Terreur heeft álles met geloof te maken (alleen een ander dan we denken)

Het is het enige geloof dat westers noch oosters is. Een geloof waar nagenoeg alle mensen aanhanger van zijn. En dat onze samenleving onderscheidt van dictatuur, theocratie en kalifaat. Je vindt het in elke stad, op iedere hoek van de straat.

Terreur heeft álles met geloof te maken (alleen een ander dan we denken)

De stad is een levensgevaarlijk organisme.Door een nuchtere bril zie je hem: die krioelende hoop mieren, permanent onderweg naar potentieel onheil. Overal, waar je ook kijkt, mogelijke ongelukken van staal, voorbijrazend op koud asfalt. Etalages vol overvallen in spe. Trams vol loshangende juwelen en uitstekende portemonnees. Taxi’s met onbekende chauffeurs en liegende TomToms. Terrassen zonder toezicht. Ramen zonder gordijnen. Deuren zonder kijkgat. En vooral: heel, héél veel mensen in sardineblikjes. Bioscopen. Theaters. Grandcafés. Metrogangen. Treinstations. Torenflats. Voetbalstadions.Terroristendromen van beton.Toch zijn de mieren niet bang. Ze zijn hun bril vergeten. Verblind door vertrouwen lopen ze rond. Stappen cafés, taxi’s en kantoren in, steken straten over, openen winkeldeuren. Vereffenen de rekening, terwijl ze gratis weg hadden kunnen gaan. Leunen achteloos tegen hun buurman in de metro aan. Zonder ooit iemand te vragen naar afkomst, religie of naam.

Honderdduizend vreemdelingen is een vluchtelingenstroom. Tien miljoen vreemdelingen is een stad.

De smeerolie van het sociale verkeer

Het bevreemdendste aan iedere stad is wat er, iedere dag weer, niet fout gaat. Parijs telt zes miljoen auto’s en betreurt één dode per vier miljoen rondjes op de Boulevard Périphérique. Evenveel rondjes als er dagelijks jassen de Parijse metro verlaten met de portemonnee nog in de zak. Op weg naar een café waarvan de deur voor iedereen automatisch opengaat. Buiten roken graag, dat wel.

De stad is een wonderbaarlijk organisme.

Door een nuchtere bril zie je hem: die krioelende hoop mieren, permanent op ontspannen voet met elkaar. Overal, waar je ook kijkt, een miraculeuze hoeveelheid vertrouwen, gutsend door de straten als smeerolie van het sociale verkeer. Geen diersoort die het ons nadoet. Zelfs bijen, toonbeeld van samenwerking van Moeder Natuur, leggen de grens bij wie familie is. Mensen verdragen miljoenen buren, van wie gemiddeld slechts honderdvijftig géén volslagen vreemden zijn.

Vrijdagavond, halftien ‘s avonds

Vrijdag de dertiende, rond halftien ‘s avonds, liep ik met een plastic tas een Amsterdams café binnen. Een vriendin was die tas vergeten en had geen tijd om haar nog op te halen. Aan de bar vroeg ik of ik de tas kon achterlaten. Het barmeisje stak haar hand uit, pakte de tas aan en legde haar onder de tap. Ze vroeg niet wie ik was, wat er in er in de tas zat en wie haar op kwam halen.

In Parijs reden op datzelfde moment tientallen taxi’s af en aan bij theater Bataclan. Mensen ophalen. Ze vroegen niet wie ze waren, waar ze naartoe moesten en of ze geld hadden om te betalen. De meter werd niet aangezet.

Dezelfde emotie, dezelfde vanzelfsprekendheid.Over hoe vanzelfsprekend het goede in de mens is, schreef correspondent Rutger Bregman onlangs dit stuk.

Waar terreur het op gemunt heeft

Het is precies die emotie die terreur als belangrijkste doelwit heeft. Sommige tongen beweren weleens dat terreur niets met geloof van doen heeft, maar het tegendeel is waar. Terreur heeft álles met geloof te maken. Terreur heeft het namelijk gemunt op het enige geloof dat westers noch oosters is en nagenoeg ieder mens aanhangt: ongefundeerd vertrouwen.

Daarom zijn haar slachtoffers bij voorkeur willekeurig in plaats van specifiek: geen effectievere manier om vertrouwen tussen mensen op de proef te stellen.

Goddank beschikt de mens niet alleen over een haast onverwoestbare hoeveelheid vertrouwen, maar ook over minstens zoveel relativeringsvermogen. Een emotie die hem in staat stelt waanzin van werkelijkheid te onderscheiden. En om met waanzin om te gaan als die heel even werkelijkheid wordt.

Terreur is geen oorlog die je kunt winnen – je kunt haar alleen verliezen. Door terreur te beantwoorden met waar ze op drijft: angst en absolutisme

In tijden van tragiek en terreur is dat niet toevallig de verdachtste emotie denkbaar: wie relativeert, komt onherroepelijk voor de publieksrechter wegens bagatelliseren met voorbedachten rade. Wie relativeert, neemt het gedane leed niet serieus. Of is blind voor het gevaar. Of beide. Neville Chamberlain, die kon ook al zo goed relativeren.

Maar hoe begrijpelijk ook, dat taboe op relativeren is een doodlopende weg. Terreur is namelijk geen oorlog die je kunt winnen – je kunt alleen verliezen. Door de terreur te beantwoorden met waar ze op drijft: angst en absolutisme.

Het zijn immers vertrouwen en relativeringsvermogen die onze samenleving onderscheiden van de dictatuur, de theocratie of het kalifaat. Het zijn de pilaren waarop een open, democratische samenleving staat. Zonder die pilaren zou vrijheid onmogelijk zijn. Zouden verschillen van mening en politieke kleur onverdraaglijk worden. Zouden de terrassen in Parijs nog steeds verlaten zijn.

Maar de terrassen zijn niet verlaten, ze zitten alweer vol. Een groter verlies kan een gedroomd kalifaat niet lijden. IS gedijt slecht in de stad. Terroristennachtmerries van beton.

november 16, 2015Permalink