Transitie is mouwen opstropen en aan de bak

Transitie is mouwen opstropen en aan de bak!

Hoogleraar Jan Rotmans zegt het stellig en beargumenteerd in zijn boek ‘In het oog van de orkaan’(2012). ‘Op dit moment ontbreekt het nog aan een echte transitiebeweging in de zorg.’

‘Wel is er sprake van een zeer actieve onderstroom die de potentie in zich draagt om uit te groeien tot een heuse beweging.’

Grenzen van het systeem

Zo’n analyse zet mij met beide benen op de grond. In mijn optimisme zie ik al op tal van fronten een beweging. Een beweging die het huidige systeem in de zorg op de kop gaat zetten. Tegelijkertijd realiseer ik me, dat Rotmans zeer waarschijnlijk gelijk heeft. Er is wel veel lawaai en wind, maar het huidige systeem staat nog altijd zeer stevig.  Natuurlijk is daar alle reden voor. Het heeft ons ook veel goeds gebracht. Er is helderheid gekomen over wat er nu eigenlijk aan zorg wordt geleverd en aanbieders krijgen loon naar werken. Maar voor mij is duidelijk, dat we nu tegen de grenzen aanlopen: schotten, productiedrive en etikettering zijn neveneffecten die ons steeds meer in de weg gaan staan.

Schotten

Ons systeem is gebaseerd op het Angelsaksische model. Dat leidt tot een bepaalde manier van productie en afbakeningen. Het huidige productiesysteem bevordert de schotten tussen de verschillende specialismen. We kunnen het zelf meemaken op de manier waarop specialisten in ziekenhuizen langs elkaar heen werken. Ik heb het ook in mijn eigen werk meegemaakt. Een kind krijgt een indicatie voor de functie begeleiding op een Kinderdagcentrum. Tegelijkertijd kan het gezin van het kind vanuit een andere indicatie door een ander team begeleid worden bij zelfstandig wonen. En dan kan er nog weer een indicatie voor de functie behandeling zijn, waardoor er nog een ander team bij betrokken wordt. Vanuit organisatorisch opzicht is dit allemaal goed te verklaren en uit te leggen. Maar daarmee staat het aanbod centraal in plaats van de zorgbehoefte van het gezin.

Productiedrive

Het productie denken moedigt aan om het toegekende budget op te gebruiken en ontmoedigt tegelijkertijd het inzetten van alternatieven. Dat is het tweede probleem. Je krijgt immers betaald om bepaalde dingen te doen. Cliënten kunnen recht ontlenen aan een indicatie die is toegekend. Een indicatie staat voor een vast bedrag, maar ieder individu is anders. Je kunt niet iedereen over één kam scheren. Dat proberen, is al een probleem op zich. Maar vervolgens is het ook heel statisch. We denken vaak wel te weten dat het goed is een cliënt op een bepaalde manier te behandelen, te benaderen of te begeleiden, maar vaak verandert dat gaandeweg. Doordat je bepaalde dingen wel of niet doet, heb je gelukkig invloed op zijn situatie. Maar als daardoor de indicatie en dus het budget lager zou worden, dan gaat daar natuurlijk niet echt een stimulans vanuit…

Het gevolg laat zich raden. Zodra er voor een bepaald bedrag is geïndiceerd, ontstaat er een bijna vanzelfsprekende druk om recht te doen aan die indicatie en wordt begeleiding geleverd voor dat bedrag. Daardoor is er minder neiging om de mensen rondom de cliënt bij de begeleiding en verzorging te betrekken. De eigen kracht van betrokkenen wordt niet opgeroepen, omdat het budget er toch is.

Etikettering

Het derde probleem heeft te maken met de neiging om klachten of gedragingen die als problematisch worden ervaren, in het productiesysteem onder te brengen. Door te zorgen dat iets geïndiceerd wordt komt er budget voor vrij en kan het worden behandeld. Kijk bijvoorbeeld naar de enorme stijging van het aantal kinderen met een adhd-indicatie. Zwart-wit gesteld stop je dan met nadenken over de vraag hoe je het zelf op eigen kracht kunt oplossen. Het aanbod schept de vraag als het ware.

Defectmodel

Het systeem leidt dus tot verkokering in plaats van tot integratie en het leidt tot claimen. En het leidt tot autonome groei van de zorg; groei als gevolg van het feit dat steeds meer dingen gezien worden als ‘defect’. Dat is ook een karakteristiek van het Angelsaksische model; het kijkt naar wat er defect is of ontbreekt. Op het moment dat je in staat bent een label te hangen aan iets dat ontbreekt, kun je productie gaan maken. Maar je kijkt dan niet hoe je kunt bevorderen dat de mens zich ontwikkelt. We verliezen het totaaloverzicht en het geloof in de kracht van de mens.

Klein beginnen

Geen enkel systeem is perfect, bij elk systeem kun je kanttekeningen plaatsen. Zodra je structureert ontstaan coördinatieproblemen, dat is overal en altijd het geval. Maar het huidige systeem is echt te ver doorgeschoten. Het is hoogste tijd om dat stevig te wijzigen en om de onderstroom die Rotmans benoemt te voeden.

Rotmans is duidelijk over hoe dat moet. ‘Leiderschap binnen en buiten de zorg is hiervoor een noodzaak. Belangrijk is ook hier om van onderop te werken. Ook in de zorg schuilt veel veranderkracht in de regio’s. Deze kan gemobiliseerd worden door regionale transitieagenda’s te ontwikkelen, met regionale visies, paden en experimenten rondom regionale koplopers en kantelaars.’

Kortom: mouwen opstropen en aan de bak. Elke grote transitie is altijd klein begonnen… 

Frans Wilms
Bestuurder bij Radar

augustus 12, 2013Permalink