GGZ voor ouders met problemen

 GGZ is er voor ouders met problemen, vertrouw hun kinderen aan betrokken naasten toe

van ouders met psychische en verslavingsproblematiek – jaarlijks minstens 577 duizend –  hebben steun nodig, maar moet die per se komen van de geestelijke gezondheidszorg (ggz)? Of kan die support ook, en wellicht liever, geboden worden door naasten? Socioloog en onderzoeker Elize Lam pleit voor een ggz op gepaste afstand.

Hulp schiet tekort voor risicokinderen, kopte Trouw pas verwijzend naar een onderzoek van het Trimbosinstituut. Door falende zouden psychische problemen of verslaving van ouders vaak overgaan op hun kinderen.[1] Een stevige conclusie die te weinig recht doet aan de werkelijkheid.

Niet in de laatste plaats omdat uitsluitend gewezen wordt naar gemeenten die onvoldoende preventieve zorg voor kinderen inkopen en naar professionals buiten de ggz die richtlijnen niet volgen. Er is geen aandacht voor de ggz-volwassenenzorg die al jaren te weinig oog heeft voor de context van cliënten, laat staan ze actief ondersteunt bij hun ouderschap. Terwijl dit voor kinderen zoveel kan uitmaken, zelfs het herstelproces van hun ouders kan bevorderen.[2]

ggz  Preventie als antwoord?

De preventietak van de ggz richt zich juist sterk op de minderjarige kinderen van haar cliënten. Om problemen bij hen voor te zijn, sporen preventiewerkers hen het liefst zo vroeg mogelijk op. Ze willen deze ‘nog-geen-patiënten’ [3] toeleiden naar programma’s waar ze met de ouderproblematiek leren om te gaan. Zo kunnen vierjarigen al meedoen aan lotgenotenclubs, zijn er ‘doe-praatgroepen’ vanaf zes jaar, cursussen en talloze hulpsites.[4]

Nederland is internationaal gezien koploper met haar gestandaardiseerde preventieaanbod, maar de doelgroep benut het nauwelijks. Pogingen om dit te veranderen zijn al jaren onsuccesvol. Dat veel jeugdigen lastig te motiveren zijn om ook in hun (soms spaarzame) vrije tijd met de ouderproblematiek bezig te zijn, en zich vaak niet willen identificeren met de ggz, de wereld van de ouder, lijkt preventiewerkers en andere professionals te ontgaan. Ook de claim van de ggz dat veel ontwikkelde interventies effectief zijn, vindt onvoldoende onderbouwing.[5]

Het professionele systeem wijst terecht op het belang om deze minderjarigen vroegtijdig op te merken en te ondersteunen. Maar is het ook wenselijk dat zij rechtstreeks doelgroep worden van de ggz omdat er iets aan de hand is met hun vader of moeder? Hoewel het veel van kinderen kan vragen om evenwicht te vinden in een onrustige thuissituatie, redt twee op de drie het zonder grote problemen.

Wat ouders mankeert, blijkt uiteindelijk niet doorslaggevend voor hoe het hun kinderen vergaat. Anders zou elk kind in hetzelfde gezin of met een ouder met eenzelfde soort diagnose dezelfde weg afleggen. Veel bepalender is hoe risico- en beschermende factoren van kind, ouders en omgeving op elkaar inwerken. Oftewel, de context waarbinnen een kind opgroeit, speelt mee, maar ook diens persoonlijkheid, hoe het reageert op stress en wie er om hem heen staan.

Netwerk biedt toegang tot ‘lichtere’ werkelijkheid

Essentieel voor een gezonde van een kind, is dat het kind kan zijn. Dat geldt ook voor de kinderen van psychiatrisch zieke en verslaafde ouders. Maar dat schiet er nogal eens bij in. Een betrokken netwerk kan juist dat kind-zijn faciliteren.

