Vlees & bloed

INTERVIEW Wat haar vader mankeert, weet niemand. Emma Curvers weet in elk geval dat hij haar heeft weggedaan. Ze baseerde haar debuutroman op wat daaraan voorafging

Als kind van 12 was Emma Curvers een keer zó kwaad op haar vader dat ze bij wijze van wraak plakjes salami tussen de bladzijden van zijn agenda stopte. Het mooiste scenario dat ze zich kon voorstellen, was dat hij in een vergadering op zijn werk die agenda zou openen en dat al zijn collega’s zouden zien dat-ie vol worst zat.

‘Zo ging dat bij ons thuis’, zegt Curvers. ‘Als we boos waren gingen we niet slaan of schreeuwen, maar haalden we een harde grap met elkaar uit.’

Haar vorige week verschenen debuutroman Iedereen kan schilderen gaat over een familie die lijkt op haar eigen familie: een gezin waarin een geesteszieke vader alle aandacht opeist. Alles en iedereen moet zich schikken naar de depressies, waanbeelden, koop- en vernielzucht, hypochondrie, suïcidale neigingen en dwangmatigheid van Hans Kostons, met alle vernederende gevolgen van dien voor hoofdpersoon Iris, haar zus Mia en moeder Elsbeth.

Ontploft
Curvers (28) was al van plan een boek te schrijven over een vader-dochterrelatie, maar na de kerstdagen van 2011 veranderde het verhaal. ‘Toen is onze familie ontploft.’ De ouders van Curvers gingen na een huwelijk van 28 jaar uit elkaar en vrijwel meteen verbrak Curvers vader het contact met haar.

Waarom deed hij dat?
‘Ik denk dat de reden altijd al besloten lag in onze persoonlijkheden. Ik ben nogal van het benoemen, vind het prettig om over dingen te praten. Hij vindt het beter om de dingen binnenshuis te houden. Als kind stond ik voor chaos, rommel en viezigheid. Dat past niet bij iemand die de controle wil houden. Het was echt een bevrijding toen ik op mezelf ging wonen in Amsterdam. Alles bleek ineens te kunnen. Ik kon een schildersezel neerzetten, knoeien met verf, flats, flats, flats. Ik ben daar nog elke dag blij mee.’

De druppel die de emmer deed overlopen was een sjoelbak. ‘Het was die bewuste Kerst, bij uitstek een feest dat gepaard gaat met hoge verwachtingen die uitdraaien op teleurstellingen. Het ging al niet zo goed met mijn vader en dan is zo’n feest echt te veel. Hij is iemand met een vrij uitgebreide gebruiksaanwijzing. Ik had iets gedaan dat niet in zijn schema paste: een sjoelbak op tafel zetten voor mijn neefjes. Hij meende dat het huis afgebroken zou worden. Al die mensen, de sjoelbak, dat kon hij niet aan. Hij verliet het kerstfeest en de tafel was volgens hem beschadigd. Ik zag dat niet, het was door hem gefantaseerde schade. De ochtend erna moest ik de badkamer poetsen, vanwege imaginair vuil. ‘Ik ben hier te oud voor’, zei ik. Toen ik wegging heeft hij gezegd dat ik niet meer mocht terugkomen. Of nou ja, dat heeft hij laten doorgeven.’

CV Emma Curvers
1985 Geboren in Leeuwarden
2004-2008 Academie voor Beeldende Kunsten, Maastricht
2009-2012 Bachelor filosofie, Universiteit van Amsterdam
2010-2012 Producer creatief bureau Habbekrats
2011-heden Columnist universiteitsblad Folia
2012-heden Hoofdredacteur filmwebsite Cineville
2013-heden Columnist CJP Magazine
2014 Debuutroman Iedereen kan schilderen (Atlas/Contact)
Emma Curvers woont in Amsterdam.
Hoe was dat voor jou?
‘De grootste schok van mijn leven. Tot die tijd geloofde ik dat de band tussen ouder en kind onvoorwaardelijk is. Dat is dus gewoon helemaal niet zo. Het is een romantisch, leuk sprookje om elkaar te vertellen. Mijn vader heeft mij weggedaan. Hij zei letterlijk: je bent mijn kind niet meer, je mag hier nooit meer komen. En het gekke is: kennelijk heb ik ondanks alles mededogen voor hem. Kennelijk lijd ik ook onder dat sprookje. Hij blijft toch je vader, zeggen mensen dan.’

