Sport brengt slechtste in ons naar boven

De directie van Ajax is bedreigd door de harde kern van de supporters. Onlangs moest de trainer van Cambuur vluchten, omdat hij bij een rivaliserende club ging werken. Op het veld van de Kuip in Rotterdam werd voor 60 duizend euro schade aangericht. Geregeld worden treinstellen van de NS ‘verbouwd’. Een mecenas, die het zojuist gedegradeerde Roda JC wil helpen, heeft te horen gekregen dat hij moet oprotten.

 

Toen Fenerbahçe in Turkije kampioen werd, ontstonden er voetbalrellen in Rotterdam

Tijdens de wedstrijd Helsingborg-Djurgården werd een bezoeker van de tegenpartij doodgeslagen. Bij Atletico Paranaense-Vasco da Gama moest een traumahelikopter gewonden uit het stadion vervoeren. Na afloop van het bekerduel JCV-MVV in Cuijk raakten vier agenten gewond. Toen Fenerbahçe in Turkije kampioen werd, ontstonden er voetbalrellen in Rotterdam. Verder waren er onlusten bij voetbalwedstrijden in Tilburg, Alphen aan den Rijn, Den Haag, Lokeren, Breda en Utrecht.

Enzovoort, enzovoort, enzovoort. Het is de oogst van 2014, terwijl het jaar nog niet eens op de helft is. En er valt nog veel meer te vinden.

Agressie

Er wordt vaak gezegd dat het gaat om ‘een kleine groep, die het verpest voor de anderen’. Ik ben geneigd dat niet te geloven. Als het inderdaad een kleine groep is, dan zou het probleem allang zijn opgelost. Het gebeurt overal, op alle velden en in alle competities. Het zit, laten wij eerlijk zijn, in het voetballen zelf.

Ik zie het bij mijn eigen zoon, die voetbalt bij de D’tjes, maar vermoedelijk niet meer voor lang. Veel jongens houden op met clubvoetbal als zij naar de middelbare school gaan, en gelijk hebben ze. Zelfs bij de laagste regionen van de amateurs is het vaak niet leuk meer. Laatst troffen wij een grensrechter, van wie de partijdigheid elke beschrijving tartte. Wij, de bezoekers, hoefden maar in de buurt van zijn doel te komen, of hij vlagde – luid schreeuwend – voor buitenspel. Expres gebruik ik de pluralis majestatis, want het was echt wij tegen zij.

Als het publiek massaal wegblijft is het zo afgelopen met het hooliganisme

Het is een illusie om te denken dat sport het beste in de mens boven brengt. Het brengt vooral agressie boven, die op het veld nog min of meer wordt gereguleerd door een scheidsrechter, maar die op de tribunes en daarbuiten de vrije loop krijgt. Hooliganisme is een tijdverdrijf geworden, een avondje stappen dat eindigt met dronkenschap en braken tegen de pui. Plus natuurlijk de mooie vechtpartij die daarbij hoort.

In de loop der jaren heeft zich op de tribunes van de voetbalstadions een medeplichtigheid ontwikkeld zonder weerga. Bij Ajax wordt gezongen: ‘Wie niet springt, die is geen Jood’. De bezoeker die dit aanhoort en een volgende wedstrijd toch weer gaat, maakt zichzelf medeplichtig, zelf als hij de slogan hoofdschuddend aanhoort.

Hypocriet 

Zo langzamerhand denk ik dat die duizenden op de tribunes het diep in hun hart prachtig vinden als er een banaan op het veld wordt gegooid, ook al zijn zij bereid onmiddellijk hun afschuw daarover uit te spreken. Het zijn de toeschouwers, die de sleutel in handen hebben. Wanneer zij in groten getale niet meer naar de stadions zouden gaan, zou het snel afgelopen zijn met het hooliganisme.

Fairplay-acties hebben niets opgeleverd. Van de overheden valt weinig te verwachten. Aan wetgeving heb je niets als handhaving maar gebrekkig blijft. In de hoop de zaak enigszins in de hand te kunnen houden, hebben gemeenten geparticipeerd in de exploitatie van voetbalclubs. Om de krankzinnige schuldenlasten van de clubs te verminderen, hebben gemeenten stadions gekocht en zelfs de waardeloze grond onder de stadions. Allemaal nutteloze uitgaven, zogenaamd om de cohesie van de stad in stand te houden.

Allemaal nutteloze uitgaven, zogenaamd om de cohesie van de stad in stand te houden

In werkelijkheid was die politiek niets anders dan een knieval voor de fans die dreigden de bestuurskamer of de gemeenteraad te bestormen. Via de gemeenten hebben mensen, die niets met voetbal van doen willen hebben, toch meebetaald aan het instandhouden van een cultuur van constant vandalisme en geweld.

Men zegt dat voetbal een Angelsaksische herkomst heeft en dat het spel aanvankelijk uitsluitend werd beoefend door heren. Waarschijnlijker is het dat het voortkomt uit soule, een bijzonder ruw balspel dat al in de Middeleeuwen werd beoefend in Picardië en omstreken. Ook toen vielen er geregeld doden. In sommige varianten werden er stokken bij gebruikt en vermoedelijk hebben wij daar het hockey aan te danken.

Dat de mens slechts vrij is in het spel, zoals Huizinga heeft beweerd in zijnHomo Ludens, is een van de grootste vergissingen van deze tijd. En wij weten het.