Van wiet naar heroïne, allemaal de schuld van Nikki

Blowen doet hij nog steeds, en fors ook. Maar van de heroïne is de Bulgaarse buurman van Maarten Zeegers af. Daar raakte hij aan verslaafd door zijn vriendin. ‘Je rookt toch een keer mee.’

DOOR Maarten Zeegers11 april 2015

‘Ja, ik dacht jij bent een beetje laat’, zegt Alexi met zwakke stem. ‘Dus ik ben maar alvast begonnen met draaien.’ Met trillende vingers rolt hij een vloeitje met een hoeveelheid wiet waar ik een week stoned van zou zijn. Zijn bureau ligt vol zakjes marihuana.

Om privacyredenen zijn de namen in dit verhaal gefingeerd. De personen op de foto’s komen niet in het verhaal voor.
Alexi woont met zijn ouders en zijn kleine broertje in een portiekwoning schuin onder mij. Mijn balkon kijkt uit op het balkon van zijn kamer. Daar staat Alexi vaak te blowen, omdat dat van zijn moeder binnen niet mag vanwege de stank.

Het huis is eigendom van een Surinaamse familie die daar weer onder woont. Vaste bezoeker van dit huis is John, een Hindoestaan met drie verschillende Mercedessen. Verouderde types, maar toch. Vroeger cultiveerde John in de bovenwoning een wietplantage, maar na ontdekking van de kwekerij door de politie mochten er alleen nog maar nette gezinnen in. Dat werd het gezin van Alexi.

‘Toen we hier kwamen wonen, lagen al die buizen van de bewateringsinstallatie er nog’, vertelt Alexi terwijl hij naar de muur wijst waar de slangen zouden hebben gehangen. ‘Wat dacht die John? Dat niemand ooit iets zou ruiken?’

Tien jaar geleden kwam Alexi’s moeder als eerste van het gezin uit Bulgarije over naar Nederland. Met zo’n dertig andere Oost-Europeaanse vrouwen knipte ze ergens in de buurt van Den Haag wietplantjes op een illegale hennepkwekerij. Toen deze door de politie werd opgerold, moesten de illegale werknemers allemaal het land uit. ‘Mama wist helemaal niet dat het niet mocht’, verdedigt Alexi zijn moeder. ‘Marihuana is hier toch legaal? Dus zij dacht dat die plantjes ook wel geen probleem zouden zijn.’

Alexi heeft een punt. De Nederlandse Opiumwet is erg verwarrend. Desondanks mocht zijn moeder niet langer in de Europese Unie blijven. Ze kreeg een zwarte stempel in haar paspoort die haar ook in de toekomst buiten moest houden. Tot drie keer toe probeerde Alexi’s moeder weer binnen te komen, maar steeds stuurde de douane haar bij de grens terug. Totdat Bulgarije in 2007 zelf lid werd van de Unie. Toen hielpen zelfs zwarte stempels niet meer.

Op Alexi’s bureau staat een computermonitor die is aangesloten op een ontvanger van Bulgasat. Op Discovery Channel is een nagesynchroniseerde documentaire bezig over motorclubs. Een biker met een Amerikaanse adelaar op zijn bovenarm getatoeëerd, roept iets stoers in het Bulgaars.

De meeste Bulgaren in Nederland zijn eigenlijk geen echte Bulgaren, maar etnische Turken. Alexi kent maar een paar families in Den Haag die net als hij Bulgaars spreken. De rest zijn volgens Alexi mongolen. Dat komt doordat de Turken in Bulgarije maar tot hun 12de naar school gaan. Terwijl hij zelf aan de Hogeschool voor Toerisme heeft gestudeerd en vier talen spreekt. ‘Daarom heb ik ook zo snel Nederlands geleerd’, vindt Alexi.

Ik vind dat wel meevallen. Voor de acht jaar dat hij nu in Nederland is.

Mongolen
‘Kijk dan hoe ze hier wonen’, praat Alexi over zijn Turks-Bulgaarse buren. ‘Die halen hier in de wijk alleen maar oud ijzer op. Een gewone baan, daar hebben ze geen zin in.’ Alexi vouwt zijn joint dicht. ‘Mongolen, zeg ik je.’

Turken beheersen handel in heroïne
Heroïne komt vooral uit Afghanistan en Pakistan. Turkije en vervolgens Bulgarije zijn de doorvoerhavens voor de drugs naar West-Europa. In Bulgarije vormen de etnische Turken een belangrijke schakel in de heroïnehandel, omdat ze eenvoudig met hun collega’s in Turkije kunnen communiceren. Ook in Nederland is de heroïnehandel voor een groot deel in handen van Turken.
Cocaïne wordt verbouwd in Zuid-Amerika en meestal door Surinamers en Antillianen Nederland binnengesmokkeld. Een kilo cocaïne kost in Suriname ongeveer 2.000 euro. In Nederland levert dat zeker 35.000 euro op en als je het een beetje versnijdt misschien wel een ton.
Ik vraag of deze mensen meer Bulgaars of Turks zijn.