Feitelijk hebben ze gelijk.
‘Ja, maar achter ‘hij blijft toch je vader’ hoort volgens hen een komma en het woord ‘dus’. Hij blijft toch je vader, dús moet je het blijven proberen. Hij blijft toch je vader, dús moet je hem accepteren. Ze suggereren dat er een soort eeuwigheidswaarde besloten ligt in de bloedband tussen ouder en kind, die voorschrijft dat je altijd moet doorzetten. Dat is niet zo. Je kunt op een bepaald moment zeggen: ‘En nu is het genoeg geweest.’ Het houdt ergens op. Mijn vader en ik kunnen elkaar niet accepteren.’

Het boek werd er persoonlijker door, zegt Curvers. Ze lengde werkelijke gebeurtenissen aan met fictie, maar verzon minder dan ze vooraf in gedachten had. ‘Toen mijn vader het contact verbrak, kon ik met meer afstand naar ons gezin kijken. Ik heb er veel over gepraat met mijn zus en halfbroer: kan ik dit wel maken? Ik moest iets prijsgeven dat voor mij intiem was, de pijnlijkste periode uit mijn leven en dat van sommige gezinsleden. Zoiets ligt gevoelig, zeker in een familie waarin het niet gebruikelijk is de vuile was buiten te hangen.’

‘In Zuid-Limburg zitten ze liever ongelukkig achter een goed gepoetst raam dan dat ze toegeven dat er iets aan de hand is’
Die houding is typisch Zuid-Limburgs, vindt Curvers, opgegroeid in Gulpen. ‘In Zuid-Limburg bestaat een grote liefde voor vormelijkheid, voor decorum, aankleden en mooi maken. Dat is ontzettend charmant, maar brengt ook met zich mee dat mensen hun problemen binnenshuis houden en met de mantel der liefde bedekken. Ze zitten liever ongelukkig achter een goed gepoetst raam dan dat ze toegeven dat er iets aan de hand is. Ik was klaar met de zwijgcultuur bij ons thuis. Ik wilde het bevragen, aankaarten dat in de onwil om kritisch naar jezelf te kijken misschien de kern van het probleem zat. Dat was iets wat voor mij altijd al een beetje wrong. En wat ik met dit boek langzaam ben gaan aanvechten.

‘Mensen kijken overwegend naar zichzelf door een roze bril. Stel dat er een bandje bestond met alle nare dingen die mensen ooit over je hebben gezegd. Zou je dat bandje dan afspelen? Ik denk dat je hele zelfbeeld aan gort gaat en dat je daarna langdurig moet herstellen.’

Wat zou jij doen?
‘Ik zou het willen weten. Ik heb een liefde voor confrontaties en de waarheid horen. Maar natuurlijk zou ik óók stukgaan.’

Hoe reageerden je ouders toen je vertelde dat je een boek ging ophangen aan jullie familieperikelen?
‘Bangig. Ik vertelde het eerst aan mijn moeder en die vertelde het aan mijn vader. Toen hij er lucht van kreeg, heb ik wel wat boze berichten gekregen.’

‘Bij complexe mensen als mijn vader staan psychologen machteloos’
Iedereen kan schilderen speelt zich vooral af rondom de feestdagen. Als de gasten voor het kerstdiner anderhalf uur te vroeg arriveren, laat vader Hans ze in de kou staan en moet de rest van het gezin Kostons doen alsof ze niet thuis zijn. Met Pasen is de familie met tegenzin op weg naar visite als Hans zijn vrouw en dochters achterlaat op een tankstation. Omdat ze zich niet gedroegen, zegt hij later. Echt gebeurd, vertelt Curvers. ‘Maar mijn vader liet alleen mijn moeder staan, hoor.’