Opmerkzame volwassenen, liefst langdurig betrokken, kunnen het verschil maken – denk daarbij aan de ouders van een vriendje, een tante of een buurvrouw. Naasten voor wie het kind en niet de ouderproblematiek maar de onderlinge relatie vertrekpunt is en die in tegenstelling tot hulpverleners het gewone delen: samen naar de markt gaan, een spelletje doen maar ook een luisterend oor bieden als kinderen willen praten. Naasten die rekening houden met hun individualiteit.

Via betrokken netwerkleden kan het kind toegang krijgen tot een andere, lichtere werkelijkheid, en opveren zoals de Franse  Cyrulnik treffend zegt.[6] Alleen al te weten dat er iemand beschikbaar is, die weet wat er thuis speelt, geeft kinderen rust. Netwerkleden kunnen dienen als natuurlijke veerkrachtbeschermers, mits hun betrokkenheid de juiste intenties kent en hun steun aansluit op de behoefte van het kind. Bovendien moet het netwerk de kans krijgen om zijn plek in te nemen maar daar gaat het nog weleens mis.

Liefdevolle en duurzame relaties zijn heilzaam

Wetenschappelijk gezien staat het belang van sociale steun als beschermende factor voor deze kinderen als een huis. Dat erkent ook de ggz.[7] Om de impact van naasten voor hen te vergroten, moet het professionele systeem en het beleid het netwerk echter veel meer dan nu als essentiële partij erkennen. Niet vanuit een instrumentele overtuiging – minder middelen voor professionele inzet en – maar vanuit een fundamenteel weten dat liefdevolle en duurzame relaties met naasten heilzaam zijn.[8] Dat voorkomt de inzet van dure standaardinterventies.

Soms is een professional tijdelijk nodig om het netwerk aan te moedigen of te begrenzen. Ouders zijn daartoe niet altijd in staat. Af en toe kijkt diezelfde omgeving weg of heeft niet het beste met een kind voor, of onderschat ze haar potentieel door te veronderstellen dat wat zij te bieden heeft schril afsteekt tegen de mogelijkheden van professionals die ervoor gestudeerd hebben. Soms komt de steun van onbekende vrijwilligers omdat het netwerk uitgedund of overbelast is. Ook zij kunnen als steungever heel waardevol zijn.[9]

Focus op de ouders

Laten hulpverleners van de ggz en daarbuiten zich allereerst en vooral richten op de ouders met problemen (en hun partners), en hen adequaat ondersteunen bij hun ouderschap. Dat gebeurt nog veel te weinig, al zijn er enkele goede uitzonderingen.[10]

Het is niet nodig om kinderen standaard te behandelen, om de keten ‘van depressie’ te doorbreken.[11] Die kan ook worden doorbroken doordat ouders hun problemen te boven komen, of er zo mee om leren gaan dat ze er voor hun kinderen kunnen zijn, of doordat kinderen voldoende kunnen beschikken over omgevingsbronnen.

Laat professionals kinderen alleen rechtstreeks helpen wanneer ze vastlopen of als de hulpbronnen opdrogen. Dat vraagt lef en adequaat aansluiten bij ouders en kinderen. Ieder kind balanceert tenslotte op z’n eigen manier.

Elize Lam is socioloog, verbonden aan het associate lectoraat Informele netwerken en Laatmoderniteit van de Christelijke Hogeschool Ede en werkzaam als senior adviseur bij Stade Advies. Haar boek ‘Risicokind of evenwichtskunstenaar? Kind zijn ondanks een moeilijke thuissituatie’ verscheen dit najaar bij Scriptum. 

 

Bronnen:

[1] Oosterom, R. (2017, 15 februari). Hulp schiet tekort voor risicokind, Trouw.

