeds boos over, blijkt nu. ‘Wat in dat artikel staat, is aperte onzin. Ik zou hebben voorspeld dat Sneijder een drankprobleem heeft rond z’n 50ste. Een domme uitspraak. Geen een dokter voorspelt iets.’

Wat heeft hij wel gezegd? ‘Ik somde de risicofactoren op bij verslaving. Ik zei dat sporters die ook buiten het voetbalveld veel aandacht krijgen meer gevaar lopen. ‘Iemand als Sneijder ­bijvoorbeeld?’, vroeg de journalist.­ ‘Inderdaad’, antwoordde ik.’

Spanning

Knipper met je ogen en de nuance zal je ontgaan: het verschil tussen een ­risico-inschatting en een voorspelling, tussen een algemene uitspraak geïllus­treerd met een voorbeeld en een uitspraak over een persoon, ­tussen onderbouwde vermoedens en publiekelijke diagnostiek. Het verschil, kortom, tussen binnen de lijntjes blijven of over de schreef gaan.

Het voorbeeld van Bakker en Nieuwe Revu toont de spanning tussen media enerzijds en psychiatrie en (forensische) psychologie anderzijds. Media willen duiding, het liefst zo snel en ­specifiek mogelijk. Waarom verloor voetballer Andy van der Meijde zich in drank en drugs? Of belangrijker: waarom schoot Tristan van der V. zes mensen neer in Alphen aan den Rijn?

Weinig psychiaters en psychologen voelen zich geroepen hun vermoedens met het publiek te delen. Ze willen geen uitspraken doen over mensen die ze niet zelf hebben gesproken. De beroepsgroep kijkt hoofdschuddend naar vakbroeders die tv-programma’s en kranten wel geregeld frequenteren.

Een aantal kwam in de problemen door publieke uitspraken. De beroepsvereniging distantieerde zich in 2009 van Bakker, nadat hij Dirk Scheringa ‘een boef die zich presenteert als slachtoffer’ had genoemd. Corine de Ruiter, hoogleraar forensische psychologie, is omstreden omdat ze Joran van der Sloot en Willem Holleeder ‘psychopaten’ noemde. Ernst Ameling, ook ­forensisch psycholoog, nam ontslag bij het Pieter Baan Centrum na de interne kritiek op zijn vele mediaoptredens.

Ameling zelf omschrijft de spanning in de beroepsgroep zo: ‘Ook in mijn vak heb je de bevindelijken en liberalen, boekhouders en hedonisten.’ Op de vraag of hij tot de cowboys van zijn vak behoort, moet hij smakelijk lachen.

De forensisch psycholoog is makkelijk te vinden. Zijn mailadres en telefoonnummer staan op zijn site, waar hij ook zijn publieke optredens noemt: ‘Tevens word ik veelvuldig gevraagd door de media, meestal als forensisch psycholoog. Als u Ernst Ameling ­googelt kunt u daar een steekproef van zien.’

IJdeltuit

Ameling heeft zichzelf deze middag vrij gegeven om van de zon te genieten en is direct bereid mee te werken aan dit stuk. ‘Ik geef hypotheses in de ­media, maar doe niet aan diagnostiek’, zegt hij vanaf een terras. ‘Daar ligt mijn grens.’ Op de vraag of de kijker dat verschil ziet: ‘Dat weet ik niet en dat kan me ook niet schelen.’

Zijn missie: laten zien dat het gedrag van daders en criminelen vaak helemaal niet zo uitzonderlijk is. ‘In ieder mens zit slechtheid. Ik vind niet zo snel iets ­gestoord.’ Nou vooruit, er is ook nog een ander motief: ‘Ik ben een ijdeltuit ja, ik vind het leuk om te doen. Vroeger gaf ik veel college, dat vond ik ook al zo leuk.’

De kritiek van zijn vakbroeders komt voort uit jaloezie, hij. ‘Ze zeggen dat ik te veel zeg, maar zij worden niet eens gevraagd. Er is veel kinnesinne, hoor.’

In het verleden is hij wel eens te ver gegaan. ‘Ik werd eens gebeld door De Telegraaf over een familiedrama. Toen zei ik dat ik het wel erg vond dat die ­vader de kindertjes had stukgesneden. Achteraf bleek dat hij het juist ­netjes had gedaan. Toen werd mij ­terecht verweten bevooroordeeld te zijn.’