Misschien zijn sommige mensen onacceptabel, zegt Mia, de zus van de hoofdpersoon.

Je schrijft cynisch over divangedrag, over psychologen en psychiaters die diagnoses moeten stellen.
‘Die beschrijvingen zijn gebaseerd op eigen ervaringen, die dus heel particulier zijn. Bij complexe mensen als Hans en mijn vader staan psychologen machteloos. Om tot een weloverwogen oordeel te komen, zou je jaren met zo iemand moeten doorbrengen en allerlei camera’s in zijn huis moeten ophangen om er een vinger op te kunnen leggen. Als er op een zeker moment al een diagnose komt, dan is het voor de familie lastig te bepalen waar de ziekte begint en waar die persoon ophoudt. Een diagnose kan een mogelijkheid zijn om je onttrekken aan de verantwoordelijkheid voor je gedrag.’
Hans wil helemaal geen stempel.
‘Een vage persoonlijkheidsstoornis kan mensen die moeite hebben met het bestaan een gevoel van controle geven. Zolang hun familie hun gedrag tolereert en ze van hun huis een veilige haven kunnen maken, hebben ze geen reden om hun problemen aan te pakken. Waarom zouden ze?’

Wat zei je moeder toen ze het boek had gelezen?
‘Ze stond niet te juichen. Ze is kritisch en vindt het pijnlijk – en dat is het natuurlijk ook. Ergens is ze wel trots, denk ik. Ze ziet in dat het goed voor mij is dat ik me de gebeurtenissen heb eigen gemaakt door ze in een boek te verwerken.

‘De moeder en zus zijn veel minder op de realiteit geënt dan de vaderfiguur. Toch ging mijn moeder alles spiegelen aan het echte leven. ‘Maar ik héb nooit zuurvlees in de tas van je vader gestopt’, zei ze bijvoorbeeld verontwaardigd. Dan moest ik haar eraan herinneren dat zij niet Elsbeth is, en dat ik mag kiezen wat dat personage doet.’

Met welk beeld van liefde ben jij opgegroeid?
‘Een waarin vergeving een rol speelt. Hoe waardeloos mijn ouders ook bij elkaar bleken te passen, ze hadden wel veel liefde voor elkaar. Ik zag er lange tijd een soort romantiek in. Tot ze gingen scheiden, zag ik ze als een soort Bonnie en Clyde die uiteindelijk toch bij elkaar zouden blijven.’

‘Ik hoorde via via dat mijn vader mij onterfd heeft, vorige week. Door dit boek’
Denkt lang na: ‘Ja, wat is liefde? Ik ben een humanist, in die zin. Liefde is zorgen dat je een leuk persoon bent voor andere mensen. De enige waarden in je leven zijn andere mensen. Je moet bouwen aan jezelf. Dat is misschien wat ik van dit alles heb geleerd.’

Jouw vader was niet leuk voor andere mensen.
‘Nee. Nu ik dat zeg voel ik weer de neiging hem in bescherming te nemen. Omdat ik het zielig vind dat dat dan in de krant staat. Terwijl: mij heeft hij nooit in bescherming genomen. Zoek het maar uit, heeft hij gezegd, mijn hulp heb je niet meer.’ Begint te lachen: ‘Ik hoorde via via dat hij mij onterfd heeft, vorige week. Door dit boek. Dat toont maar weer aan hoe weinig hij van mij begrijpt.’

Heb je het boek naar hem opgestuurd?
‘Nee.’

Verwacht je dat hij het gaat kopen?
‘Ik denk dat hij ervoor kiest het bandje niet af te spelen. Niet dat dit het bandje met de ultieme waarheid is. Maar dit is wel mijn bandje over hem. Ik denk dat hij het liever niet wil horen.’
Foto Daniel Cohen
De hoofdpersoon in je boek is bang voor genetische pech. Hoe zit dat bij jou?
‘Ik heb lang gevreesd dat ik mijn vader zou worden, maar alleen al die angst toont aan dat ik bereid ben om kritisch naar mezelf te kijken. Ik heb veel van mijn vader geërfd. Als ik schrijf, zie ik zijn handschrift. Ik heb dezelfde handen. Ik kan net zo onbuigzaam zijn, heb dezelfde aanleg voor stemmingswisselingen. Ik zal ongetwijfeld heel andere fouten maken dan hij. Waarschijnlijk niet dezelfde. Daarvoor ben ik me er te bewust van. Ik zal mezelf ook eerder bij het gesticht aanmelden dan andere mensen.’