‘Zelf vinden ze dat ze Turks zijn’, antwoordt Alexi. ‘Maar de echte Turken hier in de straat vinden van niet.’

‘Maar ze zijn wel moslim, toch?’

‘Ze zeggen van wel, maar ze eten varkensvlees. Iedereen weet dat een moslim geen varkensvlees eet.’

‘Maar wat zijn het dan?’

‘Dat zeg ik je toch: mongolen.’

Het is niet zo dat het Nederlandse drugsbeleid schuld is aan Alexi’s cannabisverslaving. In Bulgarije rookte hij al en hij ontdekte daar dat je er geld mee kon verdienen als je het zelf ging verkopen. Hij ontdekte ook wat er gebeurt als de Bulgaarse politie je oppakt met een kilo marihuana op zak. ‘Ik had geluk’, realiseert Alexi zich. ‘Twee maanden later zou ik 18 zijn geweest. Dan had ik zo een paar jaar moeten zitten.’

De zakjes op zijn bureau kosten 60euro per stuk. Elke week gaat er minimaal een zakje doorheen, hetgeen betekent dat hij per maand een week moet werken alleen maar voor de wiet. Volgens Alexi is de marihuana niet het probleem. Als hij een vriendin zou hebben, zou hij er gelijk mee stoppen.

Hij toont een strip tabletten die wel het probleem zijn. Het medicijn heet Suboxone, een methadonachtig middel dat verslaafden gebruiken om af te kicken van de heroïne. Volgens doktersvoorschrift moet Alexi elf tabletten per keer per dag innemen en onder de tong laten oplossen. ‘Soms neem ik er ’s ochtend maar acht en gooi ik de rest weg. Anders ben ik de hele dag duizelig.’

‘En als je die pillen niet neemt?’, wil ik weten.

‘Dan ga je kapot man. Dan heb je overal pijn, van het topje van je hoofd tot het puntje van je teen. En je kunt niet meer slapen. Alles gaat dan draaien.’

Alexi gooit de pillen weer op tafel. ‘Dat komt allemaal door die trut Nikki.’

Nikki was Alexi’s vriendinnetje in Nederland. Hij leerde haar kennen in een coffeeshop. Ik ken de zaak wel, op een steenworp afstand van een islamitische basisschool. Een jaar geleden was ik nog getuige van een inval door politie in burger omdat er wel meer over tafel ging dan alleen maar zakjes wiet. Een paar maanden later hing er een aankondiging van de gemeente op de deur: verboden toegang wegens criminele activiteiten. Volgens het bestemmingsplan zou er dit jaar op dezelfde plek een nieuwe coffeeshop komen, maar door bezwaren van de school, de moskee en de partij Islam Democraten is dat plan nu van de baan.

Nikki was volgens Alexi de schuld van alles. ‘In het begin was Nikki helemaal niet zo’, herinnert hij zich, ‘maar toen ze een Turkse man leerde kennen, raakte ze aan de heroïne. Zij zei dat hij die brown in haar sigaretten had gedaan zonder dat ze het wist, maar dat geloof ik eigenlijk niet meer.’

Nikki nam de heroïne mee naar de kamer van Alexi, die wilde er in het begin niets van weten. ‘Maar ja, je rookt dan toch een keer mee. En dan een tweede keer. Na een week kom je er niet meer vanaf.’

Nikki ging onderhuren bij mijn Marokkaanse onderbuurman. Voor 100euro per maand kon ze daar op een matras slapen en drugs gebruiken samen met Alexi. De drugs haalden ze bij de Hindoestaanse buurman John, die voornamelijk versneden coke verkocht voor veel te veel geld.

Tippelen
Alexi en Nikki deden niet erg hun best om dit clandestien te doen. Ze belden aan bij de voordeur, bleven een minuut binnen en gingen dan gelijk door naar Nikki’s kamer. Het was zo opvallend, dat zelfs mijn Turkse buurman aan de andere kant van de straat het verdacht vond. Alexi stofzuigde ook regelmatig de Mercedes van John, als hij wat krap bij kas zat en toch stuff nodig had.

‘Maar waarom kocht je niet meer bij die Turk van Nikki dan?’, wil ik weten.

‘Die zit in de gevangenis’, vertelt Alexi. ‘Die Nikki was zo dom. Die keek nooit of er iemand achter haar liep als ze die brown haalde. Door haar zijn wel drie of vier dealers opgepakt.’ Voor de politie is blijkbaar niet al te veel speurwerk nodig. Je laat gewoon een naïeve gebruiker schaduwen en die brengt je vanzelf naar de leveranciers.