O, Bram
Bram Bakker werkte ook mee aan O, Louis, het boek van Hugo Borst over diens fascinatie voor Louis van Gaal. Samen proberen ze het gedrag van de bondscoach te duiden. ‘Bram, jij hebt ook een groot ego, net als Van Gaal, toch?’, vraagt Borst. ‘Zeker, absoluut’, antwoordt Bakker.

Onlangs trad hij op in Vandaag de Dag, het ochtendprogramma van WNL. Hij was gevraagd de relatie te duiden tussen het voortvluchtige stel – in de media omgedoopt tot Bonnie en Clyde – dat in februari een man neerschoot en een gezin gijzelde.

‘Ik denk dat zij iemand is die valt op partners die gewelddadig zijn’, zegt hij in het interview over de vrouw. Over de mannelijke dader: ‘Het zou zomaar kunnen dat er veel is misgegaan door zijn adoptie.’ ‘Wanneer denkt u dat ze worden gepakt?’, wil de interviewster tot slot weten. ‘Als ze bij elkaar blijven binnen een week, denk ik’, antwoordt Ameling. Weer de smakelijke lach vanaf het terras: ‘Ja, dat had ik goed voorspeld, hè? Nog diezelfde dag ­werden ze gearresteerd.

Het actualiteitenprogramma Nieuwsuur werkte die woensdag aan hetzelfde onderwerp. De redactie zette twee invalshoeken uit: de psyche van de ­daders en de dynamiek van een klopjacht. Uiteindelijk interviewde Twan Huys een oud-politiechef over de laatste invalshoek.

‘We konden niet genoeg betrouwbare informatie vinden om de karakterstructuur van het duo te duiden’, zegt hoofdredacteur Joost Oranje. ‘De redactie heeft op internet informatie gezocht en met deskundigen gebeld, maar daar kwam niet voldoende uit.’

Het zijn lastige onderwerpen, vindt hij. ‘Je moet voorzichtig zijn. Het gaat niet over iets abstracts, maar over personen. Het is zeer privacygevoelig.’

Berichtgeving als deze heeft een hoge attentiewaarde; er kijken veel mensen. Oranje: ‘In de beeldvorming spelen media spelen een grote rol. Daarom moet je extra oppassen. De psychologische schets wordt al snel ­onderdeel van de discussie, terwijl de informatie ook onjuist kan zijn.’

Speculatie

‘Na de moord op Pim Fortuyn suggereerden meerdere deskundigen dat Volkert van der G. het Syndroom van Asperger zou hebben. Het ­Pieter Baan Centrum had die mogelijkheid al vroeg in het onderzoek uitgesloten en toch bleef het aan hem ­kleven.’

Giswerk is niet altijd uit den boze, vindt Oranje. Denk aan het verdwenen vliegtuig van Malaysia Airlines. ‘Iedereen wil weten hoe dat kan. Dan ontkom je niet aan speculatie. Als het over personen gaat, ligt dat anders.’

Nieuwsuur nodigt deskundigen uit op basis van hun expertise en reputatie. ‘Maar ze moeten het ook goed doen op tv. Het is belangrijk dat hun informatie voor een groot publiek begrijpelijk is. Ze moeten hun verhaal goed kunnen vertellen, zonder jargon.’

Voorzichtig

Het nieuwsprogramma belde die middag ook Nils Duits, kinder- en jeugdpsychiater bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP), over het voortvluchtige duo. Hij weigerde, zoals hij bijna altijd doet. ‘Benieuwd wie in Nieuwsuur is gestrikt om diagnose op afstand te geven over opgepakt duo. Mij niet gezien’, twitterde hij iets later.

Duits werkt graag mee aan dit verhaal, maar wil wel eerst meer informatie over de opzet. Hij is in de 25 jaar dat hij dit werk doet naar eigen zeggen voorzichtig geworden met media.

Tijdens het gesprek formuleert hij ­bedachtzaam.

‘Het is een dilemma’, zegt hij. ‘Bij een opmerkelijke gebeurtenis heeft de maatschappij vragen. Toch doen ­psychologen en psychiaters er naar mijn idee verstandig aan vaker te zwijgen. Vooral in tv-programma’s is weinig ruimte voor nuance. Redacties nodigen je uit voor het algemene verhaal, maar uiteindelijk gaat het toch weer om die specifieke zaak.’

En daar kunnen psychiaters nou eenmaal weinig over kwijt, stelt Duits. ‘Er is een soort dubbel beroepsgeheim. Ben je als onderzoeker bij een behandeling betrokken en dan mag je sowieso niets zeggen. Het NIFP onderzoekt daarnaast jaarlijks vijfduizend mensen. Het zou raar zijn als je daarop vooruit zou lopen in de media.’

