Transformeren is loslaten

Verandering betekent het loslaten van de oude situatie en ruimte geven aan je (nieuwe) samenwerkingspartners en nieuwe ideeën. Gaat dit ook op voor het transitieproces? In het transitieproces zie ik dit niet goed terug.

Loslaten. Het is misschien wel de grootste uitdaging in de opvoeding van kinderen. Loslaten hoort ook bij verandering; er is geen nieuwe balans mogelijk zonder de oude situatie los te laten. Over de veranderingen in het jeugdstelsel zien we ambivalentie bij bijna alle partijen. Dat hoort erbij, want we staan voor een van de grootste veranderingen in de zorg in decennia.

Maar wat mij daarbij opvalt, is de mate waarin we denken te weten hoe andere partijen in staat zijn om te gaan met de verandering. Ervan uitgaande dat ons eigen systeem, dat toch al jaren goed werkt, in stand moet blijven, rekenen we anderen af op hun kennis en vaardigheden om mee te kunnen gaan in óns systeem. Enkele voorbeelden:

  • Het is nodig dat partijen elkaars kernexpertise erkennen en ruimte gevenDe gemeenten hebben niet de expertise in huis om de regie te voeren over de jeugdhulp, zo zeggen sommigen, en dus is de transitie geen goede zaak. Maar je kan ook constateren: de gemeenten zijn zich terdege bewust van wat er op hen afkomt en schakelen hiervoor volop (externe) expertise in. Ontwikkelden de huidige regievoerders over de zorg zichzelf ook steeds op die manier in de afgelopen jaren?
  • De samenwerking tussen zorg en onderwijs wordt gekleurd door de discussie over welk volg- en registratiesysteem leidend moet zijn. Natuurlijk hebben samenwerkende partners een bruikbaar systeem nodig. Maar is dat de kernvraag? Als zorg en onderwijs elkaars kernexpertise erkennen en elkaar ruimte geven, moet dan alles in één gezamenlijk volgsysteem?
  • Als de gemeente het heeft over “eigen kracht”, wie bepaalt wat iemand zelf kan doen? Mijn mening: als de gemeente voor iemand bepaalt wat hij zelf kan of niet kan, heeft dat een negatieve uitwerking op de eigen kracht van de cliënt. Eigen kracht begint met eigen regie.

Nieuwe wegen

Recent had ik met de gemeenteraad een ontmoeting met ggz-cliënten over wonen, werk en welzijn na 1 januari 2015. Een mooi initiatief, maar de boodschap was ook nu weer vooral dat het huidig systeem met een geïntegreerd aanbod van wonen, werk en welzijn door de betreffende instelling in stand moest blijven. Nu ontken ik niet dat een groot deel van de cliënten afhankelijk blijft van deze ggz-zorg. Maar ik had graag meer voorbeelden gehoord van trajecten waarin wordt geëxperimenteerd met deelname aan reguliere sportverenigingen en welzijnswerk. Onder welke voorwaarden is dat mogelijk? Hoe kunnen we dat als gemeenteraad faciliteren? Uiteindelijk is langdurige zorg nooit een doel op zich, maar een oplossing voor degenen voor wie het echt niet anders kan. Toch?

Een van de belangrijkste doelen van de transformatie van de zorg, naast het omlaag brengen van de zorgkosten, is het vereenvoudigen van de zorgsystematiek en het terugdringen van teveel regeldrang. Ofwel: binnen heldere kaders loslaten en vertrouwen geven. Het is nodig dat binnen het transformatieproces partijen elkaars kernexpertise erkennen en ook ruimte geven. Transformeren is loslaten, kaders stellen en vertrouwen geven.