Om haar drugsverslaving te financieren ging Nikki tippelen. Ze kwam regelmatig thuis met dubieuze Oost-Europese types die ze op straat had opgepikt. ‘Tegen mij vertelde ze dat ze in een kapsalon werkte, maar dat geloof ik ook niet meer’, vertelt Alexi. ‘Heel de straat begon me achter mijn rug uit te lachen.’

De Turkse overburen die boven de moskee wonen, begonnen ook te klagen. Vooral omdat het raam van Nikki’s kamer geen gordijnen had en ze dus gratis konden meegenieten van wat zich daar allemaal afspeelde. Aangezien ik en Nikki aan de straatkant de voordeur deelden waardoor die mannen binnenkwamen, werd ik er door de straat ook op aangekeken. Het was tijd voor actie.

Toen Nikki op een dag was gaan werken in ‘de kapsalon’, eiste ik van mijn Marokkaanse onderbuurman toegang tot haar kamer. In het hok hing een sterke parfumlucht, waarschijnlijk om verdachte geuren te verdoezelen. In een la lag een steelpijp en op een kastje wat gebruikte tissues. Maar echt keihard bewijs was er niet.

Diefstal
Mijn onderbuurman deed natuurlijk alsof de beschuldigingen als één grote verrassing kwamen. Hij had niets gezien, niets gehoord en niets geroken. De politie kon verder ook niet veel doen. Die waren al lang blij dat ze wisten waar Nikki uithing. Ze was al meerdere keren in aanraking gekomen met de politie, en nu konden ze bij eventuele verdenkingen van nieuwe diefstal direct even langsrijden. Nadat de Turkse overbuurman half voor de grap had gedreigd het hele pand op te blazen, zette de Marokkaan haar alsnog het huis uit.

Rond die tijd begonnen er bij Alexi thuis ook dingen te verdwijnen. Eerst geld uit Alexi’s portemonnee, en vervolgens uit die van zijn moeder. Daarna raakten enkele van zijn merktruien zoek en ook zijn mobiele telefoon. Zelfs de Playstation Portable van zijn broertje verdween spoorloos. ‘Ik had het zelf niet gedaan’, zegt Alexi. ‘Dus die Nikki moest het wel gedaan hebben.’

Alexi was zelf ook niet onschuldig. Vier keer werd hij gepakt voor winkeldiefstallen die hij samen met Nikki had gepleegd. Bij de vijfde keer zou hij onder de Maatregel Inrichting Stelselmatige Daders (ISD) voor langere tijd in een speciale inrichting worden geplaatst. ‘Voor het stelen van een paar flessen shampoo van een paar euro’, moppert Alexi. ‘Als het nou om een miljoen was gaan…’

Niet veel later moest hij alsnog twee maanden zitten voor openstaande verkeersboetes. Volgens Alexi waren deze ‘verkeerde boetes’ de schuld van een vriend aan wie hij zijn auto had verkocht. Hij was namelijk vergeten het kenteken over te laten schrijven op diens naam, waardoor al die verkeerde boetes bij hem op de deurmat vielen. En door de wet Mulder nam de politie hem steeds opnieuw in hechtenis.

Zijn moeder had zwaar te lijden onder de hele situatie. Uiteindelijk kon ze niet anders dan hem het huis uit zetten. Met Alexi ging het daarna alleen maar bergafwaarts. Ik zag hem vaak doelloos rondzwerven in de wijk. Zijn rug voorovergebogen alsof hij er 40 kilo op torste, zijn petje ver over het hoofd getrokken om zijn verlopen gezicht te verbergen. En altijd een joint in zijn handen.

Met Nikki liep het niet goed af. Ze belandde in de gevangenis en kwam toen terecht bij stichting Parnassia. Na een overdosis heroïne werd ze opgenomen in het ziekenhuis. Het was kantje boord, maar gelukkig overleefde ze het. Uiteindelijk zette de overheid haar uit naar Bulgarije. Ze mag Nederland een paar jaar niet meer in.

Na het vertrek van Nikki ging het langzaam beter met Alexi. ‘Zij was de schuld van alles’, benadrukt hij nog maar eens.

Nu volgt Alexi een afkickprogramma bij verslavingszorg. Godzijdank wordt de medicatie volledig vergoed. Zijn moeder heeft hem weer in genade aangenomen en via de gemeente heeft hij zelfs een baantje gekregen. Poep scheppen bij de kinderboerderij. Het is geen droombaan, maar beter dan niets.

Alexi heeft veel spijt van zijn verslaving. ‘Ik ben gestopt voor mijn broertje’, zegt Alexi. ‘Als hij door mijn schuld aan de drugs zou raken, dan had ik mezelf dat nooit kunnen vergeven.’

Alexi knoopt de joint dicht en loopt het balkon op. ‘Kom, we gaan roken.’

 

april 12, 2015Permalink