[2] Van der Ende, P. C. (2016). Vulnerable parenting: A study on parents with mental health problems: Strategies and support. Groningen: Hanze University of Applied Sciences Groningen

[3] Abma, R, Jansz, J en van Drunen, P. (2001). Psychologische praktijken in: Jansz, J. & Drunen, van. P. redactie(2001). Met zachte hand. Opkomst en verbreiding van het psychologisch perspectief. 3e druk. De Tijdstroom, Leusden. pp17-36

[4] www.koppkvo.nl

[5] De enige twee interventies die wetenschappelijk onderzocht zijn betreffen ‘De ouder-baby interventie’ van Van Doesum en de doe-praatgroep voor 8-12 jarigen door Van Santvoort. Deze laatste groepsinterventie bleek slechts gedeeltelijk effectief en er bleek geen verschil te zijn in het bereiken van het hoofddoel  tussen onderzoeks- en controlegroep. Santvoort, F. van (2012). Support groups for children at risk. A study on risk levels and intervention effects in children of mentally ill or addicted parents. Proefschrift,  Radboud universiteit Nijmegen. Zie ook Zoon, M. & Berg, T. (2014:2,3). Wat werkt voor kinderen van ouders met psychische problemen? Nederlands Jeugdinstituut over effectiviteit interventies.

[6] Cyrulnik, B. (2002). Veerkracht. Over het overwinnen van jeugdtrauma’s. Ambo. Amsterdam; Cyrulnik, B. (2004). Spoken uit het verleden. Leven na een jeugd zonder warmte. Ambo. Amsterdam.

[7] Zie www.koppkvo.nl

[8] Zie bijvoorbeeld Perry, B. & Szalavitz, M. (2007:37-38). De jongen die opgroeide als hond en vele andere verhalen uit het dagboek van een kinderpsychiater. Scriptum Psychologie. Schiedam

[9] Zoals Big Brothers Big Sisters of een steungezin van Buurtgezinnen.nl.

[10] Bijvoorbeeld de methodiek “Ouderschap met Succes en Tevredenheid” (OST)

[11] Mierau, J. (2016, 13 december). Stop keten van depressie: begin bij kinderen. Geraadpleegd op 17 februari 2017.

 

Foto: Stephan Hochhaus (Flickr Creative Commons)

februari 24, 2017Permalink

Preventie

Preventie, de mooiste (doel)stip op de horizon

Preventie, de mooiste (doel)stip op de horizon

Je ziet ze overal: op straat, op het voetbalveld, op schoolpleinen. Jongens in outfits van FC Barcelona. FC Barcelona is ‘cool’ en jongeren willen zich daar aan verbinden. Stoer is dat FC Barcelona zich onlangs gecommitteerd heeft aan een Europees stoppen-met-roken programma.

FC Barca

De spelers van FC Barcelona zijn, als bekende voetballers, een rolmodel voor deze jongeren. Maar ook de burgemeester van New York, Michael Bloomberg, is een ambassadeur voor een gezonde leefstijl.  Hij heeft een verbod op 1,5 liter bekers frisdrank ingesteld en laat sigaretten uit het zicht verkopen. Het redden van levens is voor Bloomberg de rode draad in zijn beleid.

Stip op de horizon

Bovenstaande voorbeelden tonen dat gezondheidsmaatregelen op een eenvoudige en budgetneutrale wijze ingevoerd kunnen worden. Sterker nog, het borgen van een gezonde leefstijl kost de maatschappij niet veel, maar levert juist meer op. Van Rijn en Schippers presenteerden in mei hun Nationaal Programma Preventie, maar de stip op de horizon kan volgens de 2e kamer nog wat duidelijker geschetst worden. Daarom het voorstel om te kijken welke lange-termijndoelstellingen we voor de preventieplannen van Schippers en Van Rijn kunnen bepalen. Welke stippen op de horizon kunnen we overnemen van FC Barca en de Amerikaanse burgemeester, en ons afvragen, net als Bloomberg vaak doet, “hoe kunnen we ervoor zorgen dat met deze maatregelen levens gered worden?