Wanneer?
‘Als ik zou merken dat het niet goed met mij gaat, dat ik geen leuk mens voor anderen ben, zou ik daar bang van worden en naar het gesticht gaan. De verhalen van Maarten ­Biesheuvel, een van mijn lievelingsschrijvers, trekken me erg. Hij heeft veel geschreven over de angst om gek te worden, terwijl hij gewoon lekker aan het functioneren is. Maar ondertussen ligt de gedachte steeds op de loer: straks word ik ge-hèk.’

Denk jij dat nog weleens?
‘Ik maak me daar geen zorgen meer over. Alles is ontspannener geworden nu er geen contact is. Als je elkaar ziet, herken je dingen in elkaar. En dan ga je er ook nog eens psychologen bij roepen die het ‘atypisch autisme’ noemen.’ Lacht: ‘Eigenlijk valt er prima met het leven te leven wanneer je een beetje gek bent.’

Je slikt al een paar jaar antidepressiva, schreef je in een column.
‘Ik schaam me daar niet voor. Of misschien schaamde ik me er wel voor, en probeerde ik die schaamte te adresseren met een column. Een defect corrigeren is toch geen schande? Ik gebruik het spul al jaren en ben supergelukkig. Ik begon er trouwens niet mee omdat ik depressief was, maar omdat ik de wildste dromen had waarin ik mijn vader met een hakbijl te lijf ging. Door die pillen zijn de nachten kalmer. Uiteindelijk willen we allemaal gewoon een beetje gelukkig worden, toch?’
Contact herstellen
Ze is bezorgd dat ze rancuneus klinkt, zegt Curvers terwijl ze verse muntthee maakt. ‘Het boek is niet bedoeld als afrekening met mijn vader. Ik bewonder hem ook. Hij heeft vijf jaar geleden grapjes gemaakt waar ik nu nog steeds om kan lachen, is consequent, secuur, vastberaden, principieel. Dingen die ik als goede eigenschappen zie.’

Een belangrijke motivatie om het boek te schrijven was een aflevering van het tv-programma Het mooiste meisje van de klas met arabist en publicist Petra Stienen, twee jaar geleden. ‘Zij vertelde eenzelfde soort verhaal. Haar vader was inmiddels overleden, maar ze had het contact verbroken toen ze halverwege de twintig was. En zij was daar zó kalm over, zó zonder wrok. Er was puur het besef: wij kunnen niet met elkaar door een deur. Dat heeft me toen enorm geraakt. Op het Boekenbal van dat jaar zag ik haar en stortte ik meteen mijn hart bij haar uit. Huilen, alles. Ik wilde dat punt ook bereiken, er vrede mee hebben.’

Heeft het schrijven van een boek daaraan bijgedragen?
‘Dat ik uit de onzalige fusie van mijn ouders ben voortgekomen, zorgt ervoor dat ik me in mijn vader herken en me tegelijkertijd helemaal niet in hem herken. Dit boek heeft me ervan overtuigd dat er een triomf kan zijn van het individu over de geschiedenis en wat al vastligt. Het geeft me een goed gevoel dat ik iets van de ervaring heb kunnen maken. Niet dat het schrijven als therapie heeft gediend; ik vind het nog steeds erg.’

Wat als je vader op een zeker moment het contact wil herstellen?
‘Ik heb liever niet dat je daarover iets opschrijft, en dat mag je wel opschrijven. Elk antwoord op deze vraag zou te definitief zijn. Precies dat is dus kennelijk het verschil tussen een vreemde en je vader. Hij blijft toch mijn vader. Komma. Dus.’

Iedereen kan schilderen, Atlas Contact, 19,99 euro.

september 13, 2014Permalink