Ben je niet betrokken, dan weet je per definitie te weinig, vindt Duits. ‘Zaken liggen vaak veel ingewikkelder dan je oppervlakkig kunt beschouwen. Diagnose op afstand is onprofessioneel, ik moet daarbij altijd denken aan Dr. Clavan (een personage uit Keek op de week van Van Koot en De Bie, red.)’

Gradaties

Het gevaar? ‘Die optredens leiden tot beeldvorming die niet verhelderend is. Er wordt te makkelijk in beelden ­gedacht. Zo’n label blijft aan een dader kleven. De discussie over psychopathie bijvoorbeeld wordt vaak ongenuanceerd gevoerd. Het lijkt alsof het nooit meer goed kan komen met een dader, terwijl er wel degelijk gradaties zijn.’

Er wordt door vakgenoten dan ook minzaam gedaan over collega’s die ­di­agnostiek op afstand bedrijven, ­bevestigt Duits.

Psychiater Bram Bakker is ‘he-le-maal’ klaar met de kritiek van zijn vakbroeders. ‘Ik heb het opgegeven. Ze denken dat ik het om mijn enorme ego doe, terwijl het mij om het vak gaat. De psychiatrie verdient meer aandacht.’

‘We vinden het de normaalste zaak van de wereld dat strafpleiters veelvuldig aanschuiven in talkshows. Weet je welk percentage Nederlanders in aanraking komt met die beroepsgroep? Slechts 2 procent. Terwijl één op de drie Nederlanders in het leven te maken krijgt met de geestelijke gezondheidszorg. En dan zou je daar niet mogen zitten als psychiater?

Hij vervolgt zijn tirade: ‘Ik verwijt mijn vakgroep juist dat ze helemaal niets begrijpen van media. De meeste collega’s zijn zo nietszeggend dat ze nooit worden gevraagd.’

Zelf krijgt hij meerdere media-­verzoeken per dag. Drie van de vier keer zegt hij nee. Bakker stemt toe als het over zijn specialismen gaat: verslaving, sport en zelfmoord.

Koudwatervrees

De afgelopen tijd liet hij zich uit over de hartaanval van Reinout Oerlemans (‘Bram Bakker vermoedt dat Reinout Oerlemans de dupe is geworden van ­jarenlang buffelen’, in het AD), over de zelfmoord van acteur Philip Seymour Hoffman (‘Bram Bakker vermoedt dat een man als Hoffman, die succes op succes stapelde en feitelijk alles had wat zijn hartje begeerde, diep in zijn hart misschien een ongelukkig mens was’, eveneens in het AD) en over Louis van Gaal in het boek van Hugo Borst.

Op de vraag wat we daarmee opschieten, zegt Bakker: ‘Ik denk dat er behoefte aan is. Ik probeer het op te ­nemen voor mensen met psychische klachten.’

Hij verklaart de mediale koudwatervrees van zijn vakgenoten door wat er in de opleiding wordt geleerd over uitgesprokenheid. ‘Daar vertellen ze je al dat je zo min mogelijk profiel moet hebben als psychiater. Terwijl er geen enkel bewijs is dat mijn patiënten er last van hebben.’

Betrokken

Is een mediagenieke psychiater per se een slechte psychiater? Nee, vindt Coen Verbraak, die veel psychologen en psychiaters interviewde over hun vak, vooral voor zijn tv-programma ­Kijken in de ziel. Bij het selecteren van interviewkandidaten merkte hij dat sommige vakgenoten liever niet met Bakker worden geassocieerd. Twee maakten zelfs bezwaar tegen zijn deelname.

‘Naast uitgesproken, is hij ook zeer betrokken bij zijn patiënten’, zegt ­Verbraak. ‘Een vrouw vertelde me een keer dat haar dochter nog leeft dankzij hem. Ze kon hem ’s nachts bellen toen haar dochter op het punt stond zelfmoord te plegen. Er zijn ook psychiaters die hun telefoonnummer niet aan patiënten willen geven.’

Verbraak: ‘Hij wordt gezien als de populaire psychiater die zijn boekje te buiten gaat. Ik vind ook dat hij vaker zijn mond moet houden, maar ik hoor altijd dat op zijn vakmanschap weinig is aan te merken.’

maart 25, 2014Permalink