Rookvrije samenleving

Pas geleden heeft naar aanleiding van het Nationaal Programma Preventie de Tweede Kamer gepleit voor een Nederlandse ambassadeur voor preventie. Van Rijn wil deze mogelijk aanwijzen als de definitieve versie van dit Programma is vastgesteld. Maar hoe gaat de ambassadeur de doelstellingen van het Nationaal Programma Preventie uitdragen? En, nog belangrijker, wat zijn deze doelstellingen, de zogeheten stip op de horizon, tot aan 2025? Zou het niet geweldig zijn als in 2025 de belangrijkste preventiedoelen gehaald worden, namelijk dat een nieuwe generatie rookvrij op groeit, dat niet-roken de sociale norm is, dat kinderen niet meer verleid worden om te roken, omdat sigaretten – net zoals in New York – uit het zicht verkocht worden, dat er 100% rookvrije sportvelden en schoolpleinen en horecagelegenheden zijn en dat jonge rokers niet meer verleid worden door kleurige, hippe pakjes?

Meer dan voetbalambitie?

Om deze doelen te bereiken ligt er een gedeelde verantwoordelijkheid: scholen, sportverenigingen, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen, bedrijven, overheden: allen hebben een rol om deze stip op de horizon te verwezenlijken. Schippers en Van Rijn kunnen deze doelstellingen, de stippen op de horizon, vastleggen in hun Nationale Preventie Plan. Zo kunnen in 2025 rokers gemakkelijker stoppen met roken en beginnen jongeren niet meer met roken. En wat zou nou mooier zijn dan dat de ambitie van FC Barca ook overwaait naar onze Nederlandse voetbaltalenten en als onze topclubs dit prachtige voorbeeld volgen! De mooiste doelstip op de horizon… het is toch eigenlijk een schot voor open doel voor onze bewindspersonen?

Onno van Schayck
Hoogleraar preventieve geneeskunde

XTC

Trimbos: xtc eist steeds meer zijn tol

Vorig jaar zijn meer incidenten geregistreerd waarbij drugs in het spel zijn. Dat blijkt uit cijfers die het Trimbos-instituut dinsdag publiceerde. Trimbos wijst er overigens wel op dat een actievere registratie een deel van de stijging kan verklaren.

Het gebruik van xtc leidt het vaakst tot problemen. Wanneer iemand zich tijdens een groot evenement bij de EHBO-post meldde met een probleem door drugs, ging het in 61 procent om het gebruik van xtc. In 2009 was dit nog 39 procent. Ook bij de spoedeisende eerste hulp van ziekenhuizen (van 3 naar 11 procent), ambulancediensten of politieartsen steeg dit aandeel van mensen die door xtc in de problemen kwamen, zij het minder snel dan bij de EHBO-posten.

Hartkloppingen

Xtc kan leiden tot ernstige gezondheidsproblemen, waaronder hartkloppingen en hyperthermie. Dat is een ongecontroleerde stijging van de lichaamstemperatuur die levensbedreigend kan zijn.

Vorig jaar zijn in Nederland drie doden gevallen als direct gevolg van xtc-gebruik. Dit jaar zijn dat er tot nu toe waarschijnlijk twee. Toxicologisch onderzoek moet nog uitwijzen of xtc in deze twee gevallen de doodsoorzaak was.

Stijging

Was in 2009 een xtc-gebruiker nog maar in 7 procent van de gevallen matig of ernstig onder invloed van de drug, vorig jaar steeg dat tot bijna 20 procent, signaleert Trimbos.

Uit het onderzoek blijkt verder dat het vooral mannen tussen de 19 en 24 jaar zijn die vanwege drugsgebruik bij een hulppost terechtkomen. De jongste patiënt was een peuter van 2 die had gedronken van GHB die op tafel stond.

Festivalseizoen

In de aanloop naar het festivalseizoen waarschuwde Trimbos al voor hooggedoseerde pillen die steeds meer in omloop zijn, en wees er toen op dat de gebruiker lang niet meer alleen moet oppassen voor vervuilde pillen. (ANP)